7 februari 2012

Sterrenkundigen zien zwart gat gaskogels de ruimte in schieten

Een internationaal onderzoeksteam, onder wie astronomen van de Universiteit van Amsterdam, de Radboud Universiteit Nijmegen en ASTRON, hebben het moment vastgelegd waarop een zwart gat in de Melkweg supersnelle ‘kogels’ van gas de ruimte in schiet. De waarnemingen zijn gedaan met NASA’s Rossi X-ray Timing Explorer (RXTE) en de VLBA-radiotelescoop en werden gepresenteerd op de 219de bijeenkomst van de American Astronomical Society in Austin, VS. De bollen van geïoniseerd gas, die met een kwart van de lichtsnelheid naar buiten razen, komen uit een gebied net buiten de waarnemingshorizon van het zwarte gat, het punt waarachter niets meer kan ontsnappen. De astronomen keken naar het dubbelstersysteem H1743-322, dat op een afstand staat van 28.000 lichtjaar in de richting van het sterrenbeeld Schorpioen, en medio 2009 uitbarstte:

Bovenste rij: de VLBA-radiowaarnemingen aan H1743-322, de middelste rij toont de RXTE-röntgenwaarnemingen en waar weer onder de bijbehorende animatie uit de video

De dubbelster bestaat uit een gewone ster en een zwart gat. De twee draaien in een aantal dagen om elkaar heen en staan zo dicht bij elkaar dat het zwarte gat continu een stroom van materie opzuigt vanaf de ster. Het stromende gas vormt een afgeplatte accretieschijf om het zwarte gat heen, die een gebied van miljoen kilometers beslaat, verscheidende malen groter dan onze zon. Als materie naar binnen wervelt, wordt het samengeperst en verhit tot miljoenen graden en gaat het röntgenstraling uitzenden. Een deel van het invallende materiaal verlaat de accretieschijf weer als een jet die in twee tegengestelde richtingen naar buiten blaast. Meestal bevat de jet een constante stroom van deeltjes, maar af en toe worden er gigantische gaskogels met een enorme snelheid weggeslingerd. Begin juni 2009 onderging H1743-322 zo’n overgang, en RXTE, VLBA en de Australia Telescope Compact Array (ATCA) legden veranderingen vast in de röntgen- en radio-emissie van de dubbelster. Van 28 mei tot 2 juni waren die vrij stabiel – al namen de cyclische röntgenvariaties toe, maar op 4 juni zag de ATCA dat de radio-emissie significant minder werd. Toen RXTE op 5 juni weer keek, waren de variaties verdwenen. Op dezelfde dag nam de radiostraling toe. De VLBA zag een heldere gasbel naar buiten schieten in de richting van de jet. Een dag later werd een tweede gaskogel gezien, in tegenovergestelde richting. Hieronder een video, waarin de uitbarsting wordt nagebootst.

Tot nu toe dachten astronomen dat de kogels werden afgevuurd op het moment van de radio-uitbarsting, maar uit de VLBI-waarnemingen blijkt dat ze al op 3 juni werden afgeschoten, twee dagen voordat de opvlamming in radiostraling plaatsvond. Het onderzoek biedt nieuwe aanknopingspunten voor de manier waarop een jet aangaat en wat er vervolgend precies gebeurt. Co-auteur Diego Altamirano (UvA) is benieuwd of het resultaat universeel is en of de geplande vervolgwaarnemingen uitwijzen of het ook voor andere zwarte gaten geldt. Sommige superzware zwarte gaten hebben veel krachtiger jets dan andere en een van de ideeën is dat de rotatie van het zwarte gat het verschil bepaalt. “Maar nu zien we bij een enkele uitbarsting van een röntgendubbelster twee soorten jets, waarbij de rotatie zeker niet is gewijzigd”, zegt Sera Markoff (UvA). “Dat betekent dat hier andere fysica aan het werk is. Objecten zoals H1743-322 kunnen ons begrip van dit verschijnsel verruimen, voor alle maten zwarte gaten”, aldus Markoff. :bron: Bron: Nova.

