De ster van Bethlehem – deel II

Credit: M. Molnar.

Terwijl op televisie deel 1 van The Lord of the Rings bezig is (die ik al tig keer heb gezien, dus echt iets missen zal ik niet) even een kleine aanvulling op m’n vorige astroblog over de Ster van Bethlehem. Ik zit net een stukje te lezen via de lokale nieuws-pagina van de krant de Missoulian dat ging over de theorie dat Jupiter de ster van Bethlehem zou zijn. Het was de theorie van de sterrenkundige Michael Molnar uit New Jersey (VS), die gebaseerd was op de vondst van een oude Romeinse munt uit Syrië (zie afbeelding). Het komt er kortgezegd op neer dat er in 6 voor Christus twee keer een bedekking van Jupiter plaatsvond door de Maan, te weten op 19 december en later op 17 april. Die gebeurtenissen zouden door de astrologen van die tijd geïnterpreteerd zijn als zijnde een hemelse aankondiging van de geboorte van een koning. Die munt zou de Ram (Aries) voorstellen, het sterrenbeeld waarin Jupiter toen stond. Molnar heeft er een boek over geschreven, getiteld “The Star of Bethlehem: The Legacy of the Magi“. Wie de complete theorie wil nalezen moet maar es kijken op de site van Molnar zelf. Nou zou je uiteraard kunnen roepen ”wie is in vredesnaam Michael Molnar?” en roepen dat dit weer één van die vele theorieën over de ster van Bethlehem is. Maar op die genoemde site van de Missoulian is het niemand minder dan de befaamde sterrenkundige Owen Gingerich die verklaard dat Molnar”s theorie “the most original and important contribution of the entire 20th century on the thorny question” levert van hoe de gebeurtenissen in het Evangelie van Mattheüs moeten worden geïnterpreteerd. Kortom, serieus nemen die theorie over Jupiter als ster van Bethlehem. Ga daar de komende dagen maar es over nadenken.

De ster van Bethlehem

Credit: Public Domain

De donkere dagen voor kerst naderen en dan is het toch mooi als we in deze column aandacht schenken aan dat stukje licht dat ruim 2.000 jaar geleden aan een drietal wijzen uit het oosten de weg wees naar een kind in een kribbe (zie figuur 1). Dat stukje licht, de welbekende ster van Bethlehem uiteraard, wordt in Mattheüs 2 als volgt beschreven:

Toen nu Jezus geboren was te Bethlehem, gelegen in Judea, in de dagen van den koning Herodes, ziet, enige wijzen van het Oosten zijn te Jeruzalem aangekomen. 2 Zeggende: Waar is de geboren Koning der Joden? want wij hebben gezien Zijn ster in het Oosten, en zijn gekomen om Hem te aanbidden.”

Ik heb al eerder een stukje geschreven over de astrologie en daar bleek duidelijk dat men vroeger een sterk verband zag tussen Hemel en Aarde. Als belangrijke mensen werden geboren dan werd dat gekenmerkt door een teken aan de hemel. In dit geval dus een heldere ster aan de hemel.

Credit: Stellarium

Al heel lang probeert men te achterhalen wat het nou precies was wat daar een de hemel in het oosten te zien was. Vele theorieën zijn er al bedacht: één van de vroege kerkvaderen, Origenes, dacht dat de ster van Bethlehem vergelijkbaar was met andere hemelse verschijnselen, zoals kometen of heldere vallende sterren. In 1614 kwam Johannes Kepler met het idee dat het zou gaan om een drietal samenstanden kort na elkaar van planeten, te weten Jupiter en Saturnus. Volgens zijn berekeningen zouden die twee in 7 voor Christus erg dicht bij elkaar hebben gestaan en op één heldere ster hebben geleken. Met onze moderne computers kunnen we dat narekenen en het blijkt nog te kloppen ook (zie figuur 2). Alleen zit je dan met de vraag hoe 7 voor Chr. te rijmen valt met de geboorte van Christus, want die zou je toch rond het jaar 1 verwachten? Nou, dat blijkt een misverstand te zijn, want degene die als eerste Christus geboorte als startmoment van de Christelijke kalender voorstelde, de Scytische monnik Dionysius Exiguus (ca. 525 na Chr.) die had ergens een foutje gemaakt in het terugrekenen. Maar dat foutje blijkt maar vier jaar te zijn en geen zeven jaar, dus Kepler’s theorie klopt ook niet helemaal. Eerder kom een heldere nieuwe ster, nova genaamd, of een heldere komeet in aanmerking, die 5 voor Christus is waargenomen door hofastrologen in China en Korea. Sommige kronieken spreken van een ster met een staart, die ergens heen wijst. Net zoals de ster van Bethlehem dus de wijzen de weg wees.

