11 februari 2012

Grootste zonnestorm sinds 2005 onderweg naar de aarde

De M9-zonnevlam die vandaag door de zon werd geproduceerd

Vanmorgen om 04.59 uur Nederlandse tijd zag NASA’s Solar Dynamics Observatory (SDO) dat er vanuit zonnevlek 1402 een grote zonnevlam werd geproduceerd, die vergezeld werd door een uitbarsting van geladen deeltjes, een zogenaamde Coronal Mass Ejection (CME). Die CME is onderweg naar de aarde en de verwachting van het National Oceanic and Atmospheric Administration (NOAA) is dat de storm op dinsdag 24 januari om 15.00 uur Nederlandse tijd zal aankomen. Naast de SDO werd de zonnestorm ook waargenomen met andere sondes, de Solar Heliospheric Observatory(SOHO) en de beide Stereo sondes. Volgens het NOAA is de zonnestorm – die van klasse M9 is – de grootste storm sinds mei 20051. De geladen deeltjes van de CME zijn electrisch geladen en die zullen vooral in interactie raken met het magnetische veld van de aarde in het noorden. Dat maakt niet alleen de kans groot dat we Noorderlicht mee kunnen maken – zoals afgelopen weekend ook al op noorderlijke breedtegraden te zien was na een eerdere storm uit dezelfde zonnevlek – maar ook dat satellieten hinder zullen ondervinden van de storm en dat het communicatieverkeer verstoord zal worden. Zodra ik meer weet over de kans dat we ook in Nederland noorderlicht (aurora) mee kunnen maken zal ik jullie dat laten weten. Hieronder videobeelden in verschillende golflengtes van de zonnevlam van vanmorgen.

:bron: Bron: Space.com.

Noot:
  1. Er zijn na 2005 veel grotere zonnestormen geweest, ook van de zwaardere X-klasse – zoals deze storm in augustus 2011 – maar ik denk dat het NOAA de grootste storm bedoeld die onderweg naar de aarde is. []

Een joekel van een zonnevlek verschenen: AR 1339


Hij heet AR 1339 en z’n afmetingen zijn 80.000 bij 40.000 km. We hebben het over een gigantische zonnevlek, die vandaag aan de noordoostelijke rand van de zon tevoorschijn kwam en die direct door NASA’s Solar Dynamics Observatory (SDO) opgemerkt werd. De grootste zonnevlek die ze in jaren hebben gezien, eentje waarvan de donkere kernen – de zogenaamde umbra’s – al groter zijn dan de aarde. Zonnevlekken als AR 1339 kunnen ook zonnevlammen produceren en eventueel ook daarbij behorende uitstoten van geïoniseerd gas, de Coronal Mass Ejections (CME’s). Deze kunnen op hun beurt weer leiden tot mogelijke verhoogde activiteit van het noorderlicht en tot verstoring van de telecommunicatie. Op 2 november was er al een kleine M4 zonnevlam van AR 1339. De zonnevlek is gemakkelijk in kleine telescopen of verrekijkers te zien, mits voorzien uiteraard van de noodzakelijke filters om het felle en voor je ogen schadelijke licht van de zon te verminderen.

Studies wijzen op afnemende activiteit van de zon

Een zonnevlek - tikkeltje overdreven qua kleur - met de aarde op dezelfde schaal, ter vergelijking

