Commerciële ruimtevluchten kunnen geboekt worden

Geplaatst in ruimtevaart | Getagged Virgin Galactic | 5 reacties

Diepzee-neutrinotelescoop Antares voltooid

Schets van de voltooide Antares neutrino-telescoop. Credit: François Montanet / Wikipedia

De laatste detectorlijnen van de Antares neutrinotelescoop op de bodem van de Middellandse Zee zijn geplaatst. Daarmee is de grootste neutrinodetector op het noordelijk halfrond voltooid. De Antares telescoop bestaat uit 12 kabels van elk 450 m lang die verticaal verankerd zijn op de bodem van zee nabij Toulon, op een diepte van bijna 2,5 km. Elk van deze kabels draagt 75 lichtgevoelige sensoren. De eerste van die 12 kabels werd maart 2006 bevestigd. In april van dit jaar werden de laatste lijnen op de bodem van de zee afgezonken. Op 29 mei slaagde een op afstand bedienbare onderzeeboot erin de laatste twee detectorkabels met het kuststation te verbinden. Korte tijd later registreerde dit station in La-Seyne-sur-Mer in Zuid-Frankrijk de eerste meetgegevens. Met de Antares kunnen wetenschappers voor het eerst op systematische wijze onderzoek doen naar de herkomst van hoge-energie neutrino’s, die ontstaan bij grote kosmische explosies (supernovae of gamma ray bursts) of botsingen tussen donkere-materiedeeltjes in het centrum van ons melkwegstelsel. Kosmische neutrino’s laten zich niet makkelijk detecteren. Ze schieten met hoge snelheid overal doorheen – ook door de aarde – en laten (bijna) geen sporen na. Heel soms botst een neutrino met een atoomkern in de aarde. Dan ontstaat een supersnel muon, een zware variant van het elektron. Dit muon zendt licht uit als het door het water rondom de detectorlijnen scheert, het zogenaamde Cherenkovlicht. De lichtgevoelige sensoren aan de detectorlijnen van Antares nemen dit licht waar.

Credit: ANTARES Collaboration

Neutrino’s zijn de enige deeltjes die door de aarde heen kunnen bewegen zonder gestopt te worden. De onderzoekers zoeken met de telescoop alleen naar lichtsporen die uit de richting van de bodem van de zee komen en nemen daardoor alleen die deeltjes waar die door de aarde heen zijn gereisd. Dat moet dan een neutrino zijn geweest. Op de Zuidpool is trouwens ook zo’n neutrino-detector gebouwd, niet onder water maar in het ijs: Ice-Cube. Op het plaatje hiernaast zie je hoe de Antares werkt: zo’n neutrino (νμ) verandert in een muon (μ) en die wordt door de detectoren waargenomen. Lijkt allemaal zo simpel. 😉 In de schets is de Empire State Building weergegeven, om even een indruk van de grootte te krijgen. Bron: NOVA.

De WC doet ’t weer!

Credit: NASA

De tien astronauten aan boord van de ISS zullen gisteren een zucht van verlichting hebben geslaakt: kosmo-loodgieter Oleg Kononenko wist toen namelijk de nieuwe pomp van de kapotte WC te repareren en dat schijnt allemaal goed verlopen te zijn. Hij was een uur of twee bezig en toen was ‘ie weer gemaakt. Het pompsysteem was een week geleden met een grote knal gesprongen en sindsdien moest na elk toiletgebruik door een astronaut twee collega’s de pomp gedurende tien minuten handmatig  bedienen. Terwijl Kononenko bezig was met de WC te repareren waren z’n andere collegae bezig de Japanse Kibo-module te installeren en dat is ook allemaal goed verlopen. Kortom, een nuttige dag voor de astronauten aan boord van de ISS. Bron: Universe Today.

Hebben ze een quarkster ontdekt?

