9 februari 2012

Nodige kritiek op Penrose’s cyclische kosmologie

Ringen in de kosmische microgolf-achtergrondstraling

Een poosje terug kwamen de beroemde wis- en natuurkundige Roger Penrose en z’n collega Vahe Gurzadyan met een artikel waarin ze beweren in de gegevens van de WMAP-satelliet aanwijzingen te hebben gevonden voor het voorkomen van concentrische ringen in de kosmische microgolf-achtergrondstraling, gebieden waar de temperatuur een fractie lager is dan elders. Die straling is het restant van de hete oerknal, waarmee 13,7  miljard jaar geleden het heelal ontstond. Satellieten als COBE en WMAP hebben die straling uitgebreid onderzocht en momenteel is hun ‘collega’ Planck daarmee bezig. Zo sterk als de ringen in de afbeelding hiernaast te zien zijn is overdreven, maar Penrose en Gurzadyan denken wel degelijk een anisotropie gevonden te hebben, die boven de ruis – ‘Gaussian random noise’ in natuurkundetaal – uitsteekt. Het duo praat over de Conformal Cyclic Cosmology (CCC) en één van de kerngedachten daarin is dat die ringen een soort van overblijfsel zijn van het vorige heelal. Inmiddels is er van andere wetenschappers de nodige kritiek losgebarsten op de CCC-theorie. Onder andere van I. K. Wehus en H. K. Eriksen, die betogen de ringen ook te hebben gezien. Maar zij denken die volledig met ‘ΛCMD’ te kunnen verklaren, hèt meest aanvaarde kosmologische model, waarin donkere energie (Λ, da’s Einstein’s Kosmologische Constante) en koude donkere materie (CDM in ‘t engels) voorkomen. [Lees meer...]

Fermi ontdekt gigantische gasbellen aan weerszijden van de Melkweg


Onderzoek met de gammasatelliet Fermi van de NASA heeft laten zien dat onder en boven het vlak van de Melkweg, aan weerszijden van de kern daarvan, gigantisch grote gasbellen zitten, die zich verraden door de gamma- en röntgenstraling die ze uitzenden. Iedere bel is wel zo’n 25.000 lichtjaar in doorsnede, een kwart van de gehele doorsnede van het Melkwegstelsel. De oorsprong is vermoedelijk gelegen in de kern van de Melkweg, maar of er sprake is geweest van een vroegere eruptie van het superzware zwart gat aldaar óf dat zich een enorme stervormingsgolf heeft afgespeeld is op dit moment niet bekend. Beiden zouden de uitstoot van het gas tot gevolg kunnen hebben. De twee gasbellen zijn ontdekt door sterrenkundige Doug Finkbeiner en z’n studenten Meng Su en Tracy Slatyer van het Harvard-Smithsonian Center for Astrophysics in Cambridge, VS. Met Fermi’s Large Area Telescope (LAT) tuurden zij de hemel af op zoek naar gammastraling. Probleem voor het drietal was dat de gehele hemel doordrenkt is van een achtergrond van gammastraling, de zogenaamde diffuse emissie. Door erin te slagen die ‘gamma-mist’ af te trekken van de totale gammastraling die ze waarnamen hielden Finkbeiner en z’n twee studenten de twee gasbellen over.

 Deze afbeelding is vandaag ook Astrophoto of the Day.  In juni berichtte ik overigens ook al over de ontdekking - zucht, ‘t is dus eigenlijk oud nieuws  – maar inmiddels is er een bevestiging door andere satellieten, o.a. van röntgenstraling afkomstig van de rand van de gasbellen, gezien door de Duitse ROSAT. Ook heeft men met NASA’s Wilkinson Microwave Anisotropy Probe (WMAP) radiostraling gezien die uit hetzelfde gebied aan de hemel afkomstig is. Dus toch een tikkeltje nieuw nieuws. :bron: Bron: Universe Today.