Astronomen observeren de ‘hartslag’ van een piepklein zwart gat

GRS 1915, waargenomen met Chandra en RXTE gedurende 8 uren.

Een internationaal team van astronomen onder leiding van Diego Altamirano (Universiteit van Amsterdam) heeft een kandidaat geïdentificeerd voor kleinst bekende zwarte gat. Met NASA’s röntgentelescoop X-Ray Timing Explorer (RXTE) observeerden ze het typische röntgenpatroon van ‘hartslagen’ – zo genoemd omdat ze lijken op een elektrocardiogram – dat één keer eerder is waargenomen bij een zwart gat. Het dubbelstersysteem IGR J17091-3624 is vernoemd naar de astronomische coördinaten van zijn positie aan de hemel, en bevindt zich in de richting van het sterrenbeeld Schorpioen. Het bestaat uit een normale ster en een zwart gat dat waarschijnlijk minder weegt dan drie keer de massa van de zon. Het bevindt zich in de buurt van de theoretische ondergrens van een zwart gat zoals dat kan ontstaan door de ineenstorting van een ster. De röntgenstraling wordt opgewekt wanneer gas van de normale ster naar het zwarte gat stroomt en een schijf daaromheen vormt. In de schijf wordt het verhit tot miljoenen graden, heet genoeg om röntgenstraling uit te zenden. Deze schijven vertonen veranderingen in energie en intensiteit op tijdschalen van milliseconden tot maanden. “Deze veranderingen zijn de vingerafdrukken van complexe fysische processen die plaatsvinden als het gas naar het zwarte gat stroomt en een wisselwerking daarmee aangaat”, zegt eerste auteur Diego Altamirano (UvA). De snelste veranderingen treden vermoedelijk op nabij de waarnemingshorizon van het zwarte gat, het punt waarop niets meer, zelfs geen licht, kan ontsnappen. Astronomen ontdekten IGR J17091-3624 tijdens een uitbarsting van röntgenstraling in 2003. Archiefdata van diverse ruimtemissies tonen aan dat het zwarte gat om de paar jaar actief wordt, voor het laatst afgelopen februari. De recordhouder voor dit type zwarte gaten is GRS 1915+105. Die dubbelster is uniek in de wijze waarop het meer dan een dozijn verschillende sterk gestructureerde patronen laat zien, niet alleen hartslagen, die in lengte variëren van seconden tot uren. “We denken dat de meeste patronen cycli representeren van opeenhoping en uitstoten van gas in een instabiele schijf. Twee van die cycli – in de zogeheten rho en bèta-klasse – waren uniek voor GRS 1915, dus dat we nu in een ander zwart gat vrijwel dezelfde cycli zien, is opwindend”, zegt coauteur Tomaso Belloni (Brera Observatory, Merate, Italië). De rho-klasse-schommelingen zijn zo helder in het röntgen dat astronomen ze omschrijven als de ‘hartslag’ van zwarte gaten. De sterke magneetvelden bij de waarnemingshorizon van GRS 1915 blazen een deel van het gas met bijna de lichtsnelheid weg in twee ‘jets’ (straalstromen) in tegenovergestelde richting. Iedere hartslag vormen de jets zich en verdwijnen weer; de pieken van de hartslag corresponderen met de sterkste jets. Veranderingen in het röntgenspectrum tijdens elke hartslag laten zien dat de binnenste delen van de schijf voldoende straling uitzenden om het gas weg te ‘duwen’. Dat veroorzaakt een sterke, naar buiten gerichte wind die de inwaartse stroom stopt en voor korte tijd het zwarte gat ‘uithongert’ en de jet afsluit. Dat laatste correspondeert met de zwakste straling. Uiteindelijk wordt het binnenste deel van de schijf zo helder en heet, dat het in elkaar stort en in de richting van het zwarte gat duikt. Daarmee komt de jet weer op gang en begint de cyclus opnieuw. Zo’n hele cyclus kan in slechts 40 seconden plaatsvinden. Er is geen direct bewijs dat IGR J17091 een jet met geladen deeltjes heeft, maar de hartslag suggereert dat zich hier een soortgelijk proces afspeelt. In de volgende video worden de twee systemen van GRS 1915 en IGR J17091 met elkaar vergeleken.

