Veel Ufo’s gezien in Zuid-Holland in 2005

In het AD stond vandaag een aardig artikel over een ‘Ufo-invasie in Zuid-Holland’. Waren er in 2004 in deze provincie 7 meldingen van een ongeïdentificeerd vliegend object, een jaar later waren dat er 18. Zo blijkt uit cijfers van de Ufo-werkgroep Nederland (UWN). Heel Nederland gaf overigens ook een stijging te zien van het aantal Ufo-meldingen. In 2004 waren er 78, tegen 119 in 2005. Top-provincie in 2005 was Noord-Holland met 19 meldingen. Het Ufo-topjaar was 2003, toen in totaal 168 Ufo’s werden gemeld. De definitie die UWN voor Ufo’s gebruikt is: “een voorwerp, verschijnsel of licht aan de hemel dat vanwege het uiterlijk, de bewegingen en de eigenschappen niet meteen kan worden geïdentificeerd.” In de praktijk blijken de meldingen meestal lichtverschijnselen te zijn, veroorzaakt door bijvoorbeeld lasershows van plaatselijke disco’s of industriële activiteiten. N- en Z-Holland hebben er daar natuurlijk veel van, dus is het logisch dat daar veel Ufo-meldingen vandaan komen. Een klein gedeelte van de meldingen kan echter niet verklaard worden. Wat hebben Ufo’s te maken met sterrenkunde zullen de lezers van de Astroblogs zich afvragen? Nou heel eenvoudig, er zijn ook sterrenkundige verklaringen voor de Ufo-meldingen. Heel vaak zijn het haloverschijnselen rondom de Zon, heldere planeten als Venus of Jupiter of flares van de Iridiumsatellieten die voor de nodige meldingen zorgen. Meestal is het dus een storm in een glas water. Een ‘close encounter’ van de derde graad heeft geloof ik nog nooit iemand meegemaakt in Nederland. Jammer 🙂

WMAP vindt meer bewijzen voor inflatiemodel Big Bang

Polarisatie van de CMB (witte balken). Credit: WMAP/NASA

Met behulp van de Wilkinson Microwave Anisotropy Probe (WMAP) zijn astronomen er in geslaagd om sterke aanwijzingen te vinden dat het inflatiemodel van de Big bang juist is. WMAP is een satelliet die op 30 juni 2001 door NASA is gelanceerd en die tot doel heeft de kosmische achtergrondstraling te bestuderen. Het inflatiemodel van de Big bang is in 1980 door Alan Guth bedacht en zegt dat in de allereerste triljoenste van een triljoenste van een seconde in het bestaan van het heelal er een versnelde expansie plaatsvond, de inflatie. In die periode groeide het heelal van de grootte van een zandkorrel tot de huidige grootte van het zichtbare heelal, een vergroting van het volume van 10 tot de macht 60!! Met het inflatiemodel werd een aantal raadsels verklaard, zoals het ontbreken in het heelal van monopolen, hypothetische deeltjes met alleen een magnetische noord- of een zuidpool, en waarom er zoveel gelijkenis was tussen delen van het heelal die fysisch nooit met elkaar in kontakt waren geweest. Al die argumenten waren echter verklaringen achteraf. Er waren raadsels en daar gaf de inflatietheorie een verklaring voor. Maar tot nu toe waren er geen voorspellingen van de inflatietheorie geverifieerd. Tot deze week!! Met de WMAP deed men zeer nauwkeurige waarnemingen aan de kosmische achtergrondstraling (cosmic microwave background, CMB), het overblijfsel van de Big Bang, die het gehele heelal doordrenkt. WMAP keek daarbij naar twee dingen: naar de verschillen in temperatuur van de CMB en naar de polarisatie ervan.
De temperatuursverschillen in de CMB zijn miniem: in de orde van grootte van 0,00001 graad Celcius. De fluctuaties in temperatuur wijzen op verschillen in dichtheden die afzonderlijke gebieden in het vroege heelal hadden. Met de waarnemingen van de laatste drie jaar van WMAP, die deze week zijn gepubliceerd, hebben de onderzoekers het volgende vastgesteld:

  • de leeftijd van het heelal is 13,7 miljard jaar (onnauwkeurigheid 2%)
  • de samenstelling van het heelal is: 74% donkere energie, 22% donkere materie en 4% gewone materie (atomen)

