Karresporen? Nee, het is een stuk silica op de Homeplate op Mars. Credit: NASA/JPL-Caltech.
Eén van de twee rondrijdende Marsrovers, de Spirit, heeft in het gebied genaamd Homeplate een geweldige ontdekking gedaan: een stuk bodem bedekt met bijna pure siliciumdioxide [1]Siliciumdioxide is het oxide van silicium. In de natuur komt het in diverse vormen voor, waaronder kwarts en opaal, maar vooral in zeer kleine deeltjes, als zand. Wij gebruiken het weer als grondstof … Continue reading! Siliciumdioxide, ook wel bekend als silica, is een mogelijke habitat, eh…zeg maar leefomgeving, van microbacteriële organismen. 😯 Volgens onderzoeker Steve Squyres zijn er twee mogelijke bronnen van de silica op Mars. De eerste is een soort van heetwaterbron, de tweede is een zogenaamde fumaroles. Op Aarde kennen we die als openingen in de aardkorst, vaak in de nabijheid van vulkanen of in vulkanisch actieve gebieden, waar warme tot zeer hete zure gassen en dampen uit ontsnappen. Squyres denkt dat de fumarole-optie de beste kansen heeft. Het stuk bodem bestaat voor 90% uit silica en zo’n hoge concentratie is moeilijker met een heetwaterbron te verkrijgen dan met een fumarole. De bodem kent een verhoogde hoeveelheid titanium en dat is ook een eigenschap van gronden rondom aardse fumaroles. En zo heeft de Spirit een prachtige ontdekking gedaan. Hopelijk dat ‘ie z’n winterslaap overleeft. Ook op Mars breekt binnenkort de winter aan en de zonnepanelen van Spirit zitten nog vol stof van de zware stofstorm die afgelopen zomer daar maanden woedde. Door dat stof werkt de energietoevoer niet optimaal. Bron: NASA/JPL.
Nou we ’t toch over Mars hebben: Marsjager Jan Brandt heeft weer toegeslagen! 🙂 Hij stuurde mij een foto van Mars toe. Even een quote uit zijn begeleidend schrijven: “Eergisteravond ben ik eerst samen met Mister B.from zwijndrecht effe de biesbos in ge-raced om met de 25×100 Bino zowel Komeet Holmes als Komeet Tuttle waar te nemen… en daarna weer gauw naar huis om met het onvolprezen Newtonnetje nog maar eens Mars op de korrel te nemen…en… ik moet zeggen dat ik met dit eindresultaat zo mogenlijk nog Happier dan met mijn vorige. Volgens mij is dit nu zolangzamerhand wel een beetje het maximum wat er uit een eenvoudig “stadsNewtonnetje” geperst kan worden… Hmmmmm, “The Brandt Dordrecht city Mars map”… zou de NASA, of wellicht de FASA (!!) daar mischien nog een bescheiden zakcentje voor over hebben???” Stellen we ”t voor aan de NASA?’
Siliciumdioxide is het oxide van silicium. In de natuur komt het in diverse vormen voor, waaronder kwarts en opaal, maar vooral in zeer kleine deeltjes, als zand. Wij gebruiken het weer als grondstof voor glas. Het komt ook in bepaalde planten in grote hoeveelheden voor. Samen met water vormt siliciumdioxide kiezelzuur. In het Engels spreekt men van silica.
Wil je echt weten waarom de Atlantis niet gelanceerd is? Eén van de vele webcams die op de spaceshuttle gericht was legde de oorzaak vast. Even op de foto klikken. Há, nou weet ik direct waarom het webcam heet. 🙂 Bron: Bad Astronomy Blog.
Wetenschappers van het Carnegie Institution’s Geophysical Laboratory (VS) hebben de welbekende Marsmeteoriet Allan Hills 84001 [1]Beter bekend als ALH84001. De 1,93 kg zware meteoriet werd in 1984 op Antartica ontdekt. In 1996 kwam Dr. David McKay van de NASA met de ‘ontdekking’ dat hij aanwijzingen in de meteoriet … Continue reading onderzocht en daaruit blijkt dat al vroeg in de geschiedenis van Mars bouwstenen voor leven moeten zijn ontstaan. De groep van Carnegie onderzocht organische verbindingen in ALH84001 en vergeleek die met een soortgelijke steen die gevonden werd in Svalbard (Noorwegen). Die steen werd zo’n één miljoen jaar geleden in een vulkaan gevormd in een koud, arctisch klimaat. Tijdens het afkoelen van de steen zorgde het zogenaamde magnetiet ervoor dat organische materialen konden ontstaan uit vloeibaar gesteente dat rijk was aan kooldioxide en water. In ALH84001 kwam men dezelfde samenstelling tegen, hetgeen erop wijst dat het organische materiaal niet te danken is aan Martiaans leven, maar aan chemische reacties in het gesteente. Men denkt dat het organische materiaal in ALH84001 in twee fasen is ontstaan. De eerste is tijdens een snelle afkoeling van het gesteente op Mars, vergelijkbaar met hetgeen de Svalbard-steen overkwam. Ten tweede kan er organisch materiaal ontstaan zijn toen een meteoriet op Mars insloeg, waarmee de ALH84001 steen de ruimte in werd geslingerd. En zo kwam de Marssteen via een omweg zo’n 13.000 jaar geleden weer op Aarde terecht, alwaar hij in het ijs van Antartica terechtkwam en door de kou direct werd ‘verzegeld’. Bron: Carnegie Institute for Science.
