Astronomen zien meteoriet inslaan op Maan

Op 7 november 2005 hebben astronomen van de NASA op de Maan een meteoriet in zien slaan. De explosie die volgde op de inslag had een kracht van 70 kg TNT en gebeurde aan de rand van de Mare Ibrium (Zee van Regen). Op de afbeelding hierboven is met een rode stip de plaats aangegeven van de inslag. De inslag werd waargenomen door Rob Suggs en Wes Swift van het Marshall Space Flight Center en op 7 november was de allereerste dag van hun waarnemingen, welke werd uitgevoerd door een telescoop gecombineerd met een televisiemonitor. Waarschijnlijk was de meteoriet een Tauride, een exemplaar van de meteorenzwerm die jaarlijks eind oktober-begin november ook op Aarde te zien is. De meteoriet was ongeveer 12 cm in doorsnee en de inslag had een helderheid van magnitude 7. De krater die vervolgens ontstond had volgens de berekeningen een doorsnede van 3 m. en een diepte van 0,4 m. De meteoriet had een snelheid van 27 km per s.

Op de afbeelding hierboven is in 6 beelden de inslag van de meteoriet te zien. De NASA is de laatste tijd weer geïnteresseerd in meteorietinslag op de Maan vanwege de plannen om in 2018 weer een bemande vlucht naar de Maan te organiseren. De vraag is welk risico de astronauten lopen als ze op de Maan verblijven om getroffen te worden door een meteoriet of wegvliegend materiaal na een inslag. De Maan heeft geen dampkring zoals de Aarde, dus aankomende meteoren kunnen makkelijker het maanoppervlak bereiken dan het aardoppervlak. De uitkomst van het statistische risico-onderzoek zal waarschijnlijk zijn dat op de Maan rondlopende astronauten een kans hebben van 0,0000000000000001% geraakt te worden door een meteoriet. Mijn advies aan die astronauten: binnen blijven in je Maanhut tijdens de maxima van meteorenzwermen! Dus 3 januari (Boötiden), 12 augustus (Perseïden), 17 november (Leoniden) en 14 december (Geminiden): niet buiten spelen op de Maan! Bron: NASA.

De kerstdagen:Eten, drinken EN..Planeten fotograferen!!

Good old B.Crossby mag dan zingen & dromen van een witte kerst en zo……Ik prefereer ze toch liever droog en zonnig…..en dan vooral des avonds, want wat is er nu een aangenamer tijdverdrijf dan volgevreten ontspannen, na een royale kerstschrok, uit te buiken gezeten achter een laptopschermpje buiten in de frisse buitenlucht naar planeten te kijken??!!
Zo rond een uur of elf ’s avonds staan er maar liefst twee zeer gunstig geplaatst aan de avondhemel.
Hoog in het zuiden, bijna in het Zenith….de opvallend rood gekleurde planeet Mars….hoewel al weer behoorlijk in diameter en helderheid afgenomen, toch een niet te missen en nog steeds fraai object.
Op de foto zien onder meer helemaal links Syrtis Major met daarboven het wat lichtergetinte gebied genaamd Hellas. Het grote zandgele gebied aan de “onderkant” heet Arabia. Syrtis Major en Hellas maken deel uit van het z.g. zuidelijk hoogland….een oud bergachtig en kraterrijk terrein. Arabia maakt deel uit van het noordelijke laagland…….vlak relatief egaal terrein met o.a. enkele gigantische vulkanen, tevens vermoed men dat dit noordlijke laagland in vroeger tijden, toen Mars een warmer en natter klimaat had(??), wellicht de bodem zou kunnen zijn geweest van een z.g. Marsoceaan waarin de rivieren van het zuidelijk hoogland in uitmondden.
Close ups van verschillende ruimtevaartuigen in een baan om mars laten allerlei details op het marsoppervalk zien die akelig verdacht veel lijken op dezelfde dingen die wij hier op aarde kunnen waarnemen in opgedroogde rivierbeddingen …..MAAR … een en ander is (helaas!!) nog steeds tamelijk speculatief.