Sedert 1611 wordt in de gaten gehouden of op het zonsoppervlak zonnevlekken zichtbaar zijn. Uit die eeuwenlange studie is naar voren gekomen dat de zon een periode van 11 jaar kent, waarin afwisselend een maximum en vervolgens een minimum in de activiteit optreden, zichtbaar in veel respectievelijk weinig zonnevlekken. In 2008 was er een héél lang durend minimum, gekenmerkt door weinig of geen zonnevlekken. Inmiddels is de zon weer behoorlijk actief aan het worden – onder andere merkbaar aan zonnevlammen en protuberansen, zoals het fraaie exemplaar dat vorige week woendag verscheen – en dat zal leiden tot een nieuw maximum van de huidige cyclus #24 in 2013. Máár – yep, daar komt weer een máár – met dát maximum en volgende maxima zal vermoedelijk iets aan de hand zijn. Drie onafhankelijke onderzoeken hebben namelijk uitgewezen dat er grote kans bestaat dat de zon te maken heeft met een verminderde activiteit. Het langdurige minimum van 2008 – dat een poos in 2009 doorliep – was daar al een voorbode van en het zou goed kunnen dat de zon in 2013 geen krachtig maximum te zien geeft. Vijf en een half jaar na dat maximum zal het volgende minimum vallen, gevolgd door de start van de 25e zonnecyclus. De onderzoekers voorspellen dat die start pas ergens in 2021 of zelfs 2022 zal beginnen óf dat er helemaal geen volgende cyclus start! De zon zou dan in een soort van stilstand terechtkomen, een verschijnsel dat we tussen 1645 en 1715 ook al een keertje meemaakten, het zogenaamde Maunder minimum. Dat leidde toen tot de ‘Kleine IJstijd’, zichtbaar op de talloze winterse taferelen van de Hollandsche Meestersch. De drie verschillende studies hebben ieder op hun eigen wijze beredeneerd waarom de zon minder actief aan het worden is. Bij de ene werd gekeken naar torsionale oscillaties, stromingen van heet plasma diep in het inwendige van de zon, bij de volgende werd de sterkte van zonnevlekken in de afgelopen cycli onderzocht en in de laatste studie was de corona van de zon het studieobject, z’n loeiendhete atmosfeer. Alle drie de onderzoeksgroepen presenteerden vandaag hun bevindingen op een bijeenkomst van de afdeling zonnefysica van de American Astronomical Society (AAS) op de New Mexico State University in Las Cruces. Hier nog een video over de afnemende zonneactiviteit:

:bron: Bron: Space.com.

zonnevlekgroepen 1226 en 1227 een paar dagen verder

Afgelopen maandag fotografeerde Paul Bakker twee fraaie zonnevlekkengroepen aan de rand van het zonsoppervlak, #1226 en #1227. Beiden werden ook door André v.d. Hoeven gefotografeerd en wel op woensdag 1 juni, dus twee dagen later:

Je ziet overigens bovenin nog andere groepen. Welke dat zijn zie je hieronder aangegeven, geplukt van Spaceweather. Ik zie alleen #1224 nergens meer, maar dat kan André wellicht uitleggen.

Zo, de zon begint nu lekker op stoom te komen. Heerlijk!

Het deepsky-seizoen is gesloten, het zomerseizoen is geopend!


Het is maar dat jullie het weten: het deepsky-seizoen is gesloten, het zomerseizoen geopend! Korte nachten, lange dagen, je kent het wel. Aldus Paul Bakker gisteren in een mailtje aan diverse kennissen, waarin hij meedeelde maandag de tropische zon te hebben waargenomen. En met goed gevolg, want bovenstaande fraaie opname is daar het resultaat van. Paul – hier op de Astroblogs ook wel bekend als Mount Paulomar – zag zonnevlekgroepen 1226 en 1227 door zijn kleine 80mm William Optics refractor met een 2,5x Barlow. De camera is een DMK21AU04. Hij maakte er 800 opnames mee, welke vervolgens werden gestackt met Registax. Verder ‘rommelde’ hij wat in Photoshop- woehahaha. Zeker ook die rand erbij verzonnen? :-)

Cool, de geboorte van een zonnevlek in beeld gebracht

Met behulp van het Solar Dynamics Observatory (SDO) van de NASA heeft men de geboorte van een zonnevlek vanaf het begin in beeld gebracht. Tussen 7 en 20 februari 2011 werd door de SDO, welke op 11 februari 2011 werd gelanceerd, met de Helioseismic and Magnetic Imager (HMI) de zon bestudeerd en dat leverde de volgende schitterende video op – let vooral op wat er na 18 seconden gebeurt:

Wat je in dat korte filmpje ziet heeft zich dus in bijna twee weken voltrokken, even voor de duidelijkheid. Zonnevlekken zijn gebieden op de zon waar het ongeveer 1000 tot 1500 graden ‘kouder’ is dan in de omgeving, waar het normaal zo’n 5800 K is. Door dat temperatuursverschil steken ze donker af tegenover hun omgeving. Kenmerkend voor een zonnevlek is de donkere kern, de umbra genaamd, en de ‘oranje’ buitenrand, de penumbra. Beiden zie je mooi in beeld in de video. :bron: Bron: Bad Astronomy.

The sun is back, big time!!