Volgens de astronomen is het opvallend dat de hartslag-emissie 20 keer zo zwak kan zijn als bij GRS 1915 en de cyclus soms acht keer zo snel, slechts 5 seconden. GRS 1915 is ongeveer 14 zonsmassa’s zwaar, waarmee het een van de zwaarste stellaire zwarte gaten is. Na zes maanden onderzoek met RXTE-data om IGR J17091 te vergelijken met GRS 1915, concluderen de sterrenkundigen dat IGR J17091 maar een heel klein zwart gat is. Altamirano trekt de vergelijking met de hartslag van een olifant en een muis: “de hartslag van een muis is veel sneller, en dat geldt ook voor de hartslag van het veel lichtere zwarte gat dat wij hebben onderzocht”. In termen van grootte, en onder bepaalde aannames, wordt de waarnemingshorizon van IGR J17091 vastgesteld op slechts zo’n 18 kilometer, terwijl de diameter van GRS 1915 ruim 40 kilometer is. De analyse is slechts het begin van een veel groter onderzoek om de twee systemen te vergelijken. Daarbij zullen de astronomen ook gebruik maken van NASA’s Swift satelliet en het Europese röntgenobservatorium XMM-Newton. :bron: Bron: Nova.

Zin in een spelletje ping pong met zwarte gaten?

Voor de gevallen dat je je stierlijk verveelt en je uitgekeken bent op Mario World op de Wii, dan kan je altijd nog Black Hole Pong spelen, een kosmische versie van het oeroude Pong. Bedacht en ontworpen door Robert Unwin, die er een Mac OS versie (23 Mb) en een Windows versie (22 Mb) van fabriceerde. Ah, je merkt het al, je moet er wel een programma voor downloaden en installeren en je moet er ook 32bit Java op je PC hebben staan. Verder géén enkele eis. ;-) De bedoeling is dat je met ‘jouw’ zwart gat een aankomende ster invangt met je gravitatiekracht en dat je ‘m vervolgens naar je tegenstander slingert. Met onderstaand filmpje krijg je een indruk van het spel en via de bron krijg je de gebruiksaanwijzing van BH-Pong.

:bron: Bron: GW Optics.

WISE-telescoop ziet de flikkerende jet van een zwart gat

Impressie van het systeem bij zwart gat GX 339-4

Astronomen, onder wie Sera Markoff en Dave Russell van de Universiteit van Amsterdam, hebben met behulp van NASA’s infraroodtelescoop WISE het herhaaldelijk opvlammen van de jet (straalstroom) van een zwart gat gezien. Het gaat om plotselinge, willekeurige flitsen, waarbij de jet in een paar uur tijd drie keer zo helder wordt. Het resultaat wordt vandaag gepubliceerd in Astrophysical Journal Letters. De sterrenkundigen konden met de infraroodcamera van WISE voor het eerst inzoomen op de binnenste regionen van de basis van de jet (de snelle straalvormige gasstroom die uit het zwarte gat komt en hoogenergetische straling het heelal in slingert). “Daarbij hebben we in ongekend detail de fysische eigenschappen kunnen meten, maar ook de veranderingen daarin op zeer kleine tijdschalen”, zegt eerste auteur Poshak Gandhi van de Japanse Aerospace Exploration Agency. Zwart gat GX 339-4 was al bekend. Het staat op meer dan 20.000 lichtjaar afstand in de buurt van het centrum van de Melkweg en heeft een massa van zeker zes keer die van de zon. Zwarte gaten zijn de overblijfselen van zeer zware sterren die aan het eind van hun leven onder hun eigen zwaartekracht ineenstorten. Op een bepaalde afstand kan zelfs licht er niet uit ontsnappen, als gevolg van het zwaartekrachtsveld waarin de compacte, enorme massa van het zwarte gat zich bevindt. In het geval van GX 339-4 is er een begeleidende ster die materie overdraagt. Een deel daarvan wordt met bijna de lichtsnelheid weggeblazen in de vorm van een jet. Door de röntgen-, gamma- en radiostraling van de straalstroom te bekijken zijn wetenschappers al veel te weten gekomen over de accretieschijven (de materie waarmee het zwarte gat zich voedt) en over de jets zelf. Maar onderzoek aan de helderste delen van de jets, aan de basis, was tot de ingebruikname van het infrarood-instrument WISE moeilijk. “Om het opvlammen van de extreem energierijke straalstroom van een zwart gat te zien, moet je op het juiste moment op de juiste plek kijken”, zegt NASA’s WISE-projectwetenschapper Peter Eisenhardt.

