9 augustus 2022

Babysterrenstelsels: klein, maar hyperactief

Kern van J1148+5251

Kern van J1148+5251. Credit: NRAO/AUI/NSF

Sterren en sterrenstelsels lijken wat ontwikkeling betreft op mensen: ze ontstaan, worden groter, bereiken een volwassen stadium en op het laatst worden ze oud en uiteindelijk gaan ze dood. Over het beginstadium van sterrenstelsels is nog weinig bekend, simpelweg omdat de pas ontstane sterrenstelsels ver van ons verwijderd zijn en daardoor slecht zichtbaar vanaf de Aarde. De sterrenstelsels om ons heen zijn allemaal in een volwassen stadium, ook de kleinere dwergsterrenstelsels. Recent onderzoek aan de quasar J1148+5251, die op de formidabele afstand van 12,8 miljard lichtjaar ligt, heeft echter meer licht geworpen op de ontstaansgeschiedenis van sterrenstelsels. Met behulp van de Frans-Duits-Spaanse radiotelescoop IRAM Interferometer keek een team sterrenkundigen naar straling die afkomstig is van geïoniseerde koolstofatomen in die quasar. Koolstof is een betrouwbare indicator voor de snelheid van stervorming in een sterrenstelsel. Wat de waarnemingen aantoonden was dat in de kern van J1148+5251, dat in feite een pas ontstaan babysterrenstelsel is, een zeer hoge graad van stervorming is. Per jaar ontstaan voor ongeveer 1.000 zonmassa’s nieuwe sterren. Ons eigen Melkwegstelsel produceert jaarlijks niet meer dan één zonmassa aan nieuwe sterren! Belangrijk voor de sterrenkundigen wat de omvang van het gebied te kennen waar de stervorming plaatsvind. Dat bleek ongeveer 4.000 lichtjaar in omvang te zijn. Da’s veel kleiner dan bijvoorbeeld de diameter van de Melkweg, die 100.000 lichtjaar is. Duizend nieuwe zonmassa’s per jaar in zo’n klein gebiedje ligt volgens modellen wel tegen het maximum aan: meer sterren kunnne niet ontstaan, omdat de opgebouwde druk van die sterren er voor zorgt dat de rest van de interstellaire gaswolken niet ineen kan storten om nog meer sterren te vormen. Bovenstaande foto van de kern van J1148+5251 is overigens uniek, want nooit eerder is een quasar op zo’n afstand zó in detail waargenomen. De afmeting van de kern is 0,27 boogseconde, hetgeen met een afstand van 12,8 miljard lichtjaar vergelijkbaar is met een munt van 1 euro die je op 18 km afstand ziet. Ding dong! Kortom, babysterrenstelsels beginnen klein, maar zéér actief. Hyperactief dus. Mogen we spreken van ADHD-stelsels? 😀 Bron: Eurekalert.

Comments

  1. Interessant!

    Maar dit lijkt me een onderschatting:

    "Ons eigen Melkwegstelsel produceert jaarlijks niet meer dan één zonmassa aan nieuwe sterren!"

  2. Ok, in deze bron werd over 1 ster per jaar gesproken. In een andere bron wordt over 7 zonmassa's per jaar gesproken. Maar verwacht niet dat ons melkwegstelsel honderden of duizenden zonmassa's per jaar weet te produceren. Tenzij jij een link hebt naar wetenschappelijk werk dat dat laatste beweert.

  3. De Melkweg heeft 300 miljard sterren ("It is estimated to contain at least 200 billion stars and possibly up to 400 billion stars" wiki)

    die hooguit 10 miljard jaar oud zijn (eerste generatie waren massive stars), dus dat is gemiddeld 30 sterren per jaar.

    Gegeven dat het de laatste miljarden jaren wat langzamer gaat, dan nog zou 10 sterren per jaar mogelijk moeten zijn.

    Geen 1000 per jaar dus inderdaad.

  4. OK, tien zonmassa's per jaar. Wordt dat de nieuwe standaard. 😀

Speak Your Mind

*

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

%d bloggers liken dit: