Cassini blijft mooie plaatjes schieten


Het filmrolletje in het ruimtevaartuig Cassini is nog steeds niet vol, want er komen opnieuw de meest wonderlijke foto’s vanaf Saturnus richting Aarde. Op 28 april 2006, gisteren dus, nam Cassini een foto van de manen Epimetheus, Titan en een deel van het ringenstelsel van Saturnus. Een heel mooie foto (zie boven). Op de voorgrond zien we het kleine maantje Epimetheus (Saturnus XI), die een gemiddelde diameter heeft van 113 km. Het maantje is nogal gebutst en gehavend, en daarom is hij niet exact sferisch (eh.. zeg maar rond). Achter Epimetheus zien we een deel van Saturnus’ ringen en daarachter doemt Titan op, die met z’n 5150 km diameter een ‘stukje’ groter is dan Epimetheus. Toen de foto werd genomen stond Cassini op een afstand van 667.385 km van Epimetheus. Als je de foto zo ziet verbaas je je eigen toch hoe groot Titan wel niet is. Het lijkt bijna een collage van drie verschillende foto’s. Jammer dat Titan niet helemaal scherp is, maar ja, het diafragma van Cassini kan niet altijd perfect werken:-) Bron: Spaceref.

Komeet Schwassmann-Wachmann valt nog verder uiteen

Met behulp van de Very Large Telescope (VLT) van de ESO hebben Europese astronomen waargenomen dat de komeet P73/Schwassmann-Wachmann 3 (SW3) nog verder aan het uiteenvallen is. SW3 is een periodiek terugkerende komeet, die in 5,4 jaar een baantje om de zon maakt. In 1996 was al waargenomen dat de komeet eerst in drie en later in vijf stukken was gedes

Astrochemie, leven en het heelal

Komende vrijdag, 28 april 2006, houdt Suzanne Bisschop voor sterrenkundevereniging Christiaan Huygens in Papendrecht een lezing over “Van interstellaire wolken tot leven”. De wetenschap die zich hiermee bezighoudt is de zogenaamde astrochemie, oftewel de wetenschap die scheikundige processen in de ruimte bestudeerd. Diverse stofjes zijn gedetecteerd in de ruimte. Sommige simpele, veel voorkomende, organische moleculen zijn alcohol, koolstofdioxide en water, maar ook vele heel exotische stoffen die op aarde nauwelijks voorkomen. Het begrijpen van de scheikundige processen is heel belangrijk aangezien het informatie geeft over de vorming van nieuwe zonnestelsels en de materialen die wellicht onder de juiste omstandigheden kunnen leiden tot leven. Suzanne Bisschop is werkzaam als promovenda in de vakgroep Moleculaire Astrophysica van professor Ewine van Dishoeck op de Universiteit van Leiden. Meer info over astrochemie is te vinden op de website van Ewine van Dishoeck. Toegang alleen voor leden van de vereniging Christiaan Huygens en voor geïnteresseerden die lid van de vereniging willen worden. Die laatste groep betaald echter wel € 7,- toegangsgeld.

Licht-achtergrond van het heelal gemeten door gammastraling van quasars

gammastraling van quasars worden geabsorbeerd door diffuse achtergrondfotonen

Engelse astronomen van de universiteit van Durham zijn er in geslaagd om met behulp van hoog energetische gammastralen van ver verwijderde quasars meer te weten te komen over de zogenaamde licht-achtergrond van het heelal. Sinds het begin van het heelal wordt door vele astronomische objecten licht uitgezonden. Dat licht vormt bij elkaar een diffuse zee van fotonen (lichtdeeltjes), die de gehele ruimte vult. Dit wordt door astronomen de diffuse “extragalactic background light” (EBL) genoemd. Deze EBL moet niet verward worden met de kosmische microgolfachtergrondstraling, want dat is een overblijfsel van de hete Big Bang explosie. De EBL is een overblijfsel van sterren, quasars, gasnevels, etc.. die na de Big Bang licht hebben verspreid. De EBL is lange tijd erg lastig geweest om te meten, maar nu is men er dan toch eindelijk in geslaagd om er meer over te weten te komen. De astronomen deden dat door gammastralen van twee quasars te bestuderen met behulp van de “High Energy Stereoscopic System” (HESS) gammastraling-telescopen in Namibië. Het idee is simpel: quasars zenden door zeer explosieve gebeurtenissen in hun kernen zeer energierijke gammastraling uit. Die gammastraling komen onderweg richting Aarde fotonen tegen die deel uitmaken van de EBL. Dat kan betekenen dat een gammafoton wordt geabsorbeerd door een minder energierijk foton en op die manier de Aarde nooit zal bereiken. Metingen aan de spectra van quasars geven daarmee een indicatie voor de hoeveelheid EBL in het heelal. Uitkomst van het onderzoek was dat de hoeveelheid achtergrondlicht een stuk lager ligt dan eerdere schattingen aangaven. En dat betekent op haar beurt weer twee dingen: 1. dat het heelal voor gammastralen een stuk makkelijker is om ongestoord doorheen te reizen en 2. dat sterrenstelsels een grotere bron van diffuus achtergrondlicht zijn dan de eerste generatie sterren in het heelal. Het verhaal van de groep astronomen is op 20 april verschenen in het wetenschappelijk tijdschrift Nature. Wat ik mij nou afvraag is hoe men in staat is in de metingen onderscheid te maken tussen absorptie van gammastraling door EBL-fotonen en absorptie door fotonen van de CMB (cosmic microwave background). Van die laatste categorie zitten er zo’n 400 in iedere kubieke centimeter van het heelal. Ik heb het artikel van de vakastronomen zelf niet gelezen (Nature gaat m’n portemonnee iets te buiten), maar er zal vast een verklaring zijn. Wie het weet mag het zeggen. Bron: PParc.

