Italianen verhinderen verificatie van ontdekking Donkere Materie

Onderdelen van het DAMA-LIBRA experiment

Credit: DAMA/LIBRA Collaboration

Op 16 april 2008 werd in Venetië door de natuurkundige Rita Bernabei  geclaimd dat men met het  Chinees-Italiaanse DAMA/LIBRA experiment voor het eerst aanwijzingen had gevonden voor het bestaan van een WIMP [1]een zogenaamd Weakly Interacting Massive Particle., een deeltje donkere materie. Bernabei’s team had in een 1,4 km diep onderaards laboratorium onder het gebergte van Gran Sasso in Italië geprobeerd WIMP’s te vinden. Ze keken daarvoor naar lichtflitsen in een detector die werkt met ultrazuivere natriumjodide kristallen. De meeste flitsen ontstaan door radioactief verval van neutronen in de omringende rotsen, maar een enkele flits zou ook kunnen ontstaan door een langskomende WIMP. Experimenten in 2003 van DAMA met 100 kg natriumjodide en vervolgens met LIBRA in 2008 met 250 kg van dat spulletje leverden dezelfde resultaten op en die waren een aanwijzing dat men WIMP’s gezien had. Volgens Bernabei was daarbij zelfs een seizoensvariatie merkbaar: door de beweging van de Aarde om de Zon zouden er in juni meer WIMP’s moeten zijn en in december minder.

Credit: DAMA/LIBRA Collaboration

Maar conform de wetenschappelijke standaard behoort een experiment door onafhankelijke teams te worden geverifieerd of gefalsificeerd. Dat blijkt echter door de Italianen onmogelijk te worden gemaakt: de Franse fabrikant van glas en kristal Saint Gobain mag dat natriumjodide kristal alleen voor de Italianen produceren, die patent hebben op de kristalgroeimethode. En Italië heeft verklaard dat Saint Gobain het voor niemand anders mag maken. Kortom, niks reproduceren van de Italiaanse experimenten. Laat mij es raden, wie is de sponsor van dat experiment, zeker ene Silvio Berlusconi? 😎 Bron: NRC-Handelsblad, 7 november 2009.

References[+]

References
1 een zogenaamd Weakly Interacting Massive Particle.

Een sublieme HiRISE-gallerij in The Big Picture

Credit: NASA/JPL/University of Arizona

Wat mij betreft mogen ze de kale muren van het Dirk Scheringamuseum direct volhangen met de foto’s van Mars, gemaakt met de HiRISE. Da’s de High Resolution Imaging Science Experiment camera gezeteld aan boord van de Mars Reconnaissance Orbiter (MRO) van de NASA, die sinds 2006 rondjes om Mars draait. Ik toon hier regelmatig juweeltjes van de HiRISE, maar in het kader van de bekende fotoserie The Big Picture van onlinekrant Boston staan 35 foto’s gemaakt door de HiRISE bij elkaar. Onder andere bovenstaande foto, die ergens op de zuidpoolkap van Mars te vinden is. Wat je ziet is ontstaan door sublimatie en meer info is hier te vinden. Bekijk de gehele serie hierzo: The Big Picture.

De LHC is gevoelig voor… stokbrood

De LHC-temperatuur. Credit: CERN

De Large Hadron Collider (LHC), de grootste deeltjesversneller die in de buurt van Genéve voor een bedrag van zo’n zes miljard euro is gebouwd, zou normaal gesproken een temperatuur van 1,9 Kelvin moeten hebben, bijna twee graden boven het absolute nulpunt. Maar wat zien we in de grafiek hiernaast? Dat de temperatuur in sector 8-1 niet 1,9 K, maar bijna 10 K is. Acht graden warmer dan is toegestaan. Is het Al Quaida toch gelukt een terrorist te laten infiltreren in CERN? Is er weer sprake van een heliumlek, zoals een jaar geleden ook al het geval was? Nee, niets van dat alles. Niets om je druk om te maken, hoewel… Er heeft slechts een vogel een stukje stokbrood laten vallen op een cruciaal onderdeel van een koeleenheid van de LHC. 😯 Vraag mij niet wat voor een vogel de grote boosdoener was of hóe dat stukje brood op die koeleenheid terecht kwam, maar een woordvoerder van CERN heeft dit verhaal serieus bevestigd.  Grote vraag die opkomt als je dit leest is natuurlijk hoe kwetsbaar de LHC wel niet is als een meeuw of zo door het laten vallen van een stukje stokbrood de gehele koeling in gevaar kan brengen. Stel dat op dat moment protonen met 99,9999% van de lichtsnelheid door de versneller zouden razen, wat zou dan het gevolg zijn? Oeps, toch iets om je druk om te maken. Bron: The Reference Frame.

Credit: CERN

Ergens tussen Kasei Valles en Sacra Fossae

Credit: ESA/DLR/FU Berlin (G. Neukum), CC BY-SA 3.0 IGO

De Europese Mars Express, die voorzien van supercamera’s rondjes om de Rode Planeet vliegt, heeft bovenstaand gebied gefotografeerd, gelegen ergens tussen Kasei Valles en Sacra Fossae. Prachtige foto, waarvan je hoge pixelversies in alle varianten en standen hier kan downloaden en bewonderen, inclusief alle details van wat, waar, wanneer, waarom. Gratizz en voor nix. 😀 Bron: ESA.

