18 augustus 2009: Sol 2.000 voor de Spirit

Marsrover Spirit. Credit: NASA/JPL.

Gisteren had de Marsrover Spirit een feestje te vieren op Mars: Spirit maakte toen haar 2.000e dag op Mars mee. Sol 2.000 zoals dat officiëel in het Martiaans heet. Een sol is de lengte van een zonnedag op Mars en is de tegenhanger van een dag op Aarde. Een sol duurt 24 uur 39 minuten en 32,5 seconden (ong. 2,7% langer dan op Aarde). Het woord “sol” wordt al sinds de eerste landingen van een ruimtetuig op Mars gebruikt. De andere Marsrover Opportunity zal op 8 september a.s. sol 2.000 bereiken. Grappig is wel dat de oorspronkelijke verwachtte levensduur van Spirit 90 sol was. Yep, 90 Marsdagen slechts. Minder grappig is dat Spirit nog steeds vast zit in de grond en dat technici op aarde verwoedde pogingen doen te kijken hóe ‘ie weer bevrijd kan worden. Bron: NASA + Wikipedia.

Amateur fotografeert schaduw van Io op Ganymedes

Io’s schaduw op Ganymedes. Credit: Christopher Go.

Je hebt amateur-astrofotografen die goed zijn, je hebt er die héél goed zijn en er is een buitengewoon select groepje dat supergoed is. Tot die laatste categorie behoort vast en zeker de Filipijnse Christopher Go. Die is er namelijk in geslaagd om met een 11 inch Celestron, niet eens zo’n hele grote telescoop, de schaduw van de maan Io op de maan Ganymedes te fotograferen! 😯 Ding dong, dus niet de schaduw van zo’n maan op Jupiter, nee nee, de schaduw van de ene maan óp de andere maan. Bizar eigenlijk als je erover nadenkt. Voor het gemak hebben ze de foto’s van Go ook nog eens achter elkaar geplakt en dat leverde de volgende animatie op:

Credit: Christopher Go.

Ongelofelijk, nietwaar? Go zelf verklaarde dat ’t eigenlijk een lucky shot was, want het was bewolkt. Dankzij een gat in de bewolking kon hij de ’transitie’ toch fotograferen. En hoe! Met dank aan Govert Schilling  voor de tip. Ik zit overigens vanavond eigenlijk de hele avond lekker in de tuin, de verkoeling zoekend. Weinig astroblogjes dus, ’t is effe niet anders. 😉

Bron: Spaceweather.’

Maakt Mondriaan de quantum zwaartekracht mogelijk?

Een Mondriaan-diagram. Credit: Adapted from Bern et al., Phys. Rev. D 76, 125020 (2007)]