Hubble Space Telescope 16 jaar actief

Op 24 april 1990, vandaag dus precies 16 jaren geleden, werd de Hubble Space Telescope (HST) van ESA en NASA samen gelanceerd en in de ruimte geactiveerd. Altijd leuk om op zo’n verjaardagsfeestje even wat gegevens op een rijtje te zetten over de HST:

  • in de 16 jaar van z’n bestaan heeft de HST 750.000 opnames gemaakt en daarbij ongeveer 24.000 objecten aan de hemel nader bestudeerd;
  • HST heeft in die tijd zo’n 93.500 rondjes om de Aarde gedraaid en daarbij pak ‘m beet een slordige 4 miljard kilometer afgelegd;
  • Al die waarnemingen van 16 jaar bij elkaar hebben 27 terabyte aan gegevens opgeleverd. Dat is zo’n 400.000 CD’s. Als je die CD’s op elkaar zou stapelen zou je een toren krijgen twee maal zo hoog als de Eiffeltoren;
  • Dagelijks braakt de HST zo’n 10 gigabyte aan informatie uit.
  • Er hebben zo’n 4.000 astronomen gewerkt met de HST. Leuk speeltje, h

Aarde veilig voor gamma-explosies?

Geplaatst in gammaflitsers | Geef een reactie

Christiaan Huygens


Vandaag, Goede vrijdag 14 april, is de geboortedag van Christiaan Huygens, de bekende 17e eeuwse wetenschapper. Op 14 april 1629 werd Christiaan, zoon van de dichter en componist Constantijn Huygens, in Den Haag geboren. Tijdens zijn leven heeft hij vele baanbrekende ontdekkingen gedaan, zoals de ringen van Saturnus, de maan Titan van Saturnus, de penduleklok en de golftheorie van licht.
Christiaan Huygens is in de eeuwen na zijn dood vele malen herdacht en werd zijn naam gebruikt om tientallen scholen en instituten mee te tooien. Ook zijn er enkele astronomisch interessante dingen naar Huygens vernoemd:

  • Er is een astero

Constant wat met die Kosmologische Constante!

Gisteren stond er in NRC Handelsblad in de wetenschapsbijlage een interessant artikel van Dirk van Delft over de kosmologische constante (KC). Al sinds Einstein deze term in 1917 in zijn veldvergelijkingen invoerde om een stabiel heelal te verkrijgen is er veel discussie over. Einstein wilde een stabiel heelal, zoals de meeste wetenschappers in die tijd over het heelal dachten. Maar een heelal gevuld met materie zou door de zwaartekracht ineenstorten, exit stabiel heelal. Daarom voerde Einstein de KC in, die op te vatten is als kromming van de lege ruimte. Door die kromming zou tegengas worden gegeven aan de gravitationele werking van de materie en zou er een stabiel heelal zijn. In de jaren twintig werd Einstein’s stabiele heelal echter onderuit gehaald, eerst door theoretici als De Sitter en Friedmann en daarna door de waarnemingen van Edwin Hubble. Het heelal bleek uit te dijen, dus nogmaals exit stabiel heelal. Einstein sprak toen van de grootste blunder uit zijn leven als hij het over de KC had.
In de jaren negentig werd de KC weer nieuw leven ingeblazen, toen uit waarnemingen aan ver weg staande supernovae bleek dat er een versnelling in de uitdijing van het heelal zit. Dit wijst op een licht positieve KC. Maar dan zijn we ook direct bij het zogenaamde KC-probleem aanbeland: deze observationele waarde van de KC is het resultaat van een balans van twee dingen, te weten de kromming van de lege ruimte (links in de veldvergelijking van Einstein) en de vacu

Paar supermassieve zwarte gaten ontdekt

Met behulp van de röntgensatelliet Chandra heeft een internationaal team van astronomen onder leiding van Daniel S.Hudson van de Universiteit van Bonn een paar ontdekt van supermassieve zwarte gaten. In het centrum van Abell 400, een cluster van sterrenstelsels in het sterrenbeeld Walvis, ontdekte het team in het actieve radiostelsel 3C 75 een dubbele kern van supermassieve zwarte gaten. 3C 75 was al bekend als dubbele radiobron, maar de röntgenwaarnemingen van Chandra bevestigen het vermoeden dat de zwarte gaten gravitationeel gebonden zijn aan elkaar. Schijnbaar staan de zwarte gaten 15″ van elkaar verwijderd. Uit de waarnemingen blijkt dat de zwarte gaten met een snelheid van 1.200 km per seconde door de ruimte vliegen. Het interstellaire gas rondom de zwarte gaten wordt daarbij verhit tot temperaturen van wel 38 miljoen graden en daardoor wordt röntgenstraling uitgezonden. Berekeningen doen vermoeden dat de twee zwarte gaten over miljoenen jaren zullen ‘versmelten’. Bij die gebeurtenis zal een reusachtige hoeveelheid gravitationele straling worden uitgezonden, die op aarde detecteerbaar is. Tenminste, als we een paar miljoen jaar geduld hebben dus. Er worden momenteel detectoren gebouwd, zoals LISA, die tot doel hebben om gravitationele straling te ontdekken. Tot nu toe nog zonder resultaat. Op 6 april verscheen in het vaktijdschrift Astronomy & Astrophysics een artikel over de ontdekking van het paar zwarte gaten. De redactie van A&A was zo vriendelijk om voor de liefhebbers ook het gehele artikel kostenloos op het net te zetten en wel hierzo. En dat waarderen wij uiteraard!