LRO ziet een aard- eh… maanverschuiving

Credit: NASA/GSFC/Arizona State University

Met behulp van de Lunar Reconnaissance Orbiter (LRO) heeft men op een steile wand van de krater Marius, gelegen in de Oceanus Procellarum op de maan een soort van maanverschuiving gevonden. Het gebied op de afbeelding is 510 meter breed en de gehele Mariuskrater is 41 km doorsnede. De preciese lokatie is op 11,9 °N en 50,8° W, mocht je in het bezit zijn van een maan-TomTom. Vermoedelijk is de maanverschuiving ontstaan door een seismische oorzaak, bijvoorbeeld de inslag van een nabije meteoriet. De kleinste details op de foto zijn een meter doorsnede, even voor de duidelijkheid! De maan bleek onlangs rollende stenen te hebben en nu weer die maanverschuiving. D’r zit leven in de maan. 🙂 Bron: Bad Astronomy.

Voorspelde type .Ia supernova lijkt gevonden

SN 2008bj, variant .Ia supernova. Credit: UAI.

We hadden al de bekende type Ia supernovae, witte dwergen die geheel uit elkaar knallen als ze door toevoer van materie van een nabije ster een bepaalde kritische massa overschrijden. Maar nu lijkt daar door de Nijmeegse astronoom Gijs Nelemans en collega’s een nieuw type bij te komen, die het zwakke broertje van de Ia supernova kan worden genoemd. Twee jaar geleden werd de variant al voorspeld door Nelemans et al en nu heeft men in zeven jaar oude data ontdekt dat SN2002bj exact overeenkomt met de eigenschappen ervan. Het gaat ook nu om witte dwergen, maar dit keer is er sprake van een andere witte dwerg in de buurt. Ze draaien zo dicht om elkaar heen dat de buitenste lagen van de ene witte dwerg op de andere witte dwerg vallen. Nelemans en Lars Bildsten van het Kavli Institute for Theoretical Physics (KITP) in Santa Barbara ontdekten destijds dat uiteindelijk een dusdanig dikke laag helium van de begeleider op de witte dwerg terecht kan komen dat kernreacties tot een explosie kunnen leiden waarin de hele laag helium de ruimte wordt ingeslingerd. Bij ‘gewone’ type Ia supernovae knalt de gehele witte dwerg uiteen (zie afbeelding hieronder), in de nieuwe variant is het slechts de heliumlaag aan de buitenkant. De nieuwe soort explosie is ongeveer tien keer zo zwak en verdwijnt ook weer tien keer zo snel als een normale type Ia supernova, wat Chris Stubbs (Harvard) ertoe bracht ze .Ia (point Ia, naar het Engelse decimale teken) te noemen.

Model van een type Ia SN. Credit: NASA.

De nu ontdekte supernova dateert al van 2002 en vond plaats in het sterrenstelsel NGC 1821. De astronomen ontdekten dat de supernova destijds verkeerd geclassificeerd was en dat het om een vrij zwakke, snel verdwijnende supernova ging. Ook de andere kenmerken van de explosie wijzen in de richting van een .Ia supernova. Kortom, we hadden Ia supernovae en nu dus ook .Ia supernovae. Mmmm, als dat maar geen aanleiding tot verwarring geeft. Bron: Nova.

Even wat anders: ik ga vanmiddag weg voor een weekendje uit met (schoon-)familie. Geen astroblogjes dus, los van enkele mooie astrofoto’s die ik in de wacht heb gezet en die automatisch worden gepubliceerd. Ik ben er zondagavond of maandagmorgen weer. Doei!

eBook over het bouwen van je eigen sterrenwacht

amateursterrenwachten in NL en BE. Credit: St. de Koepel

In de periodes 1984-1987 en 2008-2009 publiceerde Arie Nagel een twaalftal artikelen in het sterrekundetijdschrift Zenit over het bouwen van een eigen sterrenwacht, geïllustreerd met tal van voorbeelden van amateursterrenwachten in Nederland en België. Deze artikelen zijn gebundeld in een eBook in PDF-formaat dat gratis kan worden gedownload. 🙂 Document weegt 10 Mb op de digitale weegschaal. In het eBook komen enkele sterrenwachten voor van amateurs die ik ook ken, te weten Gerrit Burggraaf, Peter Pulles en Henk Prein. Die laatste staat op de voorkant het het boek, rechtsonder. Voor wie liever een gedrukt exemplaar heeft, komt dit boekje binnenkort ook beschikbaar in de winkel van Stichting ‘De Koepel’. Bron: De Koepel.

