Toengoeska en Nikola Tesla

Credit: Public Domain

Zoals ik vorige week schreef is het vandaag precies honderd jaar geleden dat in Siberië de grote Toengoeska-explosie plaatsvond. Eigenlijk is ’t 1 juli, want om 14 minuten over één vannacht is hét moment supreme. Maar goed, da’s een detail. Verklaring nummer 1 voor de explosie is een grote meteoriet, die ergens hoog in de dampkring moet zijn geëxplodeerd. Maar er gaan ook verhalen de ronde dat het Toengoeska-incident zou kunnen zijn veroorzaakt door een experiment met een energiewapen dat gemaakt zou zijn door Nikola Tesla, de Servisch-Amerikaanse uitvinder. Tesla kennen we vooral als uitvinder van de wisselstroomgenerator, de wisselstroom-elektromotor en van alle andere belangrijke componenten van het huidige elektriciteitsnet. In een dertien bladzijden tellend document beschrijft Oliver Nichelson hoe Tesla een apparaat ontwierp om draadloos stroom uit te zenden. Het zou nogal destructieve krachten hebben, want Tesla beschreef in 1935 dat het in staat was “to destroy anything, men or machines, approaching within a radius of 200 miles. It will, so to speak, provide a wall of power offering an insuperable obstacle against any effective aggression.” Nichelson denkt dat de explosie van Toengoeska veroorzaakt is door Tesla’s destructieve wapen. 😯 Met name het feit dat de ontploffing tot in Nederland en Engeland te zien was is voor Nichelson aanleiding om de meteoriet-verklaring terzijde te schuiven. Drie nachten lang na het incident was de hemel in West-Europa zo zilverlicht dat je buiten een boek kon lezen. Dat verlichten van de hemel was één van de eigenschappen van Tesla’s apparaat.

Credit: EBE


Afijn, zo gaat Nichelson nog een tijdje door om argumenten aan te voeren waarom de Toengoeska-explosie door Tesla’s apparaat is veroorzaakt. Zelf geloof ik niet zo in dit soort van complot-theorieën. Hij zal best een pionier zijn geweest in het ontwerpen en bouwen van electrische apparaten, maar om hem capabel te achten een apparaat te ontwerpen waarmee in 1908 zo’n 80 miljoen bomen in één klap over een gebied met een omtrek van 30 tot 40 kilometer als luciferhoutjes omvielen lijkt mij te ver gaan. Naast de populaire meteorieten-verklaring van de Toengoeska-explosie en de Tesla-verklaring zijn er overigens nog ruim honderd andere verklaringen die de ronde doen, zoals een gecrashte UFO of een zwart gat. Lees de Engelse Wikipedia-site maar eens voor een aantal daarvan. Bron: NRC-Handelsblad, 30 juni 2008.

1 juli start Cassini’s Equinox Missie

Credit: NASA/JPL-Caltech.

Vandaag, 30 juni 2008, is de primaire missie van de Saturnusverkenner Cassini officieel geëindigd. Klinkt dramatisch, net zo dramatisch als de aankondiging dat morgen de stekker van de Zonverkenner Ulysses er uit gaat, maar in het geval van Cassini valt het allemaal mee. Morgen start namelijk de opvolger van die primaire missie, de zogenaamde Equinox Missie, die tot september 2010 zal duren. Cassini verkeert in uitstekende staat, dus niets staat het toestel in de weg om een nieuwe missie te starten met nieuwe doelen. Die doelen zijn hoofdzakelijk de manen Titan en Enceladus. De naam equinox komt van de equinox die Saturnus augustus 2009 mee gaat maken als de Zon recht boven de evenaar van de geringde planeet staat. De afgelopen vier jaar werden de ringen vanuit zuidelijke hoek door de Zon verlicht. Tijdens de equinox verlicht de Zon de ringen direct en daarna zal hij ze vanaf ’t noorden verlichten. Binnenkort zal ik een overzichtje publiceren met de meest relevante ontdekkingen uit de primaire missie-periode van de Cassini. Bron: NASA/JPL.

