Melkweg roteert sneller én is zwaarder dan gedacht

Onze Melkweg. Credit: R. Hurt: NASA/JPL-Caltech/SSC/CfA.

Ook al wonen we er middenin dan nog ontdekt men er nieuwe dingen over. Ik heb het over het Melkwegstelsel, het sterrenstelsel waar we als zonnestelsel al een jaartje of vijf miljard deel van uitmaken. Sterrenkundigen hebben ontdekt dat de Melkweg zo’n 160.000 km per uur sneller roteert dan men eerst dacht. Veiligheidsriemen vastmaken dus! 🙂 Met behulp van de Very Long Baseline Array (VLBA), een wijdverbreid systeem van radiotelescopen, hebben sterrenkundigen de vier grootste spiraalarmen van de Melkweg in kaart gebracht. Met behulp van de meer dan 170 jaar oude techniek van trigonometrische parallaxmeting heeft men de afstand en snelheid van de sterren in die spiraalarmen gemeten. Friedrich Bessel was in 1838 de eerste die deze techniek toepastte, op de ster 61 Cygni om precies te zijn. De resolutie die men met de VLBA verkreeg was 10.000 keer groter dan die van Bessel. Op het kaartje hierboven van de melkweg zie je in groen de plekken waarvan ze de afstand exact hebben gemeten. Uitkomst was dat ons zonnestelsel met een vaartje van 965.000 km per uur door de Melkweg tuft en niet met de eerder geschatte 805.000 km per uur. Omdat de rotatie van een sterrenstelsel nauw samenhangt met z’n massa moet de melkweg ook zwaarder zijn: 3 biljoen zonmassa’s [1]Da’s 3 x 1012 keer de massa van de Zon.! 😯 Dacht men eerst dat ons Melkwegstelsel een maatje kleiner was dan het Andromedastelsel (M31), dan blijkt op basis van deze nieuwe gegevens beide sterrenstelsels ongeveer even zwaar te zijn. Je zou ze als een tweelingstelsel kunnen beschouwen. Consequentie hiervan is wel dat de berekende datum waarop de twee zwaargewichten met elkaar zullen botsen, in eerste instantie geschat op vijf miljard jaar na nu, éérder komt! Ga maar vast een schuilkelder graven. 😉 Drie keer raden trouwens waar het nieuws bekend werd gemaakt: yep, op de 213e AAS. Bron: Center for Astrophysics.

References[+]

References
1 Da’s 3 x 1012 keer de massa van de Zon.

Een ongeëvenaarde blik op ’t Melkwegcentrum

Hubble: NASA, ESA, and Q.D. Wang (University of Massachusetts, Amherst); Spitzer: NASA, Jet Propulsion Laboratory, and S. Stolovy (Spitzer Science Center/Caltech).

Gisteravond zat ik naar die live persconferentie te kijken van een aantal sterrenkundigen vanaf de AAS-bijeenkomst in Long Beach (Californië) en eentje daarvan was Q.D.Wang (Universiteit van Massachusetts, Amherst). Die liet daar prachtige beelden zien van het centrum van de Melkweg. Hierboven zie je er eentje, grotere versies tot 38,5 Mb zijn hier verkrijgbaar. De foto’s zijn gemaakt door een combinatie van Hubble (nabije infrarood) en Spitzer (infrarood). Hij is niet in visueel licht genomen omdat gas- en stofwolken tussen Aarde en centrum van de Melkweg in de weg staan. Maar de infraroodstraling dringt door die wolken heen en daarom gebruikt men die golflengten. Wat je ziet is een gebied van ongeveer 300 lichtjaar rondom het centrum. Het is dus niet zo’n ingezoomde blik op het gebied rondom Sagittarius A, de echte kern van de Melkweg, alwaar het 4,31 miljoen zonmassa’s zware zwarte gat woonachtig is. De resolutie van de door Hubble’s Near Infrared Camera and Multi-Object Spectrometer (NICMOS) genomen foto is 0,025 lichtjaar. Dat wil zeggen dat op die afstand (27.000 lichtjaar verderop) details tot 20 keer het zonnestelsel zichtbaar zijn. Op de foto heeft men massieve sterren ontdekt die enorme sterrenwinden uitblazen. Tot voor kort dacht men dat die massieve sterren alleen voorkwamen in drie clusters in het centrum van de Melkweg, de Centrale cluster, de Archescluster en de Quintuplet cluster, maar dat is niet zo. Ook op andere plaatsen komt men de zware jongens onder de sterren tegen. Door die sterrenwinden wordt het omringende gas geïoniseerd en weggeblazen. Dat zie je links op de foto als boogvormige structuren. Men denkt dat magnetische velden een belangrijke rol spelen bij het ontstaan van die filamenten in het gas. Bij Sgr A, het centrale zwarte gat, zie je ook geïoniseerde gaswolken De Hubble had maar liefst 2.304 opnames nodig om bovenstaand plaatje op te leveren, welke genomen zijn tussen 22 februari en 5 juni 2008. Die heeft men toch heel knap weten te stacken. 😉 Bron: Hubble.

