Uitbarstingen gezien in de kern v.d. Melkweg

Uitbarstingen in kern Melkweg. Credit: ESO/APEX/2MASS/A. Eckart et al. , ESO/L. Calçada

Met behulp van twee telescopen, de Very Large Telescope (VLT) en de Atacama Pathfinder Experiment (APEX) telescoop in Chili hebben Europese en Amerikaanse sterrenkundigen energierijke en kortstondige uitbarstingen gezien in de kern van de Melkweg. In die kern, genaamd Sagittarius A*, bevindt zich een superzwaar zwart gat dat zo’n 4 miljoen zonmassa’s zwaar is en op een veilige afstand van 26.000 lichtjaar staat. Met de VLT keek men in infraroodlicht naar Sgr A* en met de APEX in submillimeterlicht. Voor het eerst kon men simultaan met twee instrumenten tegelijk een soort van uitgestoten vlammen zien die afkomstig moeten zijn uit de regio vlakbij het zwarte gat. Men denkt dat de vlammen uitgestoten zijn uit dat gebied vanwege gas van dichtbijstaande sterren dat in het zwarte gat valt. Het betrof zeer kortstondige uitbarstingen, want in enkele minuten tijd nam de lichtkracht toe en in de zes uren daarna zag men maar liefst vier flares of vlammen. Opvallend was dat de VLT de flares eerst zag en dat anderhalve uur later APEX de vlammen in het submillimeter-gebied van het spectrum zag. Men denkt dat dit tijdsverschil ontstaat doordat het gas met hoge snelheid uitdijt, kruissnelheid 5 miljoen km/uur (0,5% van de lichtsnelheid), en dat die snelheid verschillend uitpakt voor de uitzending in de verschillende delen van het spectrum. Meer info over de waargenomen uitbarsting is te lezen in het artikel, genaamd Simultaneous NIR/sub-mm observation of flare emission from Sgr A*, binnenkort te verschijnen in het vakblad Astronomy and Astrophysics. Omdat de Astroblogs drie jaar bestaan mogen jullie ’t artikel hier bekijken. 😉 Bron: ESO.

De boeggolf van Betelgeuze

De boeggolf van Betelgeuze. Credit: T. Ueta & others / ISAS / JAXA

In hun beweging door de Melkweg passeren sterren interstellaire gas- en stofwolken en die passage brengt een soort van boeggolf teweeg, vergelijkbaar met… yep, met een boot op het water. Engelsen gebruiken de term Bow Shock en op de een of andere manier schijnt dat ook de Nederlandse term ervoor te zijn [1]Aldus dit Wikipedia-lemma., maar ik prefereer toch zelf liever de term boeggolf. Van de bekende ster Betelgeuze, de rode superreus in Orion, hebben ze in infrarood licht die boeggolf zichtbaar gemaakt met behulp van de Japanse Akari satelliet. De foto is een combinatie van foto’s in drie golflengten: 65 (blauw op de foto), 90 (groen) en 140 (rood) micrometer. De boogvormige schokgolf, wat zo’n boeggolf in feite is, is drie lichtjaren doorsnede. Betelgeuze zelf staat 600 lichtjaren van ons vandaag. Het is niet Betelgeuze zelf die de boeggolf veroorzaakt, maar de door de ster uitgezonden sterrenwind. Betelgeuze beweegt met een vaartje van 30 km/sec door de Melkweg en de sterrenwind wordt met 17 km/sec weggeblazen. Geen spectaculaire snelheden allemaal, maar wel voldoende om de boeggolf te veroorzaken. Onze Zon doet precies hetzelfde met de interstellaire gassen en stoffen: de zonnewind veroorzaakt een zelfde soort boeggolf, alleen heet ’t dan weer termination shock. En dié wordt binnenkort weer nader onderzocht door de IBEX. Betelgeuze is trouwens een serieuze kandidaat om binnenkort [2]dat wil zeggen het kan vannacht om 03.44 uur gebeuren, maar het kan ook over 326.792 jaar het geval zijn. als supernova te exploderen, dus het is zeker zaak om deze ster in de gaten te houden. Akari en andere instrumenten: keep watching! Bron: Bad Astronomy.