Dé mooiste droom van iedere natuurkundige is om de twee grote theorieën van de twintigste eeuw, de Algemene Relativiteitstheorie en de Quantum Mechanika te verenigen in één theorie. Einstein heeft er aan het einde van z’n leven voortdurend aan gewerkt, maar hij en vele anderen stuitten telkens op het probleem van de oneindigheden. Wie namelijk de zwaartekracht probeert te quantiseren, dat wil zeggen dat er sprake is van zwaartekracht door de overdracht van gravitonen, dragers van deze natuurkracht, krijgt onherroepelijk te maken met oneindige uitkomsten. De deeltjes zijn puntachtig en omdat het onzekerheidsprincipe van Heisenberg stelt dat overal in de ruimte paren van virtuele deeltjes voor kunnen komen, dus ook paren van gravitonen en antigravitonen, krijgt men geen eindige resultaten. Een uitweg zou kunnen zijn om niet uit te gaan van puntachtige deeltjes, maar van snaren, maar ook de snaartheorie heeft z’n beperkingen [1]Bijvoorbeeld dat er niet één heelal is, maar dat er wel zo’n 10500 mogelijke universums zijn! Tsja, moet je daar nou zo tevreden mee zijn?. Onlangs was daar echter een vijftal natuurkundigen [2]Zvi Bern, John Carrasco, Henrik Johanssen, Lance Dixon en Radu Roiban. die mogelijk een uitweg hebben gevonden. En eigenlijk hebben ze gedaan wat het Nederlandse poldermodel al tientallen jaren doet: een compromis maken tussen in dit geval de methode van de puntachtige deeltjes en de snaren. 🙂 Door gebruik te maken van beide methodes zijn ze er in geslaagd om in de (complexe) berekeningen resultaten tegen elkaar weg te laten vallen en daardoor eindige resultaten over te houden. Bij die berekeningen maken ze gebruik van aangepaste Feynman-diagrammen. Die diagrammen werden in de jaren veertig door de natuurkundige Richard Feynman bedacht. Die aangepaste diagrammen die Bern,  Carrasco, Johanssen, Dixon en Roiban gebruiken worden ook wel Mondriaan diagrammen genoemd, naar onze landgenoot Piet Mondriaan. De reden ligt voor de hand: kijk naar zo’n diagram en je ziet het werk van Mondriaan erin terug. Met de Mondriaan-diagrammen zijn ingewikkelder berekeningen mogelijk, dan met de ‘klassieke’ Feynman-diagrammen. En kennelijk met goed resultaat. Zouden we dan eindelijk een Theory of Everything krijgen? We wachten het met spanning af. 🙂 Bron: Eurekalert.

References[+]

References
1 Bijvoorbeeld dat er niet één heelal is, maar dat er wel zo’n 10500 mogelijke universums zijn! Tsja, moet je daar nou zo tevreden mee zijn?
2 Zvi Bern, John Carrasco, Henrik Johanssen, Lance Dixon en Radu Roiban.

Waarom is de atmosfeer van de Zon zo loeiheet?

Waarom is de corona zo heet? Credit: NASA

De oppervlakte van de Zon, ook wel de fotosfeer genoemd, heeft een temperatuur van zo’n 5.800 Kelvin. De atmosfeer van de Zon, de corona genaamd – die we zo mooi kunnen zien tijdens totale zonsverduisteringen – reikt op de thermometer wel tot 1.000.000 K. In de buitenste delen van de corona schijnt de temperatuur zelfs tot enkele miljoenen K te kunnen reiken. De grote vraag is waarom die zonneatmosfeer zo loeiheet is. James Klimchuk van NASA’s Goddard Space Flight Center in Greenbelt en z’n collegae denken dat kleine, plotselinge uitbarstingen van hitte en energie, nanovlammen genaamd, de oorzaak zijn van die hoge temperaturen. Bekend was al dat in de corona grote spiralen en bogen van geïoniseerd gas – plasma genaamd – vanuit de fotosfeer omhoog schieten, die bewegen langs de magnetische veldlijnen. Die bogen zijn samengesteld uit bundels van kleinere, individuele bogen gas, die ook langs magnetische veldlijnen lopen. Binnen dá­e kleine bogen komen volgens Klimchuk et al de nanovlammen voor, die te klein zijn om vanaf de Aarde te worden waargenomen. De echte zonnevlammen daarentegen zijn wel te zien, al met kleine zonnetelescopen. Met de X-Ray Telescope (XRT) en de Extreme Ultraviolet Imaging Spectrometer van de NASA aan boord van de Japanse zonnesatelliet Hinode probeerden Klimchuk en z’n makkers aanwijzingen te vinden voor het bestaan van die nanovlammen, maar dat is tot op heden nog niet gelukt. Ze vermoeden dat de ultra-hoge temperaturen in de buitenste delen van de corona na de uitbarstingen van de nanovlammen weer snel afkoelen en dat daarom de nanovlammen niet zichtbaar zijn. Bron: Space.com.

Een Grote Golf in plaats van Donkere Energie?

Credit: Qimono/Pixabay.

