Spitzer brengt M33 weer in beeld

M33 door Spitzer

Credit: NASA/JPL-Caltech/J.Hinz (Univ. of Arizona)

Augustus vorig jaar was M33 (NGC 598) al eens op fantastische wijze gefotografeerd door NASA’s infraroodsatelliet Spitzer. Maar in het kader van de Around the World in 80 Telescopes toer die vrijdag en gisteren werd gehouden heeft men met Spitzer het spiraalstelsel opnieuw in beeld gebracht en wederom op fabuleuze wijze. M33 staat op een afstand van 2,8 miljoen lichtjaar in het sterrenbeeld Driehoek (Triangulum) en heet daarom ook wel de Driehoeksnevel. Met z’n schijnbare helderheid van 5,7m is het een dankbaar object voor amateur-sterrenkundigen. Op de foto zie je in blauw sterren, in rood-oranje stervormingsgebieden en in groen stofgebieden, waar ook organische moleculen voorkomen. Uit Spitzer’s foto blijkt dat M33 in infrarood veel groter is dan in zichtbaar licht. Foto’s van M33 met meer pixels zijn hier te verkrijgen, gratis en voor nix. 🙂 Bron: Spitzer.

Galaxy Zoo: 1 miljoen sterrenstelsels gehaald!

Nummer 1 miljoen! Credit: SDSS.

De Galaxy Zoo had het streven om tijdens de 100 Hours of Astronomy 1 miljoen geclassificeerde sterrenstelsels te halen. En da’s gelukt! 😀 Vanmorgen werd de magische grens overschreden en wel door de classificatie van het stelsel genaamd SDSSJ084054.83+422839.8 (zie afbeelding). Degene die dit stelsel beoordeelde en classificeerde was ene jdavenport, die augustus 2008 bij de Galaxy Zoo kwam en inmiddels zo’n 581 stelsels heeft geclassificeerd. De GZ-leiding heeft besloten om de teller nog even door te laten gaan en te kijken of binnen de honderd uren misschien de anderhalf miljoen kan worden gehaald. Op dit moment (zaterdagavond 23.10 uur) staat de teller op 1.164.258. Alle GZ’ers die mee hebben gedaan aan het bereiken van deze mijlpaal: bedankt voor jullie werk, ga zo door! Bron: Galaxy Zoo Blog.

De oorsprong binnen 140 karakters

Het Origins Symposium. Credit: ASU.

Gisteren is een congres begonnen dat tot en met maandag a.s. duurt en dat zich bezighoudt met de gróte vragen die de mensheid zich al een poosje stelt: hoe is het heelal begonnen, hoe is het leven ontstaan en hoe heeft de evolutie ons gebracht tot wat we vandaag de dag zijn? Allemaal vragen die te maken hebben met oorsprong en niets voor niets dat het congres The Origins Symposium heet. Op 6 april, maandag dus, wordt het congres afgesloten met een paneldiscussie, die antwoord probeert te formuleren op de genoemde vragen en dat congres bestaat uit talloze beroemdheden, zoals Stephen Hawking, Lawrence Krauss en Richard Dawkins. Ik weet niet wat de exacte tijden die dag precies zijn, maar ik weet wel dat het allemaal live te aanschouwen valt via een webcast-uitzending. Het leuke is dat de publicist Alan Boyle (Cosmic Log) via Twitter ons allemaal vraagt om vragen en antwoorden te stellen, die op de 6e april naar voren zullen kunnen komen. Ik zit ook al een poosje op Twitter, maar daar zitten weinigen op te wachten. Maar Boyle’s initiatief lijkt mij leuk om aan mee te doen. Hij verklaart op z’n blog zelf ook niet helemaal te weten hoe het allemaal zal verlopen, maar dat is het leuke en onvoorspelbare ervan. Het zou toch fantastisch zijn als je via Twitter je vragen kunt stellen, die maandag door bijvoorbeeld Stephen Hawking of Frank Wilczek, om maar eens een andere participant te noemen, worden beantwoord. Voor wie Twitter niet kent: je boodschappen mogen maximaal 140 karakters lang zijn. Boyle geeft de tip in je boodschap de tag #asuorigins09 te gebruiken. Bron: Cosmic Log.

Even wat anders: ik ga straks eerst boodschappen doen, dan twee verjaardagen langs en vanavond presenteer ik een en ander tijdens de Nationale Sterrenkijkdagen in Paap-city, eh… Papendrecht. Kortom, vandaag verder geen blogjes meer. Doei!

