Gewoon 15 minuten belichten en dan krijg je dit…

M42 door Jan BrandtEen prachtige foto van M42 in Orion. 🙂 Vraag Jan Brandt niet hoe lang z’n foto’s van deepsky objecten zijn belicht, want het antwoord is standaard vijftien minuten. En dan bedoel ik dus objecten zoals sterrenstelsels, emissienevels, planetaire nevels, bolhopen, etc.. en geen maan en planeten, want in die laatste gevallen zou een gaatje zijn gebrand in het filmrolletje. Huh, filmrolletje? Yep, da’s de emulsie waar Jan Brandt in z’n astrofotografie mee werkt. Gisteravond had hij er bij sterrenkundevereniging Chr. Huygens een lezing over: de klassieke astrofotografie, waarbij nog gewoon met filmrolletjes wordt gewerkt en die ontwikkeld en afgedrukt moeten worden. Het werd een boeiend The way I do It-verhaal, waarbij duidelijk werd dat Jan een methode hanteert die nogal afwijkt van wat heden ten dage gangbaar is, maar waar hij persoonlijk hoogst tevreden over is. En zo hoort het ook natuurlijk te zijn: je hebt allemaal de instrumenten die het beste bij je passen en je doet het op een wijze die jij het meest geschikt acht. Over die techniek kreeg ik van Jan de volgende info, waarbij z’n foto van M42 – de beroemde Orionnevel – maar even als voorbeeld dient:

Het plaatje is genomen in het primaire brandpunt (120 cm) van een OrionOptics 20 cm F6 Newton. De camera is een oerdegelijke ZENIT-B [1]Russische makelij. Net zo degelijk als een Sojoez-raket. voorzien van een opklappende spiegel c.q.gordijnsluiter die een dreun geeft van zo ongeveer 6 op de schaal van Richter. Het 400 ASA kleuren negatief filmpje (!!) is van een onbekend HEMA huismerk maar heeft een hoge blauwgevoeligheid en is desondanks ook in het rode gedeelte van het spectrum nog redelijk “aktief”…ofwel tot nu toe een onverwacht prima “fotonenvang-medium”!! Er is standaard 15 minuten belicht en gevolgd met een kale EQ6 Montering, dus zonder enge Periodic errorcontrol toeters en bellen en ook zonder regensensor… hoe kan den modernen mensch zonder..ha..ha..!!

Jan Brandt met z’n OrionOptics Newton

Afijn, een gezellige en nuttige avond weer bij Huygens. Ná Jan z’n lezing gingen we nog naar buiten om waar te nemen, al trok het op een gegeven moment wel dicht met wolken. Het internationale ruimtestation ISS zagen we om 22.05 uur nog een stukkie over vliegen, tot ook die achter de wolken verdween.’, ‘Gewoon 15 minuten belichten en dan krijg je dit…

References[+]

References
1 Russische makelij. Net zo degelijk als een Sojoez-raket.

Zuidelijke maankraters: ijskoud én met waterstof

Temperatuurkaart van de maanzuidpool. Credit: NASA/APL/LPI

De diverse instrumenten aan boord van NASA’s Lunar Reconnaissance Orbiter (LRO) hebben de afgelopen tijd uitgebreid de zuidpool van de Maan bestudeerd en daaruit blijkt dat het in sommige kraterbodems zeer koud kan zijn én dat er waterstof voorkomt. De temperatuur is er zélfs nog kouder misschien dan op de dwergplaneet Pluto, die met z’n afstand tot de zon van bijna 6 miljard km amper zonnewarmte ontvangt [1]Sommige bodems van kraters op de Maan ‘zien’ de Zon nooit en zijn daarom zo koud. Ook speelt de interne warmtehuishouding van de maan of (dwerg-)planeet, die enige warmte kan genereren, … Continue reading . Met behulp van het Diviner Lunar Radiometer Experiment aan boord van de LRO werd in sommige kraters een ijspegel-temperatuurtje gemeten van 35 Kelvin, da’s -238 ºC. Op de afbeelding zie je de temperatuurkaart van de zuidpool van de maan, links overdag en rechts ’s nachts, zoals gemaakt door de Diviner.  Afgelopen dinsdag heeft men de LRO naar een hoogte van slechts 50 km boven het maanoppervlak gemanoeuvreerd en sindsdien maakt ‘ie de meest gedetailleerde waarnemingen van onze naaste buur. Een ander instrument van de LRO, de Lunar Exploration Neutron Detector (LEND), heeft verder aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van waterstof in de koude kraters (zie afbeelding hieronder).

