Wat is dat nou: een ellips of een spiraal?

NGC 7049. Credit: NASA, ESA and W. Harris (McMaster University, Ontario, Canada)

Grosso modo worden sterrenstelsels in twee klassen ingedeeld: elliptische stelsels en spiraalstelsels. Het verschil heb ik even voor ’t gemak van Wikipedia geplukt: Een elliptisch sterrenstelsel is een sterrenstelsel dat de vorm heeft van een ellips (bol- tot lensvormig) en geen spiraalarmen vertoont. Een spiraalvormig sterrenstelsel daarentegen is een sterrenstelsel dat een spiraalstructuur vertoont die bestaat uit één of meerdere armen rondom een bolvormige, centrale verdikking. Maar wat doe je dan als Hubble een sterrenstelsel tegenkomt zoals NGC 7049 op de foto?  Dat stelsel ligt in het sterrenbeeld Indiaan (Indus), volgens de officiële Hubblesite zo genoemd door de Nederlandse sterrenkundige Petrus Plancius.  NGC 7049 is een zogenaamde Brightest Cluster Galaxy (BCG), een zeer zwaar sterrenstelsel in het geometrische centrum van een cluster van sterrenstelsels. Die BCG’s zijn meestal elliptische stelsels, die zich gedurende hun levensduur door galactisch kannibalisme gevoed hebben met kleinere stelsels en zo gigantisch groot zijn geworden. Normaal zijn elliptische stelsels monotone stelsels, die geen verstoken zijn van gas en die daarom geen actieve stervorming kennen. Maar het vreemde van NGC 7049 is dat ‘ie wel een opvallende ring van stof heeft, de donkere band op de foto, die ‘m doet denken aan de Sombreronevel. Maar da’s nou juist weer een spiraalstelsel, die we ‘vanaf de zijkant zien. Phil Plait denkt dat de stofband het restant is van een opgevreten stelsel. Kortom, NGC 7049 is een soort hybride stelsel, met trekjes van beide klassen van sterrenstelsels. Een beetje van dit en een beetje van dat. 🙂 De meeste witte puntjes op de foto zijn overigens geen sterren, maar bolvormige sterrenhopen. De BCG wordt omgeven door een halo van dergelijke bolhopen. De diffuse halo om de kern van NGC 7049 heen zijn individuele sterren, die vanwege de grote afstand niet opgelost kunnen worden. Grotere versies van bovenstaande foto zijn hier verkrijgbaar. Bron: Hubble.

Mount Redoubt in The Big Picture

Credit: Chris Waythomas, the Alaska Volcano Observatory, and the US Geological Survey

Op 22 maart jongstleden ging de in Alaska gelegen vulkaan Mount Redoubt kaboem. Het was het begin van een hele serie uitbarstingen, die doorgaat tot op de dag van vandaag. Aswolken van Redoubt reikten tot een hoogte van 20 km en in gebieden zoals het Kenai schiereiland en de stad Anchorage regende een wolk van as neer. In de serie The Big Picture van de online krant Boston.com wordt de uitbarsting van Mount Redoubt in 27 foto’s prachtig neergezet. Op de foto hierboven zie je in de verte de Redoubt, zoals gefotografeer op 31 maart j.l. vanuit een DC-6, die boven Cook Inlet vlakbij Anchorage vloog. Verplichte kost om al deze foto’s te bekijken hoor, ook al heeft ’t niets met sterretjes te maken. Bron: The Big Picture.

Zit er een oceaan onder Titan’s oppervlak?