Beter bekend als ALH84001. De 1,93 kg zware meteoriet werd in 1984 op Antartica ontdekt. In 1996 kwam Dr. David McKay van de NASA met de ‘ontdekking’ dat hij aanwijzingen in de meteoriet had gevonden voor het bestaan van leven op Mars.
Twee weken geleden meldde ik dat de Voyager 2 de zogenaamde termination shock zal passeren, het punt waar de heliosfeer, het gebied waarin de zonnewind de overheersende stroom van deeltjes is, overgaat in de heliopauze. De heliopauze wordt door velen beschouwd als de uiterste grens van ons zonnestelsel. Nu blijkt dat het Plasma Science instrument aan boord van de Voyager verrassende resultaten heeft waargenomen tijdens de passage van de termination shock. Ten eerste heeft men onverwacht sterke magnetische velden aangetroffen, die veroorzaakt worden door stromen in de aanwezige ijle zonnewind. Die magnetische lijnen drukken de zonnewind samen en zorgen ervoor dat termination shock niet mooi symmetrisch is, maar nogal gebutst. Ten tweede blijkt de temperatuur net voorbij de termination shock tien keer lager te zijn dan men had voorspeld. Het zou kunnen zijn dat het plasma-instrument de temperatuur van de deeltjes in het gas niet meer goed kan meten, maar dat moet nog worden onderzocht. Lees verder →
Eén sensor in de externe brandstoftanks geeft zoveel moeilijkheden dat de vluchtleiding van de Atlantis besloten heeft de lancering uit te stellen. Het gaat om ECO [1]engine cutoff sensor nr. 3. STS-122 zal daarom niet eerder dan 2 januari 2008 omhoog gaan, inclusief het Europese Columbuslab. De bemanning moet de kerstdagen dus gewoon op Aarde thuisbrengen. Mmm, wel meer kans dat ze kunnen genieten van gevulde kalkoen. 😉 Bron: Spaceref.com.
Komende vrijdag de 14e december kunnen we allemaal genieten van datgene wat 3200 Phaethon heeft voortgebracht. ‘Huh, 3200 Phaethon? Nooit van gehoord’ hoor ik de meeste astrobloggers al zeggen en tot gisteren had ik er ook nog nooit van gehoord, eerlijk gezegd. 3200 Phaethon is een planetoïde ruim 5 km in doorsnede die in 523,586 dagen een rondje om de Zon draait. Als dat het enige bijzondere aan de planetoïde is zouden we ‘m nooit opgemerkt hebben. Maar 3200 Phaethon is de bron van de welbekende en mooie meteorenzwerm Geminiden! En daarom is het een bijzonder object. Het waren Simon F. Green en John K. Davies die op 11 oktober 1983 3200 Phaethon (catalogusnummer 1983 TB) ontdekten tijdens een zoektocht in de gegevens van de Infrared Astronomical Satellite (IRAS). Daarmee was 3200 Phaethon de eerste planetoïde die met een satelliet werd ontdekt! Een Nederlandse satelliet wel te verstaan. 😀 Al gauw bleek dat de baanelementen van de planetoïde samenvallen met die van de Geminiden en zo identificeerde men 3200 Phaethon als de bron van de zwerm [1]een Java-applicatie waarin de baan van 3200 Phaethon wordt getoond is hier te zien.. Zodoende kunnen we vrijdag genieten van de ‘kosmische kinderen’ van Phaethon, haha… hoe poëtisch kan een mensch klincken. Volgens de Sterrengids 2007 is het maximum van de Geminiden helaas op een moment dat de radiant nog onder de horizon staat (zo rond 18.00 uur) met 120 meteoren (!) per uur, maar in de nanacht van 13/14 december en 14/15 december kunnen we altijd nog tientallen meteoren per uur verwachten. Ze zijn minstens zo talrijk als de Perseïden, die we half augustus ieder jaar kunnen zien, en doorgaans zijn ze ook helderder. De jonge maan stoort vrijdag erg weinig. Kortom, kijken naar de Geminiden! Bron: Sterrengids 2007 + Wikipedia.