WISE-foto’s tonen sterke flitsen van infrarood licht in zwart gat GX 339-4. De animatie laat een dag aan opnames versneld zien. (credit: Poshak Gandhi (JAXA)/WISE)

WISE maakte gedurende een jaar elke 11 seconden infraroodopnamen van de hele sterrenhemel en kon deze zeldzame gebeurtenis vastleggen. De veranderlijkheid van de jet werd gefotografeerd door NEOWISE, de planetoïdenjager van de WISE-missie. De resultaten verrasten de astronomen. Ze zagen grote en onregelmatige veranderingen in de activiteit van de jet, variërend van 11 seconden tot een paar uur. Nooit eerder is dit met zo’n grote precisie vastgelegd (zie de afbeelding hiernaast). De waarnemingen laten zien dat aan de basis van de jet de straal (de helft van de diameter) van 25.000 kilometer varieert met een factor 10 of meer. De astronomen deden ook de beste metingen tot nu toe aan het magnetisch veld van een zwart gat, dat 30.000 keer zo sterk is als dat van de aarde. Dat sterke magneetveld zorgt ervoor dat de stroom van materie versneld wordt en in een nauwe straalstroom het heelal wordt ingeblazen. De wetenschappers gaan nu in de WISE-data op zoek naar meer flikkerende zwarte gaten. “De aandrijving van jets door zwarte gaten is een gecompliceerd proces”, zegt UVA-astronoom Sera Markoff. “Daarbij zijn sterke zwaartekracht in combinatie met magnetohydrodynamica (dat de beweging van een elektrisch geleidend gas in een magnetisch veld beschrijft) betrokken. Onze observaties voorzien in belangrijke nieuwe voorwaarden waaraan onze modellen moeten voldoen, zoals de geometrie van de jet, de kracht van het magnetisch veld en de dichtheid bij de basis van de jet. Dat brengt ons dichter bij het begrijpen van dit soort exotische verschijnselen”, aldus Markoff. :bron: Bron: Nova.

