Hayabusa keert eindelijk huiswaarts

Planetoïde Itokawa. Credit: JAXA.

April 2007 berichtte ik de astroblogslezers over de verwoedde pogingen van de Japanse ruimtevaartorganisatie JAXA om de ruimteverkenner Hayabusa terug naar Aarde te laten keren. Die was na z’n lancering in mei 2003 ergens in 2005 in de nabijheid van de planetoïde Itokawa geweest en is er zelfs op geland. De foto hiernaast laat die planetoïde zien, die op een aardappel lijkt en die met z’n afmetingen van 535 x 294 x 209 m klein te noemen is. Na z’n rendez-vous is de verkenner de ruimte weer ingedoken, maar daarna is zo’n beetje alles wat fout gegaan wat fout kan gaan. Lees die eerdere blog maar na over de-wet-van-Murphy-achtige-details. Afijn, deze week kwam het blijde nieuws uit Japan dat men er in geslaagd is de Hayabusa na een jaartje ronddobberen weer echt richting Aarde te laten krijgen. De verwachting is dat ‘ie juni 2010 terug naar Aarde keert en dat een soort van granaatvormige sonde naar de Aarde wordt gedropt om na een tocht door de atmosfeer veilig op het oppervlak te landen. In die sonde zit (als het goed is, duim duim duim) materiaal dat Hayabusa van Itokawa heeft meegenomen. Mmmm, ik heb een donkerbruin vermoeden dat ook die landing fout kan gaan. Misschien moeten ze bij JAXA maar even de details van de landing van de Genesis-sonde nalezen.

Lancering Space Shuttle Discovery uitgesteld

Lancering Discovery uitgesteld. Credit: NASA

De lancering van de Space Shuttle Discovery zou eerst 12 februari a.s. plaatsvinden, toen werd het 19 februari en afgelopen vrijdag liet de NASA weten dat de Discovery niet eerder dan 22 februari het ruim(t)e sop zal kiezen. Met name de inspectie van een aantal kleppen van het ruimteveer kost meer tijd dan gepland. Discovery heeft drie kleppen die de brandstoftoevoer richting motoren regelen. Sinds een andere shuttle, de Endeavour, in november problemen ondervond met één van diens kleppen, zijn de technici zeer alert op het juist functioneren van de kleppen. Met de Discovery gaat men STS-119 uitvoeren, de missie die bedoeld is om een groot zonnepaneel naar het internationale ruimtestation ISS te brengen plus een nieuw bemanningslid voor het ISS. Astronaute Sandra magnus zal worden vervangen door de Japanner Koichi Wakata. Door het uitstel van STS-119 zal ook de reparatiemissie aan de Hubble, STS-125 oftewel HST-SM4 [1]Hubble Space Telescope Service Mission 4., later van start gaan. Die missie gaat worden uitgevoerd door de Space Shuttle Atlantis en de lancering stond voor 12 mei dit jaar gepland. Nou, afwachten maar wanneer dat gaat gebeuren. Zucht… Bron: Space.com.

References[+]

References
1 Hubble Space Telescope Service Mission 4.