Meest gedetailleerde kaart van het nabije universum gemaakt

De 6dFGS-kaart Credit: 6dF Galaxy Survey visualisation by C.Fluke, Swinburne University of Technology (data courtesy H.Jones et al.)

Sterrenkundigen uit Australië, Groot-Brittannië en de Verenigde Staten hebben de meest gedetailleerde kaart van sterrenstelsels in het ‘nabije’ universum opgehoest. In de zogenaamde Six-Degree Field Galaxy Survey (6dFGS) wordt niet alleen getoond wáár de sterrenstelsels zich bevinden, maar ook waar ze naar toe gaan, hoe snel ze voortbewegen en waarom ze daarheen gaan. Yep, het lijkt The Fast & The Furious wel. 😉 Met behulp van de 1,2 meter UK Schmidt Telescope (Siding Spring Observatory in New South Wales, Australië) kon men de gegevens van meer dan 110.000 sterrenstelsels in kaart brengen, twee keer zoveel als de bekende SDSS-catalogus [1]De Sloan Digital Sky Survey.. De stelsels bevinden zich allemaal binnen 2 miljard lichtjaar (roodverschuiving z=0,15). De donkere band op de kaart (zie afbeelding) wordt veroorzaakt door de Melkweg, die het zicht op erachterliggende sterrenstelsels grotendeels belemmerd. Uit de 6dFGS-kaart zie je de sterrenstelsels geconcentreerd in clusters, maar ook zijn er ongeveer 500 lege plekken, voids, te vinden. Uniek is dat de snelheid van 10% van de sterrenstelsels in twee gedeeltes wordt ontrafeld: dat deel welke ontstaat door de expansie van het heelal en dat deel welke het gevolg is van de eigenbeweging van het stelsel. De hoeveelheid sterrenstelsels waarvan de eigenbeweging is bepaald is vijf keer zo groot als eerdere catalogi van sterrenstelsels wisten te produceren. Mooi werk van die 6dFGS-groep, waarvan je hier het wetenschappelijke artikel kan lezen, binnenkort te verschijnen in het vakblad Monthly Notices of the Royal Astronomical Society. Bron: Anglo-Australian Observatory.

References[+]

References
1 De Sloan Digital Sky Survey.

Doe mee met het spel van stervorming

Starformation, the game. Credit: The Hive Overmind Discover Magazine

Sterrenkunde ká n af en toe best wel saai zijn, met name als je dikke tekstboeken door moet worstelen over bijvoorbeeld zonnebevingen. Maar het is in de meeste gevallen helemaal niet saai, zeker niet als een onderwerp op een speelse manier wordt behandeld. Als voorbeeld neem ik maar even het online computerspel Star Formation, dat onlangs door Discover Magazine is uitgebracht. Hardstikke leuk om te doen én zeer leerzaam. Het gaat er in dat spel om dat je probeert een interstellaire gaswolk zo ver moet zien te krijgen dat ‘ie in elkaar klapt en sterren vormt. Maar zoiets gaat niet vanzelf. Zo’n wolk van waterstofatomen zal niet uit zichzelf ineenkrimpen, daar is een bepaalde ’trigger’ voor nodig, bijvoorbeeld een nabije supernova. De schokgolf van zo’n supernova kan er voor zorgen dat de wolk op sommige plekken wel ineenstort. Maar cruciaal is dan weer wáár die supernova plaatsvind. En dat kan je allemaal zelf bepalen. Hoe meer sterren je weet te scoren met je quanta aan supernova hoe hoger je score. De allereerste keer haalde ik 586 punten. Da’s niks, want de ranglijst wordt aangevoerd door Phil Plaits, hoe kan het ook anders, met 55.646. Ik moet er kennelijk eens een avondje voor gaan zitten om te kijken hoe ik m’n score aan stervorming kan verhogen. Kortom, waag je ook aan Star Formation, The Game! 😀 Bron: Bad Astronomy.