Meer naar het oosten, lager aan de hemel staat de beroemde planeet met de ringen, Saturnus. Dit ringenstelsel, een gigantische hoeveelheid brokken en brokjes ijs en steen, is al met een kleine telescoop (6cm) of grote verrekijker(25×100) / (minimale vergroting 25 of meer) al waar tenemen..en werkelijk 1 van de kroonjuwelen van ons zonnestelsel! Beide plaatjes zijn, net zoals de reeds eerder geplaatste marsopname, gemaakt met m’n 20cm newton plus webcam.

2005 duurt seconde langer

Het jaar 2005 zal voor de 23e keer sinds 1972 worden afgesloten met een schrikkelseconde. Gaan de laatste seconden van het jaar meestal in de volgorde 57, 58,59,0, 1, etc.. dan zal er dit jaar een extra seconde (’60’ geheten) aan worden toegevoegd. De laatste keer dat zo’n schrikkelseconde werd ingevoerd was op 31 december 1999. De schrikkelseconde wordt zo nu en dan ingevoerd omdat er een verschil is onstaan tussen de Wereldtijd en de Internationale Atoomtijd. De Wereldtijd is gebaseerd op de draaiing van de Aarde, dat wil zeggen op de stand van de Zon ten opzichte van de de nulmeridiaan van Greenwich (GB). De Atoomtijd wordt bijgehouden door 200 atoomklokken verspreid over de gehele wereld, bijgehouden door het Bureau International des Poids et Mesures in Parijs. De Atoomtijd is constanter dan de Wereldtijd. De Aarde blijkt nogal variabel te zijn in haar draaiing, door minieme variaties die ontstaan door veranderingen in lucht- en watermassa’s. Ook neemt de draaisnelheid van de Aarde langzaam af door de invloed van de Maan.
De laatste tijd is er een discussie gaande over de vraag of die schrikkelseconden niet moeten worden afgeschaft. Binnen een werkgroep van de International Telecommunication Union, onderdeel van de Verenigde Naties en verantwoordelijk voor de wettelijke tijd op Aarde, wordt onder leiding van de Nederlander Gerrit de Jong gesproken over die mogelijke afschaffing. Veel wetenschappers zijn tegen de schrikkelseconde omdat zo’n extra seconde veel problemen geeft voor computersystemen. In 1997 raakte bijvoorbeeld het Russische Glonass-systeem voor satellietnavigaties 20 uur lang van slag door de schrikkelseconde. De ESA, de Europese ruimtevaartorganisatie, lanceert in de maand waarin een schrikkelseconde wordt ingelast geen lanceringen. Andere wetenschappers zijn juist erg voor de handhaving van de schrikkelseconde, met name astronomen en geodeten.
De overgang van millennium (1999 > 2000) veroorzaakte ook al veel paniek bij met name de systeembeheerders van computers. En achteraf weten we dat het allemaal is meegevallen. Kortom, ik denk dat het een goed systeembeheerder betaamt als hij/zij er in slaagt om de computer af en toe laat denken dat een minuut 61 seconden telt. Moet toch niet zo moeilijk zijn? Overigens, die milleniumovergang was feitelijk een jaar later (2000-2001), maar da’s weer een ander misverstand.

De winter is begonnen

Vandaag, 21 december, is om 19.35 uur de winter begonnen. Precies op dat tijdstip bereikte de zon z’n meest zuidelijke positie, welk moment solstitium of zonnewende wordt genoemd. Op dat moment staat de zon recht boven de zuiderkeerkring of steenbokskeerkring, welke te vinden is op 23,26 graden onder de Evenaar. Met het bereiken van het meest zuidelijke punt is voor het noordelijk halfrond de kortste dag van het jaar aangebroken, dat wil zeggen dat tussen zonsopkomst en zonsondergang de kortste tijd zit. Het betekent niet dat die dag de meest late zonsopkomst en de meest vroege zonsondergang van het jaar plaatsvinden. Dit heeft te maken met het feit dat de zon niet precies om 12.00 uur ’s middags exact door het zuiden gaat. Dit komt weer door het feit dat de baan van de Aarde om de zon niet precies cirkelvormig is. Daardoor beweegt de Aarde in de winter iets sneller in haar baan dan in de zomer. Door deze zogenaamde tijdvereffening heeft op 12 december 2005 de vroegste zonsondergang plaatsgevonden (om 16 uur 27 minuten om precies te zijn) en de meest late zonsopkomst zal gebeuren op 31 december om (om 7 uur 48 minuten). De laatste dag van het jaar is dus echt een dag om ’s morgens zo lang mogelijk in je bed te blijven liggen. Tenzij je natuurlijk aan de slag moet om oliebollen te gaan bakken. Zucht. 🙂 Een mooie afbeelding van het solstitium (zowel zomer- als winterzonnewende

