Hoe Rode Vlek Junior van wit rood werd

Rode Vlek Junior

Rode Vlek Junior. Credit: NASA/D.Peach/ACR/HRC

Het verhaal begin ergens in het jaar 2000. Op Jupiter verscheen op een gegeven moment een storm, die wit van kleur was. Qua omvang niets vergeleken met de Grote Rode Vlek, de superstorm die al eeuwen op de gasreus woedt. De witte storm, Oval BA genaamd, was de uitkomst van enkele kleinere witte stormen, die sinds 1998 waren samengevloeid [1]Om precies te zijn: Ovals BC en DE vloeiden in 1998 tesamen, Oval BE vormend. Toen kwamen in maart 2000 BE en FA bij elkaar en die vormden Oval BA. Zoiets als wanneer de orkanen Hanna, ike en … Continue reading. Vanaf augustus 2005 begon Oval BA langzaam van wit rood te worden, maar omdat Jupiter in conjunctie met de Zon was (d.w.z. vanaf de Aarde gezien dicht bij de Zon stond) was daar weinig van te merken. Het was de Filipijnse amateursterrenkundige Christopher Go die 24 februari 2006 voor ’t eerst opmerkte dat Oval BA rood was geworden. De grote vraag is nu hoe deze anticycloon, wat ‘ie eigenlijk is, zo snel van kleur kon veranderen. Vandaag werd op een groot planetencongres in Münster (Duitsland) door dr. Santiago Pérez-Hoyos (Universiteit van Baskenland in Spanje) het resultaat bekendgemaakt van de waarnemingen van die verandering. Op basis van waarnemingen met de Cassiniverkenner, de Hubble ruimtetelescoop, de New Horizons missie én computermodellen kon Pérez-Hoyos’ team zien dat de snelle kleurverandering het gevolg was van een soort van diffusieproces in de storm. De storm was niet van kleur veranderd doordat hij groter of sterker was geworden, maar doordat een mysterieus chemisch goedje, chromoforen genaamd, door de witte wolken werd gemixt en deze rood kleurden. Alsof je bij de Gamma witte verf mengt met een kleurstofje. 😉 Ook was er bij Oval BA, die inmiddels in de volksmond omgedoopt is tot Rode Vlek Junior, sprake van een een plotselinge donkerheid in de blauwe en ultraviolette gedeelten van het spectrum. Daardoor kwam de rode kleur sterker naar voren, terwijl de hoeveelheid (infra-)rood niet sterker werd. En zodoende kon Oval BA in korte tijd van een witte storm uitgroeien tot Rode Vlek Junior. Zou ‘ie ook weer wit kunnen worden? Bron: ScienceDaily.

References[+]

References
1 Om precies te zijn: Ovals BC en DE vloeiden in 1998 tesamen, Oval BE vormend. Toen kwamen in maart 2000 BE en FA bij elkaar en die vormden Oval BA. Zoiets als wanneer de orkanen Hanna, ike en Josephine een triootje doen. 🙂

Lezing: de speciale relativiteitstheorie

Albert Einstein

Komende vrijdag geeft Dingeman Goos een voordracht bij sterrenkundevereniging Christiaan Huygens over de speciale relativiteitstheorie (SRT) uit 1905 van Albert Einstein. Toevallig werd deze week bekend dat sterrenkundigen van de Swinburne University of Technology in Australië het broertje van de SRT, de algemene relativiteitstheorie (ART) hebben bevestigd. Da’s niet voor het eerst, want er is sinds de waarneming van de eclips van 1919 door Arthur Eddington een hele stoet experimentele bevestigingen, zowel voor de SRT als voor de ART. De laatste bevestiging van de Swinburne-groep was aan de hand van een bizar dubbelstersysteem 10.000 lichtjaar verderop, waarin een pulsar en een witte dwerg in 4,8 uur een rondje om elkaar draaien. Door het uitzenden van gravitatiegolven zouden de twee objecten iedere dag 2 mm dichter bij elkaar moeten komen. Twee millimeter! 😯 Probeer dat maar eens te meten vanaf een afstand van 10.000 lichtjaar. En jullie begrijpen het al: er werd over de afgelopen zes jaar waargenomen dat pulsar en witte dwerg 4,2 meter dichter bij elkaar waren gekomen. Met een foutmarge van 6% precies wat op grond van de ART voorspeld was! 😀 Afijn, vrijdag gaat Dingeman ons alles vertellen over de SRT, die voorafging aan de ART. Allemaal komen. Bron: ScienceAlert.