Volgens twee wiskundigen [1]Blake Temple en Joel Smoller van de Universiteit van Californië respectievelijk Michigan. zou het wel eens kunnen zijn dat de versnelling van de uitdijing van het heelal geen gevolg is van de Donkere Energie, maar van iets geheel anders, namelijk een Grote Golf, die sinds de oerknal door het heelal voortraast. Temple en Smoller, de twee wiskundigen in casu, menen zelfs dat er helemaal geen sprake is van een versnelling in de uitdijing. Het lijkt alsof verwegstaande sterrenstelsels verder staan dan ze op grond van de standaard kosmologie zouden moeten staan en daardoor lijkt het alsof er een versnelling aan de gang is, maar dat is helemaal niet zo. Die versnelling werd in 1998 ontdekt aan de hand van supernovae in sterrenstelsels ver weg. Twee groepen van waarnemers zagen dat die supernovae zwakker waren dan ze zouden moeten zijn en dus bedacht men dat ze verder weg staan en dat het heelal dus sneller expandeert. Om die versnelde expansie te verklaren bedacht men de Donkere Energie, die in tegenstelling tot de zwaartekracht een afstotende werking heeft. Maar liefst 73% van de gehele massa-energie van het heelal zou uit die Donkere Energie moeten bestaan. Vele natuurkundigen zijn niet blij met die Donkere Energie, vooral omdat het een ad hoc hypothese is, bedacht om een waargenomen verschijnsel te verklaren. Vandaar de theorie van Temple en Smoller, die feitelijk zegt dat de verweggelegen sterrenstelsels meedeinen op het laatste restje van een gigantische kosmische golf, die z’n oorsprong vindt in de oerknal. Probleem met hun theorie is wel dat ‘ie veronderstelt dat de Aarde in een vrij centrale en dus unieke plek in het heelal moet staan. Maar de twee wiskundigen wijzen erop dat er ook kleinere golven mogelijk zijn en dat we in het centrum van één van die kleinere golven zitten. Grote vraag is natuurlijk ook hoe die grote golven precies ontstaan. Tsja, daarover laten Temple en Smoller zich niet uit. Bron: Space.com.

References[+]

References
1 Blake Temple en Joel Smoller van de Universiteit van Californië respectievelijk Michigan.

Aminozuur glycine ontdekt in komeet Wild 2!

Stardust bij de staart van komeet Wild-2. Credit: NASA-JPL.

In de monsters die het ruimteschip Stardust vanuit de staart van komeet Wild-2 mee naar de Aarde heeft genomen hebben wetenschappers van de NASA het aminozuur glycine ontdekt! 😯 Het is voor het eerst dat een aminozuur, een belangrijke bouwsteen voor het ontstaan van leven, in materiaal afkomstig van een komeet is ontdekt. Levende wezens gebruiken glycine om proteïnen mee te maken. De komeetverkenner Stardust is op 2 januari 2004 door de staart van komeet Wild 2 gevlogen en deeltjes van de komeet zijn toen ingevangen en terechtgekomen in een zogenaamde aerogel. Op 15 januari 2006 keerde de capsule van Stardust terug op Aarde (hé, da’s nog m’n oude website) en daarna begonnen wetenschappers de gel met de ingevangekomeetstof te onderzoeken. En met succes klaarblijkelijk. Saillant detail is dat de glycine in de komeet een isotoop met 13 koolstofatomen is, terwijl glycine op aarde slechts 12 koolstofatomen telt. Door die specifieke eigenschap van de glycine wordt uitgesloten dat de glycine door aardse besmetting in het komeetmateriaal terecht is gekomen. De ontdekking van de glycine in het materiaal van de komeet Wild 2 versterkt het idee van panspermie, waarbij wordt gesteld dat het leven op Aarde wellicht van buitenaardse oorsprong is en dat het hier door meteorieten of kometen gebracht kan zijn. Bron: NASA.