Zwarte gaten kunnen mogelijk toch iets lekken: informatie

Zwarte gaten kunnen mogelijk toch iets lekken, namelijk informatie

Van zwarte gaten hadden we toch altijd het beeld dat het allesverslindende objecten zijn, die slechts éénrichtingsverkeer kennen. Doordat hun ontsnappingssnelheid hoger is dan de lichtsnelheid – de allerhoogste snelheid in het heelal – kan er van alles in verdwijnen, maar niets uit ontsnappen. Maar recent werk van de twee natuurkundigen Samuel Braunstein en Manas Patra (Universiteit van York) – hier voor de moedigen onder ons te lezen – laat zien dat het goed mogelijk is dat er wel degelijk iets kan ontsnappen uit een zwart gat, namelijk informatie. Braunstein en Patra hebben zich bezig gehouden met de zogenaamde ‘quantum informatie theorie’ en volgens hen moet een complete theorie van de zwaartekracht gebaseerd zijn op zo’n quantum informatie theorie. Er zijn vier natuurkrachten en daarvan kennen er drie een quantum-mechanische beschrijving: de sterke, zwakke en electromagnetische wisselwerking. Van de zwaartekracht bestaat zo’n theorie nog niet. De ontsnappende informatie is een resultaat dat boven komt drijven uit de beschrijving van een zwart gat volgens het model van Braunstein en Patra. De suggestie voor de koppeling tussen zwaartekracht en informatie komt van Erik Verlinde, die daarvoor in het artikel van het tweetal alle krediet krijgt. Verlinde kwam twee jaar geleden al met een informatie-zwaartekrachtstheorie, die in de natuurkundige wereld voor veel opzien baarde. In juli stonden Verlinde’s ideeën centraal in dit artikel in de New York Times. Overigens kwam al in 1974 de Britse natuurkundige Stephen Hawking met de theorie van de verdampende zwarte gaten, waarbij door een soort van quantum-tunneleffect van virtuele deeltjesparen binnen de horizon één deeltje kan ontsnappen en daarmee van virtueel echt kan worden. :bron: Bron: Universiteit van York.

LHC en D0: geen spoor van zwarte gaten én Wjj hobbels te zien


Deeltjesversnellers kan je op twee manieren bekijken: als wetenschappelijke instrumenten die bedoeld zijn om meer te weten te komen over de manier waarop de natuur in elkaar zit en als lugubere apparaten die het risico lopen om de aarde naar z’n mallemoer te helpen. De eerste manier levert inzichten op zoals de recente vondst met de CDF detector van de Tevatron deeltjesversneller dat er bij een energie van 145 GeV iets vreemds is opgedoken, een zogenaamde Wjj hobbel, mogelijk wijzend op ‘nieuwe natuurkunde’ – natuurkunde voorbij het gangbare Standaard Model. De tweede manier levert een rechtzaak op, zoals de heren Luis Sancho en Walter Wagner uit Hawaï die ooit hebben aangespand tegen CERN, omdat ze bang waren dat de Large Hadron Collider – ‘s werelds grootste deeltjesversneller – zwarte gaten zou produceren, die in korte tijd de aarde zouden verzwelgen. Over beide manieren heb ik nieuws. Het eerste nieuwsfeit is dat een ander instrument verbonden aan de Tevatron, de D0- of DZERO-detector, ook gezocht heeft naar die hobbel bij 145 GeV en NIETS heeft gevonden:

Oeps, da’s wel vreemd. Eén deeltjesversneller, twee miljoenen dollars kostende detectoren, twee verschillende uitkomsten. Daar zullen we vast nog meer over horen. Dan de tweede manier, de Armageddon-visie op deeltjesversnellers. Sancho en Wagner kunnen met een gerust hart gaan slapen, want onderzoek met de LHC tot een botsingsenergie van 7 TeV tussen protonenbundels laat zien dat er van alles wordt geproduceerd, behalve allesverslindende  mini-zwarte gaten. Kortom, deze hobbel is genomen, nou die eerste hobbel nog. :bron: Bron: voor de Wjj Hobbel is dat Quantum Diaries Survivor en voor de zwarte gaten is dat The Reference Frame. Kees, de laatste bron is die Tsjechische die ik vrijdag noemde. Opnemen in je lijstje! :-)

En Heino Falcke ontvangt óók de Spinozapremie!