References[+]

References
1 Aldus dit Wikipedia-lemma.
2 dat wil zeggen het kan vannacht om 03.44 uur gebeuren, maar het kan ook over 326.792 jaar het geval zijn.

Astroblogs is jarig

:birthday: Ja ja mensen, niet alleen het ISS is vandaag jarig! Op zondag 20 november 2005 publiceerde ik m’n eerste blog. Astroblogs bestaat dus drie jaar! De link geeft die blog weer in z’n oorspronkelijke outfit, die ik toen geleend had van Blogger.com. Sindsdien zijn er ruim 1.930 astroblogjes verschenen en heeft de lay-out diverse malen een verandering ondergaan. Afgelopen week had ik nog een poging gedaan om de reacties wat meer structuur te geven, maar dat gaf zoveel ‘ghost-comments’, niet bestaande reacties, dat ik er weer de eenvoudige reactie-stijl voor heb teruggeplaatst. Afijn, we blijven gezellig bezig met de Astroblogs. 😀

International Space Station bestaat tien jaar

ISS 10 jaar. Credit: NASA

Het International Space Station (ISS) bestaat donderdag 20 november precies tien jaar. Op 20 november 1998 bracht een Russische Proton-draagraket het eerste module van de ISS naar de ruimte, getooid met de naam Zarya. Het betrof een zogenaamd Functional Cargo Block (FGB), een 20 ton wegende opslagruimte. Na Zarya volgden nog 25 andere modules en onderdelen, die ik even van Wikipedia geleend heb, waarvoor hartelijk dank, en die in het volgende plaatje te zien zijn :

Nu weegt het hele spulletje zo’n 300 ton en is het een permanent bemand bemensd ruimtestation. Over het ISS zou je artikelen vol kunnen schrijven, wat zeg ik, boeken vol. Ik volsta echter met het volgende: ISS, gefeliciteerd! Straks om 24.00 uur trouwens nog een jarige! 😀

Een mysterieuze bron van kosmische stralen

Kosmische stralen. Credit: Simon Swordy (U. Chicago), NASA

Morgen, 20 november 2008 volgens de huiskalender, verschijnt in het vakblad Nature een artikel over een mysterieus object, dichtbij in ons eigen melkwegstelsel, dat de Aarde schijnt te bestoken met hoogenergetische kosmische stralen. Het zou volgens de auteurs zelfs iets te maken kunnen hebben met donkere materie! Met de Advanced Thin Ionization Calorimeter (ATIC), een ballon die op de Zuidpool omhoog wordt gelaten, heeft men een grote hoeveelheid hoogenergetische electronen ontdekt die onze kant uitkomen. Normaal bestaan kosmische stralen uit protonen en ionen, maar een groep sterrenkundigen waaronder John Wefel (Louisiana State University) zag verrassenderwijs veel electronen (zie grafiek hieronder). Wefel maakt een metafoor om deze waarneming met ATIC te duiden: stel je rijdt op een snelweg, die normaal gesproken vol zit met een mix van personenauto’s en vrachtwagens en opeens zie je achter elkaar 70 Lamborgini’s er tussendoor stuiven. Zoiets is de waarneming van die electronen tussen de protonen en ionen. De bron van de electronen moet niet héél ver weg liggen, maximaal op 1 kiloparsec afstand, ruim 3.000 lichtjaar. Men leidt dat af uit de hoeveelheid energie die de electronen hebben. Onderweg verliezen electronen namelijk energie en bij langere afstanden zouden ze minder energie bij aankomst op aarde moeten hebben.

Credit: J. Chang et al.