De maan Titan. Credit:  NASA/JPL/Space Science Institute

Onderzoek met behulp van de Saturnusverkenner Cassini aan Titan, de grootste maan van de geringde planeet, heeft laten zien dat hij behoorlijk afgeplat is. En dat wijst erop dat het wel eens zou kunnen zijn dat er onder het vaste ijsoppervlak van Titan een oceaan zit van koolwaterstoffen, zoals methaan. Met z’n diameter van 5.150 km is het de één-na-grootste maan van het zonnestelsel, na de maan Ganymedes die om Jupiter heendraait [1]Ik zei onlangs in een andere blog dat Titan de grootste maan van het zonnestelsel is, maar dat was een foudje.. Cassini’s metingen laten zien dat de beide polen van Titan zo’n 700 meter lager liggen dan de evenaar. Omdat Titan altijd met dezelfde kant naar Saturnus kijkt, zoals onze maan dat ook richting aarde doet, is ook de evenaar niet exact rond, maar zit er een verschil van 400 meter in. Alles bij elkaar levert dat een vorm van deze maan op die men een hydrostatische, gesynchroniseerde roterende triaxiale ellipsoïde noemt. Ahum, 🙂 De platheid van de polen versterkt de al eerder geuitte gedachte dat er onder het vaste ijsoppervlak van Titan een vloeibare oceaan zit. Met name in de buurt van die polen zijn meren ontdekt met in ieder geval vloeibaar ethaan en wellicht ook methaan. De bron van die meren zou de oceaan kunnen zijn, die simpelweg bij de lager gelegen polen boven komt. Net zoals wanneer je aan het strand gaat graven in het zand en je op een gegeven moment water tegenkomt. Het wordt echter niet uitgesloten dat de meren niets van doen hebben met een oceaan, maar dat ze bij de polen voorkomen omdat de weersomstandigheden gunstig zijn om in de kringloop van koolwaterstoffen juist daar regenbuien van ethaan en methaan te hebben. Mmmm, lekker zo’n regenbuitje. Maar goed, die meren kunnen dus óf door de ondergrondse oceaan ontstaan of door die heerlijke regenbuien. Cassini moet nog maar even vervolgonderzoek doen om het juiste antwoord te vinden. Misschien zijn ze allebei wel goed. Bron: New Scientist.

References[+]

References
1 Ik zei onlangs in een andere blog dat Titan de grootste maan van het zonnestelsel is, maar dat was een foudje.

Vanaf vandaag sterrenkunde-postzegels te koop

De Europazegels 2009. Credit: TNT Post

Vanaf vandaag, 7 april anno domini 2009, zijn de Europazegels 2009 te koop en die hebben een bijzonder thema: sterrenkunde! 😀 Allemaal natuurlijk vanwege het Internationale Jaar van de Sterrenkunde 2009 (IYA 2009). Tijdens de ‘Avond van de Sterren’ op 4 april in science center NEMO in Amsterdam heeft Minister Ronald Plasterk van OCW de eerste Europapostzegels 2009 in ontvangst genomen uit handen van Linda van Zomeren, Directeur Marketing & Sales bij TNT Post. Er zijn twee versies van de postzegel: Op de ene staat de lens van Christiaan Huygens waarmee hij Titan, de grootste maan van de planeet Saturnus, heeft ontdekt. De andere postzegel gaat over het Nederlandse initiatief voor de bouw van LOFAR, de grootste radiotelescoop ter wereld. Joost Grootens heeft de Europazegels ontworpen. Uitgebreide informatie over de twee postzegels vind je op deze postzegelblog. Bron: NOVA.

Galaxy Zoo belevenissen in NEMO

Afgelopen zaterdag was Jan in NEMO, het science center in Amsterdam, om Hanny te assisteren bij de stand van de Galaxy Zoo aldaar. Ik was daar zondag voor hetzelfde nobele doel. Hier een verslag van die dagen:

Zaterdag (door Jan)

NEMO in Amsterdam

Afgelopen weekend beleefden wij, de bewoners van dezen fraaien aardkloot, wellicht het voorlopige hoogtepunt van het internationale jaar van de sterrenkunde. Evenementen, al dan niet live danwel digitaal, in de vorm van de Nationale sterrenkijkdagen, 100 uur nonstop sterrenkunde, in 80 telescopen de wereld rond……vormden een klein deel van het rijke scala aan leuke sterrenkundige activiteiten, georganiseerd afgelopen weekend door de vele sterrenkundige instituten die wij op deze planeet rijk zijn. Eén van die vele evenementen betrof een twee dagen durende sterrenkunde manifestatie gehouden in het, zeer indrukwekkende, NEMO science center in Amsterdam. Bijkans alle grote, kleine, professionele en amateur sterrenkundige organisatie’s, verenigingen en wetenschappelijke instellingen waren er vertegenwoordigd middels leuke standjes, lezingen en andersoortige promotiemethoden… Althans……..dat zal vermoedelijk wel zo het geval zijn geweest want….hoewel ik zo ongeveer de gehele zaterdag aanwezig ben geweest op deze grootse manifestatie……heb ik er dus eigenlijk helemaal NIETS van gezien!! Eh??? Welnu, ik was amper binnen en een net beetje bekomen van de eerste overweldigende indrukken van dat hele NEMO-gebeuren………….. toen ik werd “herkend ende medegesleurd” door mijn Londonse Galaxy Zoo-collega Thomas met de mededeling in de trand van: “Oh great, you’ve arrived…. ah….. Hanny is somewhere upstairs and about to “succumb to a stampede of potential Galaxy zoo enthousiasts, she could do with some assistance…. huge understatement!!!”  ……. en aldus ben ik achter hem aan naar het Galaxy zoo lokaal gespoed om deze eigenlijk pas, met een korte zeer noodzakelijke lunchpauze als enige tussenstop, bij sluitingstijd weer te verlaten!! Enne……….leuk dat het was, deze ware stormvloed van belangstellenden voor Galaxy zoo project!! OK….aan het eind van de dag waren mijn stembanden en de rest van mijn karkas tot op de draad toe versleten, maar daar heb ik wel echt heel wat voor teruggekregen…. om maar wat te noemen…..een hele dag in het aangename gezelschap van “Famous (whether she likes it or not….but she thankfully does!!) Hanny” …of ….de eer en het bizarre genoegen om het Galaxy Zoo project te mogen demonstreren aan ene professor Hugo van Woerden met als zotte inleidings-frase “Eh, ben ie toevallig een bietje bekend met sterrenkunde”…ha…ha…!! Overigens kwam diezelfde ook niet geheel onbekende professor van Woerden het Galaxy zoo lokaal binnenwandelen op zoek naar, weer in zijn ogen…..famous Hanny……ha…ha…!!!….Erg grappig om dan aan haar (met prettig knikkende knietjes….ha…ha…) te moeten uitleggen wie zij tegenover zich had!!! Maar goed, het was een waar genoegen om te bemerken dat het galaxy zoo project in zo’n warme belangstelling mocht verkekeren. Wat trouwens heel erg opviel was de ongelofelijk jonge leeftijd van sommigen van die belangstellenden (6 tot 10 jaar) en het gemak en deskundigheid waarme deze jonge kinderen dat classifiseren oppikten. Afijn, ik heb me in elk geval een dagje kostelijk sterrenkundig mogen amuseren ook al heb ik dus feitelijke niets van de rest van het evenement mogen aanschouwen. Voor een verslag hierover schakel ik nu dus dan maar over naar …..the one and only…..your eternal and heavenly astroblog- Host, …..Mister Adrianus V….!!!!….Want hij is op zondag daar ook geweest en schijnt nog wel “iets” van de rest van dit evenement te hebben weten mee te pikken.

Credit: NEMO.

Zondag (door Adrianus)