Beagle 2 gevonden op Mars

Op dinsdag 20 december 2005 heeft Colin Pillinger, wetenschappelijk hoofd van de Britse Marslander Beagle 2, verklaard dat hij op foto’s van de Mars Global Surveyor van NASA, restanten heeft gezien van de Beagle 2. Dit ruimtevaartuig koppelde half december 2003 los van het moederschip de Mars Express en eerste Kerstdag 2003 zou de Beagle 2, genoemd naar het schip waarmee Charles Darwin zijn vele baanbrekende expedities deed, op Mars moeten landen. De Beagle 2 zou volgens het schema in een krater moeten landen en met behulp van drie grote airbags stuiterend tot stilstand komen. Maar sinds de afdaling was het kontakt van de Beagle 2 met Aarde verbroken en wetenschappers slaagden er niet in om het kontakt weer te herstellen. Sindsdien werd aangenomen dat de Beagle te hard was neergekomen en dat het was gecrashed. Twee jaar later bestudeerde Pillinger foto’s van de NASA-satelliet die om Mars draait. Van een gebied van 140 vierkante kilometer waar de Beagle ‘ergens’ geland zou zijn bekeek hij pixel voor pixel. Op

Raadsel van korte gamma-ray bursts opgelost?


In het tijdschrift Nature van 15 december 2005 wordt de waarneming beschreven aan de zogenaamde Gamma-ray burst GRB 050724. In het artikel wordt een verklaring gegeven voor oorzaak van de snelle uitbarsting van gammastraling. Sinds 1967 worden met satellieten die om de Aarde cirkelen korte flitsen in de ruimte waargenomen van straling met zeer hoge energie. Deze zogenaamde gammaflitsers (in het Engels Gamma-ray bursters, oftewel GRB

Kosmische ramp blijft voorlopig uit

De Aarde zal de komende miljard jaar een kosmische ramp bespaard blijven, aldus berekeningen van het duo Max Tegmark (MIT) en Nick Bostrom (Oxford). De betrouwbaarheid van de berekening is 99,9%. In het nummer van 8 december 2005 van Nature publiceren Tegmark en Bostrom een ‘brief communication’, waarin ze de statistische kans berekenen dat de Aarde een kosmische ramp overkomt. De discussie over kosmische rampen begon in maart 1999 met een artikel in Scientific American van M.Mukerjee getiteld “A little Big Bang” , over de natuurkunde achter de Relativistic Heavy Ion Collider (RHIC) in het Brookhaven-laboratorium in New York (zie afbeelding).

Kort na het verschijnen van dit artikel publiceerde de natuurkundige (en later botanist) Walter L.Wagner een brief in het juli-nummer (1999) van Scientific American dat de RHIC zulke hoge energiedeeltjes kan produceren dat het gevaar bestaat dat er een mini-zwart gat zou kunnen ontstaan. Dit zwart gat zou vervolgens naar de kern van de Aarde vliegen en vandaar uit de gehele Aarde in een paar minuten opeten. De natuurkundige Frank Wilzcek kwam in het zelfde nummer van SA met een geruststellend artikel dat de kans op een dergelijk scenario uit te sluiten valt door het feit dat de kosmische straling, die de Aarde al miljarden jaren van buitenaf bombardeert, veel hogere energiedeeltjes produceert dan RHIC en dat heeft nog nooit een mini-zwart gat opgeleverd. Hetzelfde jaar produceerde Wilzcek samen met drie anderen nog een lijvig rapport waarin niet alleen het mini-zwart gat scenario, maar ook nog twee andere kosmische catastrofen worden bekeken, te weten de plotselinge overgang naar van het ene vacuum waarin we leven naar een andere soort vacuum (de zgn. Vacuum instabiliteit of vacuumverval naar een ‘vals vacuum’) en de vorming van vreemde materie, de zogenaamde strangelets, die bestaan uit vreemde quarks. Het rapport kwam bij alle scenario’s met de geruststellende uitkomst: we kunnen rustig slapen, want de kans op deze rampen is verwaarloosbaar. Daarbij werd overigens niet alleen naar de situatie op Aarde gekeken, maar ook naar de Maan. Door het ontbreken van een dampkring is de Maan nog veel meer doelwit van kosmische straling. Maar ook de Maan is na ruim vier miljard jaar van kosmische bombardementen niet opgegeten door mini-zwarte gaten, strangelets of vacuumverval.