Ofwel een keiharde hanenkraaiende wake up call voor al die zonne-aanbidders die vanwege dat ogenschijnlijk eeuwig aanhoudende zonnevlekken-minimum een beetje in slaap zijn gesukkeld. Enne….met zonne-aanbidders bedoel ik NIET de toplos, factor 100 smerende, kuilengravende zon-aanbiddende medemensch maar wel de door een goed afgefilterde (Zonnewaarnemingen kunnen gedaan met niet deugdelijke zonnefilters LEVENGEVAARLIJK zijn!!!) telescoop glurende homo sapiens. Onder die een beetje erg ingesukkelde amateur-astronomen bevond zich tot een paar dagen geleden ook den schrijver dezes…..tot..hij een e-mailtje kreeg van astro-collega Wim of ik wel wist hoe druk het was op de Zon deze dagen!! Zo….da’s niet mis….drie hele grote groepen maar liefst plus zeker één enorm fakkelveld zichtbaar aan de zonne-rand, erg mooi en zeer zeer fotogeniek!! Het zonneplaatjes maken doe ik voor de verandering eens even niet met de webcam maar met de (ouderwetse??) oculairprojectie-methode en de Canon 1000 Digitale camera. Middels het nodige aan astrofotografisch “loodgieterswerk” laat ik een 25mm orthoscopische oculair het zonsbeeld op de camerasensor projecteren. Met oculairprojectie kan je kunstmatig de brandpuntsafstand en dus de afmetingen van het zonsbeeld vergroten. Door te varieren met oculairen en projectie-afstanden kun je de afbeeldingsgrootte op de sensor te beinvloeden afhankelijk of je een detailplaatje wil of een groter overzicht. Deze methode is iets minder (computer) arbeidsintensief omdat je geen laptop nodig hebt voor de opname en je hoeft niet eerst die hele reeks afbeeldingen (een filmpje genaamd AVI-file), ook weer met de computer en het programma REGISTAX te bewerken tot één plaatje……die je vervolgens nog met photoshop verder kan bewerken tot het “finale plaatje”. Het eventuele nadeel van een paar opnames maken met oculairprojectie is dat je meer last hebt (kunt hebben) van luchtonrust omdat je maar net toevallig op het “juiste” moment (het moment van zo weinig mogelijk turbulentie!) moet afdrukken…..en da’s heel lastig, zo niet bijkans onmogelijk omdat je die luchtonrust heel moeilijk kan zien/inschatten. Met de webcam maak je gewoon een stuk of 2000 opnames achter elkaar en laat je Registax er de ultieme plaat uit pikken!! Nog even iets over dat ozo belangrijke zonnefilter: Gebruik alleen maar speciaal voor zonnewaarnemingen bestemd (objectief) filtermateriaal. Dit spul, aan te schaffen bij o.a. Stichting De Koepel, is flinterdun maar oersterk kunststof folie waar een speciaal laagje reflecterend materiaal op is aangebracht. Dit folie reflecteerd zo ongeveer 99,9 procent van het zichtbare licht…maar OOK…alle onzichtbare naar ozo schadelijke UV en Infrarood straling. Deze folie koop je gewoon als een los velletje waar je vervolgens zelf heel makkelijk een (kartonnen, aluminium, houten..etc…etc..) houder voor kunt maken die je over de VOORKANT van de lelescoop kunt/MOET plaatsen voordat je gaat waarnemen. Nog iets wat ook heel belangerijk is: ….Gebruik NOOIT zomaar je zoeker…..tenzij deze ook is voorzien van een objectieffilter!!!!!!!!!! De beste methode om je telescoop op de Zon te richten is naar de schaduw aan de onder/achterkant van je telescoop te kijken…..Als de schaduw op z’n kleinst is staat de Zon over het algemeen bijna practisch in het midden van een oculair met een lage vergroting………..een heel makkelijke maar vooral een heel ongevaarlijke methode….U bent gewaarschuwd!!! Veel zonnepret toegewenst!

Levert een zonnestorm Noorderlicht en GPS-storing op?