Liefdesbrieven van sterrenkundige Kapteyn gepubliceerd

Credit: Rijksuniversiteit Groningen

Vorige week dinsdag is het eerste exemplaar uitgereikt van het boek ‘Lieve Lize, de minnebrieven van de Groningse sterrenkundige J.C. Kapteyn aan Elise Kalshoven, 1878-1879’. Prof.dr. Adriaan Blaauw, emeritus hoogleraar sterrenkunde van de Rijksuniversiteit Groningen kreeg het eerste exemplaar aangeboden. Jacobus Cornelius Kapteyn (19 jan 1851 – 18 juni 1922) was een sterrenkundige die vooral bekendheid kreeg door het catalogiseren van sterren én het bestuderen van de eigenbeweging van sterren [1]Hij ontdekte via die studie van de eigenbeweging dat er twee stromen, tegengesteld aan elkaar, waren. Dit was de basis voor het bewijs dat de Melkweg roteert.. Hij kwam in 1878 op 26-jarige leeftijd naar Groningen, waar hij de eerste hoogleraar in de Sterrenkunde aan de Rijksuniversiteit Groningen werd. Zijn verloofde Elise Kalshoven bleef achter in Maarssen. Hij schreef haar zeer regelmatig. Uit de 68 brieven die nu zijn uitgegeven valt veel te lezen over het alledaagse academische leven in Groningen eind 19e eeuw. Ook het werk van de sterrenkundige komt ter sprake. Kapteyn wilde in Groningen een observatorium realiseren. Toen dit niet lukte specialiseerde hij zich in precisie-analyses van sterrenfoto’s. Hiermee werd hij de grondlegger van de internationaal befaamde Nederlandse School van de sterrenkunde van de Melkweg. ‘Lieve Lize’ is het derde deel in een serie van kleine bronnenuitgaven over de geschiedenis van de Groningse universiteit. Het boek is samengesteld door Klaas van Berkel en Annelies Noordhof. Wie interesse heeft in aanschaf van het boek: ‘Lieve Lize’ (168 bladzijden schoon aan de haak) is te koop via de RUG voor € 10,- (ISBN 978 90 367 3353 3). Bron: NOVA.

References[+]

References
1 Hij ontdekte via die studie van de eigenbeweging dat er twee stromen, tegengesteld aan elkaar, waren. Dit was de basis voor het bewijs dat de Melkweg roteert.

De ondeeltjes van Howard Georgi

Courtesy University of Wisconsin Board of Regents

Elementaire deeltjes kennen we in alle soorten en maten, maar over één ding is iedereen het eens: ze hebben allemaal een vaste massa. De rustmassa van een electron is 9,109534×10-31 kg, wat overeenkomt met een rustenergie van 511,007 keV. Er bestaan geen electronen met een rustmassa die een tikkeltje zwaarder is. Maar zoals gebruikelijk in de wetenschappen bestaan er geen heilige huisjes, en daarom is het interessant te vernemen dat in 2007 de natuurkundige Howard Georgi met een artikel kwam waarin hij sprak van het bestaan van de zogenaamde ondeeltjes (unparticles), deeltjes die alle denkbare massa’s kunnen hebben [1]Eigenlijk komt de eer van de ondeeltjes de natuurkundige F.Smarandache toe, die in 2004 met het idee aankwam.. 😯 Je zou het natuurlijk onder de categorie ‘leuk voor de prullebak’ kunnen scharen, maar het is goed daarbij te bedenken dat Georgi niet zomaar iemand is. Hij is één van de pioniers van het standaardmodel voor de elementaire deeltjes en natuurkrachten, het model dat drie van de vier natuurkrachten (sterke, zwakke en electromagnetische wisselwerking) onder één noemer heeft gebracht.

Howard Georgi. Credit: APS.

Georgi is inmiddels 61 jaar en nog altijd druk met filosoferen en theoretiseren. Maart 2007 stuurde hij een artikel over de ondeeltjes per mail op aan enkele collega’s en schreef daarin: “Bijgesloten hallucinatie had ik een paar dagen geleden en sindsdien heb ik als in een trance geprobeerd de details ervan uit te werken.” Zekerheidshalve voegde hij er nog aan toe: “Omdat het waarschijnlijk beschamende onzin is, zou ik het op prijs stellen als je dit een paar dagen voor jezelf zou kunnen houden.” Het artikel is niet tot de selecte kring van collega’s van Georgi beperkt gebleven, want het verscheen al gauw op de archiv.org site waar wetenschappers hun artikelen in de etalage zetten. Korte tijd later verscheen een tweede artikel van Georgi, waarin hij verder op de ondeeltjes inging. En sindsdien is er een ware hype onder natuurkundigen over de ondeeltjes. Georgi’s artikel over z’n hallucinatie is inmiddels één van de meest geciteerde artikelen van 2007! Afijn, de grote vraag is uiteraard ‘Wat zijn ondeeltjes precies?’ Daarvoor moeten we eerst ingaan op het begrip schaalinvariant. Die term kwam toevallig afgelopen vrijdag ook naar voren in R. de Jong z’n lezing over fractale kosmologie, wat logisch is omdat fractals schaalinvariant zijn: een kleinschalige structuur herhaalt zich daarin zodanig dat op grote schaal dezelfde structuur ontstaat.

Bestaat schaalinvariante materie?

Elementaire deeltjes mét massa en natuurkrachten zijn niet schaalinvariant, dat wil zeggen dat hun eigenschappen hetzelfde blijven óók als ze meer energie krijgen. De natuurkrachten opereren ook op verschillende schalen, zoals de zwaartekracht, die op kosmologische schaal van grote invloed is, maar op atomaire schaal niets voorstelt t.o.v. de andere drie natuurkrachten. Belangrijk in dit verband is dat elementaire deeltjes zónder massa, zoals fotonen, wel schaalinvariant zijn. Als je een heelal alléén gevuld met fotonen zou hebben dan zou dat er op á lle schalen exact hetzelfde uitzien, de fractal-bloemkool in optima forma om het maar even te zeggen. Georgi bedacht dat er deeltjes mét massa kunnen bestaan die wél schaalinvariant zijn zoals fotonen en die afkomstig moeten zijn uit een tot dusver verborgen gebleven wereld. Gewone deeltjes zoals protonen en electronen kunnen in die verborgen wereld niet bestaan, maar ondeeltjes wel. En het mooie is dat er een theorie is die die verborgen wereld kan beschrijven, namelijk de conforme veldentheorie [2]Oftewel de Conformal Field Theory, CFT. van nobelprijswinnaar Kenneth Wilson, een andere grootheid uit de wereld van natuurkundigen. Het voert te ver om daar verder op in te gaan (lees: ik heb geen zin daar iets over te zeggen), maar het biedt in ieder geval een basis voor verdere bespiegelingen over die verborgen wereld én de ondeeltjes die daarin voorkomen. Volgens Georgi bestaat er een mogelijkheid dat ondeeltjes soms terechtkomen in ‘onze’ wereld, net zoals deeltjes uit hogere dimensies tevoorschijn kunnen komen. En net zoals bij die laatste categorie deeltjes is hét instrument om de ondeeltjes te kunnen detecteren de Large Hadron Collider (LHC), waar momenteel de laatste werkzaamheden aan worden verricht. In de LHC worden protonen tegen elkaar geknald en daarbij ontstaan complete lawines van deeltjes. Volgens de wet van behoud van energie en impuls moet de totale hoeveelheid energie en impuls van de deeltjes vóór de botsing gelijk zijn aan de hoeveelheid ná de botsing. Da’s de eenvoudigste boekhoudkundige regel van het heelal. Máár als blijkt dat er toch een tekort aan energie en/of impuls wordt gevonden na de botsing, dan moet dat tekort gedragen zijn door niet rechtstreeks detecteerbare deeltjes, de ondeeltjes dus. Kortom, die LHC gaat niet alleen op zoek naar Higgsdeeltjes, niet alleen naar deeltjes uit de hogere dimensies, nee hij eh… het gaat óók op zoek naar ondeeltjes. Het krijgt ’t nog druk. 🙂 Bron: NRC-Handelsblad, 28 juni 2008. Plaatjes uit deze astroblog komen van de Why-files.