Tegmark en Bostrom hebbben recentelijk opnieuw de drie rampscenario’s onderzocht, aangevuld met nog twee soorten van kosmische rampen:

  • rampen ontstaan door inslagen van planeto

Meest stabiele klok in het heelal ontdekt

Onder leiding van de sterrenkundige Kepler de Souza Oliveira (what’s in a name), van het ‘Instituto de Fysica’ van Porto Alegre in Brazilië, is een ster ontdekt die zo regelmatige pulsen uitzendt dat hij pas over 9 miljoen jaar één seconde achter zal lopen. De ster, genaamd G 117-B15A, is een witte dwerg van het type ZZ Ceti, genoemd naar een prototype in het sterrenbeeld Walvis. G 117-B15A staat in het sterrenbeeld kleine Leeuw. De pulsen van de ster hebben een periode van 215 seconden. Kepler en z’n team hebben na 31 jaar (!) van waarnemingen ontdekt dat deze periode zeer langzaam toeneemt, 3,08 x 10-10 seconde per dag. Dat is veel nauwkeuriger dan de atoomklokken op Aarde, die tot nu toe als meest accuraat worden gezien.

Op de foto een vergelijking tussen de grootten van de Aarde, een witte dwerg en een neutronenster. Witte dwergen zijn de overblijfselen van een ster die aan het einde van z’n leven opzwelt en dan de buitenste lagen de ruimte in blaast. Wat dan overblijft is een hete kern, die ronddraait en langzaam maar zeker afkoelt. Sommige witte sterren pulseren daarbij en G 117-B15A is er eentje van. Neutronensterren zijn nog compacter, zo’n 10 kilometer in doorsnee.

Resultaten Huygens op Titan bekend

Credit: NASA

Op 30 november 2005 werden in Nature, het bekende wetenschappelijke tijdschrift, de resultaten bekend gemaakt van de landing van het ruimtevaartuig Huygens op Titan, de grootste maan van de planeet Saturnus. Deze landing vond plaats op 14 januari 2005. Als bestuurslid van de sterrenkundevereniging Christiaan Huygens mocht ik die dag in Noordwijk, waar de europese ruimtevaartorganisatie Estec een centrum heeft, de landing van Huygens live meemaken. Het hele bestuur was uitgenodigd door professor Olthof van Estec, omdat wij als naamgenoten van de Huygenssonde iets gemeenschappelijk hadden. Een hele eer natuurlijk. Noordwijk stond direct in verbinding met Darmstadt, waar het ‘vluchtleidingscentrum’ van de gehele operatie zich bevond en op een groot scherm konden we zien hoe de beelden van Huygens, meer dan een miljard kilometer verderop, langzaam binnendruppelden. De beelden zijn daarna door de media verspreid en over de gehele wereld bekend geworden. Conclusie van de recent verschenen resultaten is in ieder geval dat Titan, de enige maan in het zonnestelsel met een dampkring, heel veel lijkt op de vroege Aarde, met als verschil dat Titan geen water heeft maar methaan en dat er geen steenrotsen zijn maar bevroren water. De oppervlakte is met kleine ijsklompjes bezaaid, met een grootte tussen 3 mm en 15 cm. Stromend methaan en ethanol zouden verantwoordelijk zijn voor deze bezaaid liggende ‘stenen’. Op de foto een beeld van het landingsgebied van Huygens vanaf een hoogte van 1,2 km.