Naast astronomische verklaringen van de ster van Bethlehem zijn er ook astrologische verklaringen: de ster van Bethlehem zou dan meer symbool zijn van de geboorte van een belangrijk persoon. In de jaren tussen 6 en 4 voor Christus zijn er meerdere conjuncties (nauwe samenstanden) geweest tussen heldere planeten en heldere sterren. Astrologen zouden die opgevat kunnen hebben als een soort van hemelse verbonden die werden gesloten om de komst van een koning op Aarde mogelijk te maken. Kortom, vele theorieën zijn er bedacht, maar geen enkele is nog bewezen. Mooi moment dus om onder het licht van de kaarsjes in de kerstboom daar eens even over na te denken. Fijne feestdagen allemaal!! [bovenstaande column heb ik onlangs geschreven voor het personeelsblad van deelgemeente Delfshaven in Rotterdam. Kwam wel gelegen uit om dit nou hier te plaatsen, dacht ik]

De astronomische winter is begonnen

Credit: R. Hollow

Vannacht om 01.22 uur Nederlandse tijd is de winter begonnen. Op dat tijdstip bereikte het middelpunt van de Zon het zogenaamde winterpunt van de ecliptica, op de lengte 270,0 graden. Dat moment wordt het solstitium genoemd. Die naam komt van de Romeinen, die spraken over het ‘wintersolstitium’, wat letterlijk ‘zonnestilstand’ betekent. Op dat moment staat de Zon op de Steenbokskeerking (op 23 graden zuiderbreedte) precies in het Zenit, recht boven de mensen. Vandaag zijn op het noordelijk halfrond de dagen het kortst, d.w.z. het aantal uren dat de zon boven de horizon staat, en op het zuidelijk halfrond het langst. Wie dat graag visueel wil zien moet maar eens op deze site kijken, waar je voor iedere plek op aarde de opkomst en ondergang van de Zon kunt zien. Ik heb voor ’t gemak maar even Rotterdam als lokatie genomen, maar dat kan je zelf veranderen. Het solstitium betekent overigens niet dat de Zon vandaag het laatst opkomt en het vroegst ondergaat. Volgens de sterrengids kwam de Zon vandaag om 8.46 uur op. Op 1 januari 2008 is dat op 8.48 uur, dus twee minuten later. Met de ondergang van de zon is het precies andersom. Vandaag ging de Zon om 16.30 uur onder, maar op 12 december ging ‘ie al om 16.27 uur onder, dus drie minuten vroeger. Dit jaar valt het begin van de winter dus op 22 december. Dat zal volgend jaar ook het geval zijn. In 2004 en 2005 was het op 21 december en in 2008 en 2009 valt het solstitium op 22 december. Die sprongen komen doordat ons ’tropische jaar’ een oneven aantal dagen telt (365) en door het gebruik van de schrikkeljaren. Die wisselingen van deze datum wil voor sommige mensen nog wel eens problemen geven, zoals dit jaar bleek. Bij het Engelse Stonehenge kwam donderdag 21 december een groep van zo’n zestig mensen die er heilig van overtuigd waren dat die dag de winter begon en die dat wilden vieren. Aldus een BBC-bericht. Ach ja, een mens kan zich wel eens vergissen.