Heino Falcke

Vandaag hebben drie onderzoekers de Spinozapremie van € 2,5 miljoen ontvangen: Erik Verlinde – zojuist in een aparte blog beschrevenPatti Valkenburg en Heino Falcke. Die laatste in ‘t rijtje is ook interessant, want hij is hoogleraar Radioastronomie en Astrodeeltjesfysica aan de Radboud Universiteit Nijmegen en hij doet baanbrekend onderzoek naar een van de meest mysterieuze verschijnselen van het heelal: zwarte gaten. Heino Falcke werkt aan de grens van zijn vakgebied en daarmee tevens aan de grenzen van het heelal. Falcke is een veelzijdig onderzoeker. Hij is een toonaangevend theoreticus en doet experimenteel onderzoek op het gebied van de astrodeeltjesfysica en astrofysica. Dit is een unieke combinatie. Daarnaast houdt hij zich bezig met het ontwikkelen van onderzoekinstrumenten. In 2004 slaagde zijn groep erin om metingen te doen vlakbij de rand van het extreem zware zwarte gat in het centrum van ons melkwegstelsel. Vier jaar eerder voorspelde hij al dat dit mogelijk zou zijn. In de komende jaren hoopt hij met dezelfde meetmethode de randen van dat zwarte gat in beeld te brengen. Falcke is een van de initiatiefnemers van LOFAR, een revolutionaire radiotelescoop die bestaat uit honderden kleine antennes, die – samengevoegd – hun meetbereik enorm uitbreiden. Falcke speelt tevens een sleutelrol in de ontwikkeling van SKA (square kilometer array), een vierkante kilometer vol met telescopen die moet gaan verrijzen op het zuidelijk halfrond. De radioastronoom bestudeert de door planeten, sterren en melkwegstelsels uitgezonden straling. De architectuur van objecten in het heelal kan op die manier zichtbaar worden gemaakt. Heino Falcke studeerde natuurkunde aan de universiteiten van Keulen en Bonn. Hij studeerde in 1992 af. In 1994 promoveerde hij summa cum laude aan de universiteit van Bonn. Na diverse wetenschappelijke functies bij het Max-Planck-Instituut for Radioastronomie in Bonn, de University of Maryland en de University of Arizona, verwierf hij in 2000 in Bonn zijn ‘Habilitation’. In 2003 werd hij benoemd tot bijzonder hoogleraar radioastronomie en astrodeeltjesfysica aan de Radboud Universiteit Nijmegen en trad hij in dienst bij ASTRON Netherlands Institute for Radio Astronomy, de initiatiefnemer van het LOFAR-project. Sinds 2000 is hij ook verbonden aan het Max-Planck-Instituut voor Radioastronomie in Bonn. In 2007 benoemde de Radboud Universiteit Nijmegen hem tot hoogleraar. :bron: Bron: NWO.

Wat gebeurt er als een mini-zwart gat de zon raakt?

Simulatie van een mini-zwart gat dat door de zon vliegt

Er zijn in ieder geval twee soorten zwarte gaten bekend: de superzware zwarte gaten in de centra van sterrenstelsels, die enkele miljoenen tot miljarden zonmassa’s kunnen wegen, en de stellaire zwarte gaten, die enkele zonmassa’s zwaar zijn. Vermoedelijk is ook al een tussenmaat waargenomen, de intermediaire zwarte gaten, die enkele honderden tot duizenden zonmassa’s bedragen. Op grond van allerlei theorieën denken sterrenkundigen dat er nóg een soort zwart gat is: de mini-zwarte gaten of ‘primordiale’ zwarte gaten. De omstandigheden tijdens de oerknal 13,7 miljard jaar geleden zouden gunstig zijn geweest om kleine zwarte gaten te vormen, van enkele grammen tot de massa van een planetoïden. De allerlichtste versies zouden inmiddels verdampt moeten zijn, maar degenen die zo zwaar als een planetoïde zijn – met een massa van ca. 10^21 gram – zouden nog vrolijk door het heelal reizen. Het duo Michael Kesden (New York University) en Shravan Hanasoge (Princeton University) heeft zich onlangs afgevraagd wat er zou gebeuren als een dergelijk mini-zwart gat de zon raakt. Nee, het zal zeker niet leiden tot het door mijnheer Camping voorspelde einde der tijden. Kesden en Hanasoge denken dat het zwarte gat dwars door de zon zal vliegen, net zoals neutrino’s dat ook doen. Het zal in het röntgengebied van het spectrum een klein plofje veroorzaken, maar dat zal niet uitstijgen boven de gemiddelde röntgenstraling van de zon, dús onzichtbaar voor ons zijn. Het enige wat we er op aarde van zouden kunnen zien is een soort van zonnebeving. Astroseismologie is een nieuwe tak van sport in de sterrenkunde, eentje die al geleid heeft tot het zien van bevingen bij andere sterren. Kesden en Hanasoge denken dat sommige van die bevingen door inslagen van mini-zwarte gaten worden veroorzaakt en dat het mogelijk moet zijn die bevingen te onderscheiden van andere bevingen. Mmmm, interessant verhaal, daar horen we vast meer over. Eh… relevant in dit verband is een andere vraag: wat gebeurt er als een mini-zwart gat de aarde raakt? :twisted:  Woehahaha… :bron: Bron: Technology Review.

