9 februari 2012

Telescopenverzamelaar Peter Louwman krijgt koninklijke onderscheiding

Peter Louwman krijgt een lintje

De bekende verzamelaar van (antieke) telescopen ing. P.J.K. Louwman heeft gisteren uit handen van burgemeester Jan Hoekema van Wassenaar een koninklijke onderscheiding gekregen. De heer Louwman begon in de jaren ’60 vanuit zijn hobby sterrenkunde, antieke telescopen en andere optische instrumenten te verzamelen. In de loop der jaren heeft hij als liefhebber een zodanig niveau bereikt dat hij als gelijkwaardig aan professionals uit de wetenschap optreedt en incidenteel ook publicaties verzorgt. Hij is nationaal en internationaal erkend als specialist op het gebied van antieke telescopen. Zijn verzameling behoort tot de grootste particuliere verzamelingen van antieke telescopen ter wereld. Er zijn nauwelijks musea te bedenken die zich daarmee kunnen meten. Zo heeft de heer Louwman in 2008 vanuit zijn collectie de grootste bijdrage geleverd aan de Nederlandse jubileumtentoonstellingen over 400 jaar Telescopie, in het Zeeuws museum te Middelburg, museum Boerhaave te Leiden, en de Leidse Universiteitsbibliotheek. De heer Louwman geeft lezingen en voorlichting, schrijft publicaties op het gebied van sterrenkunde en antieke telescopen voor leken, professionals en amateur-sterrenkundigen. De heer Louwman is al vele jaren een vertrouwde verschijning op sterrenkundige symposia en bijeenkomsten van amateurs. Hij is onder andere lid van sterrenkundevereniging Christiaan Huygens, waar ik hem van ken. De heer Louwman is benoemd tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau. :bron: Bron: Gemeente Wassenaar.

Wat dacht je ervan zèlf een telescoop te gaan bouwen?

Hoe bouw je zo'n Dobson? Jan van Gastel legt 't vrijdag allemaal uit.

Heb je toevallig het plan om zelf een telescoop te gaan bouwen dan moet je komende vrijdagavond echt naar sterrenkundevereniging Christiaan Huygens in Papendrecht komen, want Jan van Gastel houdt dan een lezing over dat onderwerp. De lezing zal gaan over het ontwerpen en het bouwen van lichtgewicht Dobson-telescopen. Daarbij zullen vooral de 30 en 50 cm telescopen van Jan van Gastel als voorbeeld dienen. Aan de orde komen onderwerpen zoals:

  • benodigde kwaliteit van de spiegels
  • waar plaats je het zwaartepunt van de telescoop
  • hoe bepaal je de grootte van de vangspiegel
  • wat is het verschil tussen een planetaire en een deepsky-telescoop en waarom
  • wat voor materiaal gebruik je het beste
  • wat heb je voor gereedschap nodig
  • het maken van een ‘wire’spider

En eh… ben je niet van plan om zelf een telescoop te bouwen dan ben je óók van harte welkom hoor. Klokslag 20.30 uur begint het en de zaal gaat een half uurtje eerder open. CU! :-) :bron: Bron: Christiaan Huygens.

Da’s handig, een Chinese mobiele telescoop

Slimme jongens, die Chinezen. Wat dacht je van deze mobiele telescoop met azimuthale montering en automatische koeling tijdens het vervoer?

:-D Tip voor deze foto kwam van Arie Nagel.