IRVE, NASA’s opblaasbare hitteschild getest

IRVE. Credit: NASA

NASA heeft vandaag met succes een hitteschild getest dat opgeblazen kan worden. Het hitteschild, genaamd Inflatable Re-entry Vehicle Experiment (IRVE), werd met een Black Brant 9 raket omhooggebracht tot een hoogte van 210 km, welke na vier minuten werd bereikt. IRVE, opgebouwd uit verschillende lagen van kevlar, zat in die raket in niet opgeblazen toestand in een capsule van zo’n 40 cm diameter. Na het bereiken van die hoogte werd IRVE ‘losgelaten’ en korte tijd later werd ‘ie met behulp van stikstof in 90 seconden opgeblazen. Hierdoor kreeg IRVE z’n uiteindelijke vorm, een capsulevorm met een diameter van 3 meter. Tijdens de daling waren NASA-technici vooral nieuwsgierig hoe IRVE zich na ongeveer 6,5 minuten zou gedragen, als de entree in de aardse dampkring zou beginnen en het hitteschild z’n ‘vuurproef’ zou krijgen. Goh, Adrianus, vuurproef, hoe komt je d’r op. Uiteindelijk landde IRVE in de Atlantische Oceaan, vlakbij de Wallops eilanden. En volgens de berichten zou IRVE ’t allemaal goed doorstaan hebben. De NASA wil met IRVE (én grotere opvolgers) laten zien dat het mogelijk moet zijn om landingen op planeten zoals Mars een stuk goedkoper te maken door gebruik te maken van dit soort technologieën. Opblaasbare ruimteverkenners, tsjonge het kan niet op. Bron: NASA.

Maandag is Neptunus in oppositie

Zoekkaartje van Jupiter en Neptunus. Credit: Martin J. Powell

Maandag 17 augustus, de dag dat ik na vier weken vakantie weer begin met werken, snif snif, staat de planeet Neptunus in oppositie. Dat wil dus zeggen dat ‘ie dan recht tegenover de Zon staat en dat het trio Zon-Aarde-Neptunus op één lijn staan. Neptunus, de verste planeet van ons zonnestelsel, staat momenteel in het sterrenbeeld Steenbok (Capricornus) en hij is dicht bij de ster μ Cap (+5,1) te vinden (in het kaartje de ster linksonder van de blauwe tekst 23 juli). Neptunus zelf is van helderheid +7,7, dus zichtbaar in een kleine telescoop of een verrekijker. Neptunus staat vlakbij Jupiter, die zelfs met een zonnebril ’s nachts op nog te zien is, dus dat vergemakkelijkt het vinden van de planeet. Jupiter zelf was afgelopen vrijdag in oppositie. Betekent dus dat beide planeten de gehele nacht te zien zijn en dus geschikt om te gaan waarnemen. Neptunus is wel klein vanwege z’n grote afstand tot de Aarde: slechts 2,4″. Vergelijk dat eens met de 48,9″ van Jupiter. In het zoekkaartje hierboven is Jupiter met wit aangegeven en Neptunus met blauw, op verschillende data in 2009. Bron: Sterrengids 2009.

Surfen op de golven van de kosmische achtergrondstraling

Credit: Max planck Instituut voor Astrofysica

In een schitterend vormgegeven strip, gemaakt in opdracht van het Max planck Instituut voor Astrofysica in Duitsland, wordt verteld over de kosmische microgolf-achtergrondstraling. Da’s het overblijfsel van de hete oerknal, die 13,7 miljard jaar geleden plaatsvond en die vanaf deze week nauwkeurig onderzocht wordt door de Planck-satelliet. Je moet die strip echt zien/lezen, niet alleen vanwege die vormgeving, maar vooral omdat ‘ie heel veel informatie [1]Soms interactief via buttons onderaan de strip, die meer achtergrondinfo geven. geeft over dat vroege heelal.  Planck zelf is inmiddels aangekomen bij z’n eindbestemming, het Lagrangepunt L2 en deze week is gestart met de eerste echte waarnemingen. Bron: Planck op Twitter.

References[+]

References
1 Soms interactief via buttons onderaan de strip, die meer achtergrondinfo geven.