References[+]

References
1 Eigenlijk komt de eer van de ondeeltjes de natuurkundige F.Smarandache toe, die in 2004 met het idee aankwam.
2 Oftewel de Conformal Field Theory, CFT.

Over fractals, kosmologie en Z-pincheffecten

Afgelopen vrijdag hield Robert de Jong een lezing bij sterrenkundevereniging Christiaan Huygens over fractalkosmologie. Een best wel heftige voordracht als ik stellen mag, gezien de controverse die sommige ideeën van de Jong bij de aanwezige leden veroorzaakte. De fractalkosmologie is gebaseerd op de fractal-wiskunde, ooit bedacht door Benoá®t Mandelbrot, en de Jong legde vóór de pauze die grondslagen uit. Fractals blijken voor te komen in talloze toepassingen en natuurverschijnselen, van architectuur tot bloemkolen. De Jong liet daar in z’n powerpoint-presentatie diverse voorbeelden van zien, waarbij met name de dimensie van de fractal als belangrijke factor naar voren kwam. Wij zijn gewend te denken in drie dimensies (lengte, breedte, diepte), maar in de fractal-wiskunde wordt ook gewerkt met niet-hele dimensies. Een bepaald figuur zou ook D=1,63 als dimensie kunnen hebben. Ná de pauze ging de Jong in op de fractal kosmologie en toen kwamen stellingen aan de orde waar sommige leden van Huygens zich niet in konden vinden. Eén daarvan was dat fractals meer te bieden hebben dan alleen een beschrijving van de wereld en dat ze ook verklarend kunnen zijn. Ook was een groot gedeelte van de ‘tweede helft’ gewijd aan het zogenaamde Z-pincheffect, een effect dat optreedt in hete waterstofplasma’s. Ik moet zeggen dat ook mij het verband ontging tussen Z-pinch en fractalkosmologie, temeer omdat Z-pinch een vorm van energieopwekking door kernfusie is en ik mij sterk afvraag wat dat met fractalvormen van clusters van sterrenstelsels te maken heeft. Eén van de leden van Huygens merkte op dat de fractals net zo verklarend kunnen werken als het verklaren van het feit dat na de tweede wereldoorlog de geboortegolf precies samenviel met de groei van de ooievaarspopulatie. 😀 Een ander lid vond dat het verband tussen Z-pinch en de fractaldimensie van het heelal (ergens tussen 2 en 3 meen ik mij vaag te herinneren) eerst maar eens in het laboratorium moest worden bekeken. Afijn, een roerig avondje bij Huygens afgelopen vrijdag.

Ulysses stopt er dinsdag definitief mee

Credits: ESA (image by D. Hardy)

Komende dinsdag, 1 juli, zal na 17 jaar van trouwe dienst de stekker officieel uit de zonverkenner Ulysses worden getrokken. Da’s niet echt een verrassing, want februari dit jaar bleek al dat de laatste passage over de noordpool van de Zon de Ulysses zoveel kracht heeft gekost dat de batterijen op zijn. Ulysses, een gezamelijke onderneming van ESA en NASA, werd op 6 oktober 1990 uit de laadruimte van de Space Shuttle (STS-41) getild en ging vervolgens de ruimte in. De eerste koers was richting Jupiter, waar ‘ie op 8 februari 1992 aankwam. Van de reuzenplaneet kreeg Ulysses een geweldige gravitationele slinger en dat bracht hem buiten het eclipticavlak, het baanvlak van de aarde en andere planeten om de Zon. Met die baan kon Ulysses in die 17 jaren diverse malen de noord- en zuidpool van de Zon bestuderen. Met een vaartje van gemiddeld 56.000 km per uur heeft ’t ouwe beestje in totaal een afstand van 8,6 miljard km afgelegd. Ulysses, vaarwel! 🙁 Bron: SpaceRef.