Credit: CXC/M.Weiss

Witte dwergen kennen we allemaal, neutronensterren kennen we ook en zwarte gaten tenslotte zijn ook geen onbekend fenomeen. Maar quarksterren zijn nog niet zo tot de buitenwereld doorgedrongen. En toch zijn er volgens de theoretici Denis Leahy en Rachid Ouyed (Universiteit van Calgary; daar schaatsen ze toch af en toe?) drie supernovae aan te wijzen die zo’n quarkster hebben achtergelaten: SN2006gy, SN2005gj en SN2005ap. In eerste instantie zou er een ‘gewone’ neutronenster zijn onstaan met deze supernovae als zichtbaar bewijs daarvoor. Maar die neutronensterren waren kennelijk zwaar genoeg om nog verder in te krimpen en in dat geval kunnen de afzonderlijke neutronen oplossen in hun ‘constitutionele delen’, ahum je moet het toch een naam geven, de quarks. Neutronensterren zijn zo’n 26 km in doorsnede, quarksterren ietsje kleiner, pak ‘m beet 19 km (zie afbeelding hierboven voor ’t verschil). Er komt bij die overgang neutronen > quark weer een enorme hoeveelheid energie vrij die tot een afzonderlijke quark-nova heeft geleid. Die zou zo’n 10 tot 20 dagen ná de supernovae te zien moeten zijn. De energie van die quark-nova zou niet gaan zitten in het versnellen van de uitdijing van de omringende gasschil, maar in straling die wordt opgewekt. En daardoor zouden de supernovae extra energierijk zijn. En dat zou de oorzaak zijn van de extra lichtkracht die SN2006gy, SN2005gj en SN2005ap te zien hebben gegeven. Een presentatie over de quarksterren werd gisteren gegeven op de 212e bijeenkomst van de American Astronomical Society (AAS) in St. Louis. Bron: Space.Com.

Opsporing verzocht: witte dwerg is verdwenen!

Credit: NASA, NOAO, H. Bond and K. Exter (STScI/AURA)

Werk aan de winkel voor Peter R. de Vries: er wordt een witte dwerg vermist! Even uitleggen. In onze Melkweg zijn zo’n 3.000 planetaire nevels bekend: de uitdijende gasschillen in de ruimte die uitgestoten zijn door sterren zoals onze Zon, die aan het einde van hun actieve leven hun buitenlagen wegblazen. Wat er daarna overblijft is een compacte kern, een witte dwerg. Een object zo groot als de Aarde, met de massa van de Zon. Die 3.000 planetaire nevels, waarvan we bekende exemplaren zoals de Ringnevel (M57) in Lier en de Halternevel (NGC 6853) in Het Vosje vast wel eens hebben gezien in de telescoop, hebben allemaal een witte dwerg in hun centrum. Behalve de planetaire nevel SuWt 2, in het sterrenbeeld Centaurus 6.500 lichtjaar van ons verwijderd! Daar hebben ze geen witte dwerg kunnen vinden, zelfs met de Hubble ruimtetelescoop niet. 😯 Er staan in die nevel (zie foto) wel twee sterren, die in vijf dagen een rondje om het gemeenschappelijk zwaartepunt draaien. Maar die sterren zijn niet heet genoeg om de planetaire nevel tot stralen te brengen. Met hun grote oppervlaktetemperatuur stralen witte dwergen ultraviolette straling uit en daardoor wordt de omringende gasschil tot stralen gebracht. Men vermoedt nu dat er ooit drie sterren bijeen hebben gestaan, waarvan eentje een grote rode reus was. Die was zo groot dat de twee andere sterren á¬n de buitenlagen van die reus bewogen. De snelheid van de twee kleinere sterren nam daardoor af en ze spiraliseerden langzaam naar elkaar toe. De rode reus blies vervolgens z’n buitenlagen weg en straalde daarbij ook een grote hoeveelheid UV-licht uit die de uitdijende gasschil deed oplichten. Van de reus bleef vervolgens een onbeduidende witte dwerg over, die zo klein is dat zelfs Hubble ‘m niet kan zien. Bron: Hubble.