Jammer genoeg heeft men niet vast kunnen stellen wáár aan de hemel de electronen precies vandaan kwamen. De bron van de electronen zou een nabije pulsar, een mini-quasar of een zwart gat kunnen zijn, maar sommigen speculeren hardop over donkere materie. Op grond van de zogenaamde Kaluza-Klein theorie, die stelt dat er naast de gewone drie ruimtedimensies nog meer verborgen dimensies zijn, denkt men dat donkere materiedeeltjes óók hun eigen antideeltje zijn en dan kunnen annihileren en vervolgens protonen en electronen produceren. Er zijn vele varianten van de KK-theorie, maar in eentje daarvan zou een wolk van donkere materiedeeltjes met een gemiddelde energie van 620 GeV electronen kunnen produceren die qua energie lijken op de met ATIC waargenomen electronen. Die wolk is voor ons uiteraard onzichtbaar, want anders zouden we het geen donkere materie meer noemen, maar de verwachting is dat een satelliet zoals Fermi (voorheen GLAST) in staat moet zijn om gammastralen afkomstig van zo’n wolk op te vangen. Fermi krijgt een drukke agenda. Bron: NASA.

Verdwenen: een spin en tas met gereedschappen

Daar gaat de tas. Credit: NASA TV.

De astronauten aan boord van het internationale ruimtestation ISS zijn kort na elkaar twee dingen kwijtgeraakt. Eerst heeft astronaute Heide Stefanyshyn-Piper terwijl ze aan een ruimtewandeling bezig was een tas vol gereedschappen verloren. In die tas zat een ‘pistool’ met een soort van smeerolie, bedoeld om de Solar Alpha Rotary Joint van één van de zonnepanelen te smeren. Dat pistool was IN de tas per ongeluk afgegaan en daardoor zat alles onder de smeer. Terwijl Piper pogingen deed om de tas schoon te maken vloog de tas weg, hetgeen goed op het filmpje hieronder te zien is. In de tas zaten twee van die pistolen. Ook is nog een schroevedraaier verloren, maar ik weet niet of dat op hetzelfde moment gebeurde. Ondanks de verloren tas, die zich dinsdagmiddag zo’n 4 km vóór het ISS bleek te bevinden, hebben Piper en haar mede-ruimtewandelaar Stephen Bowen de boel kunnen uitvoeren conform planning. Alles liep gesmeerd. 😀

Vervolgens schijnt ook een spin verdwenen te zijn. Endeavour had twee spinnen meegenomen om een experiment uit te voeren over spinnewebben bij gewichtsloosheid in de ruimte. Van die spinnen is er echter eentje gewoon verdwenen, MIA [1]Missing in action. zoals ze dat in Pentagon-termen noemen. Een NASA-woordvoerder verklaarde niet bang te zijn dat de spin écht weg is, maar ergens in een duister hoekje zit en op een gegeven moment weer tevoorschijn komt. Die spin is zeker bezig een worldwide web te maken. 🙂 Bron: Universe Today.

References[+]

References
1 Missing in action.

Interplanetair Internet doorstaat test

Credit: NASA

Sinds het einde van de jaren tachtig kennen we het wereldwijd verbreidde fenomeen Internet. De NASA is echter al bezig aan de volgende stap door de ontwikkeling van het zogenaamde interplanetaire internet! NASA heeft nu al communicatiemiddelen richting ‘outer space’, maar da’s middels het Deep Space Network en is meer bedoeld om met de sondes, missies, verkenners en al dat andere spul in Verwegistan te communiceren. Een team van de NASA met programmeurs onder leiding van Adrian Hooke heeft nagedacht over de verbetering van de communicatiemogelijkheden in de ruimte en zij zijn  gekomen met een nieuw protocol, genaamd DTN [1]Delay-Tolerant Networking of, meer recent Disruption-Tolerant Networking.. Het protocol dat het aardse Internet gebruikt, het vier decennia oude TCP/IP, is niet bruikbaar voor bijvoorbeeld Aarde-Mars communicatie. DTN is meer geschikt, omdat het rekening houdt met de lange reistijd van informatiepakketjes (20 minuten tussen Aarde en Mars) en de mogelijkheid dat verbindingen plots uitvallen. DTN is op Aarde getest door herders van rendieren in Lapland die op sneeuwscooters rondtuften (ja, je leest het goed) en door soldaten van het Amerikaanse leger in oorlogssituaties. In alle gevallen deed DTN het fantastisch. Tenslotte is het ook al interplanetair getest door middel van de Epoxiverkenner, die voorheen door het leven ging als Deep Impact. Ook dat schijnt goed gegaan te zijn. De volgende stap die men wil nemen is om het internationale ruimtestation ISS in te richten als DTN-knooppunt. Wat zou een abonnementje op het interplanetaire internet kosten? 🙂 Bron: Cosmic Log.