Stervorming M83 gezien door de vernieuwde Hubble

Hubble’s nieuwe blik op M83. Credit: NASA, ESA, R. O’Connell (University of Virginia), the WFC3 Science Oversight Committee, and ESO

Afgelopen mei werd de Hubble gereviseerd middels Servicing Mission 4 (SM4) en dat betekende onder andere de installatie van de nieuwe Wide Field Camera 3 (WFC3). De hele wereld zat gespannen te wachten op de foto’s die daarmee genomen zijn en dat wachten is nu beloond: een prachtige foto van stervormingsgebieden in het centrale deel van het balkspiraalstelsel M83 is gepubliceerd. Daarop zien we niet alleen honderden gebieden waar een verhoogde stervorming plaatsvindt, maar ook een zestigtal overblijfselen in de vorm van gasschillen van supernova-explosies. M83 ligt zo’n 15 miljoen lichtjaar ver weg, da’s relatief dichtbij, in het sterrenbeeld Waterslang (Hydra). Een 30 seconde durende zoom van de Hubble op M83 is hier te zien. Voor de hardcore-resolutie liefhebbers is een 3909 x 3909 versie beschikbaar in JPG (15 Mb) en TIF (33 Mb). Als je wilt weten welk stukje van het gehele stelsel M83 door Hubble in beeld is gebracht moet je deze foto maar even bekijken. Daarop zie je een ‘oude’ foto van M83 genomen met een 2,2 meter telescoop van de ESO in La Silla (Chili). Bron: Hubble.

Duitse scholieren publiceren in astronomisch vakblad

De scholieren met hun begeleiders. Credit: Astronomy & Astrophysics

Je zou toch maar scholier zijn op een middelbare school en dan te horen krijgen dat een mede door jouw geschreven artikel binnenkort wordt gepubliceerd in een écht wetenschappelijk vakblad. Dat sprookje begint werkelijkheid te worden voor drie duitse scholieren, Joshua Zachmann, Alexander-Maria Ploch en Sang Paik. Zij zitten in de bovenbouw van een gymnasium in Duitsland en samen met een sterrenkundige van de Universiteit van Göttingen en hun eigen docent wordt een door hun geschreven artikel gepubliceerd in het astronomische vakblad Astronomy & Astrophysics. Dat artikel gaat over waarnemingen aan een zogenaamde cataclysmische veranderlijke ster genaamd EK Ursae Majoris (afgekort EK UMa, in Grote Beer). Die ster is gemiddeld van magnitude 19, dus erg zwak, maar met behulp van een in Texas staande 1,2 meter telescoop, die op afstand te bedienen is, wisten de Duitsers de ster gedurende twee maanden waar te nemen. In feite is een cataclysmische veranderlijke een dubbelster, waarbij een ster met lage massa veel massa verliest aan een nabije witte dwerg. Uit de waarnemingen aan de variatie in de lichtsterkte wisten de scholieren heel nauwkeurig de baanelementen van het tweetal te bepalen. Zo wisten ze de omloopperiode van de twee sterren tot minder dan een tiende van een milliseconde te bepalen. 😯 Wowie! Afijn, Zachmann, Ploch en Paik wacht een mooie toekomst in de sterrenkunde. We zullen vast nog wel meer van ze horen. Bron: Universe Today.

Botsende sterrenstelsels tijdens de lunch

botsende sterrenstelsels. Credit: Hubble/NASA/ESA

Wil je ook wel eens botsende sterrenstelsels tijdens je lunch meemaken? Kom dan woensdag 11 november naar de Studium Generale lunchlezing in Utrecht. Drs. Diederik Kruijssen laat dan zien dat zijn sterrenkundige theorie een stuk eenvoudiger te begrijpen is door het spelen van een realistische game. Hierdoor kan iedereen ervaren hoe het is om je bezig te houden met wetenschappelijke objecten van de allergrootste orde: de ruimte. Maar de belangrijkste vraag in het spel is natuurlijk nog steeds: red jij de mensheid? Diederik Kruijssen is verbonden aan het Sterrenkundig Instituut Utrecht en de Sterrewacht Leiden. Momenteel is hij bezig met zijn promotieonderzoek waarin hij onderzoek doet naar de ontwikkeling van sterhopen en sterrenstelsels. Daarnaast is hij een van de oprichters van een bedrijf dat games en producten voor nieuwe media ontwikkelt, waarin de popularisatie van de sterrenkunde centraal staat. Zo werkt Kruijssen aan de computergame Collision, die spelers een realistische ervaring van het heelal moet bieden. In 2008 heeft  ‘ie daarmee geprobeerd met zijn studenten de Academische Jaarprijs te winnen, maar dat is helaas niet gelukt. Elke week is er aan het eind van de lezing een boekverloting. Met een beetje geluk trek jij het winnende lot. Bij alle lunchlezingen serveert de universiteit verder ook een gratis lunch. De lezingen vinden plaats in de Boothzaal van de Universiteitsbibliotheek (Heidelberglaan 3) op de Uithof en starten om 13.00 uur. Leestips en links bij het programma zijn te vinden op de programmapagina van onze website. Voor het volledige najaarsprogramma en meer informatie kijk je op de website van de UU. Hier zijn alle lezingen ook live te kijken én na afloop terug te zien.