LCROSS op zoek naar waterijs in maankrater

LCROSS. Credit: NASA


Als het goed gaat wordt 24 april dit jaar met behulp van een Atlas V draagraket de Lunar Reconnaissance Orbiter (LRO) gelanceerd. De LRO heeft één bijzonder onderdeel aan boord, de zogenaamde Lunar CRater Observation and Sensing Satellite (LCROSS), die kort na de lancering zal afkoppelen van de LRO. De bedoeling is dat ergens in augustus dit jaar een deel van de LCROSS, Centaur genaamd,  met een snelheid van zo’n 9.000 km per uur te pletter zal slaan in een maankrater. Die krater ligt aan de noordpool van de maan en wordt nooit door de Zon beschenen. Op de bodem van die krater ligt misschien waterijs. De inslag van de LCROSS zal een pluim van ongeveer 50 km hoogte opleveren, welke vanaf de Aarde te zien zal zijn. Het andere deel van de LCROSS moet 4 minuten na de inslag dóór de pluim heenvliegen De inslag zal in ieder geval ook bestudeerd worden met behulp van de 6,5 meter telescoop van het Arizona/Smithsonian MMT Observatory (MMTO) op Mount Hopkins in Arizona. Men hoopt door spectraalanalyse van de pluim aanwijzingen te vinden voor de aanwezigheid van waterijs op de bodem van die krater. Dat waterijs zou cruciaal kunnen zijn voor de bevoorrading met water van toekomstige maanreizigers. Scheelt weer de nodige mee te nemen flesjes Spa Blauw. 🙂 Mocht de MMTO te kampen krijgen met slecht weer dan kan de NASA besluiten om de inslag van de LCROSS uit te stellen naar september of oktober. Dan wordt alleen het doel anders, namelijk een krater op de zuidpool van de maan. Bron: Moon Today.

Nieuwe techniek om grootte planetoiden te meten

Planetoïde Barbara. Credit: ESO/L. Calçada

Op dit moment zijn er drie fatsoenlijke manieren om goed naar planetoïden te kijken, de grote stukken steen in de ruimte die overblijfselen zijn van de oerwolk waaruit het zonnestelsel is ontstaan. We kunnen er met adaptieve optiek [1]Hierbij is de telescoop in staat om trillingen in de atmosfeer van de Aarde, veroorzaakt door luchtbewegingen, te compenseren. vanaf de Aarde naar kijken, met behulp van ruimtetelescopen én met met radartechnieken. Maar al deze technieken laten hooguit gedetailleerde beelden zien van de grootste honderd planetoïden en voor de radarbeelden moeten ze ook nog redelijk dicht in de buurt van de Aarde staan. Een team sterrenkundigen onder leiding van Marco Delbo (Observatoire de la Cá´te d’Azur, Frankrijk) heeft nu een nieuwe techniek ontwikkeld, waarbij met interferometrie planetoïden tot een diameter van 15 km kunnen worden waargenomen en dan kunnen ze zich in de grote planetoïdengordel bevinden. Die gordel ligt tussen de planeten Mars en Jupiter, 200 miljoen km vanaf Aarde. Om dit te realiseren gebruikt men twee van de vier Very Large telescopes (VLT) op Cerro Paranal in Noord-Chili. Die 8,2 meter telescopen gebruikt men als een interferometer, waarbij men de afzonderlijke beelden van de telescopen combineert tot één afbeelding. Het scheidend vermogen van de twee VLT’s is net zo groot als van één telescoop met een spiegel van 47 meter. 😯 Gebruikmakend van de nieuwe techniek keek men naar de planetoïde (234) Barbara. Dat leverde direct een verrassing op: de planetoïde blijkt de vorm van een enorme pinda te hebben, waarbij de ene kant 37 km groot is, de andere kant 21 km en daartussen zit een soort van overbrugging van 24 km lengte. Peanuts in Space! 😀 Bron: Eurekalert.

References[+]

References
1 Hierbij is de telescoop in staat om trillingen in de atmosfeer van de Aarde, veroorzaakt door luchtbewegingen, te compenseren.

Dienschtmeededelingen

Credit: Skype

Even wat non-astro dingetjes (hoewel?). Ten eerste Hannes kon z’n commentaar niet editten. Klopt, met de standaard commentaar-software lukt dat niet, tenzij je geloof ik ingelogd bent. Ik heb daarom zojuist een plugin geïnstalleerd, waarmee je korte tijd na publicatie van een commentaar/reactie wél kan wijzigen indien dat nodig is. Probeer ’t maar eens even uit. Ten tweede: Met Jan probeerde ik vandaag via Skype een videochat tot stand te brengen met enkele andere zooïsten van de Galaxy Zoo. Het lukte met Weezerd in Manchester, Kevin en Jordan in New York, LovetheTropic op Puerto Rico en Stellar190 en Curtis van ergens op deze aardkloot. Dat wil zeggen dat audiocommunicatie aardig lukte, maar de videosignalen kwamen helaas niet door. 🙁 En met de zooïsten in Londen op de Astrofest was helemaal geen kontakt te krijgen. Die zaten zeker aan/onder de bar. 🙂 Op de officiële Galaxy Zoo blog is overigens ook een verslag van onze ‘conferentie’ verschenen! Leuk.