Het oppervlak van de laatste verstrooiing


Dat klinkt toch wel een tikkeltje mysterieus, nietwaar? “Het oppervlak van de laatste verstrooiing”, in het Engels The surface of last scattering. Nee, het heeft niets met verstrooiing zoeken, met afleiding, amusement, vermaak te maken, waar de term gewoonlijk op slaat. Ik heb het over de natuurkundige verstrooiing, “het golfverschijnsel dat optreedt bij golven of deeltjes die ‘onregelmatigheden’ tegenkomen en daardoor van hun oorspronkelijke richting afwijken” – aldus Wikipedia. Tot 379.000 jaar na de oerknal werden de fotonen verstrooid door de kriskras door elkaar bewegende protonen en electronen, die een heet, ondoorzichtig plasma vormden. Toen, op dat magische moment  379.000 A.O. (Anno Oerknallini, 13,75 miljard jaar geleden), werd de temperatuur van het heelal door de voortdurende expansie zo laag dat protonen en electronen zich aan elkaar gingen koppelen en neutraal waterstofgas gingen vormen. Toen hield de verstrooiing op, die de fotonen 379.000 jaar lang weerhield ongehinderd hun weg te vervolgen. Toen werden de fotonen als ‘t ware losgelaten door de electronen en protonen, ‘decoupling’ heet dat in ‘t Engels. Toen waren er in de zee van  fotonen al zeer minimale temperatuursverschillen aanwezig, welke Anno nu (2010 Anno Domini, oftewel 137500002010 A.O.) na de nog verdere afkoeling variëren tussen 2,7251 en 2,7249 Kelvin. Toen was… het oppervlak van de laatste verstrooiing. Dàt magische moment, toen al die ‘toens’ van hierboven plaatsvonden, dàt moment is gefotografeerd. Eerst door COBE, toen door WMAP – diens foto ervan zie je hierboven – en momenteel door Planck, drie satellieten die maar voor één doel gebouwd zijn en dat is de Kosmische Microgolf-achterstraling te onderzoeken, op z’n Engels de Cosmic Microwave Background (CMB). Die straling is opgebouwd uit de fotonen die 13,75 miljard jaar geleden voor het laatst verstrooid werden en die vervolgens hun weg konden vervolgen, richting de telescopen in die satellieten. Is dat niet prachtig? :bron: Bron: o.a. Wikipedia.

Hoe zit dat nou met die grafbaan?

Zo komt een satelliet in z'n grafbaan ('burn 1')

Gisteren vertelde ik jullie dat na negen jaar van trouwe dienst NASA’s WMAP satelliet gestopt is met actieve dienst en dat ‘ie naar een oneerbiedig klinkende ‘grafbaan’ is gevlogen. Over die grafbaan (‘graveyard orbit’) wil ik nog even iets meer vertellen. Zoals bekend cirkelen er om de aarde tienduizenden satellieten, in allerlei soorten van banen, zoals de geostationaire banen – waarbij ze net zo snel roteren als de aarde zelf en dus relatief stilstaan aan de hemel – en de geosynchrone banen. WMAP had zo’n geosynchrone baan. Hij bevond zich met vele andere satellieten in het zogenaamde Lagrangepunt L2 en daar kon hij door de zwaartekrachtswerking van zon en aarde een vaste relatieve positie behouden ten opzichte van diezelfde zon en aarde. Dat betekent dat één keer per dag iemand op een vaste plaats op de evenaar telkens op hetzelfde tijdstip L2 recht boven zich heeft. 

Waarom moeten satellieten naar de grafbaan?

Afijn, nou de hamvraag: waarom moeten satellieten naar de grafbaan? Nou simpel, net als met auto’s, wasmachines en andere apparaten die één dag na het verstrijken van de garantie kapot gaan: ook satellieten gaan kapot en dan kunnen ze een risico vormen voor de nog actieve satellieten in hun buurt. Om het zo ver niet te laten komen worden ze na het verstrijken van hun wetenschappelijke periode, als de motor het nog (hopelijk) gewoon doet, naar een grafbaan gevlogen. Die ligt meestal een paar honderd km verder van de aarde. Het exacte hoogteverschil kan je met de formule hiernaast uitrekenen. De hoeveelheid brandstof die nodig is om een satelliet naar z’n grafbaan te krijgen is gelijk aan de hoeveelheid benodigd om de satelliet drie maanden in z’n ‘actieve plek’ te houden. Een grafbaan wordt officiëel een supersynchrone baan genoemd en soms spreekt men ook wel van een afvalbaan. Goh, alsof je bij de afvalverwerking werkt, zo lijkt het. Recent is er overigens op gewezen dat de satellieten in de grafbaan toch een risico blijven vormen. Ze vallen daar namelijk langzaam uit elkaar doordat ze worden bestookt door micrometeorieten en het afval wat daardoor ontstaat valt weer terug in de lagere banen, waar het alsnog een risico voor actieve satellieten vormt. Zucht… :bron: Bron: Wikipedia.

