Zaterdagavond vuurbol boven Nederland gezien

Een Geminide vuurbol. Credit: Wally Pacholka / AstroPics.com / TWAN.

Diverse lezers van de Astroblogs maken melding van een vuurbol [1]Voor de duidelijkheid: de afgebeelde vuurbol is NIET van gisteravond. die ze gisteravond rond 10 uur zagen. Uit het volgende ANP-bericht blijkt het in heel Nederland te zijn waargenomen: Diverse Nederlandse sterrenwachten hebben zaterdagavond een heldere meteoor waargenomen. Dat heeft wetenschapper Theo Jurriëns van de Rijksuniversiteit Groningen zondag gemeld. Jurriëns verzamelt meldingen van opmerkelijke hemelobjecten boven Nederland. De vuurbol werd onder meer waargenomen boven Groningen, Drenthe, Zeeuws-Vlaanderen en Utrecht. De waarnemers, die hun meldingen plaatsen op de website hemelwacht.net, waren vooral verrast door de traagheid waarmee de vallende ster zich voortbewoog. Het fenomeen was bijna vijf seconden te aanschouwen. Volgens Jurriëns is er medio augustus altijd verhoogde activiteit van meteoren zichtbaar. De aarde doorkruist in haar baan om de zon dan gruis dat is achtergelaten door de komeet Swift-Tuttle. Bron: Nu.nl.

References[+]

References
1 Voor de duidelijkheid: de afgebeelde vuurbol is NIET van gisteravond.

Donkere materie als raketmotor-brandstof?

Donkere materie als brandstof? Credit: NASA

Even een berichtje uit de afdeling ‘bizarre theorieën, waar we vermoedelijk nooit meer iets van zullen horen’. Het is warm, we drinken meer dan gemiddeld, dus zo’n bericht moet toch kunnen, nietwaar? Het gaat om ene Jia Liu (Center for Cosmology and Particle Physics van de Universiteit van New York), waarvan ik even niet weet of het een man of een vrouw is. Hij/zij onderzoekt in een artikel op Arxiv de mogelijkheid om voortstuwing in de ruimte te krijgen door gebruik te maken van donkere materie. Yep, donkere materie, het mysterieuze goedje waar 23% van het heelal uit schijnt te bestaan en waarvan we niet weten wat het precies is. Wat we wel weten is dat het niet reageert met gewone, baryonische materie. Alleen de gravitatiekracht ervan is merkbaar. Liu’s idee is dat donkere materiedeeltjes wel op elkaar kunnen reageren en dat ze kunnen annihileren, dat wil zeggen dat een positief en negatief deeltje tegen elkaar botsen, elkaar vernietigen en dan energie produceren. Die energie kan gebruikt worden om een raket mee voort te stuwen. Omdat ons Melkwegstelsel vol zit met donkere materie moet zo’n raket daar voor z’n brandstof gebruik van kunnen maken en zo door de ruimte vliegen. Liu’s idee lijkt op dat van de Bussard Ramjet, al wordt daarbij niet van donkere materie gebruik gemaakt, maar van waterstof. Ook al zo’n alom aanwezig goedje, maar minder mysterieus dan donkere materie. Bij een voldoende aanwezigheid van donkere materie zou het volgens Liu’s berekeningen mogelijk moeten zijn om met een door donkere materie aangedreven raket na de lancering bij een afstand van 20,6 Astronomische Eenheden de lichtsnelheid te halen. Dat is iets verder dan de afstand tot de planeet Uranus, dus niet slecht. Eén probleem echter: de échte hoeveelheid donkere materie ligt vermoedelijk een stuk lager en dat zorgt er voor dat de raket niet harder zal gaan dan 10-5 c tot 10-3 c, zeg 3 tot 300 km per seconde. Oeps, niet echt baanbrekend dus. Het wordt echter anders als de raket in de buurt van een zwart gat komt. Daar moet de dichtheid aan donkere materie veel hoger zijn en dan is opeens een snelheid van 0,9c mogelijk, dus 90% van de lichtsnelheid, pak ‘m beet 270.000 km per seconde. Wow, da’s pas snel. Eh… nog wel een ander probleempje: hoe kan zo’n raket precies donkere materie vasthouden, laten annihileren en vervolgens gebruik maken van de geproduceerde energie? Tsja, over zo’n praktische vraag laat de theoreticus Liu zich uiteraard niet uit. 😀 Bron: Supernova Condensate.

IAU in Rio komt met opvolger Internationaal Jaar van de Sterrenkunde

De IAU op de slotdag in Rio. Credit: IAU.

Afgelopen donderdag is na twee weken de Algemene Vergadering van de Internationale Astronomische Unie in Rio de Janeiro afgesloten. Da’s de grote bijeenkomst van die club, die iedere drie jaar wordt gehouden en waarvan we de vorige – 2006 in Praag – nog goed kunnen herinneren omdat toen Pluto werd gedegradeerd tot dwergplaneet. Dit keer werden geen planeten gedegradeerd, maar werd wel het “Strategische Plan” algemeen aangenomen, waarmee getracht zal worden om middels educatie en de bouw van faciliteiten de ontwikkelingslanden te helpen. De IAU hoopt hiermee een bijdrage te leveren aan de zogenaamde UN Millennium Development Goals. Het strategische  plan is een vijfjarenplan en het wil gebruik maken van het succes van het Internationale Jaar van de Sterrenkunde (IYA 2009), dat momenteel in 145 landen draait. Eerder heb ik al geschreven over de wijze waarop sterrenkunde bij kan dragen aan de ontwikkeling van arme landen. Drie andere voorstellen werden ook op de slotdag door de deelnemende sterrenkundigen aangenomen: eentje om meer vrouwen aan sterrenkunde te laten doen (ook mijn idee!), en twee die verband houden met elkaar: de Verdediging van de Nachthemel en het Recht op Sterlicht. Met die laatste twee poogt de IAU om iets te doen aan de lichtvervuiling en dat vind ik een uitstekend idee.  Beiden zijn eerder in 2007 al vervat in de zogenaamde La Palma Verklaring en nu heeft dat middels de IAU-resolutie een formeel tintje gekregen. Nou hopen dat ’t wat oplevert en dat de politiek er iets mee gaat doen. Bron: Eurekalert.

Super planetaire nevels ontdekt in Magelhaense Wolken

Superplanetaire nevel JD 04. Credit: Magellanic Cloud Emission Line Survey (MCELS) team

Een team van sterrenkundigen uit Australië en de Verenigde Staten heeft in de Magelhaense Wolken, de begeleidende dwergstelsels van het Melkwegstelsel, planetaire nevels ontdekt die veel groter zijn dan de planetetaire nevels in de Melkweg. Het team, dat onder leiding staat van Miroslav Filipovic (Universiteit van West Sydney), spreek van superplanetaire nevels. ‘Gewone’ planetaire nevels zijn uitdijende gasschillen, die geproduceerd worden door sterren die in hun laatste levensfase hun buitenlagen wegblazen. De aldus geproduceerde nevels lijken in kleine kijkers op planeten en daarom worden ze planetaire nevels genoemd, al hebben ze dus niets te maken met planeten. De sterren die planetaire nevels maken – en die er vervolgens de centrale ster van zijn-  lijken sterk op onze zon. De centrale sterren in de planetaire nevels van de Melkweg zijn meestal 0,6 zonmassa’s zwaar en de uitdijende planetaire nevel telt 0,3 zonmassa op de kosmische weegschaal. De groep van Filipovic keek met radiotelescopen naar planetaire nevels in de Grote en Kleine Magelhaense Wolk en zag er 15 die centrale sterren bevatten die oorspronkelijk massa’s moeten hebben gehad tussen 1 en 8 zonmassa. De massa van de planetaire nevels zelf was ook een stuk zwaarder: tot wel 2,6 zonmassa. Vandaar dat het team spreekt van super planetaire nevels, en eentje daarvan in de Kleine Magelhaense Wolk (SMC) genaamd JD 04 zie je op de foto hierboven. Theoretisch was overigens al voorspeld dat er planetaire nevels kunnen bestaan met zware voorlopers, maar tot voor kort waren ze nog niet gevonden.  Nu dus wel, tenminste in de begeleiders van de Melkweg. Nou nog kijken of ze ook in ons moederstelsel voorkomen. De jacht is geopend. 😉 Bron: Royal Astronomical Society.

Druk dagje geweest afgelopen woensdag

Dit zorgde voor een druk dagje

Geplaatst in meteoren/meteorieten | 2 reacties

De eerste storm op Titan ontdekt

De storm op Titan, rechtsonder. Credit: Gemini North Observatory

Dat het flink kan waaien, eh… stormen op planeten zoals de Aarde, Jupiter en Saturnus weten we al. Maar dat het ook kan stormen op een maan zoals Titan, de grootste maan van de planeet Saturnus én de enige die beschikt over een atmosfeer, is nieuw. Gisteren verscheen in het Britse wetenschappelijke vakblad een artikel over de eerste storm ooit die op een maan is waargenomen, een storm die op 15 april 2008 plaatsvond en die werd waargenomen met behulp van de Gemini North telescoop op Hawaiï. De storm had een omvang van zo’n 3 miljoen km², zeg de grootte van India, en de neerslag in de storm bestond uit vloeibaar methaan. Echt een storm dus waarbij je een paraplu nodig hebt. De storm op Titan bevond zich in het gebied van de evenaar en de wolken ervan ontstonden door convectie. De oorsprong van het methaan, dat zich ook in meren op Titan bevindt, is nog duister. Er zijn twee theorieën die het proberen te verklaren. De ene zegt dat methaan het product is van chemische reacties onder Titan’s oppervlakte van ijzer of magnesium. De andere zegt dat methaan ontstaan door onregelmatige uitstoot ervan door smeltend methaanijs uit het binnenste van Titan. Nieuw onderzoek van de waterstof/deuterium verhouding in het methaan van Titan laat zien dat de tweede verklaring plausibeler is dan de eerste. Kortom, de maan Titan blijft de gemoederen bezig houden. Bron: Twisted Physics.

De Victoriakrater vanuit een andere hoek

credit: NASA/JPL-caltech/University of Arizona

Op 18 juli 2009 om 14.31 lokale tijd (op Mars dus) nam de High Resolution Imaging Science Experiment (HiRISE) camera van NASA’s Mars Reconnaissance Orbiter (MRO) deze prachtige foto van de Victoriakrater. Die krater kennen we goed, want vorig jaar heeft de Marsrover Opportunity er uitgebreid onderzoek naar gedaan en is toen zelfs ín die krater afgedaald. De hoek waaronder de MRO de Victoriakrater fotografeerde was anders dan de voorgaande keren: slechts 22° naar het oosten toe (da’s bovenin op de foto). De zon stond op dat moment in het westen, 49° boven de horizon. Het lijkt daardoor alsof de krater vanuit een vliegtuig is gefotografeerd. Op de vergrote versie van de foto (dubbelklikken) kan je links (in werkelijkheid de noordzijde) de sporen nog zien waar de Opportunity heeft gereden. Meerdere versies van de foto kan je hier bewonderen. Inmiddels is de Opportunity onderweg naar z’n nieuwe doel, de Endeavourkrater. Nou ja, onderweg… hij heeft ondertussen een meteoriet ontdekt, Block Island genaamd, en die is ‘ie nu aan het onderzoeken. Druk baasje, die Opportunity. 🙂 Bron: Space.com.

Wat veroorzaakt de stervorming in Cepheus B?

Cepheus B. Credit: X-ray (NASA/CXC/PSU/K. Getman et al.); IR (NASA/JPL-Caltech/CfA/J. Wang et al.).

Zo, net terug van een dagje zeilen op de Westerschelde. Heel leuk geweest. Eh… even omschakelen van standje nautisch naar standje astronomisch. 😉 Cepheus B is een enorme moleculaire gaswolk in de interstellaire ruimte, 2.400 lichtjaren van ons verwijderd in het sterrenbeeld Cepheus. In die wolk komen vele jonge en massieve sterren voor, sommigen nog geen miljoen jaren oud. De vraag is wat die sterren nou precies doet ontstaan: sterrenkundigen weten dat ze ontstaan als die gaswolken plaatselijk ineenkrimpen. Maar wat doet die gaswolken nou ineenkrimpen? Is dat de zwaartekracht, die er voor zorgt dat de wolk ineenstort, of is dat één of andere ’trigger’, een gebeurtenis die de ineenstorting een zetje geeft? Onderzoek van Cepheus B met behulp van twee satellieten van de NASA, de infraroodsatelliet Spitzer en de röntgensatelliet Chandra, laat zien dat de ’trigger-variant’ de meest waarschijnlijke is. Dat zetje zou in dit geval gegeven worden door de sterrenwind die afkomstig is van één ster, die zelf buiten de gaswolk ligt: HD 271086 (zie deze gelabelde versie om te zien welke ster op de foto dat is). De onderzoekers hebben met Spitzer en Chandra de invloed van die ster op Cepheus B onderzocht en het blijkt dat het zogenaamde radiation-driven implosion (RDI) model hier van toepassing is. De straling van de ster zorgt voor een soort van compressiegolf, die zich door de moleculaire gaswolken verspreid en dat leidt tot plaatselijke verdichtingen, die uiteindelijk resulteren in het ontstaan van nieuwe sterren. HD 271086 is ongeveer 20 zonmassa’s zwaar, da’s minstens vijf keer zo zwaar als de overige sterren die á¬n Cepheus B staan. De compressiegolven van HD 271086 gaan met een snelheid van zo’n 3.200 km per uur door de wolk heen. De sterren á¬n de wolk blijken allemaal in het bezit te zijn van een protoplanetaire stofschijf, een indicatie voor de jeugdige leeftijd van de stersystemen. Buiten de gaswolk zijn de sterren een tikkeltje ouder en zijn ze ontdaan van die stofschijf. Vermoedelijk hebben die sterren al volwaardige exoplaneten om zich heendraaien. Bron: Chandra.

Type 1A supernovae toch niet zo standaard als gedacht

Linksonder een type 1a SN. Credit: [NASA/ESA/The Hubble Key Project Team/The High-Z Supernova Search Team]

Supernovae zijn exploderende sterren en die komen in verschillende varianten voor. Eén daarvan is de type Ia supernova, die ontstaat als een witte dwerg materiaal aantrekt van een gewone begeleidende ster en daardoor een bepaalde kritische massa overschrijdt. Van type Ia supernovae werd altijd gedacht dat hun maximale lichtsterkte gelijk is en dat ze daarom vooral voor lange afstanden in het heelal als standaard-kaarsen kunnen worden gebruikt, als middel dus om afstanden tot sterrenstelsels te bepalen. Maar onderzoek aan deze supernovae door een team sterrenkundigen onder leiding van Daniel Kasen (Universiteit van Californië, Santa Cruz) laat zien dat er toch variatie zit in de lichtcurves. Ze hebben computersimulaties uitgevoerd en daaruit blijkt dat met name de asymmetrie in de explosie van de witte dwergen voor enige variatie kan zorgen – en dus voor onzekerheid in de maximale lichtkracht. Door die afwijking van de sferische symmetrie ontstaan verschillen in de synthese van zware elementen die gevormd worden en daardoor varieert de hoeveelheid licht die geproduceerd wordt. Met name de hoeveelheid geproduceerd Nikkel-56 is bepalend voor de lichtcurve ná het maximum, die altijd glooiend is. De vraag is nu of de variatie ook ‘bedwongen’ kan worden, d.w.z. of men er bij de waarnemingen rekening mee kan houden. Daarover zijn Kasen en z’n collegae positief. Omdat de type Ia supernovae gebruikt worden voor onderzoek aan de donkere energie in het heelal is het voor sterrenkundigen van belang om er zeker van te zijn hoe ver sterrenstelsels precies staan. Bron: Eurekalert.

Hubble’s Ultra Deep Field in 3D

Hubble’s Ultra Deep Field. Credit: ESA/NASA

Drie keer heeft de Hubble ruimtetelescoop een blik geworpen op sterrenstelsels in het zéér verweggelegen gedeelte van het heelal. Tussen 18 en 28 december 1995 werd een klein, schijnbaar leeg stukje hemel, in het sterrenbeeld Grote Beer gefotografeerd. Tien dagen achter elkaar voor één foto en dat leverde de Hubble Deep Field (HDF) op. Drie jaar later, ergens in september en oktober 1998, werd hetzelfde gedaan, maar toen bij een stukje hemel in het zuidelijke sterrenbeeld Toekan. Opnieuw tien dagen belichtingstijd en dat resulteerde in de Hubble Deep Field South (HDFS).  Tenslotte werd in de periode van 23 september 2003 tot 16 januari 2004 bij elkaar voor elf dagen -400 omlopen van Hubble om de Aarde heen – een stukje hemel gefotografeerd in het sterrenbeeld Oven (Fornax), ten zuidwesten van Orion. Dat leverde de Hubble Ultra Deep Field (HUDF) op, die de meest diepe blik heeft opgeleverd die we in het heelal hebben geworpen. Op de HUDF staan sterrenstelsels die 13 miljard jaar oud zijn [1]En die 46 miljard lichtjaar ver weg staan, zoals ik onlangs nog voorschotelde.. Niet slecht voor een heelal dat 13,7 miljard jaar oud is. Over de drie beroemde foto’s van Hubble, waarvan je de HUDF linksboven ziet, gaat de volgende video. Je moet die echt even bekijken, met name ná drie minuten als ze in gaan zoomen en je een 3D-perspectief krijgt van de HUDF. Grappig trouwens dat die commentaarstem van de video mij doet denken aan een Kamasutrafilmpje die ik jaren geleden een keer zag. Zelfde stem, alleen iets andere beelden. 🙂

Voor de pixel-fetisjisten, als je grote resolutiefoto’s van de drie foto’s wilt hebben: hier zijn de HDF (8,4 Mb), HDFS (5,7 Mb) en HUDF (18 Mb)  Bron: Universe Today.

References[+]

References
1 En die 46 miljard lichtjaar ver weg staan, zoals ik onlangs nog voorschotelde.