Tatatatááá, dé Hubblefoto van ARP 274

Credit: NASA, ESA, M. Livio and the Hubble Heritage Team (STScI/AURA)

Enkele maanden geleden organiseerde de NASA de wedstrijd You Decide, waarbij het grote publiek mocht kiezen uit een aantal objecten aan de hemel. Hét object dat gekozen zou worden zou op 1 en 2 april gedetailleerd door de Hubble ruimtetelescoop gefotografeerd worden. De winnaar werd met 67.021 van de bijna 140.000 stemmen uiteindelijk ARP 274, een interactief duo van sterrenstelsels. Hierboven staat de foto van ARP 274, zoals Hubble ‘m de afgelopen dagen in beeld heeft gebracht. Werkelijk fabuleus in beeld gebracht. Eigenlijk zijn het drie sterrenstelsels, maar die ene links valt nu pas op. Op de zwart-wit foto van de You Decide wedstrijd, was het een flauw obscuur vlekje. ARP 274, die we ook kennen als NGC 5679, staat 400 miljoen lichtjaar van ons vandaan in het sterrenbeeld Maagd (Virgo). Vandaag tijdens de 100 Hours of Astronomy én tijdens de  Around the World in 80 Telescopes werd de foto van Hubble onthuld. Ik heb aan het begin van de avond ook een poosje meegedaan met die 80-telescopen toer, via de Ustream Liveblog, en het is inderdaad het geval dat 80 observatoria over de gehele wereld aan bod komen. Wie wil weten wat er de komende uren nog resteert kan deze lijst met het programma bekijken. Voor de pixel-hongerigen onder ons: foto’s van ARP 274 met meer resolutie zijn in de bron te downloaden. 😀 Bron: Hubble.

Integral zag een zéér heldere gammaflitser

De gammaflitser GRB 041219A. Credit: ESA (Illustration by AOES Medialab)

Nee, een record is er niet gebroken, maar hetgeen de Europese gammasatelliet Integral op 19 december 2004 zag behoort wel tot de 1% van helderste die zijn waargenomen: de gammaflitser genaamd GRB 041219A. Eh… wacht eens eventjes, 19 december 2004, da’s viereneenhalf jaar geleden! Ja, klopt en dat vind ik net zo vreemd als de lezer. Maar de ESA komt wel vandaag, 3 april 2009, met het wereldkundig maken van dat nieuws. We moeten er maar van uitgaan dat ze het object zéér nauwkeurig bestudeerd hebben in die periode. 😉 Eén van de feiten die daaruit naar voren kwam was dat het licht van GRB 041219A sterk gepolariseerd was, hetgeen werd waargenomen met het zogenaamde IBIS-instrument, dat onderdeel is van Integral. Ook was er een grote variatie in de lichtkracht én richting waar dat licht heenging. Om die polarisatie te verklaren zijn verschillende modellen opgesteld, allen uitgaande van een zeer zware ster die aan het einde van z’n actieve leven instort als zwart gat en daarbij als laatste ”goodbye, cruel world” een gammaflits veroorzaakt.

Credit: ESA

Het model dat de waargenomen polarisatie het beste verklaard is dat van synchrotronstraling, waarbij een door het zwart gat uitgestoten straalstroom (jet) een deel van het magnetisch veld mee naar buiten beweegt. Dat magnetische veld zorgt ervoor dat electronen gaan spiraliseren en dat zorgt op haar beurt voor gepolariseerd licht.Via waarnemingen aan de polarisatie van de straling van andere gammaflitsers hopen Diego Götz (CEA Saclay, Frankrijk) en z’n makkers, die het onderzoek aan GRB 041219A deden, om het synchrotronmodel voor de gammaflitsers verder te staven. Probleem is alleen dat niet alle flitsers zo heldere zijn als deze en da’s wel een noodzakelijke voorwaarde voor het waarnemen van gepolariseerd licht. Bron: ESA.

Hoezo saai?

Kan het nog saaier? Credit: SOHO, NASA/ESA.

Komend weekend staan zoals bekend de Landelijke Sterrenkijkdagen weer voor de deur en het lijkt dat de weergoden ons ontzettend gunstig zijn, haleluja. Hét object wat we overal in den lande het grote publiek overdag kunnen voorschotelen is uiteraard onze Zon, de centrale verwarming én lichtpit van het zonnestelsel. Talloos amateur-sterrenkundige heeft z’n zonnefilters al ingepakt om de Zon aan de nieuwsgierigen te tonen. En wat zie je vervolgens: dat er niet één zonnevlek te zien is! 🙁 Nada, niente, nichts, nix zonnevlek. Zie bijvoorbeeld de foto van afgelopen maandag hierboven, gemaakt door de SOHO satelliet. OK, de zon zit momenteel in het minimum van z’n elfjarige zonnevlekkencyclus, maar dit is wel erg extreem. De afgelopen 90 dagen waren er op slechts 12 dagen zonnevlekjes te zien, da’s een schamele 13%. Kortom, verwacht geen spectaculaire taferelen op de Zon komend weekend. Máár er blijven nog genoeg andere leuke dingen over om te bekijken hoor, dus laat je vooral niet weerhouden om te komen kijken op de landelijke sterrenkijkdagen. Bron: Universe Today.