Credit: NASA/Institute for Space Research (Moscow)

Opmerkelijk daarbij was dat die waterstof zich niet alleen in de schaduwrijke gebieden van de kraters ophouden, maar in sommige gevallen ook in de gebieden waar wel zonlicht komt. Men denkt dat het waterstof een sterke aanwijzing is voor het voorkomen van waterijs op de bodem van de permanent donkere kraters op de polen van de Maan. Of dat echt zo is zullen we hopelijk 9 oktober a.s. te weten komen als de LCROSS onderzoek gaat doen aan de krater Cabeus A en daarbij te pletter zal slaan op de maanbodem. Bron: Universe Today.

References[+]

References
1 Sommige bodems van kraters op de Maan ‘zien’ de Zon nooit en zijn daarom zo koud. Ook speelt de interne warmtehuishouding van de maan of (dwerg-)planeet, die enige warmte kan genereren, hierin een rol.

Japanse HTV ‘in de arm genomen’ door ISS

De HTV-1 bij het ISS. Credit: NASA/JAXA.

Op 10 september j.l. werd het Japanse bevoorradingsschip HTV-1 gelanceerd en richting ISS gestuurd. De HTV, afkorting van H-II Transfer Vehicle, is net als de Russische Progress en de Europese ATV’s Jules Verne en Johannes Kepler een soort transportschip dat goederen richting ISS moet aan- en afvoeren. De laatsten kunnen zich helemaal zelf aan het ISS vastkoppelen, de HTV moet ‘geborgen’ worden middels de CanadaArm2, de door Canada (‘oh ja?’) gefinancierde robotarm die aan het ISS vastzit. Astronaute Nicole Stott is er afgelopen nacht op perfecte wijze in geslaagd om de HTV met die Canadese vinding ‘in de arm te nemen’. Goh, Adrianus ‘in de arm te nemen’, hoe kom je d’r toch op. 🙂 Terwijl het ISS zo’n 365 km boven west-Roemenië zweefde greep Stott de HTV beet – op dat moment zo’n 9 meter van het ISS verwijderd – en koppelde zij ‘m vast aan de Harmonymodule van het ISS. Stott had daar niet alle tijd voor, want als het niet binnen 99 seconden zou lukken om de HTV vast te grijpen zou ‘ie weer voorbij zijn gevlogen. Van de gehele operatie is een video en die is hieronder te bewonderen.

Bron: Universe Today.

De beste UV-blik op het Andromedastelsel

M31 in ultraviolet. Credit: NASA/Swift/Stefan Immler (GSFC) and Erin Grand (UMCP)

Normaal wordt de Swift satelliet van de NASA gebruikt om gammaflitsers te ontdekken, maar Swift is zo veelzijdig dat ‘ie ook in het ultraviolet kan waarnemen en daarmee heeft men het welbekende Andromeda sterrenstelsel – in de catalogi bekend als M31 – gefotografeerd. Tussen 25 mei en 26 juli 2008 nam de Swift met z’n Ultraviolet/Optical Telescope (UVOT) in totaal 330 foto’s van M31 bij golflengten van 192,8 nm, 224,6 nm en 260 nm. Totale belichtingstijd zo’n 24 uurtjes. Die foto’s vormden bij elkaar een massieve hoeveelheid van 85 Gb (!) aan data, die door Erin Grand, studente aan de Universiteit van Maryland, werden bewerkt en samengesmeed tot één compostiefoto. Dat kostte Grand haar zomervakantie, maar dat had hij zij (thnx voor de tip @zetje01) er kennelijk voor over. Nou, het resultaat van Grand’s werkzaamheden mag er wezen. Naast 20.000 ultraviolette bronnen in M31, gevormd door hete, jonge sterren en sterclusters, laat de foto mooi het verschil zien tussen de centrale hoop (‘bulge’) van M31 en diens spiraalarmen. De kern ziet er op de foto rood uit, veroorzaakt door oude, koele sterren. De spiraalarmen daarentegen zijn blauw, waar die hete, jonge sterren en sterclusters verantwoordelijk voor zijn. Die clusters vallen vooral op in de ring die zich om M31 bevindt en die een omtrek van zo’n 150.000 lichtjaren heeft. Er waren al eerder ringen ontdekt die dichter bij de kern liggen en die vermoedelijk ontstaan zijn door botsingen die M31 in het verleden heeft ondergaan met kleinere sterrenstelsels. Blijft een bloedmooi object, dat Andromedastelsel. Om door een ringetje te halen. 😉 Bron: NASA.