Smelt dit jaar al het Noordpoolijs?

Credit: NASA

Alarmfase 1 is aangebroken voor het Noordpoolijs. Tenminste, als ik het verhaal in de Independent mag geloven. Daarin staat dat de opwarming zó snel gaat dat het in de lijn der verwachting ligt dat rond september 2008, dá¬t jaar dus, het is ijs van de Noordpool gesmolten is. Je kan dan dus zo in je zeilbootje stappen en over de Noordelijke IJszee naar de Noordpool op 90° noorderbreedte varen. Ik zou wel wat dekens meenemen. 🙂 Wetenschappers denken dat de kans op een ijsvrije Noordpool ((Dat wil zeggen geen aaneengesloten ijs meer, wel losse ijsschotsen voor de duidelijkheid) dit jaar meer dan 50% is. Eén van die deskundigen is Mark Serreze (US National Snow and Ice Data Centre in Colorado, VS). Hij zegt dat het pakijs van de Noordpool, ieder jaar aangevuld met vers ijs, normaal dik genoeg is om de ‘zomer’ te doorstaan. Maar het ijs is afgelopen tijd zo geslonken, dat er nu nog slechts éénjarig ijs ligt, ijs dat afgelopen herfst en winter is gevormd. En dat is zo dun dat de kans bestaat dat het komende herfst verdwijnt. Dat zou natuurlijk dieptriest zijn. 🙁 Bedenk daarbij dat ik december 2006 een astroblog schreef over hetzelfde Noordpoolijs met de mededeling dat wetenschappers vreesden dat de Noordpool in 2040 wel eens helemaal gesmolten zou kunnen zijn! En nu, twee jaar later, zou die nachtmerrie wellicht al werkelijkheid worden. Bron: Independent.

En dat is nummer 1.500

Credit: ESA/ NASA/ SOHO

Hieperdepiep hoera! De SOHO-satelliet van NASA en ESA heeft z’n 1.500e komeet ontdekt! Zoho! 😯 Vijftienhonderd kometen sinds het begin van de waarnemingen in mei 1996. Dat zijn er ruim 10 per maand, eentje per drie dagen, mmmm… niet slecht voor een zonverkenner. 😉 Op 25 juni j.l., prachtige dag om je trouwdag te zijn als ik het zelf mag zeggen, vond de SOlar and Heliospheric Observatory z’n 1.500e exemplaar.  85% van al die ontdekte kometen blijken overblijfselen te zijn van één mega-komeet die een paar eeuwen geleden moet zijn uiteengevallen en grotendeels in de Zon terechtkwam. Die delen worden bij elkaar de Kreutzgroep genoemd, die op dit moment zo’n 1,5 miljoen km van de Zon afstaan. SOHO houdt de Zon nauwlettend in de gaten en af en toe wil zo’n lid van de Kreutzgroep te dicht bij de Zon komen en dan wordt ‘ie ingevangen. Het is dan de Large Angle and Spectrometric Coronograph (LASCO), één van de twaalf instrumenten aan boord van de SOHO, die de komeet in z’n laatste momenten ‘snapt’. SOHO of LASCO zien zelf die kometen niet, tenminste ze herkennen ze niet als zodanig. Dat wordt overgelaten aan ijverige wetenschappers én amateurs. De data worden namelijk voortdurend op internet gezet en 15 minuten na binnenkomst kunnen de data al geanalyseerd worden. Als men een komeet denkt te hebben gevonden in het materiaal wordt dat doorgegeven aan Karl Battams (Naval Research Laboratory, Washington DC), die het allemaal even checkt op juistheid en vervolgens geeft hij de ontdekking door aan het Minor Planet Center. Mooie procedure, nietwaar?  Zo en nou effe opschieten, want Gina gaat vandaag trouwen. Geen idee of ik vandaag nog een ander blogje kan/wil schrijven. Bron: ESA.