Yep, that’s me, your eternal and heavenly astroblog- Host. Haha Jan, hoe verzin je ’t. Een telefoontje zaterdag van Jan naar ondergetekende dat Hanny er op zondagmiddag alleen voor zou staan, voor die meute kinderzieltjes die snakken naar begeleiding om sterrenstelsels te classificeren, en dat mijn hulp welkom was, was eigenlijk de aanleiding om te komen. OK, eigenlijk had ik ook nog een verjaardagsfeest in Paapcity, maar m’n vrouw + kidz gingen daar al naar toe, dus ik kon naar de hoofdstad afreizen. ’s Morgens had ik van Hanny per mobiel al gehoord dat er zaterdag zo’n 4.000 bezoekers waren geweest in NEMO, dus dat beloofde wat. Per trein ging ik naar A’dam, steevast als 020 aangeduid door Feijenoordfans, en vanaf CS liep ik het laatste stuk naar NEMO. Daar zag ik al direct iets bekend staan: de Herschel Discovery Truck van de Universiteit van Groningen, die alles laat zien over infraroodsterrenkunde. Ik ben natuurlijk even naar binnen gewipt en heb even rondgeneusd. Daarna ben ik NEMO binnengestapt en ging op zoek naar de Galaxy Zoo stand. Maar daar was Hanny nergens ze bekennen. “Ze is even lunchen”, zeiden wat roodaangelopen JWG’ers. Ooit in een verre oertijd was ik ook lid van de JWG, de Jongerenwerkgroep. Dé manier van jeugdig Nederland om kennis te maken met het gezamelijk beoefenen van de edele kunscht der sterrenkunde en ook dé manier om binnen de kortste keren mee te doen aan een astrokamp. Ha, daar kan ik nog verhalen vol over schrijven, maar dat doe ik een andere keer wel. Afijn, Hanny was eten, dus ik maakte even van de gelegenheid gebruik om elders in NEMO de vele astronomisch verantwoordde stand te bekijken. En dat waren er heel wat, met name in het zogenaamde Astrobeurs-gedeelte. Daar konden kinderen pulsars in elkaar knutselen, posters van satellieten gratis vergaren en van alles en nog wat aan informatie verkrijgen over allerlei onderwerpen. Ik kwam  nog een oude bekende tegen bij de stand van De Koepel, Edwin Mathlener, redacteur van Zenit. Via telefonetisch kontakt met Hanny bleek dat ze uitgegeten was en ontmoetten we elkaar in de Galaxy Zoo (GZ) ruimte, alwaar zo’n stuk of tien PC’s stonden die allemaal verbonden waren met de Galaxy Zoo site. Via inlogcodes kon het deelnemende publiek, dat van jong tot oud en van Italiaan tot Amerikaan varieerde, deelnemen aan GZ en zelf sterrenstelsels beoordelen en classificeren. Ik merkte al direct dat Hanny in het dagelijks leven voor de klas staat, want haar uitleg over de werking van GZ was uitstekend en zelfs de astrobeten onder het publiek konden na een stoomcursus GZ van Hanny zo een sterrenstelsel analyseren en er een wetenschappelijk artikel aan wijden dat geschikt is voor The Astrophysical Journal. Nou ja, bij wijze van dan, ahum…  Afijn, om een lang verhaal kort te maken: net als Hanny heb ik het publiek geholpen met hun allereerste kennismaking met het fenomeen van GZ en dat was leuk om te doen. Om een uur of kwart voor vijf ging ik weer weg (5 uur was ’t echt afgelopen), want ik moest m’n trein weer halen. En zo kwam er een einde aan een weekendje Galaxy Zoo in NEMO. 😀

Zonzeilen naar Pluto toe

De missie van de Sundiver. Credit: James and Gregory Benford 

Sinds 19 januari 2006 is de NASA-missie New Horizons onderweg naar Pluto, de dwergplaneet aan de rand van het zonnestelsel. Verwachte aankomstdatum bij Pluto: op 14 juli 2015 om een uur of 12.47 Nederlandse tijd. Tussen vertrek en aankomst zit behoorlijk wat tijd, zoals je kan zien, zo’n 9,5 jaar. Dat kan veel sneller dat het duo James en Gregory Benford en daarom kwamen zij met een soort koolstof zonnezeil dat aangedreven wordt door krachtige microgolfstraling, de straling die ook in je magnetron voor de opwarming van je cup á soup zorgt. Het idee is dat met dergelijke straling met een vaartje van zo’n 15 km per seconde eerst richting Zon wordt ‘gezeild’. Daarna wordt hieromheen ‘gevaren’, we blijven even in de zeilterminologie zoals je merkt, en gaat het vervolgens met de zonnewind in de rug richting Pluto. Met die zonnewind moet de zeil maar liefst 50 km per seconde kunnen bereiken. Berekeningen van Benford 2x laten zien dat The Sundiver, zoals ze het zonnezeil noemen, Pluto in vijf jaar kan bereiken, twee keer zo snel dus als de New Horizons. Tenminste, in theorie. Nou de praktijk nog. 🙂 Bron: Centauri Dreams.

Mercurius binnenkort ’s avonds te zien

Mercurius aan de avondhemel. Credit: Hemel.waarnemen.com.