Een lezing over klassieke astrofotografie

Credit: Fujichrome

Morgenavond, 18 september a.s., houdt Jan Brandt een lezing bij sterrenkundevereniging Christiaan Huygens. Het zou volgens het programmaboekje moeten gaan over de klassieke astrofotografie. En daar bedoelen we dus de ‘natte’ astrofotografie mee, waarbij gewerkt wordt met filmrolletjes – een uitstervend fenomeen waarvan de jeugd van tegenwoordig vermoedelijk niet meer weet wat het is. We leven in een tijdperk van geheugenchips, digitale camera’s, mobieltjes met camera en video aan boord, dus het filmrolletje is net als de gloeilamp iets wat we over een paar jaar alleen nog in een museum zullen zien.  Afijn, Jan zal morgen een poging wagen de klassieke vorm van astrofotografie weer in ere te herstellen en daar het publiek middels een fotopresentatie enkele staaltjes van laten zien. Wie geïnteresseerd is kan vanaf 20.00 uur langskomen, gratiz en voor nix! 😀 Info: Huygens.

De eerste foto van Planck is binnen!

Credit: ESA, LFI & HFI Consortia. Background optical image: Axel Mellinger

De Europese ruimtevaartorganisatie ESA heeft vandaag de eerste voorlopige resultaten gepubliceerd van de Planck satelliet, de missie die vanaf 13 augustus j.l. vanaf Lagrangepunt 2 (L2) in de ruimte onderzoek doet naar de kosmische achtergrondstraling. Die resultaten zijn te zien in een foto van de hemel, waar een deel van is onderzocht. Dat deel is te zien als de strook die over de foto loopt en die op twee punten de Melkweg passeert – de rode gedeeltes op de foto. Planck werd op 14 mei 2009 gelanceerd, tegelijk met de infrarood-satelliet Herschel. De eerste paar maanden had Planck nodig om L2 te bereiken, het punt in de ruimte – 1,5 miljoen km hiervandaan – waar de omlooptijd van de daar aanwezige satellieten exact gelijk is aan die van de aarde, zodat ze in hun baan altijd dezelfde relatieve positie ten opzichte van aarde en zon behouden. Onderweg naar L2 werden ook alle instrumenten van Planck gecalibreerd, om tot de meest optimale prestaties te komen. Van 13 tot 27 augustus keek Planck met z’n instrumenten naar een strook aan de hemel die 15° breed is. Met die instrumenten werd de kosmische achtergrondstraling, restant van de oerknal waarmee ons heelal 13,7 miljard jaar tevoorschijn knalde, in negen verschillende frequenties waargenomen. Planck zal naar verwachting anderhalf jaar waarnemingen doen, maar over een half jaar wordt al de eerste complete kaart van de gehele hemel verwacht. Als je naar de nu gepubliceerde foto kijkt zie je allemaal verschillend kleuren. Let niet op de rode kleur van de Melkweg, want dat is niet interessant. Het gaat om de (donker-)blauwe, gele en rode spikkels in de strook. Die spikkels zijn qua resolutie veel scherper zijn dan op de foto’s van voorgangers COBE en WMAP en ze wijzen op temperatuursverschillen in de achtergrondstraling. Wetenschappers zullen de komende tijd die spikkels nauwkeurig bestuderen om meer te weten te komen over de omstandigheden in het heelal kort na de oerknal. Wordt vervolgd! 🙂 Bron: ESA.

Waarom doen mensen eigenlijk mee aan de Galaxy Zoo?

Credit: Galaxy Zoo/Zooniverse

D’r lopen hier op de aardkloot zo’n 200.000 mensen rond – stand per 1 april 2009 – die als vrijwilliger hebben meegedaan of nog steeds meedoen met de Galaxy Zoo (GZ), het welbekende Citizens Science Project om aan de hand van de visuele eigenschappen van sterrenstelsels er meer over te weten te komen. Interessante vraag is natuurlijk wat al die duizenden mensen beweegt om mee te doen en er uren werk aan te besteden. Om achter de motivatie van de vrijwilligers van GZ 1 [1]Er is ook een Galaxy Zoo 2, maar die is buiten het onderzoek gehouden. te komen besloot het GZ-team van professionele sterrenkundigen om een onderzoek in te stellen. Dat onderzoek bestond uit twee gedeeltes: ten eerste werd via het GZ-forum de vraag gesteld waarom men meedoet met GZ en dat leverde tot 22 januari 2009 826 reacties op.  Ten tweede werden 22 mensen geïnterviewd, die als vrijwilliger actief zijn bij de GZ. Deze selecte groep was gekozen uit een totaal van 1.336 mensen. Op basis van de interviews rolden twaalf verschillende soorten motivaties – alle twaalf hier te lezen – naar voren die de mensen hebben om mee te doen aan GZ. Uit het onderzoek kwam een soort van top drie van motivaties naar voren:
  • Ik doe mee omdat ik geïnteresseerd ben in sterrenkunde
  • Ik doe mee omdat ik graag een bijdrage wil leveren aan wetenschappelijk onderzoek
  • Ik doe mee omdat ik onder de indruk ben van de uitgestrektheid van het heelal

Dit zijn de uitkomsten van de combinatie van forumvraag en interviews. Afzonderlijk zijn er wel verschillen in de uitkomsten, maar dat lijkt mij (letterlijk) voer voor psychologen (en statistici) om dat  uit te zoeken. Wie het onderzoeksartikel wil lezen kan hier terecht. Binnenkort zal het gepubliceerd worden in het wetenschappelijke tijdschrift Astronomy Education Review. Bron: Galaxy Zoo Blog.

References[+]

References
1 Er is ook een Galaxy Zoo 2, maar die is buiten het onderzoek gehouden.

Eerste aardachtige exoplaneet bevestigd

Impressie van CoRoT-7b. Credit: ESO/L. Calçada

CoRoT-7b, onthoudt die naam! Het is namelijk de eerste exoplaneet waarvan inmiddels is komen vast te staan dat het een aardachtige planeet is, met dezelfde dichtheid als die van de Aarde. CoRoT-7b werd begin dit jaar ontdekt door de Franse exoplanetenjager CoRoT, de satelliet die sinds eind 2006 succesvol op zoek is naar planeten buiten het zonnestelsel. CoRoT-7b ligt 400 lichtjaar van ons vandaan in het sterrenbeeld Eenhoorn (Monoceros) en z’n diameter is twee keer die van de Aarde. Omdat de exoplaneet zeer dicht bij z’n centrale ster – Corot-7 [1]Een oranje dwergster die ietsje lichter en kleiner dan de Zon is. – ligt is het aan de oppervlakte zo’n 2.000 °C, lekker barbecue-temperatuurtje dus [2]Moet je nagaan dat het aan de nachtkant door het ontbreken van een dampkring zo’n -200 °C is.. 🙂  CoRoT was niet in staat de massa en dichtheid van de planeet te meten, maar onlangs zijn sterrenkundigen daar met behulp van de HARPS spectrograaf van het La Silla Observatorium in Chili wel in geslaagd. Gedurende 70 uren waarneemtijd, verspreid over enkele maanden, kon HARPS de snelheid van de centrale ster meten. Omdat CoRoT-7b door z’n massa iets aan die ster trekt is er in die snelheid een bepaalde hobbel zichtbaar. En uit de analyse van die hobbel heeft men afgeleid dat CoRoT-7b vijf keer de aardmassa heeft. Gecombineerd met die diameter kom je dan op een planeet uit die ongeveer dezelfde dichtheid als de Aarde heeft. Men vermoed dan ook dat CoRoT-7b een rotsachtige exoplaneet is. Maar wel een zwartgeblakerde rotsachtige exoplaneet welteverstaan. Bron: Physics World.