Snif snif, WMAP is met pensioen

De WMAP is met pensioen


Na negen jaar van trouwe dienst is de Wilkinson Microwave Anisotropy Probe (WMAP) uitgetreden uit actieve dienst en gedirigeerd naar de status van gepensioneerde satelliet. De WMAP-satelliet, die ons onschatbare informatie over de kosmische microgolf-achtergrondstraling heeft gegeven, het koude overblijfsel van de oerknal waarmee 13,7 miljard jaar geleden het heelal begon, heeft op 8 september j.l. z’n motoren aangezet, waarmee hij richting een soort van parkeerbaan rondom de zon terechtkwam. Tot 20 augustus vergaarde WMAP nog data over de 2,7 K ‘warme’ achtergrondstraling, maar sindsdien is de wetenschappelijke waarde van WMAP over en uit. Dat waarnemen deed ‘ie vanaf het zogenaamde Lagrangepunt L2, een punt 1,5 miljoen km vanaf de aarde, waar de satelliet ongehinderd kon waarnemen. In L2 bevindt zich ook de opvolger van WMAP, Planck, wiens sensoren nog véél krachtiger zijn en waarvan de verwachtingen hoog zijn om in die CMB, zoals de Engelse afkorting van die kosmische straling luidt, de directe ‘vingerafdrukken’ van de oerknal te zien. Op het podium van de Astroblogs heb ik jullie eerder de resultaten laten zien van de WMAP na vijf jaar en na zeven jaar, resultaten die overduidelijk laten zien dat ons heelal voor slechts 4,6% uit gewone atomen bestaat, waar dingen zoals sterren, planeten, jij en ik uit bestaan. De rest is donkere materie en donkere energie, het geheimzinnige spul waar nog nooit iemand één gram van heeft gezien. Ook bracht WMAP de minieme temperatuursverschillen in de achtergrondstraling in beeld, waarmee je het heelal ziet exact 376.971 jaar ná de oerknal. De WMAP is na de ontbranding van z’n motoren op 8 september gedirigeerd na een zogenaamde grafbaan rondom de zon, een nogal onsmakelijk klinkende naam voor een baan waar ‘ie geen risico meer vormt voor de nog werkende satellieten in L2, zoals Planck en Herschel. WMAP, het gaat je goed in die grafbaan en bedankt voor al je werk! :bron: Bron: Cosmic Variance.

Creeërden kosmische bellen koude plekken na de oerknal?

Voorbeeld van een WMAP cold spot

In 2004 werd met de in 2001 gelanceerde Wilkinson Microwave Anisotropy Probe (WMAP) ontdekt dat er in de cosmic microwave background (CMB), de kosmische fotonachtergrond die het overblijfsel is van de hete oerknal waarmee het heelal 13,7 miljard jaar geleden ontstond, koude plekken voorkwamen. De WMAP cold spots worden ze genoemd en eentje ervan bleek overeen te komen met een enorme leegte in het sterrenbeeld Eridanus, waar zich bijna geen sterrenstelsels bevinden. De grote vraag was wat die koude plekken precies zijn en hoe ze ontstaan zijn. Een groepje sterrenkundigen onder leiding van Niayesh Afshordi (Perimeter Institute for Theoretical Physics in Waterloo, Ontario, Canada) denkt ‘t antwoord gevonden te hebben.

Kosmische bellen bij de oerknal

In een onlangs gepubliceerd onderzoek schrijven Afshordi en z’n collegae dat de oerknal waarmee het heelal onstond niet uniform was. Er waren gebieden die afweken van de rest van het heelal qua energiedichtheid en die een belvormige structuur hadden. In de kortstondige inflatieperiode kort na de oerknal moesten die kosmische bellen al bestaan hebben en gezorgd hebben voor een niet-uniforme expansie van het heelal. Als we vanaf de Aarde kijken naar de CMB, welke ons een blik geeft zoals het heelal er 380.000 jaar na de oerknal uitzag, en tussen ons en de CMB zit het restant van zo’n kosmische bel dan zou dat een cold spot te zien geven. Men hoopt uit de waarneemgegevens van de Europese Planck satelliet, die momenteel de CMB nóg nauwkeuriger onderzoekt dan de WMAP, te kunnen afleiden of die kosmische bellen inderdaad bestaan. We wachten ’t geduldig af. :bron:  Bron: New Scientist.