Met de WMAP werden ook waarnemingen verricht aan de polarisatie van de CMB. De fotonen die de CMB vormen zijn gepolariseerd, d.w.z. dat net als gepolariseerd zonlicht, hun golflengte voorkeuren heeft voor een bepaalde richting. Die polarisatie van de CMB is een gevolg van de dichtheden van de materie in het vroege heelal, waardoor de fotonen in een bepaalde richting verstrooid werden. Door de polarisatie te meten komt men dus meer te weten over de dynamica in het vroege heelal. Ook hier werden door WMAP weer opzienbarende ontdekkingen gedaan: zie het figuur bovenaan. Daarin zijn de witte balken de polarisatierichtingen van de CMB. Door de polarisatiemetingen kwamen de onderzoekers van WMAP tot de volgende vaststellingen:

  • De eerste sterren gingen 400 miljoen jaar na de Big Bang de polarisatie van de CMB vervuilen. Dit is een indicatie voor het moment waarop de eerste sterren in het heelal zo’n beetje voor het eerst gingen verschijnen.
  • De zogenaamde scalar spectral index blijkt een waarde te hebben van 0.95 (onnauwkeurigheid alweer 2%). Deze index vergelijkt de temperatuurfluctuaties in de CMB gezien over grote schalen en kleine schalen. Het inflatiemodel voorspelde een index van iets onder de 1, dus exact hetgeen is waargenomen.
  • De donkere energie heeft een vergelijking van staat (‘equation of state’) van -1, d.w.z. dat donkere energie een eigenschap is van de ruimtetijd zelf. Donkere energie bevindt zich dus niet net als deeltjes in de ruimtetijd, maar is er een onlosmakelijk onderdeel van. Eén kubieke centimeter heelal bevatte 13,7 miljard jaar geleden net zoveel donkere energie als nu.

In het figuur hieronder een stukje geschiedenis van het heelal van de Big Bang tot nu. Tot zover het overzicht van alweer een hele reeks opwindende ontdekkingen. Kan het nou nog gekker worden met al die ontdekkingen? Tuurlijk kan dat. Begin volgend jaar gaat de Europese satelliet Planck de ruimte in. Die kan nog veel nauwkeuriger metingen doen aan de CMB. Ik ben benieuwd waar die allemaal mee voor de dag kan komen. WMAP heeft bijvoorbeeld alleen de zogenaamde E-mode polarisatie gezien, de polarisatie die veroorzaakt is tijdens de reïonisatie door die eerste serie sterren. Maar de zogenaamde B-mode polarisatie, de polarisatie die direct door de inflatie wordt veroorzaakt, is niet door WMAP gezien. Als de Planck-satelliet die B-mode polarisatie zou kunnen zien zou dat een mega-ontdekking van de eerste orde zijn! We wachten af….Bron van dit alles: de NASA.

Nevel in de vorm van dubbele DNA-keten ontdekt

DNA-achtige gasnevel in buurt van centrum Melkwegstelsel.

Met behulp van de infrarood-ruimtetelescoop Spitzer van de NASA zijn astronomen er in geslaagd om in de buurt van het centrum van de melkweg een gasnevel te ontdekken die sterk lijkt op een dubbele DNA-keten (double helix in het Engels). Het menselijk DNA is heeft bekend een vorm van twee spiraliserende in elkaar gedraaide ketens. De nu ontdekte nevel staat op 300 lichtjaar afstand van het melkwegcentrum en heeft een lengte van 80 lichtjaar. Het centrum van de Melkweg staat op haar beurt weer 25.000 lichtjaar afstand van de Aarde.
De astronomen vermoeden dat het galactische magnetische veld de vorm van de nevel veroorzaakt. De magnetische veldlijnen spiraliseren net als DNA-ketens van het melkwegcentrum vandaan en het galactische gas volgt die veldlijnen. De bron van het magnetische veld is volgens de onderzoekers niet het zwart gat dat zich vermoedelijk in het centrum van de Melkweg bevindt, maar de schijf van heet gas eromheen. Die schijf draait om het zwarte gat heen en de magnetische veldlijnen zijn verankerd in deze schijf. Indien de schijf één rotatie per 10.000 jaar om het zwart gat maakt wordt de grootte van de magnetische veldlijnen, zoals die is waargenomen in de ‘double Helix’ nevel, verklaard. In Nature van 16 maart wordt de ontdekking van de nevel beschreven. Oorspronkelijke bron: UCLA. We hadden al de Helixnevel, nu de dubbele Helixnevel. What’s next?