References[+]

References
1 Een oranje dwergster die ietsje lichter en kleiner dan de Zon is.
2 Moet je nagaan dat het aan de nachtkant door het ontbreken van een dampkring zo’n -200 °C is.

Missie Maan laat scholieren de maan zien

Credit: Missie Maan

Nog 113 dagen, 10 uren, 21 minuten en een paar seconden en dan is het zo ver: Van 8-11 december wordt speciaal voor kinderen in het primair onderwijs een maanproject georganiseerd: Missie Maan. In de vroege ochtend kunnen de scholieren vóór schooltijd door telescopen naar dit tot de verbeelding sprekende hemellichaam kijken. Hiervoor kunnen leerkrachten een beroep doen op vrijwilligers van een sterrenwacht, of andere enthousiaste maankijkers. Zij komen langs op school, mét telescoop. En wie zin heeft, kan ook zelf een telescoop maken. Zo kunnen de leerlingen meteen een vergelijking maken: wat zien ze door hun eigen telescoop, en wat door een ‘echte’? Missie Maan is een unieke ervaring voor iedereen: voor leerlingen, leerkrachten en vrijwilligers. De hele school kan meedoen, maar leerkrachten kunnen zich ook met één klas inschrijven. Ter ondersteuning is gratis lesmateriaal beschikbaar. Dit sluit aan bij de verschillende leeftijdsgroepen in het primair onderwijs. Ook kunnen de leerlingen een eindwerkstuk maken, waarmee zij (landelijk) meedingen naar leuke prijzen. Missie Maan wordt georganiseerd door een groot aantal organisaties en instellingen op het gebied van ruimtevaart- en sterrenkunde-educatie. Het is een project ter gelegenheid van het Internationaal Jaar van de Sterrenkunde IYA2009. Meedoen met Missie Maan? Ga dan naar Missie Maan.

Edwin Mathlener nieuwe directeur Stichting De Koepel

Edwin Mathlener is per 1 december 2009 de nieuwe directeur van Stichting De Koepel in Utrecht, de grootste organisatie in Nederland voor de bevordering van (amateur-)sterrenkunde. Mathlener – op de foto hiernaast te zien tijdens z’n lezing bij Chr. Huygens over de toekomst van het zonneselsel – volgt Mat Drummen op, die met pensioen gaat. Drummen heeft ruim vierendertig jaar leiding gegeven aan het bureau van de stichting, dat gehuisvest is in de historische sterrenwacht Sonnenborgh in Utrecht. Edwin Mathlener is afgestudeerd sterrenkundige, is zeer actief geweest in de Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Weer- en Sterrenkunde (KNVWS) en de Jongerenwerkgroep (JWG) voor sterrenkunde, was enkele jaren hoofdredacteur van het door Stichting ‘De Koepel’ uitgegeven maandblad Zenit, en verzorgt astronomische lezingen, cursussen en websites. Dat Mathlener directeur wordt van De Koepel is goed nieuws, want ik ken hem al lang. Volgens mij was het eind jaren zeventig dat we elkaar leerden kennen, beiden lid van de Jongerenwerkgroep (JWG) afdeling Zwijndrecht/Dordrecht. Op een gegeven moment zaten we beiden in het bestuur van de NVWS, de grote-mensen-afdeling, die toen nog zonder de Koninklijke ‘K’ getooid was. Met Mathlener hebben ze bij De Koepel een kundige, hardwerkende én sympathieke sterrenkundige binnengehaald, die als directeur voort kan gaan op het pad dat Mat Drummen geëffend heeft. Dat zal ‘m vast goed afgaan. Edwin, gefeliciteerd! 😀 Bron: Astronieuws.