17 oktober 2018

Newton: geniaal of toch een tikkeltje vreemd?

Isaac NewtonVandaag, 6 juli 2007, is het precies 320 jaar nadat Isaac Newton z’n befaamde Principia publiceerde. Voluit luidde de titel daarvan Philosophiae Naturalis Principia Mathematica oftewel de Wiskundige beginselen van de natuurfilosofie. Het wordt algemeen beschouwd als een van de invloedrijkste wetenschappelijke publicaties ooit en Newton kon het werk publiceren dankzij de hulp van z’n vriend Edmund Halley. De inhoud van het driedelige werk ga ik hier verder niet bespreken, daar is hier al regelmatig naar verwezen, maar wat ik wel interessant vind is dat ik middels lezing van Bill Bryson’s boek “Een kleine geschiedenis van bijna alles” ook een ander beeld van Newton heb gekregen. Hij was niet alleen de geniale wetenschapper, die op het terrein van o.a. de optica, wiskunde en zwaartekracht revolutionaire ideeën naar voren heeft gebracht, maar hij had ook een wat duistere kant. Zo zegt Bryson dat Newton ook alchemist was, voortdurend op zoek naar het produceren op allerhande wijze van goud. Voor die tijd niet zo erg bijzonder, want het merendeel van de geleerden uit die tijd hield zich met dat soort praktijken bezig.

Maar bizar vond ik wel de anekdote van Bryson over een proef die Newton ooit deed met z’n eigen oog. Op een dag pakte Newton een lange rijgnaald, eentje waarmee leer wordt genaaid, en uit nieuwsgierigheid stak hij die in z’n oog. Niet midden in z’n oog, maar tussen het oog en de oogkas in. Hij stak de naald zover hij kon tot het bot, louter om te zien wat hij zou voelen. 😯 Hij draaide er vervolgens nog flink mee rond ‘tussen mijn oog en het bot en zo ver mogelijk naar de achterkant van mijn oog als ik kon.’ Ik begrijp dat de beste man graag experimenteerde (zie z’n proeven met lichtbreking en telescopen), maar dat je daar een naald voor in je oog steekt gaat wel heel erg ver. Ik geloof niet dat Newton er schadelijke gevolgen van heeft overgehouden en dat hij in de tijd daarna rustig een appel uit een boom kon zien vallen. Hoewel, echt zuinig op z’n ogen was hij niet, want een andere keer keek hij net zo lang in de Zon om te kijken wat het effect op z’n gezichtvermogen zou zijn. Ook hier hield hij (wonderlijk genoeg) geen blijvend letsel aan z’n ogen over, hoewel hij wel enkele dagen in een donkere ruimte moest blijven om z’n ogen te laten bijkomen. Eerder heb ik ook al geschreven dat Newton zich ook bezighield met de Bijbeluitleg en dat hij voorspellingen deed over het einde van de wereld. Maar ook daarin onderscheidde Newton zich niet van z’n andere tijdgenoten. Kortom, een geniale man én een tikkeltje vreemd. Bron: Bill Bryson, Een kleine geschiedenis van bijna alles, blz. 49-50.

Laat wat van je horen

*

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.