De beste waarneemplek ter wereld

Waarnemen in Antartica

Waarnemen in Antartica

Ik schreef drie jaar geleden een astroblog over Dome C, een plek op de ijskoude Zuidpool, die op dat moment door sterrenkundigen werd omschreven als de beste plek ter wereld om waar te nemen. De ‘beste’ waarneemplaatsen op ‘normale’ lokaties, zoals die van de VLT in Chili hebben een seeing van 0,5 tot 1 boogseconden, de kleinste afstand tussen objecten die gescheiden kan worden. Op Dome C is de seeing 0,07 boogseconden, net iets meer dan de 0,05 seeing van Hubble – die búiten de dampkring cirkelt. Dome C is echter onttroond, want een recent onderzoek heeft laten zien dat er een nòg betere plek is om naar de sterren te turen: Ridge A, een plateau op 4 km hoogte, gelegen in het Australische zuidpoolgedeelte (lokatie 81,5 °Z 73,5 ºO). In dat onderzoek worden diverse lokaties op Antartica onderzocht, te weten Domes A, B, C en F, en Ridges A en B. De sterrenkundigen onder leiding van Dr. Will Saunders (Anglo-Australian Observatory in Australie) keken bij hun ‘vergelijkend warenonderzoek’ naar diverse aspecten, zoals luchtvochtigheid, bewolking, seeïng, poollicht, thermische achtergrond, etc… Uitkomst was zoals gezegd dat Ridge A, eigenlijk een bergkam die loopt vanaf Dome A, de allerbeste waarneemplek ter wereld is. Het is er extreem koud (gemiddeld wintertemperatuurtje -70 °C, brrrrrr….) en zéér droog. De hoeveelheid vocht in de dampkring boven Ride A blijkt minder te zijn dan het equivalent van de hoeveelheid water in een laag met de dikte van een menselijke haar. 8-O Er staat ook bijna geen wind en dat zorgt er voor dat het oplossend vermogen op die plek drie keer zo scherp is als van de huidige beste waarneemlokaties in de wereld. Kortom, waar gaat de eerstvolgende Astrovaçance van Christiaan Huygens naar toe? Yep, naar Ridge A! Bontjassen meenemen. :-D Bron: Universe Today.

Afscheid

De winkel van Ganymedes

De winkel van Ganymedes

Vanmorgen heb ik afscheid genomen van m’n vader, die zoals jullie weten afgelopen zaterdag is overleden. In de samenkomst met familie, vrienden en bekenden heb ik een rede gehouden waarin ik onder andere de gebeurtenis noemde die mij in feite op het spoor bracht van de sterrenkunde. In 1977 was ik namelijk met m’n vader meegereden naar Amstelveen om daar bij de firma Ganymedes een telescoop te gaan kopen. Ik was toen net zestien geworden en mocht van m’n ouders iets uitzoeken voor m’n verjaardag. De gemiddelde teenager koos toen voor een brommer (Puch’s waren toen in de mode), maar eigenwijs als ik was koos ik voor een telescoop. Ik had al in de jaren zestig een tic opgebouwd door de Apollovluchten, waar ik gefascineerd door was geraakt. Begin jaren zeventig raakte dat allemaal in het slop en zakte de belangstelling voor ‘het hogere’ weg, maar de landingen van de twee Vikingen op Mars in 1976 brachten het zaakje weer terug op de rails. En zodoende wilde ik januari 1977 per sé een telescoop. Dat werd uiteindelijk een D60 mm F900mm Tasco refractor, gekocht bij die genoemde firma. Op internet kwam ik nog een foto tegen van het winkelpand van toen (zie afbeelding) en volgens mij is dat waar m’n vader en ik ‘s avonds door de eigenaar (geen idee hoe de beste man heet) op een allervriendelijkste manier werden geholpen. Kort na de aanschaf van die telescoop, die inmiddels ergens in m’n schuur ligt weg te roesten, ben ik lid geworden van de JWG-afdeling Zwijndrecht, da’s van de Jongerenwerkgroep. Afijn, de rest van m’n hobby kennen jullie inmiddels.