100 jaar Toengoeska-explosie

Credit: Leonid Kulik expedition, public domain.


Komende maandag, 30 juni dus, is het precies honderd jaar geleden dat in Siberië de grote Toengoeska-explosie plaatsvond. Bij deze explosie bij de rivier de Stenige Toengoeska [1]Nu Evenkië, sinds 2007 bestuurlijk onderdeel van de Kraj Krasnojarsk. Voor degenen met een TomTom die met de auto naar Siberië willen: de exacte plek des onheils lag op 60° 55′ N, 101° … Continue reading, werden vele bomen ontworteld in een omtrek van 30 tot 40 kilometer. Over de oorzaak van de explosie wordt nog veel gespeculeerd, mede doordat deze in een zeer afgelegen gebied plaatsvond; de meest geaccepteerde verklaring is de ontploffing van een grote meteoriet of komeet op circa 8 kilometer boven het aardoppervlak. De schaarse ooggetuigen in het zeer dunbevolkte gebied zagen een vuurbal uit de hemel neerdalen en in de lucht exploderen. Dit ging gepaard met een zeer harde knal. Door de kracht van de explosie werden bomen in de omgeving ontworteld en mensen en dieren weggeblazen. De explosie was op meer dan 200 km van het ‘hypocentrum’ te voelen. Een geluk bij een ongeluk was dat de inslag plaatsvond in een nagenoeg onbewoond gebied. Was dat niet zo geweest, dan had het aantal slachtoffers in de duizenden, zo niet honderdduizenden gelopen. Nu is er niets bekend over menselijke slachtoffers, afgezien van een oude rendierherder op ca. 30 km van de inslagplaats. Hij werd door de kracht van de ontploffing 12 meter hoog in een boom geslingerd en overleed later aan zijn verwondingen. Het gebied van de inslag was zelfs zo afgelegen, dat het tot 1928 zou duren, voordat een eerste wetenschappelijke expeditie het hypocentrum bereikte. Men was toen verbaasd geen grote inslagkrater te vinden, maar alleen een ruim 2.000 km² groot gebied waar de meeste bomen tegen de grond waren geslingerd.

Credit: public domain

Dat er geen inslagkrater werd gevonden, kan verklaard worden door de omstandigheid dat de meteoriet al op een hoogte van enkele kilometers uiteen gespat was. Men schat dat de zo hevige ontploffing veroorzaakt werd door een stenen meteoriet met een doorsnede van enkele tientallen meters. Interessant is nog te melden dat die meteoriet een Tauride geweest kan zijn, d.w.z. dat een nog niet geheel tot stof vergaan brokstuk van de moederkomeet [2]Dat is de komeet van Encke. die de meteorenzwerm Tauriden heeft veroorzaakt de Aarde heeft getroffen. Oh ja, voor de duidelijkheid: maandag a.s. zijn er weer Tauriden te zien. Neem je veiligheidshelm mee! 😀 Bron: Wikipedia.

References[+]

References
1 Nu Evenkië, sinds 2007 bestuurlijk onderdeel van de Kraj Krasnojarsk. Voor degenen met een TomTom die met de auto naar Siberië willen: de exacte plek des onheils lag op 60° 55′ N, 101° 57′ O.
2 Dat is de komeet van Encke.

Een kosmische siamese tweeling

Is ‘ie niet schitterend:

Credit Gemini Observatory

De foto van de spiraalstelsels NGC 5427 (linksonder) en z’n zuidelijke tweelingbroer (of zus) NGC 5426, bij elkaar ook wel bekend als Arp 271. Gemaakt door de Gemini South telescope in Chili gebruikmakend van de GMOS, de Gemini Multi-Object Spectrograph. De 60.000 lichtjaar gelegen tussen beide stelsels wordt overbrugd door stromen gas, stof en sterren, een gevolg van de gravitationele interactie tussen deze kosmische siamees. Bron: Gemini.