Afgelopen week heeft de zon een zonnevlam geproduceerd, welke mogelijk leidt tot noorderlicht dat vanavond in onze streken te zien zou zijn en tot storingen in navigatiesystemen, zoals GPS. Het gaat om zonnevlek nummer 1158, die tot twee keer toe een flinke uitbarsting te zien gaf. De 13e februari produceerde de zonnevlek een zonnevlam van de M-categorie, dat is middelmatig tot sterk, en gisteren kwam daar nog eens een vlam van de X-categorie bij, de zwaarste categorie. De eerste was M6.6 om precies te zijn, de tweede X2.2, da’s drie keer sterker dan de eerste. Het kan nog véél krachtiger, want in november 2003 zagen we een zonnevlam van de giga-gigacategorie X28. De foto hiernaast – gemaakt door het Solar Dynamics Observatory - toont die laatste vlam. Een zonnestorm bestaat uit protonen en elektronen die loskomen van de zon en met enorme snelheid de ruimte worden ingeslingerd. De deeltjes kunnen in de buurt van de polen de aarde bereiken en krijgen daar een elektrische lading. Dat kan leiden tot het bekende verschijnsel van het Noorderlicht (Aurora Borealis). Op de vraag hoe groot de kans is dat we vanavond in Nederland noorderlicht te zien krijgen wordt wisselend gedacht: in België zijn ze er vrij positief over, Nederlandse sterrenwachten zijn wat sceptischer. Nou, we wachten het gewoon af. Hieronder nog een korte video van de uitbarsting van 15 februari.

:bron: Nu.nl + Bad Astronomy.

Hinode bestudeert de poriën, afvoerputjes van de zon

Een porie tussen de granulae

Met behulp van de Japanse zonnesatelliet Hinode heeft men ontdekt dat de kleinste gaatjes op het oppervlak van de zon fungeren als een soort van afvoerputjes. Die gaatjes worden poriën genoemd en omdat ze koeler zijn dan hun omgeving steken ze donker af. Ze lijken wat dat betreft op zonnevlekken, maar die zijn een stuk groter. Poriën zijn ongeveer duizend kilometer groot, terwijl zonnevlekken tienduizenden kilometers groot kunnen zijn. Op de afbeelding zie je zo’n porie, temidden van de granulae, de convectiebellen van opstijgend heet gas. Zonnevlekken hebben een umbra, de donkere kern, en een penumbra, de iets lichtere rand. Poriën hebben geen penumbra en daarom worden ze ook wel kleine zonnevlekken genoemd. De poriën van de zon zijn eigenlijk compacte bundels van vertikaal lopende magnetische velden. Het ontstaan en verdwijnen ervan hangt samen met de turbulente bewegingen van het plaatselijke, hete zonneplasma. De op 22 september 2006 gelanceerde Hinode heeft met z’n 50 cm grootte Solar Optical Telescope (SOT) de poriën bestudeerd en daaruit blijkt dat het plasma in de poriën altijd omlaag beweegt, met een snelheid van 100 tot 500 m/s. Die poriën zijn daarmee dus een soort van afvoerputjes, wiens ontstaan en verdwijnen volgens de Japanse onderzoekers samenhangen met het versmelten van kleinere magnetische gebieden respectievelijk het afscheiden van zulke gebieden. De in de poriën gemeten magnetische veldsterkte bedraagt tussen 1100 en 1900 Gauss, een stuk lager dan van zonnevlekken. De magnetische gebieden verhinderen de convectie, die normaal gesproken de hete plasma aan het oppervlakte brengt. Daardoor komt er minder warmte uit het inwendige van de zon en lijken de poriën donkerder. De levensduur van de poriën is enkele uren, terwijl zonnevlekken maanden zichtbaar kunnen zijn. :bron: Bron: NRC-Handelsblad, 13 november 2010.

Wowie, de zon in H-alpha

Zie hier de zon zoals je ‘m waarschijnlijk nooit eerder gezien hebt:

Is ‘t geen prrrachtiggge foto? En het mooiste van dit alles is dat het geen fabrikaat van een professioneel instrument zoals SOHO of het Solar Dynamics Observatory (SDO) is, maar van een… amateur-astronoom! Yep, de beste man heet Alan Friedman, in ‘t dagelijks leven creatief met kaartenmaken bezig. In z’n vrije tijd ook astrofotograaf. En hoe! Op 20 oktober keek hij met z’n telescoop plus camera naar de zon en legde bovenstaand tafereel vast. Het grote geheim daarbij was het gebruik van een Hα (H-alpha) filter, welke alleen licht doorlaat van deze ene specifieke spectraallijn, uitgezonden door waterstof met een golflengte van 6562,8 Ångström. Hoe Friedman aan die super-resolutie gekomen is weet ik niet, maar ik weet wel dat de foto op schitterende wijze gebeurtenissen op de zon laat zien, zoals protuberansen, zonnevlammen, zonnevlekken en convectiecellen (granulae). Voor een volledige beschrijving van de foto en van enkele detailfoto’s ervan moet je de bron lezen, Phil Plait’s Bad Astronomy. En voor een grotere en nog veel mooiere versie van de foto moet je op Alan Friedman’s site wezen.

Switch to our mobile site