Zie daar Theta1 Orionis C in detail

Het binaire systeem Theta1 Orionis C. Credit: S. Kraus et al.

Velen van ons hebben ‘m wel eens in de telescoop gezien:  Theta1 Orionis C [1]Kortweg θ 1 Ori C., de helderste ster van het beroemde Trapezium, gelegen in het hart van de nog beroemdere Orionnevel. Theta 1 Ori C is een dubbelster, waarvan hoofdster C maar liefst 38 zonmassa’s en 8 zonnestralen groot is. Door z’n enorme straling wordt de gehele Orionnevel geïoniseerd en krijgen ook de protoplanetaire schijven in deze kraamkamer van sterren hun karakteristieke vorm. Sterrenkundigen onder leiding van Stefan Kraus en Gerd Weigelt (MPIfR, Bonn/Duitsland), zijn erin geslaagd om de dubbelster Theta 1 Ori C op ongeëvenaarde wijze te fotograferen. Dat deden ze met behulp van het zogenaamde AMBER instrument, dat verbonden is aan de Very Large Telescope Interferometer (VLTI) van de ESO in Chili, waarmee men objecten in het nabije infrarood ( 1 tot 2,5 micrometer) kan bekijken. Met z’n schijnbare helderheid van 5,13m zou je Theta 1 Ori C ook met het blote oog kunnen zien, al zal dat in Nederland behoorlijk wat moeite kosten dankzij de lichtvervuiling. Dat de ster een dubbelster is werd pas in 1999 ontdekt. De reden van deze late ontdekking is de korte schijnbare afstand tussen de twee componenten, slechts 20 milli-boogseconden. Met behulp van AMBER kon het team een resolutie van 2 milli-boogseconden bereiken en door op verschillende tijden het Theta 1 Ori C-systeem te bekijken was men in staat de baan van de begeleider te meten. Op de foto hierboven en de schets van die baan zie je ter vergelijking de baan van Jupiter om de Zon. Op basis van de (eeuwenoude) wetten van Kepler kon men vervolgens op eenvoudige wijze de massa van deze tweede ster berekenen: 9 zonmassa’s. Tenslotte kon de afstand tot het Trapezium en daarmee van de gehele Orionnevel op 1.350 lichtjaar worden bepaald. Over de waarnemingen aan Theta 1 Ori C verschijnt binnenkort een artikel in het vakblad Astronomy & Astrophysics. Voor de geïnteresseerden, die bijvoorbeeld komend weekend in verband met honderd uren sterrenkunde wat verantwoord leesvoer zoeken, is dat artikel hier te lezen. Bron: ScienceDaily.

References[+]

References
1 Kortweg θ 1 Ori C.

1 miljoen sterrenstelsels in 100 uur classificeren

Credit: Galaxy Zoo

Je mag het best wel ambitieus noemen: het streven van Galaxy Zoo om het aantal geclassificeerde sterrenstelsels komend weekend, als de 100 Hours of Astronomy plaatsvindt, op 1 miljoen te brengen. Eén miljoen sterrenstelsels, die door vrijwilligers verspreid over de gehele wereld middels Galaxy Zoo 2 op hun uiterlijk beoordeeld worden en ingedeeld in de verschillende categorieën van sterrenstelsels. De teller staat op dit moment op 388.512. Toen de oproep op 1 april j.l. (geen grap) gepubliceerd werd stond ‘ie op 107.589, dus het gaat aardig snel. OK, goed geraden dat de teller niet op 0 staat als de honderd uren van de sterrenkunde morgen echt beginnen, maar het zij ze vergeven [1]De teller begon te lopen vanaf 13.00 uur Nederlandse tijd op 1 april.. 🙂 Mijn advies: opgeven op de site van Galaxy Zoo 2 om mee te doen en classificeren maar! Bron: Galaxy Zoo Blog.

References[+]

References
1 De teller begon te lopen vanaf 13.00 uur Nederlandse tijd op 1 april.