Wat moet je hier nou van denken?

Credit: NASA/JPL-CalTech

Zie hier een bizarre foto van een deel van de Schiaparellikrater op Mars, gefotografeerd met de HiRISE camera aan boord van de Mars Reconnaissance Orbiter (MRO). Die krater is genoemd naar de Italiaanse sterrenkundige Giovanni Schiaparelli, degene die in de 19e eeuw als eerste kanalen op Mars meende te zien. De krater ligt aan de evenaar van Mars en hij is 461 km in diameter. IJs zal er op de evenaar niet voorkomen, dus wat we op de foto zien zal een (niet-kleurechte) compositie zijn van zand en rotsen. De patronen zullen het resultaat zijn van de wind, maar hoe dat precies in z’n werk is gegaan is niet bekend. Voor m’n gevoel lijkt het wel alsof er één of andere stukadoor flink tekeer is gegaan. Beetje raufaser effect, heette dat niet zo? 🙂 Bron: Martian Chronicles.

Babysterrenstelsels: klein, maar hyperactief

Kern van J1148+5251. Credit: NRAO/AUI/NSF

Sterren en sterrenstelsels lijken wat ontwikkeling betreft op mensen: ze ontstaan, worden groter, bereiken een volwassen stadium en op het laatst worden ze oud en uiteindelijk gaan ze dood. Over het beginstadium van sterrenstelsels is nog weinig bekend, simpelweg omdat de pas ontstane sterrenstelsels ver van ons verwijderd zijn en daardoor slecht zichtbaar vanaf de Aarde. De sterrenstelsels om ons heen zijn allemaal in een volwassen stadium, ook de kleinere dwergsterrenstelsels. Recent onderzoek aan de quasar J1148+5251, die op de formidabele afstand van 12,8 miljard lichtjaar ligt, heeft echter meer licht geworpen op de ontstaansgeschiedenis van sterrenstelsels. Met behulp van de Frans-Duits-Spaanse radiotelescoop IRAM Interferometer keek een team sterrenkundigen naar straling die afkomstig is van geïoniseerde koolstofatomen in die quasar. Koolstof is een betrouwbare indicator voor de snelheid van stervorming in een sterrenstelsel. Wat de waarnemingen aantoonden was dat in de kern van J1148+5251, dat in feite een pas ontstaan babysterrenstelsel is, een zeer hoge graad van stervorming is. Per jaar ontstaan voor ongeveer 1.000 zonmassa’s nieuwe sterren. Ons eigen Melkwegstelsel produceert jaarlijks niet meer dan één zonmassa aan nieuwe sterren! Belangrijk voor de sterrenkundigen wat de omvang van het gebied te kennen waar de stervorming plaatsvind. Dat bleek ongeveer 4.000 lichtjaar in omvang te zijn. Da’s veel kleiner dan bijvoorbeeld de diameter van de Melkweg, die 100.000 lichtjaar is. Duizend nieuwe zonmassa’s per jaar in zo’n klein gebiedje ligt volgens modellen wel tegen het maximum aan: meer sterren kunnne niet ontstaan, omdat de opgebouwde druk van die sterren er voor zorgt dat de rest van de interstellaire gaswolken niet ineen kan storten om nog meer sterren te vormen. Bovenstaande foto van de kern van J1148+5251 is overigens uniek, want nooit eerder is een quasar op zo’n afstand zó in detail waargenomen. De afmeting van de kern is 0,27 boogseconde, hetgeen met een afstand van 12,8 miljard lichtjaar vergelijkbaar is met een munt van 1 euro die je op 18 km afstand ziet. Ding dong! Kortom, babysterrenstelsels beginnen klein, maar zéér actief. Hyperactief dus. Mogen we spreken van ADHD-stelsels? 😀 Bron: Eurekalert.