Exoplaneten spelen kosmisch biljart

Boem is ho! 🙂 Credit: NASA/JPL-Caltech/T. Pyle (SSC)

De exoplaneet XO-3b in het sterrenbeeld Giraffe (Camelopardalis) is een vreemde planeet: onderzoek van Guillame Hébrard (Institute of Astrophysics in Parijs) en z’n collegae laat zien dat deze planeet, die 12 keer zo zwaar is als Jupiter, een zeer vreemde baan heeft om z’n centrale ster, XO-3. Die baan maakt namelijk een hoek (inclinatie genaamd) van maar liefst 70° met het vlak van de evenaar van de ster, da’s bijna haaks (zie deze figuur). De exoplaneet staat ook zeer dichtbij de ster, hetgeen te merken is aan de lengte van één omloop: slechts 3,2 dagen. Geen enkele andere exoplaneet heeft een dergelijk grote inclinatie. Hébrard en z’n maatjes denken daarom dat XO-3b het gevolg is van een potje kosmisch biljart. Miljarden jaren geleden moet de exoplaneet in botsing zijn gekomen met een andere planeet en dat XO-3b toen in die vreemde baan terechtkwam. Van de andere planeet is geen spoor meer te bekennen, voor zover daar iets van over mocht zijn. Het is trouwens wel aardig te vermelden dat XO-3b ontdekt is door een combinatie van professionele én amateur-sterrenkundigen, gebroederlijk en/of gezusterlijk samenwerkend in het XO-project. Voor zover ik weet zijn daar nu drie exoplaneten uit voortgekomen. Hoe mooi kan sterrenkunde toch zijn. 😀 Bron: New Scientist.

Stonehenge minder oud dan gedacht

Stonehenge minder oud dan gedacht. Credit: Kalhh/Pixabay.


Het megalitische monument Stonehenge bij Amesbury in Engeland is zo’n 300 jaar minder oud dan werd gedacht. De cirkels enorme stenen werden rond 2300 voor Christus gebouwd. Dat hebben Britse wetenschappers vastgesteld. Zij mochten vanaf 11 april 2008 voor het eerst in vijftig jaar tijd opgegravingen doen bij het monument. Ze kwamen er ook achter dat Stonehenge waarschijnlijk een centrum voor genezing was: een soort Lourdes van zijn tijd. Mensen zouden er vanuit heel Europa naartoe getrokken zijn in de hoop op genezing. De onderzoekers baseren hun theorie op lichaamsresten die bij Stonehenge gevonden zijn. Een groot aantal lichamen vertoonde gebreken of tekenen van ziektes en de helft kwam niet uit de omgeving van Stonehenge. Ook werden stukjes van de stenen geslagen om als talisman mee te nemen. Van Stonehenge werd ook gedacht dat het mogelijk een sterrenkundige functie had, zoals uitvoerig door Norman Lockyer in 1909 werd beschreven. Ik heb geen idee of met die Lourdes-functie van Stonehenge de sterrenkundige functionaliteit van de baan is. Wat ik wel weet is dat ik een cursus “Bouw je eigen Stonehenge” heb geschreven. 😀 Bron: NOS-headlines.

De herfst begint vandaag

Credit: Pixabay.