Nieuw type gammaflitser wijst op nieuwe ontstaanswijze zwarte gaten

Credit: NASA/Swift

Met behulp van de Swift satelliet van de NASA hebben sterrenkundigen onlangs een zogenaamde hybride gammaflitser ontdekt. Zoals ik in eerdere astroblogs al schreef (bijvoorbeeld op 15 december 2005 en op 26 februari 2006) was van gammaflitsers tot nu toe bekend dat ze in twee smaken voorkomen: de korte flitsers en de lange flitsers. De korte flitsers (in het engels de gammaray-bursters, GRB’s, met een periode zeer kort, maximaal 1 seconde)  ontstaan als twee zware compacte objecten, bijvoorbeeld twee neutronensterren of een neutronenster en een zwarte gat op elkaar botsen. De lange flitsers (periode meer dan twee seconden tot enkele minuten) ontstaan waarschijnlijk als een zware ster aan het einde van z’n leven instort tot een zwart gat. Nu blijkt uit de waarneming van Swift dat er een tussensoort is: de gammaflitser GRB060614 duurde 102 seconden (de naam van de flitser komt van de datum van ontdekking: 14 juni 2006). Dat zou ‘m een lange gammaflitser maken. Maar de lichtcurve had alle karakteristieken van een korte gammaflitser. Alsof twee neutronensterren op elkaar knalden en dat niet zoals gebruikelijk in een fractie van een seconde, maar in bijna twee minuten. Wat ook vreemd was dat was dat gewoonlijk bij een lange gammaflitser de supernova-explosie wordt gezien, die voorafgaat aan de vorming van het zwarte gat. Maar bij GRB060614 bleef die supernova uit. Het moederstelsel is een sterrenstelsel op een relatief nabije afstand van 1,6 miljard lichtjaar (ahum), dus de supernova had gemakkelijk gedetecteerd kunnen worden. Kortom, voer voor theoretici dus deze gammaflitser. Eén theorie is al direct geopperd: er zou een nieuwe manier van vorming van zwarte gaten zijn waarbij de energie van de zware ster aan het einde van z’n leven niet de gelegenheid krijgt te ontsnappen in een explosieve knal, maar direct wordt verzwolgen in het zwarte gat. Een andere theorie (hier te lezen) zegt dat er wellicht sprake is van een botsing van een neutronenster of zwart gat met een witte dwerg. De doodsstrijd van de witte dwerg zou dan 102 seconden hebben geduurd, voordat ‘ie werd verorberd door de neutronenster of het zwarte gat. Vandaag werden in het vakblad Nature vier artikelen geplaatst over de ontdekking van de hybride gammaflitsers. Leuk hoor, al die verhalen over astronomisch kannibalisme zo net voor de kerst. Bron: ESO.

In memoriam: Carl Sagan

Credit: Public Domain

Vandaag is het precies tien jaar geleden dat Carl Sagan overleed. Sagan was sterrenkundige, exobioloog, ET-zoeker, science fictionschrijver én onvermoeibaar popularisator van de sterrenkunde. Wie herinnert zich niet z’n karakteristieke stemgeluid waarmee hij enthousiast sprak over bijvoorbeeld sterrenstelsels die op ‘billions and billions of lightyears’ afstand staan? Hij wist vele mensen enthousiast te maken met z’n TV-programma Cosmos: A Personal Voyage. Ook schreef hij het boek Contact, welke in 1997 verfilmd werd met Jodie Foster in de hoofdrol. Ik heb die film al een paar keer op TV gezien en ik blijf het een hele boeiende film vinden, al is dat laatste stukje met haar vader wel een tikkeltje overdreven. Maar die slotscene op ’t Witte Huis maakt het allemaal weer goed. In de VS is momenteel op diverse astroblogs (concullega’s van mij dus) een ware Saganmania aan de gang, o.a. op Celebrating Sagan en er is vandaag zelfs een Carl Sagan memorial blog-a-thon aan de gang. Ondanks z’n dood tien jaar geleden heeft Sagan zelfs een myspace, die volgens mij niet door Sagan’s rondwarende geest, maar door z’n zoon Nick wordt onderhouden. Wie Sagan aan het werk wil zien kan terecht op Youtube, waar honderden filmpjes van hem staan, onder andere deze. Altijd leuk om Sagan aan het werk te zien. Wanneer zou z’n droom over het ontdekken van buitenaards leven werkelijkheid worden?

Ziet Spitzer licht van allereerste objecten in het heelal?

Eerste objecten in het heelal links zoals waargenomen door Spitzer. Credit: NASA/JPL-Caltech/GSFC

Nader onderzoek van eerder gedane waarnemingen met behulp van de infrarood-ruimtetelescoop Spitzer laat zien dat deze wellicht de allereerste objecten in het heelal heeft waargenomen. Verspreid over de gehele hemelbol heeft Spitzer infraroodstraling gezien, die volgens Dr. Alexander Kashlinsky (van NASA’s Goddard Space Flight Center en leider van het onderzoeksteam) afkomstig is van “clusters of bright, monstrous objects more than 13 billion light-years away”. Ik vond dat te mooi om zo eventjes te vertalen. Of die objecten moeten superzware sterren zijn, meer dan 1.000 keer zo zwaar als onze Zon, of het moeten zwarte gaten zijn, die alles in hun omgeving opslurpen en daarbij hoge energiestraling uitzenden. Als het clusters van superzware sterren zijn dan vormen deze waarschijnlijk de kernen van de later te vormen sterrenstelsels. In de figuur hierboven zie je rechts een Spitzerfoto van een stukje in het sterrenbeeld Grote Beer. Vervolgens hebben ze daar alle bekende objecten (o.a. voorgrondsterren en bekende sterrenstelsels) van afgetrokken en wat overbleef was het plaatje links. Een animatie van die allereerste proto-sterrenstelsels is hier te bewonderen.
Over de eerder gedane waarnemingen werd in november 2005 al gepubliceerd in het Britse wetenschappelijke blad Nature. Dat was ook door het team van Kashlinsky. In die eerste studie ging het om licht afkomstig van vijf verschillende gebieden aan de hemel. Het waargenomen infraroodlicht was toen het ruim 13 miljard jaar geleden ontstond nog ultraviolet en optisch van golflengte, maar door de uitdijing van het heelal zijn de golflengten van de straling uitgerekt. De sterrenkundigen proberen nou uit te zoeken wat de exacte natuur is van die allereerste objecten in het heelal. De bevindingen van Kashlinsky’s team zullen binnenkort in twee artikelen in het vakblad Astrophysical Journal Letters worden gepubliceerd. Je kan naar de krantenboer rennen en hopen dat dat blad tussen de Story en de Privé te vinden is, maar je kan beide artikelen ook hier en daar lezen. Kijk maar 😉 . Bron: NASA/JPL.

 

Uitbarsting zonnevlek 930 in beeld

Credit: NSO

Ok, hij is alweer verborgen aan de achterkant van de Zon, maar ik kwam dit plaatje van zonnevlek 930 tegen en die moest ik toch even laten zien. Op 6 december barstte het beest los en dat veroorzaakte die geomagnetische storm (met alle noorderlicht) als gevolg. Ik schreef daar eerder over. De uitbarsting was van de categorie X6, in Tour de France termen de buitengewone categorie. Als een soort tsunami zie je een schokgolf zich over het zonne-oppervlak uitbreiden. Mooi in beeld gebracht door het National Solar Observatory (NSO) in New Mexico (VS), die daarvoor een H-alpha filter gebruikten. Zie voor het volledige verhaal van de 930-Tsunami de website van NSO. Niet te geloven trouwens dat we momenteel in het zonnevlekken-minimum zitten 😯 .