PAMELA heeft geen donkere materie gevonden?

PAMELA gegevens. Credit: PAMELA Collaboration.

Vorig jaar augustus gingen geruchten de wetenschappelijke wereld rond dat men met behulp van de satelliet PAMELA [1]De in juni 2006 gelanceerde Payload for Antimatter/Matter Exploration and Light-nuclei Astrophysics. een anomalie had ontdekt in de verhouding tussen electronen en positronen in de hogere delen van de dampkring en die anomalie zou wel eens kunnen wijzen op annihilerende donkere materiedeeltjes. De claim was dus gelegd dat men met PAMELA voor het eerst donkere materie had ‘gezien’. De resultaten van PAMELA werden eerst op een besloten bijeenkomst gepubliceerd, maar gegevens lekten via ‘collega’-wetenschappers uit en kort daarna kwamen de officiële publicaties. Maar telkens werd bij de uitleg van de gegevens ook vermeld dat donkere materie niet de enige verklaring van de data was. Er zou ook sprake kunnen zijn van een pulsar als bron. Deze week kwam het PAMELA-team met nieuwe gegevens. Niet over de electron-positronverhouding, maar dit keer over de proton-antiproton  verhouding. Die verhouding blijkt 0 te zijn bij een energie van 1 GeV tot een maximum van 0,00002 rond 10 GeV (zie afbeelding). Analyse van deze gegevens wijst op een ‘normale’ bron, een pulsar wiens hoge energiedeeltjes botsen met het interstellaire gas. Kortom, meer gegevens die wijzen op de pulsar-bron. Officiëel blijft het PAMELA-team de annihilatie van donkere materie open houden als mogelijke bron, maar het lijkt er op dat het duidelijk verloren heeft van de pulsar als kandidaat. Bron: Physics Web.

 

References[+]

References
1 De in juni 2006 gelanceerde Payload for Antimatter/Matter Exploration and Light-nuclei Astrophysics.

Een kosmisch hagelvuur op Mars

Een kosmisch hagelvuur. Credit: NASA/JPL/University of Arizona

A=ik had vandaag vrijgenomen. B=de reis naar Astrofest ging wegens sneeuwval in Engeland niet door.  👿 A + B = ik kan weer gewoon astroblogjes schrijven. Grrrrrr, toch liever wat anders gedaan vandaag. Maar goed, Mars staat (weer eens) in het nieuws. Met de HiRISE camera aan boord van de Mars Reconnaissance Orbiter (MRO) hebben ze ontdekt dat Mars geregeld gebombardeerd wordt door een soort van kosmisch hagelvuur. De Aarde wordt regelmatig door meteorieten bestookt, maar door de dikke atmosfeer komen er maar weinig écht op de grond. De dampkring van Mars is een stuk ijler en daardoor bereiken meer stenen vanuit de ruimte de oppervlakte van Mars en die slaan daar vervolgens met veel geweld in. Op de foto hierboven (resolutie 27,4 cm per pixel, ahum) zie je een serie inslagkraters die volgens NASA-wetenschappers ergens in de periode mei 2003 en september 2007 moeten zijn ontstaan. In mei 2003 fotografeerde men met de THEMIS camera aan boord van de Mars Odyssey hetzelfde gebied en toen was er niets te zien. Op de foto zie je twee grote kraters met een donkere lijn er tussen. Men vermoedt dat de meteoriet (diameter ˜1 meter) tijdens z’n afdaling in tweeën brak en vervolgens gelijktijdig insloeg. De twee afzonderlijke stofwolken die daarop volgden botsten tegen elkaar en veroorzaakten die donkere lijn van neergekomen stof.  Bron: Universe Today.