Credit: Jack Burns et al (Universiteit van Colorado)
De cijfers zijn hier al vaak verschenen op de astroblogs: 4% van het heelal bestaat uit gewone materie, 73% is donkere energie en 23% is donkere materie. Je zou dus kunnen denken ‘OK, die vier procent die uit gewone materie bestaat kan je wel zien’. Mis! Van die gewone materie kunnen sterrenkundigen slechts 60% zien in de vorm van sterren, planeten, gas- en stofwolken. De overige 40% is zoek. Met behulp van twee grote computers gingen Jack Burns en collega’s van de Universiteit van Colorado (Boulder, VS) daarom op zoek naar die verborgen materie. In een computersimulatie werd 2,5% van het zichtbare heelal gesimuleerd, een kubus van 1,5 miljard lichtjaar doorsnede. Uitkomst was dat veel materie blijkt te zitten in enorme intergalactische gaswolken, het zogenaamde Warme-Hete Intergalactische Medium (WHIM). De komende jaren wil men met echte telescopen deze stelling gaan bewijzen. De huidige generatie (ruimte-)telescopen is niet in staat om het WHIM te zien, maar een nieuwe generatie moet dat wel kunnen. Burns en z’n team denken daarbij aan de 10-meter South Pole Telescope op Antarctica en de 25-meter Cornell-Caltech Atacama Telescoop (CCAT), die momenteel in de Atacama woestijn in Chili wordt gebouwd. Lees verder →
Om Saturnus cirkelen twee maantjes, Atlas en Pan, die de vorm blijken te hebben van een vliegende schotel! Met de Saturnusverkenner Cassini heeft men die maantjes nauwkeurig bestudeerd en het blijkt dat de maantjes, elk zo’n 20 km metend van pool tot pool, aan de evenaar een grote rand hebben van 6 tot 10 km. Door die rand hebben ze het uiterlijk van een vliegende schotel. De vorm is niet het resultaat van een snelle rotatie, want die blijkt met één rotatie per 14 uur te langzaam om de uitstulpingen te veroorzaken. Carolyn Porco (Space Science Institute in Boulder, VS) en haar collega’s denken daarom dat de uitstulpingen uit ijsbrokken van de ringen van Saturnus zijn gevormd. De vorm doet ook denken aan de accretieschijven, die om zwarte gaten en andere compacte objecten te vinden zijn. Wellicht dat Atlas en Pan in twee fasen zijn ontstaan: de kern zou ontstaan zijn in de vroege stadia van het zonnestelsel toen een groot ijsachtig object uiteenviel. De randen aan de evenaar zouden later ontstaan zijn doordat materiaal uit de ringen van Saturnus werd aangetrokken en vastklonterde aan de maantjes. Dit model verklaart waarom de evenaar een glad uiterlijk heeft, terwijl de polen ribbelig zijn. De foto hierboven van Atlas is een animatie gemaakt op een computer.
Credit: NASA/JPL-Caltech.
De echte foto van Atlas en Pan, welke Cassini tussen 2005 en 2007 gemaakt heeft en die vervolgens tot één compositiefoto zijn gesmeed, is hiernaast te vinden. Maantjes die er uitzien als vliegende schotels. Kan het nog gekker tegenwoordig? 🙂 Bron: NASA/JPL.
Foto van spiculen op de Zon genomen door de Hinode. Credit: Hinode / JAXA / NASA
De Japanse zonnesatelliet Hinode heeft in de atmosfeer van de Zon details waargenomen die op het bestaan kunnen wijzen van zogenaamde Alfvéngolven. Dat zijn quasi-periodieke golven die zich voortplanten langs de magnetische veldlijnen in een plasma [1]Da’s een sterk geïoniseerd gas. en die in 1942 in een laboratorium ontdekt zijn door de Zweedse natuurkundige Hannes Alfvén. Die Alfvéngolven zijn de mogelijke oorzaak voor het feit dat de corona van de Zon, het buitenste deel van de zonne-atmosfeer, zeer heet is. Aan het oppervlak heeft de Zon een temperatuur van zo’n 6.000 ºC, terwijl de corona maar liefst 1.000.000 °C heet is. Die corona is normaliter niet met het blote oog zichtbaar, maar wel tijdens een volledige zonsverduistering. Vier maanden geleden zagen waarnemers van o.a. het National Solar Observatory in New Mexico (VS) al aanwijzingen voor omhoog bewegende Alfvéngolven in de corona, maar die bezaten te weinig energie om de corona te verhitten. Hinode kan dieper in de zonne-atmosfeer kijken en daarmee zag men aanwijzingen voor Alfvéngolven met snelheden van 45 tot 200 km per seconde. Die aanwijzingen waren periodieke horizontale bewegingen van verschillende structuren in het plasma, de zogenaamde spiculen (vlamachtige plasmazuilen). Op de foto hierboven genomen door de Hinode zien we de rand van de Zon met daarin die spiculen. Gisteren verscheen in het Amerikaanse vakblad Science een serie artikelen over de waarnemingen van Hinode. Bron: NRC-Handelsblad, 8 december 2007.