References[+]

References
1 Delay-Tolerant Networking of, meer recent Disruption-Tolerant Networking.

Nieuw type deeltjesversneller in Melkweg ontdekt

Jets en schokgolven in Cas A. Credit: Univ. Utrecht.

Utrechtse onderzoekers hebben een nieuwe locatie van deeltjesversnelling ontdekt in supernovarest Cassiopeia A. Dat supernovaresten deeltjes tot hoge energieën versnellen, was al bekend; ruim tien jaar geleden werd het directe bewijs geleverd dat dit aan de buitenkant van zo’n restant gebeurt. Nu blijkt dat in Cassiopeia A de deeltjesversnelling ook aan de binnenkant plaatsvindt. De Utrechtse promovenda Eveline Helder en haar begeleider Jacco Vink hebben dit gepubliceerd in het Amerikaanse tijdschrift The Astrophysical Journal. Elke dag bombarderen talloze deeltjes uit de ruimte onze aardatmosfeer. Deze deeltjes hebben zeer hoge energieën: hoger nog dan de deeltjesversneller LHC in Genéve kan bereiken. Al sinds halverwege de vorige eeuw hebben wetenschappers een vermoeden waar een deel van die deeltjes wordt versneld: bij supernova-explosies, waarin zware sterren aan hun einde komen. Wat overblijft na een supernova-explosie is een neutronenster of een zwart gat. De expanderende schokgolf, die het omliggende materiaal opveegt, blijft nog zo’n 100.000 jaar zichtbaar. Achter deze schokgolf ontwikkelt zich een tweede schokgolf, die naar binnen is gericht. De voorwaartse schokgolf is verantwoordelijk voor het versnellen van de deeltjes, die hoofdzakelijk bestaan uit de opgeveegde materie. Cassiopeia A is met een leeftijd van 330 jaar een van de jongste supernovaresten in de Melkweg [1]Een supernova die overigens nergens op Aarde ten tijde van de explosie (˜1680) werd waargenomen, vermoedelijk door verduistering van het zichtbare licht ervan door interstellaire stofwolken. Uit een nauwkeurige analyse van een opname gemaakt door de Amerikaanse röntgensatelliet Chandra, blijkt dat in Cassiopeia A niet alleen de expanderende schokgolf aan de buitenkant deeltjes versnelt, maar ook de binnenwaartse schokgolf. De deeltjes die daar versneld worden bestaan dan ook niet uit opgeveegde materie van rond de ster, maar uit materiaal van de ster zelf. In een artikel in dezelfde editie van The Astrophysical Journal toont een andere promovenda van Vink, Klara Schure, aan dat Cassiopeia A is geëxplodeerd als een rode superreus. Zij leidt dit op basis van computersimulaties af uit de mate van asymmetrie van de explosie, in de vorm van de jets. Sinds een aantal jaar is bekend dat Cassiopeia A, de helderste radiobron aan de hemel, twee jets in tegenovergestelde richting heeft. Haar onderzoek laat zien dat de asymmetrie niet altijd lang zichtbaar blijft en dat een supernovarest, afhankelijk van zijn omgeving, alsnog een sferische vorm kan aannemen. Het feit dat de jets in Cassiopeia A nog te zien zijn geeft aan dat de ster explodeerde als een rode superreus, en niet als een zeer zware Wolf-Rayetster, wat lang is verondersteld. Bron: NOVA.