Als je het mooie weer van de afgelopen dagen bekijkt zou je ’t niet zeggen, maar vandaag is de astronomische herfst [1]De weerkundige herfst is 1 september j.l. begonnen. weer begonnen. Dat wil zeggen: vanmiddag om 17.44 uur Nederlandse tijd om precies te zijn. Da’s het moment dat de Zon van noord naar zuid over de hemelequator trekt. Het is ook de dag van de equinox, de dag- en nachtevening: dag en nacht zijn overal op Aarde (ongeveer) even lang. In de praktijk zit er nog verschil in de lengte van dag en nacht, wat veroorzaakt wordt door twee dingen:

  • Het ene is dat de tijdstippen van zonsopkomst en -ondergang betrekking hebben op de bovenrand van de Zon en niet op diens middelpunt (scheelt 16′).
  • Het andere is het effect van de atmosferische straalbreking: hierdoor is de Zon even boven de horizon zichtbaar, terwijl zij er in werkelijkheid nog onder staat (’t hangt af van het weer, maar gemiddeld scheelt het zo’n 34′).

Voor Nederland betekent dit dat de equinox een paar dagen later dan 22 september plaatsvindt. Bron: Sterrengids 2008.

References[+]

References
1 De weerkundige herfst is 1 september j.l. begonnen.

De beste lengte van een sterrenkundig artikel

Hoveel citaten per pagina? Credit: Krzysztof Zbigniew Stanek

Je hebt van die mensen die in plaats van sterren, planeten, zwarte gaten of superclusters te bestuderen artikelen óver sterrenkunde bestuderen. De Pool Krzysztof Zbigniew Stanek is er daar eentje van. In plaats van naar boven tuurde hij naar beneden, naar welgeteld 30.277 sterrenkundige artikelen in de gerenomeerde vakbladen Astronomy & Astrophysics, The Astronomical Journal, The Astrophysical Journal en de Monthly Notices of the Royal Astronomical Society, die tussen 2000 en 2004 daarin verschenen. Centrale vraag in Stanek’s onderzoek was: ‘How long should an astronomical paper be to increase its impact?’ Je zou denken: hoe langer hoe beter, want lange artikelen worden vaker geciteerd en hoe hoger je op de citeer-index staat (da’s de AEX-index van de wetenschappers) des te beter. Maar dat bleek niet helemaal zo uit te vallen. OK, artikelen van 2 á 3 bladzijden lang bleken gemiddeld zes keer geciteerd te worden en artikelen die ongeveer 50 bladzijden lang waren leverden ook zo’n 50 citaten op. Maar er was ook een zogenaamd Letters-effect, d.w.z. dat korte artikelen die in de speciale Astronomy & Astrophysics Letters en The Astrophysical Journal Letters verschenen en die zo’n 4 bladzijden lang waren méér werden geciteerd dan artikelen in die Letters die 5 tot 10 bladzijden lang waren. Daar komt nog eens bij dat héél lange artikelen, meer dan 80 bladzijden in lengte, minder citaten opleverden dan kortere artikelen. Ja mensen, ook wetenschappers hebben een zekere spanningsboog bij het lezen. 😉 Wat de verschillen tussen de vier tijdschriften betreft: artikelen in Astronomy & Astrophysics leverden de minste citaten per artikel op en die in The Astrophysical Journal de meeste. Kortom, beste dames/heren sterrenkundigen: je kan het beste niet al te lange artikelen schrijven in The Astrophysical Journal Letters. 🙂 Bron: ArXiv.