Op 26 april bereikt de planeet Mercurius z’n grootste oostelijke elongatie, hetgeen betekent dat hij vanaf de Aarde gezien het meest ten oosten van de Zon staat in z’n baan. Dat wil dus zeggen links van de Zon en dus is ‘ie ’s avonds boven de westelijke horizon te zien. De hoekafstand van Mercurius tot de Zon bedraagt die 26e april 20°25′. Z’n helderheid is +0,4m, hij is voor 36% verlicht en zijn schijnbare diameter is 7,9″. Je moet ‘m met name in de periode tussen 12 april en 5 mei daar laag boven de horizon zoeken (zie afbeelding).  Kort na die 12 april is Mercurius overigens met -1,2m helderder dan tijdens de grootste oostelijke elongatie [1]Dat heeft te maken met het gedeelte van Mercurius dat vanaf de aarde gezien door de Zon wordt verlicht. Tussen 12 april en 26 april wordt dat gedeelte steeds kleiner en daardoor wordt … Continue reading. Op 30 april staat de kleinste planeet van het zonnestelsel 1 graad ten zuiden van de bekende open sterrenhoop de Pleiaden in het sterrenbeeld Stier. Je moet af en toe moeite doen om Mercurius in de schemering te vinden, dus het kan geen kwaad een verrekijker bij de hand te hebben. En uiteraard een vrij uitzicht op de westelijke horizon. Kortom, ga binnenkort eens een zonsondergang aan de kust bekijken, zou ik zo zeggen. 😀 Bron: Sterrengids 2009 + Hemel.waarnemen.

References[+]

References
1 Dat heeft te maken met het gedeelte van Mercurius dat vanaf de aarde gezien door de Zon wordt verlicht. Tussen 12 april en 26 april wordt dat gedeelte steeds kleiner en daardoor wordt ‘ie minder helder aan de hemel.

Deze pulsar kan er een handje van

De hand van B1509. Credit: NASA/CXC/SAO/P.Slane, et al.

Een pulsar genaamd PSR B1509-58, die slechts 19 km in doorsnede is, is verantwoordelijk voor de gaswolk op de foto die zo’n 150 lichtjaar groot is en die toevallig de vorm van een hand heeft. Een kosmische hand, die als het ware reikt naar die roodgekleurde gasnevel bovenin, de naburige nevel RCW 89. De foto is gemaakt door de röntgensatelliet Chandra van de NASA en alle kleuren hebben uiteraard een betekenis: rood zijn de gebieden die de minst energierijke röntgenstraling uitzendt, groen is middelmatig en blauw het meest energierijk. B1509, zoals ‘ie kortweg wordt genoemd, staat 17.000 lichtjaar ver weg in het zuidelijke sterrenbeeld Passer (Circinus). De coördinaten zijn rechte klimming 15u 13m 55,52s en declinatie -59° 08′ 08,8″, mocht je ooit onder de evenaar belanden en van plan zijn deze pulsar met een giga-telescoop waar te nemen. De pulsar is vermoedelijk zo’n 1700 jaar geleden ontstaan uit een supernova-explosie. B1509 draait zeven keer per seconde rond. Hij genereert door z’n rotatie een enorm sterk magnetisch veld, dat wel 15 biljoen keer sterker is dan dat van de Aarde. Even voor de cijferfetisjisten: een biljoen is 1012. Oeps! Op Chandra’s foto zien we de pulsar zelf in die felle blauwwitte stip, omgeven door een boog van uitgestoten gassen. Bron: Chandra.

Ben even naar NEMO, Hanny helpen

Vanmiddag ben ik in NEMO, dat educatieve wetenschapsgebeuren in hartje Amsterdam, alwaar Hanny namens de Galaxy Zoo vertegenwoordigd is. Het blijkt nogal druk te zijn (gisteren 4.000 bezoekers, ahum) en Hanny kan wel een handje helpen. Jan was er gisteren en die gaat er nog een verslagje van schrijven. Nou ja, verslagje, zeg maar verslag. Jan kennende. 😉 Vanavond ben ik weer terug, live & kicking.