Donkere materie en -energie liggen onder vuur

WMAP-kaart van de CMB mèt de radiobronnen van Shanks en Sawangwit

Hèt model dat volgens de meeste sterrenkundigen het heelal het beste beschrijft is het ΛCDM-model, waarin Λ (Lamda=donkere energie) en CDM (cold dark matter, donkere materie) de dienst uitmaken. Maar volgens twee sterrenkundigen van de Durham Universiteit, Utane Sawangwit en Tom Shanks, is het helemaal niet zeker dat dàt model correct is. Sterker nog, het zou volgens dit tweetal wel eens kunnen zijn dat donkere materie en donkere energie helemaal niet bestaan. 8-O Voor dat ΛCDM-model hebben de waarnemingen van de WMAP-satelliet1 aan de Kosmische Microgolfachtergrondstraling – in het Engels de Cosmic Microwave Background (CMB) radiation – aan de basis gestaan. Die waarnemingen lieten kleine temperatuursverschillen zien tussen verschillende gebieden aan de hemel, ‘koude’ en ‘warme’ gebieden, en al die gebieden hadden een omvang van ongeveer 1 graad, da’s twee keer de diameter van de Maan. Díe waarneming leidde de sterrenkundigen tot de verdeling van 4% gewone materie, 22% donkere materie en 74% donkere energie in het heelal. Maar wat is volgens Sawangwit en Shanks nou het geval: hun waarnemingen aan ver weg gelegen radiobronnen – in de afbeelding weergegeven met kleine witte cirkels - laten zien dat er sprake is van een soort van uitsmeren van de fotonen van de CMB, met als gevolg dat de koude en warme gebieden daarin groter lijken dan ze zijn. Met andere woorden: die 1° is sterk overdreven, de ‘rimpels’ in de CMB zijn in werkelijkheid veel kleiner en dús is volgens hun logica die 4%-22%-74%-verdeling onjuist. [Lees meer...]

Noot:
  1. Da’s de Wilkinson Microwave Anisotropy Probe. []

De zoektocht naar primordiale zwaartekrachtsgolven

De zwaartekrachtsgolven in de CMB

Albert Einstein voorspelde in 1916 op grond van zijn Algemene Relativiteitstheorie (ART) dat zwaartekrachtsgolven kunnen bestaan, rimpels in de ruimtetijd die ontstaan door de gravitationele werking van grote massa’s. Er zouden twee varianten van de zwaartekrachtsgolven zijn: de primordiale zwaartekrachtgolven, stammend uit de allereerste fase van de oerknal, waarmee 13,75 miljard jaar geleden het heelal ontstond, en ‘stellaire’ zwaartekrachtsgolven, die ontstaan door bijvoorbeeld botsende zwarte gaten. In een recent artikel in het vakblad Science beschrijven Lawrence Krauss (Arizona State University) en enkele collegae de mogelijkheid om die primordiale zwaartekrachtsgolven te ontdekken. Dat zou kunnen door te kijken naar de polarisatie in de kosmische microgolf-achtergrondstraling (CMB1 ), het tot een temperatuur van 2,7 K afgekoelde restant van de hete oerknal. In de straling was eerder al door de WMAP-satelliet polarisatie ontdekt, de zogenaamde E-mode polarisatie, maar die ontstond 380.000 jaar ná de oerknal en heeft geen relatie met de zwaartekrachtsgolven. Wàt de kosmologen zoeken is de B-mode polarisatie, die anders van vorm is dan de E-mode polarisatie en die in theorie door de opvolger van de WMAP, de vorig jaar mei gelanceerde Europese Planck-satelliet, waargenomen kan worden. Krauss denkt dat in de vroegste fase van het heelal twee processen primordiale zwaartekrachtsgolven veroorzaakt kunnen hebben: de inflatie van het heelal en de fase-overgangen die toen plaatsvonden. In de afbeelding zien we de gemeten temperatuursvariatie en de E-mode polarisatie in de CMB én de berekende, maar nog niet waargenomen, B-mode polarisatie. Over enkele maanden is Planck klaar met z’n onderzoek aan de CMB. Kijken of ‘ie inderdaad de primordiale zwaartekrachtsgolven kan zien en àls dat gebeurt of Planck het eerste apparaat is dat de Nobelprijs voor de Natuurkunde krijgt. Bron: Science Daily.

Noot:
  1. De Cosmic Microwave Background. []

Alleen voor de hardcore WMAP-fetisjisten

De meesten van jullie zullen er niet warm of koud van worden, maar voor degenen die àlle details willen weten van de waarnemingen die de WMAP de afgelopen 7 jaar heeft gedaan aan de kosmische achtergrondstraling, restant van de oerknal, volgen hier de links naar dè wetenschappelijke publicaties:

Woehaha, lees en huiver. :-D Het mooie van al die vlijmscherpe waarnemingen door de WMAP aan de kosmische straling is trouwens de constatering dat er daarboven in de ruimte in Lagrangepunt L2 een satelliet zweeft die momenteel data aan het verzamelen is over diezelfde straling en dat die nog véél scherper kan zien dan WMAP: de Planck-satelliet. 8-O Ik kan bijna niet wachten tot díe data gepubliceerd wordt. Bron: Universe Today.