Spaceweek bij National Geographics TV

Spaceweek bij NGC. Credit: NGC.

Volgens een tip van Ans, waarvoor hartelijk dank, is het de hele week Spaceweek bij National Geographics Channel TV. 😀 Gisteren begon het spektakel en het duurt tot en met vrijdag 9 januari a.s. Die avond houdt Christiaan Huygens z’n nieuwjaarsreceptie, dus dat beschouwen we bij deze dan maar gelijk als de feestelijke afsluiting van deze spaceweek. AAS-bijeenkomst, Spaceweek, nieuwjaarsreceptie… het kan niet beter! 🙂

De officiële opening van het IYA2009

Credit: IYA 2009.

Ik noem het maar eventjes IYA2009 omdat iedereen het er in de blogosfeer zó over heeft, maar ik bedoel uiteraard het Internationale Jaar van de Sterrenkunde 2009. IJvdS2009 staat voor geen meter dat snap je. 🙂 Op een conferentie op 15 en 16 juni in Parijs van de UNESCO [1]Staat voor United Nations Educational, Scientific and Cultural Organisation. wordt het IYA2009 officiëel geopend. Voor zeshonderd genodigden (wetenschappers, hoogwaardigheidsbekleders, bobo’s dus) en tweehonderd studenten wordt het feestje georganiseerd. Het programma van die twee dagen is hier te vinden. Op de Nederlandse website van de IYA2009 kom ik opvallend genoeg nog erg vaak   tegen, dus die mag ook wel eens een keer officiëel in gebruik worden genomen (lees: gereedkomen). Klik bijvoorbeeld maar eens in het menu linksboven. Bron: IYA2009.

References[+]

References
1 Staat voor United Nations Educational, Scientific and Cultural Organisation.

Live from the AAS

Ik zit zojuist te kijken naar een complete persconferentie van diverse wetenschappers, die live wordt uitgezonden vanaf de AAS. Onder andere over de ontdekking van die twee piepjonge sterren vlakbij het centrale zwarte gat in de Melkweg. Gepresenteerd door een piepjonge Elisabeth Humpreys. Ook nieuws van een schitterende foto van de Hubble ruimtetelescoop van het centrum van de melkweg. Morgenavond zal ik daar wel iets over schrijven.