Dé donkere materie-kandidaat: het neutralino

supersymmetrie. Credit: Wikipedia

De laatste tijd zit ik in een boek gedoken van Ian Nicolson, getiteld Dark side of the Universe. Twee redenen daarvoor: 1. Jan Brandt gaf mij dit schitterende boek te leen (waarvoor dank) en hij had het weer van Trevor Lipscombe, de hoofdredacteur van de Johns Hopkins University Press, die het boek uitgaf; 2. Ik geef begin volgend jaar weer een lezing over donkere materie. Om mij daar enigszins op voor te bereiden is zo’n boek wel handig, dus twee vliegen in één klap. Af en toe lees je in zo’n boek dingen waar je niet bij stilstond of waar je nog nooit van gehoord hebt. Bijvoorbeeld het neutralino. Weten jullie daar meer van? Ik niet in ieder geval. Tenminste, tot gisteren. Ik had er wel eens van gehoord, maar dacht altijd ‘ach, da’s één van die vele varianten van elementaire deeltjes’. Net zoiets als neutrino’s, fotino’s, W-ino’s, Z-ino’s, etc… Nee, ik verzin ze niet, die deeltjes hebben ze echt bedacht. Maar wat lees ik nou in Nicolson’s boek: dat die neutralino’s dé belangrijkste kandidaat zijn voor donkere materie, je weet wel, het mysterieuze goedje dat 23% van het heelal zou vormen [1]Tesamen met 4% gewone materie en 73% donkere energie.. Ik schrijf bijna wekelijks wel een keertje over donkere materie, dus het heeft m’n aandacht. En dan is zo’n neutralino al die jaren aan m’n aandacht ontsnapt. Tsss, Adrianus schaam je. 🙂 Afijn, even een korte inhaalslag. Het draait zoals gezegd allemaal om de vraag wá t donkere materie nou precies is. Zijn het misschien neutrino’s die een tikkeltje massa hebben? In dat geval praat men van hete donkere materie, omdat neutrino’s met bijna de lichtsnelheid gaan (‘heet’ dus in de zin van ‘snel’). Maar vele argumenten zijn er om hete donkere materie af te wijzen. De meerderheid der sterren- en natuurkundigen kiest tegenwoordig voor koude donkere materie, d.w.z. zware deeltjes die niet zo héél snel gaan en die héél zwakjes reageren op gewone materie. Men praat over Weakly Interacting Massive Particles, WIMP’s en daarvan is dat neutralino [2]Standaardsymbool voor het neutralino is , waarin i van 1 tot 4 loopt. de meest favoriete kandidaat. Neutralino’s zijn hypothetische deeltjes die bedacht zijn in het kader van de supersymmetrie. In supersymmetrie, afgekort SUSY, heeft ieder elementair deeltje een zogenaamde supersymmetrische partner (zie afbeelding hierboven). Quarks hebben s-quarks als supersymmetrische partner, fotonen hebben fotino’s, leptonen hebben s-leptonen, higgs-deeltjes hebben higgsino’s, W-bosonen hebben W-ino’s, Z-bosonen hebben Z-ino’s, enzovoorts. Nou moet ik direct al moeilijk doen, want neutralino’s zijn géén partner van een ‘gewoon’ elementair deeltje. In feite is het een mix van fotino’s, higgsino’s en Z-ino’s. Zucht, zijn jullie er nog? 😀 Afijn, met een geschatte massa van 10-10.000 GeV zijn de neutralino’s de belangrijkste kandidaat voor donkere materie. Ik kan er op deze prachtige zondagavond nog veel meer over schrijven, maar dan zijn jullie denk ik écht afgehaakt. Hou ze wel in de gaten, die neutralino’s. Ik kom er zeker op terug. Ik ga nu weer even verder met sterrenstelsels bekijken op de Galaxy Zoo. Bron: Wikipedia.

References[+]

References
1 Tesamen met 4% gewone materie en 73% donkere energie.
2 Standaardsymbool voor het neutralino is , waarin i van 1 tot 4 loopt.

Cepheïden vallen helemaal niet

Cepheïden in de Melkweg. Credit: ESO.