Voor het eerst massa van bruine dwergen gemeten

Voor het eerst zijn astronomen er in geslaagd om de massa van bruine dwergen direct te meten. Bruine dwergen zijn eigenlijk mislukte sterren. Ze zijn te zwaar om een planeet te vormen, maar ook te licht om tot ontbranding van waterstof over te gaan en een echte ster te zijn. Hun massa is meestal tussen de 13 en 75 Jupitermassa’s, maar dat was tot nu toe nooit direct gemeten. Daar is nu verandering in gekomen. Drie astronomen, waaronder Keivan Stassun van de Vanderbilt Universiteit in Nashville (Tennessee, VS), komen morgen in het wetenschappelijk tijdschrift Nature met een artikel over hun waarneming aan een paar bruine dwergen die om elkaar heen draaien in de Orionnevel. Tijdens 1500 waarnemingen (!) in 280 nachten tussen 1994 en 2005 met de 0.9-meter telescoop van Kitt Peak National Observatory en drie telescopen van het Cerro Tololo Inter-American Observatorium (Chili) werd het paar geobserveerd. 1500 Waarnemingen aan

Verst verwijderde gammaflitser ooit ontdekt

The story continues…… Opnieuw hebben sterrenkundigen weer van zich doen spreken over de meest energierijke explosies na de big bang in het heelal, de gammaflitsers. Dit keer hebben sterrenkundigen van de Penn State Universiteit (VS) op 5 september 2005 de verst verwijderde gammaflitser ooit waargenomen. Die dag zag de SWIFT-satelliet, die door de NASA ontworpen is met het doel om gamma-uitbarstingen in het heelal razendsnel op te sporen en door te geven aan andere observatoria, in het sterrenbeeld Vissen een gammaflitser. De gammaflitser, genaamd GRB 050904 (Gammaray burst + datum), had een aantal ongewone karakteristieken: ten eerste duurde de uitbarsting van gammastralen erg lang, ruim 500 seconden. Dit betekent dat het een langdurige gammaflitser is, hetgeen wijst op een explosie veroorzaakt door een zeer zware ster die aan het einde van een kortstondig leven in een zwart gat veranderd. Maar 500 seconden is ook voor lange gammaflitsers wel erg lang. Ten tweede eindigde de uitbarsting, die normaal bestaat uit een hoge piek en daarna een lange afzwakkende staart, met een aantal kleine piekjes. Op de een of andere wijze was hier sprake van een ster die een ware doodsstrijd aan het leveren was en niet in één keer in een zwart gat wilde veranderen. Ten derde bleek GRB 050904 zeer ver weg te staan: zo’n 13 miljard lichtjaar hier vandaan! De ster die GRB 050904 vormde moet één van de eerste generatie sterren zijn geweest en explodeerde ongeveer 900 miljoen jaar na de Big Bang. De roodverschuiving (z genaamd) van GRB 050904 is 6,295. Er zijn twee objecten bekend met een nog grotere roodverschuiving (een sterrenstelsel met z=6,578 en een quasar met z=6,42 van de Subaru Deep Field (SDF) survey en respectievelijk Sloan Digital Sky Survey (SDSS). Maar die laatste twee zijn het resultaat van actieve zwarte gaten die miljoenen zonsmassa’s groot zijn. GRB 050904 is het resultaat van slechts één ster!

In de grafiek zien we in het bovenste diagram de gammastraling van GRB 050904, in het onderste een andere gammaflitser die op 25 maart 2005 plaatsvond. De grafiek van GRB 050904 is veel zwakker (door de verre afstand), veel minder steil en duurde ook veel langer. Door de enorme afstand tot de gammaflitser trad er trouwens nog een merkwaardig verschijnsel op: tijddilatatie, d.w.z. de vertraging van de tijd door relativistische effecten. De gammastraling heeft daardoor een vertraging opgelopen, die er voor gezorgd heeft dat er een soort slowmotion effect plaatsvond. Hierdoor leek het alsof SWIFT pas 2 minuten na de uitbarsting GRB 050904 in de gaten kreeg, maar was dit in werkelijkheid na 23 seconden. Die 87 seconden voordeel waren het gevolg van de tijddilatatie. Over de ontdekking van de verst verwijderde gammaflitser ooit wordt vandaag in drie artikelen in het Britse wetenschappelijke tijdschrift Nature gepubliceerd. Voor de liefhebbers: alles is na te lezen op Penn State Universiteit.