afgebrokkelde planetoïden bij witte dwergen gezien

Afgebrokkelde planetoide bij een witte dwerg. credit: NASA/JPL-Caltech

Sterrenkundigen hebben rondom enkele witte dwergen, de eindstadia van sterren zoals de Zon, de resten gevonden van iets wat uiteengevallen planetoïden moeten zijn. Met behulp van de infraroodsatelliet Spitzer van de NASA zag men rondom acht witte dwergen dergelijke resten. Men denkt dat planetoïden net zo gewoon zijn bij andere sterren als in ons eigen zonnestelsel. Planetoïden en rotsachtige planeten hebben beiden hun oorsprong in de wolk waaruit ons zonnestelsel zo’n vijf miljard jaar geleden is ontstaan. Uit het stof ontstaan planetesimalen, die vervolgens op hun beurt samenklonteren tot rotsachtige planeten. Wat daarbij overblijft zijn de planetoïden. Als de centrale ster miljarden jaren later na een rode reusstadium z’n buitenlagen wegblaast blijft een compacte kern over, een witte dwerg. Planetoïden die te dicht in de buurt van die witte dwerg komen worden door getijdewerking uiteengerukt en dat levert verbrokkelde planetoïden op, zoals nu met de Spitzer is waargenomen. Dat deed men met behulp van de infrarood spectrograaf van Spitzer, waarmee men de scheikundige samenstelling van de fragmenten rondom de zogenaamde vervuilde witte dwergen kan meten. Men denkt dat zo’n 1% van de witte dwergen vervuild is met planetoïden-afval. Het grootste brokstuk dat men zag had een diameter van zo’n 200 km. Opvallend is dat de resten van de planetoïden wel glasachtige silicate mineralen bevatte, maar geen koolstof. Dat komt overeen met de samenstelling van planetoïden in het zonnestelsel. Drie keer raden waar het nieuws over de afgebrokkelde planetoïden bij witte dwergen bekend werd gemaakt: yep, op de 213e bijeenkomst van de AAS. Bron: Universe Today.

Stervorming vlakbij het centrale zwarte gat

Credit: NASA, ESA and A. Schaller (for STScI)

Je zou het niet de meest ideale kraamkamer van sterren kunnen noemen en toch hebben sterrenkundigen op slechts enkele lichtjaren afstand van het supermassieve zwarte gat [1]Welke een massa heeft van 4,31 miljoen zonmassa’s, schoon aan de haak. in het centrum van de Melkweg twee zeer jonge protosterren ontdekt. Met behulp van de Very Large Array (VLA) van radiotelescopen zagen de sterrenkundigen van het Harvard-Smithsonian Center for Astrophysics en het Max Planck Institute for Radio Astronomy de twee pas geboren sterren, eentje op 7 lichtjaar en de ander op 10 lichtjaar van het zwarte gat. Dat wil zeggen dat men twee masers ontdekte. Da’s ongeveer hetzelfde als een laser, maar die werkt in het optische deel van het spectrum, terwijl een maser in het radiogedeelte werkt. De masers kunnen alleen verklaard worden door aan te nemen dat het zeer jonge sterren betreft die het omringende gas tot stralen brengen. De waarneming voedt de gedachte dat de wolken van moleculair gas, waaruit de sterren geboren worden, een grotere dichtheid hebben dan men eerst dacht. Op de afbeelding hierboven zie je een voorstelling van blauwe, jonge sterren in de kern van de Melkweg. Op de achtergrond oudere, rode sterren, die meestal de centra van sterrenstelsels bevolken. De melding van de ontdekking van de twee jonge sterren werd vandaag gedaan op de 213e bijeenkomst van de AAS in Long Beach. Ik zei toch dat er deze week nieuws vanuit Californië zou komen? 😉 Bron: Center for Astrophysics.

References[+]

References
1 Welke een massa heeft van 4,31 miljoen zonmassa’s, schoon aan de haak.

Woensdag bedekt de Maan deels de Pleiaden

Credit: Hemel.waarnemen.com

Komende woensdag, 7 januari dus, zal de voor 83% verlichtte Maan tussen 17.20 en 19.00 uur een flink aantal sterren van de Pleiaden bedekken. Da’s de welbekende en heldere open sterrenhoop in het sterrenbeeld Stier, die we ook kennen als het Zevengesternte of M45. De bedekking begint aan de onverlichtte kant van de Maan en hij eindigt een uur later aan de verlichtte kant. Van de helderste 11 sterren van de Pleiaden worden in onze streken 6 bedekt. De helderste ster van de Pleiaden, Alcyone (2,9m), wordt helaas niet bedekt. De helderste die wél bedekt wordt is Electra (3,7m). Om 17:23:41 (voor een waarnemer in Utrecht) verdwijnt Electra achter de Maan en om 18:21:51 komt ‘ie weer tevoorschijn. Een tabel met meer info is hier te vinden. Bron: Hemel.waarnemen + Sterrengids 2009.