Mars was te zout voor leven

Credit: NASA

Uit onderzoek van gesteenten door de Marsrover Opportunity hebben sterrenkundigen afgeleid dat het water dat vroeger een deel van Mars bedekte veel te zout was voor leven. Nicholas Tosca (Harvard University in Cambridge, Massachusetts, VS) en collegae hebben de data van de Opportunity eens goed bekeken en daar bleek uit dat de mineralen in deze gesteenten zo’n 3½ á 4 miljard jaar geleden zijn afgezet in water dat waarschijnlijk veel zouter is dan het meest zoute water dat van nature op Aarde voorkomt. Ze keken daarbij met name naar de zogenaamde Water-aktiviteit, een maat voor de energiestatus van water in een bepaald systeem. Hoe meer zout des te lager is de water-aktiviteit. Gedestilleerd water heeft een water-aktiviteit, afgekort aw, van 1. Van zeewater is aw 0,98. Onder 0,85 schijnt leven niet meer te kunnen. Uit de gegevens van Tosca’s team bleek het water dat lang geleden in de Meridianivlakte heeft gestaan een aw van hooguit 0,86 heeft gehad. Er zijn op Aarde weliswaar diersoorten die kunnen leven bij lagere waarden, zoals een schimmel die bij 0,61 nog schijnt te gedijen [1]Over leven onder extreme omstandigheden gesproken: ik lees net dat ze bacteriën hebben ontdekt die 120.000 jaar lang op een diepte van enkele kilometers in het ijs op Groenland hebben geleefd! 😯 , maar dat soort organismen zijn alleen ontstaan uit organismen die dat vermogen niet hebben. Je zou er nog tegenin kunnen brengen dat de Meridianivlakte een uitzondering is en dat andere gebieden minder zoutig waren, maar uit andere waarnemingen, o.a. met de Mars Express blijkt dat ook de rest van Mars een hoog zoutgehalte moet hebben gehad (op de foto hierboven zo’n zout-afzetting op Mars). Kortom, weinig kans dat de Phoenix restanten van leven zal vinden. 🙁 Bron: Space.NewScientists + NRC-Handelsblad, 3 juni 2008.

References[+]

References
1 Over leven onder extreme omstandigheden gesproken: ik lees net dat ze bacteriën hebben ontdekt die 120.000 jaar lang op een diepte van enkele kilometers in het ijs op Groenland hebben geleefd! 😯

Melkweg heeft twee i.p.v. vier spiraalarmen

Credit: UStream

Decennia lang dachten de sterrenkundigen dat ons Melkwegstelsel vier spiraalarmen had, allen in het bezit van een mooie naam: de Norma, Scutum-Centaurus, Sagittarius en Perseus spiraalarmen. En wat blijkt nu uit waarnemingen met NASA’s Spitzer Space Telescope: er zijn er vermoedelijk maar twee! 😯 Op het moment dat ik dit schrijf is een real-time verbinding met de conferentiezaal in St. Louis, dus ik zit zowel naar die gast te luisteren (ben z’n naam eventjes kwijt) en naar het zojuist uitgegeven persbericht te kijken. Lastig hoor, luisteren en lezen tegelijk. 😉 In de jaren negentig was al uit infrarood-waarnemingen bekend dat de Melkweg geen gewoon spiraalstelsel is, maar een balkspiraal. Nieuwe waarnemingen met Spitzer, die ook in infrarood kijkt, leverden gegevens op van 110 miljoen sterren,verspreid over een gebied van 130º aan de hemel. In totaal waren er 800.000 foto’s die door Robert Benjamin (University of Wisconsin, Whitewater) en z’n team werden bestudeerd. En wat bleek uit de nieuwe gegevens: de Sagittarius en Norma armen laten geen hogere sterdichtheid zien dan de interstellaire ruimte tussen de armen. Wel komt er veel gas en jonge sterren in voor. Ergo: deze twee armen bestaan niet! De Melkweg is dus een balkspiraal met twee armen: de Scutum-Centaurus en Perseus armen. Hierboven trouwens een screendump van die live-sessie uit St. Louis. Ik heb ook nog tussendoor een vraag gesteld aan die gasten van de persconferentie. 😀 En kreeg ik nog antwoord? Yep! Ik vroeg wat de foutmarges waren en daar hadden ze geen gegevens van. Ahum…. Bron: Spitzer..

De Aarde uit beeld

Credit: NASA/PD

Als over tig jaar astronauten naar Mars gaan zullen ze te maken krijgen met diverse psychologische problemen. Astronauten zijn ook maar mensen, dus die kunnen ruzie krijgen over een tandenborstel, ze kunnen ziek worden of ze kunnen heimwee krijgen. In allerlei simulaties op Aarde, zoals door de Mars Society in Utah en IJsland en door de ESA in Moskou, wordt wel gelet op alle effecten van een langdurig verblijf met meerdere personen in een kleine ruimte. Ook zijn er de nodige ervaringen opgedaan in de MIR en ISS. Maar hét verschil tussen de Marsreis en die andere situaties is dat bij de Marsreis de Aarde uit beeld raakt. De Mars-astronauten zien de Aarde op een gegeven moment letterlijk als een klein blauw stipje aan de hemel en door de afstand duurt het 40 minuten voordat signalen ‘aan de overkant’ zijn. Er wordt officieel zelfs gesproken van het “Earth out of view”  fenomeen door prof. Nick Kanas (Universiteit van Californië). In de simulaties in Utah, IJsland en Moskou weten de ‘astronauten’ dat de Aarde tien meter verderop is. In de MIR/ISS wist/weet men dat de Aarde dichtbij is en dat bij nood redding nabij is. Maar de Marsreizigers zien in de verte een pale blue dot (de beroemde foto van de Voyager 1 hiernaast) en als ze aan boord een giga-ruzie krijgen moeten ze ’t echt zelf oplossen. Er zijn trouwens wel situaties te bedenken die veel lijken op de Marsreis: de ontdekkingsreizigers van vroeger waren ook soms maanden onderweg om onbekende landen te vinden en dobberden al die tijd rond op zeeën en oceanen, zonder dat land in zicht was. Misschien verstandig als die astronauten eerst maar eens het Journaal van Bontekoe gaan lezen. Hoe liep die reis ook al weer af? 😉 Bron: Universe Today.