Recent onderzoek aan de rotatie van de Melkweg met behulp van Cepheïden, een soort veranderlijke sterren, laat zien dat die rotatie een stuk eenvoudiger gaat dan men eerst dacht. Sinds 1912 worden de Cepheïden gebruikt als afstandsindicator [1]De eerste die dat deed was Henrietta Leavitt., vanwege het feit dat er een sterk verband is tussen de periode van hun lichtvariatie en absolute lichtsterkte. Als je die absolute lichtsterkte vervolgens vergelijkt met de schijnbare lichtsterkte kan je gemakkelijk de afstand berekenen. Naast het gebruik van de Cepheïden als meetlat worden ze ook gebruikt om de rotatie van de Melkweg in kaart te brengen. Het vreemde was echter dat Cepheïden die redelijk dicht bij de Zon staan allemaal naar ons toe lijken te bewegen. Sterrenkundigen spreken van het ‘vallen van de Cepheïden’ en dat doen ze met een vaartje van ongeveer 2 km/seconde. Al tientallen jaren twisten sterrenkundigen over de vraag of dat vallen nou echt is en een soort van lokale verstoring in de rotatie van de gehele Melkweg is óf dat het iets te maken heeft met de Cepheïden zelf. Welnu, Nicolas Nardetto en z’n  geachte collegae hebben acht Cepheïden waargenomen (zie afbeelding) en op basis daarvan geconcludeerd dat ze niet echt vallen, maar dat we te maken hebben met een intrinsieke eigenschap van de Cepheïden. Ze deden die waarnemingen met de HARPS [2]High Accuracy Radial Velocity for Planetary Searcher. spectrograaf, verbonden achterop de 3,6-m ESO telescoop van La Silla, 2.400 m bovenin de Atacama woestijn in Chili. In feite is de HARPS bedoeld om exoplaneten te zien, maar andere toepassingen zijn ook mogelijk. En met succes, want Nardetto et al konden zien dat het vallen van de Cepheïden geen echte beweging inhoudt, maar dat het ontstaat in de atmosfeer van deze sterren. En daarmee is de lokale ‘anomalie’ in de rotatie van de Melkweg verklaard. 😀 Binnenkort verschijnt er overigens een artikel van Nardetto et al in het vakblad Astronomy & Astrophysics. Voor lezers van de Astroblogs hier al te lezen. Service, nietwaar? 😉 Bron: ESO.

References[+]

References
1 De eerste die dat deed was Henrietta Leavitt.
2 High Accuracy Radial Velocity for Planetary Searcher.

Phil Plait is astrofoto van de dag!

Phil Plait en zijn eiertruc. Credit: Phil Plait.

Zien jullie ‘m rechtsboven op de pagina staan (plus hier in de blog links)? Phil Plait, alias The Bad Astronomer, is vandaag Astrophoto of the Day (APOD)! 😀 Een hele eer hoor voor deze wereldberoemde astroblogger. Op de foto zie je Phil bij een rijtje rechtop staande eieren. Het heeft allemaal te maken met de mythe dat alleen wanneer de herfst begint (morgen om 17.44 uur om precies te zijn) eieren rechtop kunnen staan. In diverse video’s, o.a. te bewonderen op YouTube, laat Phil zien dat het onzin is en dat je eieren het hele jaar door rechtop kunt laten staan. Er is overigens ook al een planetoïde naar Phil genoemd, maar dit even terzijde. Niet jaloers hoor. 😉

Twee shuttles tegelijk in de startblokken

Twee Space Shuttles staan klaar. Credit: NASA.

De bijgaande foto is eigenlijk best wel uniek. Je ziet twee space shuttles op een lanceerplatform staan, hetgeen de laatste keer in juli 2001 het geval was. Mooi plaatje, nietwaar? Vooraan zie je de Atlantis op Launch Pad A, klaar om op 10 oktober 2008 op te stijgen voor de reparatiemissie naar de Hubble ruimtetelescoop. Achterin op Launch Pad B is de Endeavour te zien. Die wordt gebruikt als nood-shuttle voor het geval er iets in de ruimte met de Atlantis mocht gebeuren. Normaal wordt de ISS als nood-voorziening gebruikt, maar in het geval van de reparatiemissie naar de Hubble gaat dat niet op. Vandaar de Endeavour, voor ’t geval dat. 😉 Zodra de Atlantis vertrokken is en alles op ’t lanceerplatform OK is zal de Endeavour verhuizen naar platform A. Trouwens, zien jullie ook dat er op de foto links van de Endeavour een stukje regenboog te zien is? Of vergis ik mij nou? Bron: Tom’s Astronomy Blog.