Van Hans Lippershey tot James Webb

Kees Kwakernaak (r.) en Peter Boot, de voorzitter

Kees Kwakernaak (r.) en Peter Boot, de voorzitter

Gisteravond hield Kees Kwakernaak een voordracht bij sterrenkundevereniging Christiaan Huygens over 400 jaar telescopen. Een boeiende lezing over de geschiedenis van de telescopen, die feitelijk verder ging dan het moment in 1608 dat de Zeeuwse brillenslijper Hans Lippershey z’n uitvinding patenteerde bij de Staten Generaal van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Kees begon namelijk al ver daarvoor, ergens in de oudheid als de Grieken beginnen te filosoferen over optica. Feitelijk begon het met het waarnemen van het effect dat een glazen kom met water heeft op het beeld van iets dat erachter staat. Dat filosoferen over vergroten en verkleinen van beelden ging in de Middeleeuwen verder door enkele Arabieren en Engelsen en uiteindelijk leidde dat tot de uitvinding van de Hollandse kijker, voorbij onze landgrenzen steevast de Galileïsche kijker genoemd. Onze landgenoot Huygens wist in de 17e eeuw de lenzen te verbetereren, maar het was Isaac Newton die als eerste (na enig denkwerk van Mersenne) een ander type kijker bouwde, de spiegeltelescoop. Uiteindelijk heeft die spiegelkijker het pleit gewonnen van de lenzenkijker, want groter dan de 102 cm refractor (=lenzenkijker) van Yerkes is men nooit gegaan. Ja, er is een 125 cm refractor in Parijs gebouwd, maar die bezweek onder haar gewicht. De spiegelkijker zijn veel groter (o.a. de beroemde 5 meter reflector van Mount Palomar), maar ze hebben ook het voordeel dat verschillende kleine spiegels één grote spiegel kunnen vormen. Dat principe wordt tegenvuldig alom toegepast, maar het gaat ook gebruikt worden in de opvolger van de Hubble ruimtetelescoop, de James Webb ruimtetelescoop (JWST).
De James Webb Ruimtetelescoop

De James Webb Ruimtetelescoop

Er was over die telescoop, die ergens in 2013 moet worden gelanceerd met een Europese Ariane V raket, enige discussie op de Huygensavond. De vraag was onder andere hoe de 6,5 meter spiegel, die komt te bestaan uit 18 afzonderlijke hexagonale spiegels, beschermd kan worden tegen meteorieten en ander kwaadaardig spul. Animaties van de JWST laten een opmerkelijk open constructie zien, die er kwetsbaar uitziet. Ik heb het net even opgezocht en het schijnt dat men een soort van zonneschild heeft ontwikkeld dat de JWST moet beschermen. Ik zal op een ander moment wel eens nader ingaan op de JWST, nou even geen zin. Afijn, Kees eindigde z’n voordracht met de toekomstplannen zoals van deze JWST, maar ook van andere telescopen zoals de ALMA en de Extremely Large Telescope. Toen ‘ie klaar was gingen een aantal Huygenisten nog even ‘het echte werk doen’, waarnemen dus met de verenigingstelescoop. Maar na een kwartiertje kwamen ze weer binnen, want de weergoden waren ons niet echt goed gezind.

Lezing: 400 jaar de telescoop

historische telescoopKomende vrijdag 13 februari (woehahaha… geen ongeluksdag hoor) houdt Kees Kwakernaak een lezing bij sterrenkundevereniging Christiaan Huygens over de geschiedenis van de telescopen. Even een tipje van de sluier van wat Kees allemaal gaat vertellen: In 1609 richtte Galileo Galileï als eerste een telescoop naar de sterren. De waarnemingen van Jupiter en zijn manen en zon, maan en sterren leidde tot een revolutie in ons wereldbeeld. Steeds grotere instrumenten waren nodig om nieuwe ontdekkingen van antwoorden te voorzien en … om nieuwe ontdekkingen te doen. Naast grotere telescopen werden ook andere vormen van straling benut om de beschrijving van het heelal te vervolmaken. In deze lezing worden in vogelvlucht de historische ontwikkelingen gepresenteerd en een beeld geschetst van toekomstige ontwikkelingen.
Kortom, iedereen is welkom om vrijdag de geschiedenis van de telescopen gepresenteerd te krijgen. Vanaf 20.30 uur gratis en voor niks! Meer info: Christiaan Huygens.

Was Lipperhey wel de uitvinder van de telescoop?