Ruwe data voor amateurs

Credit: Planetary Society

Er waren ooit tijden dat je als eenvoudige belangstellende amateur-sterrenkundige dagen of zelfs weken moest wachten tot gegevens werden bekendgemaakt. We herinneren ons misschien nog de Giotto die 13 maart 1986 langs de komeet Halley raasde en waarvoor we allemaal aan den Vaderlandsche Beeldbuisch gekluisterd zaten. Wat zagen we? Teleurstellend vage beelden, meer ruis dan komeet. Pas weken, nee maanden later zagen we een foto van iets wat duidelijk op een komeetkern leek. Toen was geduld nog één van de vereiste gereedschappen van de amateur-sterrenkundige. Tegenwoordig is dat een stuk anders. Niet alleen worden we dagelijks overstroomd met de meest prachtige beelden van de Cassini, Phoenix, Mars Reconnaissance Orbiter, Spirit, Opportunity en noem ze maar op. Nee, het mooie is dat die beelden als zogenaamde raw data, de ongefilterde data, tot ons komen. Voor de AAS-bijeenkomst in St. Louis hield afgelopen maandag Emily Lakdawalla (Planetary Society) een lezing (10 Mb) en daarin schetste zij de mogelijkheden die amateurs over de hele wereld hebben om met die ruwe beelden te gaan stoeien. Dat heeft inmiddels al verrassende resultaten opgeleverd, zoals het feit dat door beeldbewerking door amateurs gebleken is dat de kloof Kachina Chasma op Uranus langer is dan men eerst dacht. Hierboven zie je een andere foto van de Phoenix op Mars. Links de foto van de NASA en rechts de foto zoals bewerkt door een amateur-sterrenkundige! 😯 In het geval van de twee Marsrovers Spirit en Opportunity is er speciale software die je kunt installeren om vervolgens geheel automatisch de foto’s van die twee tuffende karretjes op te halen én daarmee diashows en virtuele panorama’s te creeëren: de Midnight Mars Browser. Nou willen jullie uiteraard weten waar al die ruwe data te vinden is, zodat je direct kan gaan Photoshoppen met de gegevens. Welnu, hier kan je die vele gigabytes aan ruwe data vinden:

Morgenavond, eh.. woensdag dus, om 21.00 uur Nederlandse tijd is er weer een live chat vanuit St. Louis door Emily Lakdawalla. Ik weet niet of ik daar bij kan zijn, want ik heb eerst een etentje met collega’s en daarna moeten de kids van/naar de avondvierdaagse. Bron: Planetary.Org/blog.

Phoenix eerste graafwerkzaamheden

Credit: NASA

Op Sol 7, de zevende dag [1]Dat was zondag 1 juni. van z’n verblijf op Mars, heeft de Phoenix voor het eerst in de Marsgrond gegraven. De foto hiernaast toont het resultaat van die werkzaamheden. Boven het gat is nog een andere afdruk te zien, die net als het gat door de robotarm-schep van de Phoenix gemaakt is. Het gat heeft inmiddels ook al een naam: “Knave of Hearts” [2]Da’s toch de boer in het kaartspel?. De bedoeling was eigenlijk om een testgat te graven. Het afval is terzijde geschoven en daar gebeurt verder niets mee. Als ze echt gaan graven gaat de afgegraven grond naar de TEGA, de Thermal and Evolved Gas Analyzer. Er waren deze week enkele kleine probleempjes, onder andere met die TEGA, maar die zijn weer aardig opgelost. Op de bodem van het gat is overigens iets wits te zien. IJs wellicht? Bron: Phoenix.

References[+]

References
1 Dat was zondag 1 juni.
2 Da’s toch de boer in het kaartspel?