Plan voor een maantelescoop

Gisteren stond er in het AD een aardig artikeltje over Nederlandse sterrenkundigen die een plan hebben voor een maantelescoop. Het plan is om binnen tien jaar op de Maan een radiotelescoop neer te zetten die ongehinderd door het ontbreken van een dampkring en de afwezigheid van storend radioverkeer radiosignalen uit de ruimte kan ontvangen. Aldus wetenschappers van het instituut Astron in Dwingeloo. Die willen samen met het Duits-Franse lucht- en ruimtevaartbedrijf EADS de radiotelescoop op de Maan gaan bouwen. De telescoop zou op de achterkant van de maan moeten worden gebouwd, geheel in de radiostille kant van onze naaste buur. De radiotelescoop zou bestaan uit 25.000 sensoren die door een onbemand ruimtevaartuig op de maan worden geplaatst en die tesamen één grote radioantenne vormen met een diameter van 350 km. Met de radiotelescoop wil men onder andere waarnemingen doen aan de zogenaamde re-ionisatiefase in het vroege heelal en een zoektocht in het radiogolfgebied naar de allereerste actieve zwarte gaten in het heelal. Dat item van de re-ionisatie heb ik in een eerdere astroblog ook al eens genoemd, ben eventjes klein welke precies, maar ik zal daar later wel op terug komen. Mocht ik het vergeten dan moeten de trouwe lezers van de astroblogs mij er maar even op attent maken. Het type radiotelescoop dat men op de Maan wil neerzetten, waarbij verschillende kleine radiosensoren gebundeld worden tot één grote telescoop, wordt overigens ook op aarde gebouwd, en wel in Drente. Dat is het zogenaamde Lofar-project. Kortom, er wordt weer mooi werk verricht daar in het verre Drenthe! Bron van dit alles: AD.

Botsing van pulsar met stermateriaal waargenomen

Credit: ESA.

Astronomen hebben met behulp van de Europese Röntgensatelliet XMM-Newton een botsing waargenomen van een pulsar met materiaal dat door een nabije ster was uitgeworpen. De pulsar, genaamd PSR B1259-63, in het sterrenbeeld Zuiderkruis op een afstand van 5000 lichtjaar, draait in 3,4 jaar rondjes om de ster SS 2883. Pulsars zijn snel ronddraaiende objecten, die het overblijfsel zijn van sterren die zeer zwaar waren (10-25 keer zo zwaar als de zon), maar die na een kort maar turbulent leven hun buitenlagen hebben weggeblazen en er blijft dan een compacte kern over. Die kern is zo’n 20 km groot, bevat ongeveer de massa van de zon en draait zeer snel rondjes. PSR B1259-63 is een zogenaamde radiopulsar, d.w.z. hij is alleen in het radiogolf-gebied van het electromagnetisch spectrum waar te nemen. Maar met de XMM-Newton werd waargenomen dat de pulsar af en toe ook toch röntgenstraling en zelfs gammastraling uitzendt. Uit nader onderzoek blijkt dat de pulsar in die perioden door een ring van gas trekt dat afkomstig is van de compagnonster, SS 2883 dus. Die ster is een zogenaamde ‘Be’-ster, d.w.z. dat hij bepaalde spectrale karakteristieken heeft en zeer snel ronddraait. Door die snelle rotatie is de ster afgeplat en wordt vanaf de sterequator gas de ruimte ingeslingerd. Dat gas vormt een soort ring om de ster heen, zodat er een Saturnusachtig stelsel gevormd is. Twee keer in de 3,4 jaar duikt pulsar PSR B1259-63 in die ring, enkele maanden na elkaar (zie ook de figuur hierboven). En dat zijn de momenten dat de pulsar naast de radiostraling ook uitzendt in röntgen- en gammastraling. XMM-Newton kan alleen de röntgenstraling waarnemen, maar met de zgn. HESS-detector (High Energy Stereoscopic System) in Namibië heeft men ook gammastraling van de pulsar waargenomen. Voor die liefhebbers die het hele verhaal nog eens na willen lezen: kijk hier maar.