Omslag van History Today

Omslag van History Today

Afgelopen donderdag was het exact 400 jaar geleden dat Hans Lipperhey als eerste een telescoop presenteerde aan prins Maurits en er patent op aanvroeg. Laat nou twee dagen later het droevige nieuws tot mij gekomen zijn dat dàt verhaal misschien niet klopt. 8-O In de oktoberuitgave van het blad History Today beweert de Engelse historicus Nick Pelling namelijk dat een Spaanse1 brillenmaker, genaamd Juan Roget, de telescoop vijftien jaar eerder al had uitgevonden. Vreemd was altijd al dat Lipperhey’s vinding, nadat hij op 2 oktober 1608 daarvoor octrooi had gekregen, binnen twee weken met succes werd aangevochten door twee andere brillenmakers2. Dat in korte tijd drie ‘uitvinders’ een ontdekking claimen is opmerkelijk. Vandaar dat Pelling op onderzoek uitging en hij stuitte per toeval op de tekst van een vergeten radiouitzending uit 1959. Daarin verteld de inmiddels overleden José Maria Simón de Guillema, amateurhistoricus en verzamelaar van optische instrumenten, over een Italiaans boek uit 1609 van ene Girolamo Sirtori. Volgens dat boek zou Roget de echte uitvinder van de telescoop zijn. De Guillema ontdekte een overlijdensakte van de vrouw van Roget en informeerde over familieleden in Barcelona die ook lenzenmaker waren geweest. Tenslotte speurde hij in oude testamenten uit het gebied naar het woord ulleras, een Catalaans woord dat oogglas en later ook telecoop betekende. De vroegste verwijzing stamt van 10 april 1593 als ene Don Pedro de Carolona een ‘met koper versierd lang oogglas’ naliet aan z’n echtgenote. Pelling zegt in z’n artikel in History Today dat dit oogglas niet per sé een telescoop hoeft te zijn geweest, maar dat het ook een bril met een lange draaghandel kan zijn geweest. Over de Hollandse uitvinders is Pelling niet zo mild:

Even at the time, I think it was clear that all the Dutch claimants were lying, misleading, misremembering and concealing to various degrees.
Nick Pelling.

Oeps, da’s hard! Hier zal het laatste woord niet over gezegd zijn. ;-) Bron: NRC-Handelsblad, 27 september 2008.

Noot:
  1. Op deze Wikipediapagina wordt Roget vreemd genoeg een Bourgondiër genoemd. Sirtori zou Roget in Girona, Catalonië hebben ontmoet. Misschien dat dáár de verwarring zit en dat Pelling een fout maakt. []
  2. Jacob Metius uit Alkmaar en Zacharias Jansen, de buurman van Lipperhey uit Middelburg. []

Precies 400 jaar geleden telescoop uitgevonden

brillenmaker Hans Lipperhey

brillenmaker Hans Lipperhey

Het is vandaag precies 400 jaar geleden dat in Middelburg de telescoop werd uitgevonden. Tatatatatááá :-D Op 25 september 1608 vraagt de in Middelburg woonachtige brillenmaker Hans Lipperhey bij het dagelijks bestuur van de Staten van Zeeland een introductiebrief voor de Staten Generaal van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Met deze aanbevelingsbrief op zak demonstreerde hij aan Prins Maurits van Oranje een ‘buyse waarmee men verre kan sien’ en vroeg hij patent aan voor zijn vinding. Met deze eenvoudige ‘Hollandse kijker’, een buis met twee lenzen, kon Prins Maurits vanuit Den Haag op de kerktoren van Delft aflezen hoe laat het was. Prins Maurits en enkele hoge diplomaten, die bij elkaar waren voor onderhandelingen voor het Twaalfjarig bestand in de Tachtigjarige oorlog, zagen meteen het militaire belang van deze uitvinding. Ondanks de grote belangstelling voor zijn uitvinding kreeg Lipperhey geen patent, omdat de vinding te makkelijk na te maken was en het instrument al bij anderen bekend zou zijn. Zo maakte bijvoorbeeld ook Zacharias Jansen, een andere Middelburger en bijna buurman van Lipperhey, aanspraak op de uitvinding. Hoewel het patent werd afgewezen, was het de start van de wereldwijde verspreiding van wat wij later de telescoop zullen noemen. Nou, de rest van het verhaal kennen we inmiddels wel. In 1609 hoorde Galileo Galilei van Lippershey’s uitvinding en hij bouwde zijn eigen telescoop. Galilei richtte voor het eerst een telescoop op de hemel en voila… ging er met de eer vandoor. :evil: Bron: Nova.

‘Hallo Petrus, Hier Aarde. Ontvangt U mij?’

Hallo Petrus
:-) Het zijn de telescopen van ESO’s Very Large Telescope op Mount Paranal in Chili. ESO sterrenkundige Yuri Beletsky nam de foto’s. Met een laserlicht wordt het gemakkelijker om de techniek van de adaptieve optiek toe te passen. Bron: Adaptive Optics.

Switch to our mobile site