Supercomputer ontrafelt anatomie van snelle gammaflitsers


Al sinds de jaren zestig worden door gammasatellieten af en toe kortstondige, puntvormige uitbarstingen van hoogenergetische gammastraling gezien. Er zijn twee types gammaflitsers, zoals deze uitbarstingen worden genoemd: de ‘langzame’ gammaflitsers, die langer dan twee seconden duren en de ‘snelle’ gammaflitsers, die zoals je wel kunt raden minder dan twee seconden duren. De langzame variant ontstaat als een zware ster explodeert als supernova en wiens kern tot zwart gat ineenklapt. Van de snelle variant had men het vermoeden dat deze het gevolg is als twee neutronensterren tegen elkaar knallen en versmelten tot een zwart gat. Dat vermoeden is deze week een stuk sterker geworden, want na zeven weken van simuleren met de Damiana computer cluster van het Albert Einstein Instituut in Potsdam (Duitsland) heeft men de anatomie van een snelle gammaflitser tot in de haarvezels kunnen volgen. De uiteindelijke simulatie laat zien dat die versmelting in maar liefst 35 milliseconden (!) plaatsvindt, 35 duizendste van een seconde. In de eerste 15 milliseconden smelten de neutronensterren tot één zwart gat. De volgende 11 milliseconden wordt het magnetische veld van de twee afzonderlijke neutronensterren versterkt door de roterende materie rondom het zwarte gat. Daarna worden twee straalstromen gevormd bij de polen van de rotatieas, waarlangs tenslotte de hoogenergetische gammastraling wordt uitgezonden. In de volgende video wordt dit allemaal getoond en uitgelegd:

:bron: Bron: New Scientist.

Magnetisme helpt materie ontsnappen uit greep zwarte gaten

Impressie van Cygnus X-1. Links de ster HDE 226868.

Onderzoek met behulp van de Europese gammasatelliet Integral heeft laten zien dat materie in staat is om te ontsnappen aan de gravitationele wurggreep van zwarte gaten dankzij de hulp van magnetisme. Op basis van maar liefst zeven jaren aan onderzoek met Integral van het zwarte gat Cygnus X-1, 6.000 lichtjaar van ons verwijderd in het sterrenbeeld Zwaan, hebben sterrenkundigen straling afkomstig van materie waargenomen, die slechts één milliseconde verwijderd waren van het punt dat ze binnen de waarneemhorizon van het zwarte gat terechtkwamen. Ben je eenmaal langs die horizon, dan is ontsnappen niet meer mogelijk en dat is voor de meeste materie die Cygnus X-1 van z’n compagnon – de massieve blauwe ster AGK2 +35 1910, ook wel HDE 226868 genoemd – aantrekt het onvermijdelijke lot. Maar een klein deel weet te ontsnappen, zelfs als het vlakbij de horizon is. Het zijn magnetische velden die de helpende hand bieden. In twee richtingen vanaf de rotatieas schieten de gelukkige deeltjes weg van het zwarte gat en gaan ze spiraliseren in de magnetische veldlijnen. Door dat spiraliseren creeëren ze zogenaamde synchrotronstraling en het is deze straling die Integral in die zeven jaren – resulterend in vijf miljoen seconden waarneemtijd – heeft waargenomen. :bron: Bron: ESA.

Switch to our mobile site