 

References[+]

References
1 Een supernova die overigens nergens op Aarde ten tijde van de explosie (˜1680) werd waargenomen, vermoedelijk door verduistering van het zichtbare licht ervan door interstellaire stofwolken

Onenigheid in de Planetary Society

Harrison Schmitt. Credit: NASA

Van de ene society over naar de andere society, van de Royal naar de Planetary. Bij laatstgenoemde is namelijk iets van een onenigheid uitgebroken. The Planetary Society (TPS) [1]Bekendste exponent van The Planetary Society is Emily Lakdawalla, waarvan ik hier regelmatig nieuws tentoonspreidt. Zij is officiëel de Science and Technology Coordinator van TPS. is een grote Amerikaanse non-profit organisatie, in 1980 opgericht door onder andere Carl Sagan, en het doel is “to inspire and involve the world’s public in space exploration through advocacy, projects, and education.” Ik hoor het Sagan zo zeggen. 😉 Tot voor kort was Harrison Schmitt lid van TPS. Schmitt kennen we als Amerikaans senator, maar vooral als degene die als laatste mens op de Maan was, als astronaut tijdens de Apollo 17 missie. Schmitt is echter lid af. Hij is uit TPS gestapt omdat hij het niet eens is met een onlangs gepubliceerd rapport, genaamd Beyond the Moon: A New Roadmap for Human Space Exploration in the 21st Century. In dat rapport stelt TPS dat Mars hét nieuwe doel moet zijn voor de ruimtevaart. Schmitt is het daar hardstikke mee oneens. Volgens hem moet de Maan dat zijn en dá­e moet vervolgens de springplank richting Mars zijn. Schmitt denkt dat de gekozen doelstelling van TPS meer door politiek dan door wetenschap ingegeven is. Ook zal Mars als volgend primair doel volgens Schmitt de consequentie hebben dat Amerika z’n globale invloed kwijtraakt en dat andere landen hun invloed in de ruimte zullen uitbreiden. Tenslotte is Schmitt boos dat TPS ook als doel stelt om de klimaatverandering op Aarde te onderzoeken door de Aarde beter te bestuderen. Hij is bang dat daarmee geconcludeerd wordt dat de klimaatverandering een gevolg is van de invloed van de mensheid, een conclusie die hij niet wil delen. Voor de liefhebbers is hier Schmitt’s brief te lezen waarin hij aankondigt zich uit TPS terug te trekken. Laatstgenoemde sociëteit heeft overigens vandaag (18 november) ook al gereageerd. Daarin vraagt Louis Friedman, directeur van TPS, of Schmitt z’n besluit wil heroverwegen. Volgens Friedmann zijn er meer dingen die TPS en Schmitt delen dan dingen die hun scheiden en dat ze beiden een publieksvriendelijk onderzoek van de ruimte willen. Ik ben benieuwd wat Schmitt hier weer op gaat zeggen. Bron: vele bronnen zijn er, onder andere Space.com en NASA Watch.

References[+]

References
1 Bekendste exponent van The Planetary Society is Emily Lakdawalla, waarvan ik hier regelmatig nieuws tentoonspreidt. Zij is officiëel de Science and Technology Coordinator van TPS.

Digitaal archief Royal Society tot februari 2009 gratis beschikbaar

Credit: Royal Society

Het digitale archief van de Britse Royal Society is tot februari 2009 gratis online te bekijken. Dat lijkt op de actie die dezelfde Society september 2006 aankondigde om de Philosophical Transactions (voluit de Philosophical Transactions of the Royal Society of London) voor twee maanden gratis beschikbaar te stellen. Het verschil met de nieuwe actie is echter dat dit keer het gehele Royal Society Digital Journal Archive tijdelijk gratis toegankelijk is. Dat betekent dat zo’n 52.000 artikelen, daterend tot 1655 (!), te lezen zijn. Het archief van de Royal Society bevat artikelen van beroemde geleerden zoals Edmond Halley, Michael Faraday, Albert Einstein, Francis Crick en Stephen Hawking. Zo verscheen in de Phil. Trans. 6 nr. 80 bladzijde 3075 (in 1671) voor het eerst een artikel van ene Isaac Newton, getiteld “A Letter of Mr. Isaac Newton, Professor of the Mathematicks in the University of Cambridge; Containing His New Theory about Light and Colors: Sent by the Author to the Publisher from Cambridge, Febr. 6. 1671/72; In Order to be Communicated to the R. Society” In 2006 was er een tijdelijke ‘kennismakingsactie’ voor één tijdschrift, nu dus voor álle tijdschriften. Dat smaakt naar meer. 😀 De tip voor deze blog kwam van Gina. Hé Gina, thanx!