Het resultaat van zeven jaar turen naar de oerknal

De kosmische microgolf-achtergrondstraling

Enkele weken geleden werden de resultaten bekendgemaakt van zeven jaar onafgebroken turen naar de oerknal door de WMAP, de Wilkinson Microwave Anisotropy Probe, de in 2001 gelanceerde satelliet die tot taak heeft de temperatuurfluctuaties van de kosmische achtergrondstraling in kaart te brengen. Die straling heeft een gemiddelde temperatuur van 2,7 graad boven het absolute nulpunt en het is het overblijfsel van de hete straling van die oerknal. Bijna twee jaar terug kon ik jullie de zogenaamde vijf-jaar-data van WMAP laten zien, in de vorm van een Curriculum Vitae van het heelal. Nu, februari 2010, kan dat beeld op onderdelen worden gecorrigeerd en heeft men ook geheel nieuwe inzichten in die oerknal. Even kort de belangrijkste resultaten van zeven jaar onderzoek door de WMAP aan de kosmische achtergrondstraling op een rijtje:

  • Ten eerste zijn enkele parameters van het heelal scherper gesteld: het heelal is 13,75 (± 0,11) miljard jaar oud. Het heelal bestaat voor 72,8% (± 1,5%) uit donkere energie, 4,56% (± 0,16%) uit gewone materie en voor 22,7% (± 1,4%) uit koude donkere materie. Genoteerd?
  • Voor het eerst heeft men aanwijzingen voor oer-helium gevonden, helium dat enkele minuten na de oerknal is ontstaan. Het meeste helium in het heelal stamt uit die tijd, maar lastig is om het te onderscheiden van helium dat door waterstofverbranding in sterren zoals de Zon ontstaat. Tot nu toe mat men de heliumhoeveelheid in zeer oude sterren, om te achterhalen hoeveel helium er vóór deze sterren moet zijn geweest, maar dit keer heeft WMAP ìn de kosmische achtergrondstraling de invloed van het oerhelium gedetecteerd.
  • WMAP is iets meer te weten gekomen over de inflatie, de kortstondige versnelling in de expansie van het vroege heelal. Het blijkt dat de inflatie er voor heeft gezorgd dat de grootschalige fluctuaties in de achtergrondstraling iets intenser waren dan de kleinschalige. Zegt wellicht weinig, maar weet dat de (super-)clusters van sterrenstelsels een direct product zijn van die fluctuaties.
  • De door WMAP waargenomen polarisatie en temperatuurverdeling in de warme en koude plekken van de kosmische achtergrondstraling is precies conform de theorisch voorspelde waarden. Hieronder zie je ‘t in beeld gebracht

  • Met WMAP heeft men het zogenaamde Sunyaev-Zel’dovich (SZ) effect1 gemeten in de Comacluster van sterrenstelsels, maar de hoeveelheid is afwijkend van de theoretische modellen.
  • Tenslotte heeft men op basis van de waarnemingen berekend dat er maximaal 4,34 soorten neutrino’s kunnen bestaan. Goh, nooit geweten dat er niet-integere hoeveelheden soorten elementaire deeltjes kunnen voorkomen. Voor de duidelijkheid: er zijn op dit moment drie soorten neutrino’s bekend. Er kunnen dus nog 1,34 soorten neutrino’s ontdekt worden. :-)

Afijn, hoofdconclusie van de gepubliceerde zevenjaarsdata van WMAP is dat het zogenaamde ΛCDM-model staat als een huis. Da’s het model waarin donkere energie voorkomt in de vorm van Λ, oftewel lambda, de ooit door Albert Einstein geïntroduceerde Kosmologische Constante, en CDM, koude donkere materie. Bij dat laatste moet je denken aan WIMP’s, de weakly interactive massive particles. Eh… ‘t is al laat, dus ik ga een volgende keer wel verder met deze zeer boeiende materie. Morgen zal ik jullie ‘vermoeien’ met de zes wetenschappelijke artikelen over de laatste WMAP-data. Bron: Universe Today + WMAP.

Noot:
  1. Door dit effect reageren fotonen van de kosmische achtergrondstraling (CMB) met electronen in het hete gas in die clusters. Door de interactie tussen fotonen en electronen wordt de CMB in de richting van de sterrenstelsels met het hete gas verstoort en dat zou in de vorm van ’schaduwen’ van de CMB te zien moeten zijn. []

Switch to our mobile site