NASA en Google gaan samenwerken

Credit: NASA

Vandaag, 18 december 2006, is bekendgemaakt dat NASA Ames Research Center en Google gaan samenwerken en daartoe een zogenaamde Space Act Agreement hebben ondertekend. Op de foto twee topmensen van beide organisaties, Scott Hubbard (NASA) en Eric Schmidt (Google). De samenwerking is erop gericht om de grote hoeveelheid gegevens van de NASA geschikt te maken voor het grote publiek. Door het ruimteonderzoek heeft de NASA de laatste tientallen jaren gigantische hoeveelheden gegevens verzameld, maar die zijn slechts bij een select gezelschap van wetenschappers bekend. NASA wil die gegevens ontsluiten. Het gaat bijvoorbeeld om:
  • Real-time weergegevens en -voorspellingen bekendmaken
  • Hoge resolutie driedimensionale kaarten van de Maan en Mars
  • Het real-time volgen van de ISS en de Space Shuttle

Met Google’s data-experts moet het volgens NASA’s baas Michael Griffin bijvoorbeeld binnenkort mogelijk zijn om virtueel over het Maanlandschap te vliegen (mmmmm, dat deden we vrijdag j.l. al met Peter Pulles Photodex’ voorstelling 😉 ). NASA en Google werken overigens al samen in de website GoogleNasa. Die site is er om medewerkers van beide organisaties gegevens te laten delen. Bron: NASA.

Stardust geeft beter inzicht in ontstaan zonnestelsel

Credit: NASA/JPL.

Onderzoekers hebben deze week in de online-versie van het Amerikaanse wetenschappelijke blad Science (Science Express genaamd) de eerste resultaten gepubliceerd van analyses van stof van de komeet Wild 2 dat door de ruimtesonde Stardust naar de Aarde is gebracht. De Stardust-missie had als doel om door de staart van die komeet te vliegen en dan materiaal in te vangen dat in een speciale aerogel werd gevangen. Op 2 januari 2004 gebeurde dat ook en met succes. Op een afstand van 234 km vloog Stardust lang de kern van de komeet (zie afbeelding voor een stereogram daarvan) en door de kern uitgestoten deeltjes werden door de ‘stofvanger’ gegrepen. Januari van dit jaar kwam de sonde per satelliet terug op Aarde en de ingevangen monsters werden direct naar laboratoria verspreid over de hele wereld gebracht. Stardust zelf ging naar een clean room in het Johnson Space Center in Houston. Zie m’n Astroblog van 23 januari 2006 daarover.

De eerste resultaten geven een opmerkelijk beeld van het vroege zonnestelsel. Tot nu toe werd gedacht dat kometen in de buitenste koude regionen van het proto-zonnestelsel ontstonden en dat die regionen niet in kontakt stonden met de hetere binnenste gedeelten. Maar in de kometenstof van Wild-2 werden ook mineralen ontdekt zoals forsteriet en enstatiet, die alleen bij hogere temperaturen kunnen zijn gevormd. In één stofdeeltje werd zelfs materiaal ontdekt dat alleen ontstaan kan zijn bij temperaturen hoger dan 1100 graden Celcius en dat kan alleen voorkomen binnen de baan van Mercurius. Volgens de onderzoekers is tot tien procent van de kometenmaterie afkomstig uit de omgeving van de zon. Dit betekent dat er een soort van menging moet hebben plaatsgevonden van materiaal in de verschillende zones rondom de protozon. Dit komt overeen met de voorspelling van de Amerikaanse astronoom Frank Shu, die in 2001 zei dat er door een zogenaamde ‘röntgenwind’ deeltjes uit het gebied dicht bij de protozon naar buiten kunnen worden weggeblazen. Die deeltjes zouden vervolgens terecht kunnen komen in de buitenste schijf van het zonnestelsel-in-wording, waar de kometen zijn ontstaan. Deze ideeën zijn op hun beurt weer nuttig voor de modellen die proberen om het ontstaan van de planeten om de zon na te bootsen. Wordt vervolgd. Bron: NRC-handelsblad, 16 december 2006 + Stardust/JPL.