213e AAS-bijeenkomst is begonnen

Long Beach. Credit: Ed g2s/Wikipedia.

Vandaag is de 213e bijeenkomst van de AAS, de American Astronomical Society, in Long Beach (Californië) begonnen. Klint niet echt schokkend misschien, maar Astrobloglezers die al een tijdje meegaan weten dat deze bijeenkomsten altijd voor veel nieuws zorgen. Lees bijvoorbeeld m’n bericht over de oogst van de 211e bijeenkomst, een jaar geleden. De AAS-bijeenkomst, die ieder half jaar wordt georganiseerd, duurt tot en met donderdag a.s.. Twee lezingen van de velen die gepland staan zijn gebaseerd op de gegevens van de Galaxy Zoo. Eentje is van Chris Lintott, genaamd Disentangling Morphologies : Environment, Colour And Interactions In The Galaxy Zoo en de andere is van Kevin Schawinski, die het gaat hebben over Galaxy Zoo: Blue Early-type Galaxies. Grappig was wel om te lezen dat Schawinski gisteren nog druk bezig was met de voorbereidingen voor z’n speech en hij op het Galaxy Zoo forum nog vroeg of iemand de titel van z’n presentatie in ‘Galaxy alfabet’ wilde maken. Hetgeen naar z’n volle tevredenheid gelukt is. De bedoeling is dat gedurende de AAS-bijeenkomst voortdurend live verslag wordt gedaan door diverse bloggers. Stay tuned! 😀

De Aarde in perihelium

Vandaag staat de Aarde in het perihelium. Dat wil zeggen dat ‘ie in z’n baan om de Zon het meest dichtbij de Zon staat. Om 16.38 uur vanmiddag was de afstand 147.096.000 km, oftewel 0,983.273 Astronomische Eenheden [1]Eén A.E. is de gemiddelde afstand tussen de aarde en de zon. De precieze waarde ervan is 149.597.870.697 meter.. Over een half jaar, op 4 juli a.s. om precies te zijn, bereikt de Aarde haar aphelium, het verste punt van de Zon. De afstand bedraagt dan 152,091 miljoen km, dus ruim 3% verder. Dat perihelium valt bij ons in de winter, dus het temperatuursverschil dat door die 3% afstandsverschil wordt veroorzaakt zinkt in het niet bij de invloed op de temperatuur die de schuine stand van de aardas heeft. Die as, welke een hoek van 23,44° maakt met het baanvlak van de Aarde om de Zon, bepaalt de seizoenen op Aarde. Om het trouwens nog iets ingewikkelder te maken: feitelijk maakt niet de Aarde een ellipsbaan om de Zon, maar is het het zwaartepunt van het stelsel Aarde-Maan dat zo’n baan beschrijft. Het moment waarop dat zwaartepunt het dichtste bij de Zon staat is niet exact hetzelfde als het moment dat alleen de Aarde het dichtste bij de Zon staat. Het stelsel Aarde-Maan stond gisteren om 9 uur ’s morgens Nederlandse tijd in het perihelium. Als je wilt weten of die 3% nog verschil uitmaakt in de schijnbare grootte van de Zon aan de hemel moet je m’n blog van een jaar geleden even lezen. Bron: Bad Astronomy + Sterrengids 2009.

References[+]

References
1 Eén A.E. is de gemiddelde afstand tussen de aarde en de zon. De precieze waarde ervan is 149.597.870.697 meter.