HUDF09: Hubble’s diepste blik op het heelal ooit

Van de Hubble ruimtetelescoop hadden we al de beroemde foto’s van de Hubble Deep Field (HDF) en de Hubble Ultra Deep Field (HUDF), maar sinds kort kan een nieuwe versie aan dat rijtje worden toegevoegd: De Hubble Ultra Deep Field 09:

Credit: NASA, ESA, G. Illingworth (UCO/Lick Observatory and the University of California, Santa Cruz), R. Bouwens (UCO/Lick Observatory and Leiden University) and the HUDF09 Team

Met de nieuwe Wide Field Camera 3 aan boord van de Hubble hebben ze eind augustus dit jaar gedurende vier dagen – belichtingstijd maar liefst 173.000 seconden – een piepklein stukje hemel (ca. 2,4 boogminuten) gefotografeerd in het sterrenbeeld Oven (Fornax) en dat heeft de diepste blik ooit opgeleverd in het heelal. Op de foto zijn sterrenstelsels zichtbaar die 600 tot 900 miljoen jaar ná de oerknal voorkwamen. Bedenk dat het huidige heelal 13,7 miljard jaar oud is, dus je kijkt echt naar het heelal in z’n babytijd. Men spreekt ook wel van de HUDF Infrarood, omdat met die WFC3 camera in het nabije infrarood is waargenomen. De golflengte van de ultraviolette en zichtbare straling van de jonge sterrenstelsels is door de expansie van het heelal uitgestrekt tot het infraroodgebied van het electromagnetische spectrum en daarom is de WFC3 bij uitstek geschikt om deze piepkuikens onder de sterrenstelsels te fotograferen. Een volle resolutiefoto van de HUDF09 is hier verkrijgbaar (11 Mb). Video’s waarop je ziet dat wordt ingezoomd in dat stukje Oven aan de hemel kan je hier in allerlei formaten bewonderen. Bron: Hubble.

Eerste nevel rond een magnetar gevonden

De magnetar AXP 1E1547-5408. Credit: Jacco Vink et al, Universiteit van Utrecht

Utrechtse en Japanse sterrenkundigen zijn er in geslaagd om voor het eerst een nevel rond een magnetar (een ultramagnetische pulsar) te zien. Pulsars zijn snel roterende neutronensterren, die door hun sterke magneetveld worden afgeremd en daarbij tot hoge energieën versnelde elektronen hun omgeving inblazen. Hierdoor ontstaat een nevel die kan worden waargenomen met radio-, optische en röntgentelescopen. Deze ‘pulsar windnevels’ kunnen zeer helder zijn zoals de bekende Krabnevel. De ontdekking wordt binnenkort gepubliceerd in het Amerikaanse vakblad The Astrophysical Journal Letters. Tot nog toe was het niet duidelijk waarom de magnetars geen nevel leken te hebben. De waargenomen magnetars roteren weliswaar langzamer dan de meeste pulsars (ze draaien gemiddeld één tot twee maal per 10 seconde om hun as, tegen pulsars zo’n 10 – 100 maal per seconde), maar dit komt doordat ze in het verleden veel sterker zijn afgeremd dan normale pulsars, juist door hun sterke magneetveld. Er is zelfs een populaire theorie die stelt dat magnetars geboren zijn met extreem snelle rotaties van wel zo’n 1000 maal per seconde. Dus ook al draaien de waargenomen magnetars nu langzaam, in het verleden zouden ze juist heel efficiënt een nevel hebben moeten kunnen maken. Nu er voor het eerst een nevel gevonden is, rond de magnetar met de ronduit betoverende naam AXP 1E1547-5408, is het mogelijk de kwestie rond de beginrotaties van magnetars verder te onderzoeken. De nevel is zwak en tot dusver alleen goed waargenomen met behulp van NASA’s röntgentelescoop Chandra. “Deze magnetar is de snelst draaiende van alle bekende magnetars, en dit zou wel eens de reden kunnen zijn dat juist deze magnetar een nevel blijkt te hebben”, zegt Jacco Vink, sterrenkundige verbonden aan de Universiteit Utrecht en eerste auteur van het artikel. Volgens Vink begint het echte werk nu pas: “Pulsar windnevels vormen zich over langere tijd en hun eigenschappen vertellen ons iets over de geschiedenis van de pulsar. En juist voor magnetars is deze ‘archeologische’ bron zo interessant, omdat we nog steeds niet echt weten waarom magnetars zo’n krachtig magneetveld hebben: door een extreem snelle rotatie bij hun geboorte, of juist door een extreem magneetveld van de ster waaruit ze zijn voortgekomen.”

Bron: Nova.

Centrale ster Vlindernevel is loeiheet

Credit: Jodrell Bank/NASA/ESA

De Vlindernevel (NGC 6302)In het sterrenbeeld Schorpioen bevindt zich NGC 6302, alias de Vlindernevel of Insectnevel [1]Dat deze ‘bipolaire planetaire nevel’ op een vlinder lijkt moge duidelijk zijn.. Voor de Hubble ruimtetelescoop was deze planetaire nevel één van de objecten aan de hemel waarmee de optiek ná de reparatiemissie van mei dit jaar werd getest. Onderzoek van een groep sterrenkundigen van de Universiteit van Manchester onder leiding van Albert Zijlstra – goh, klinkt dat even Brits – aan de Vlindernevel toont aan dat de centrale ster met een oppervlaktetemperatuur van 200.000 graden één van de heetste sterren van de Melkweg is. Met die temperatuur is die ster zo’n 35 keer heter dan de Zon, die een bescheiden 6.000 graden telt. Die centrale ster zelf was vanwege omhullende stof- en ijswolken vanaf de Aarde niet te zien, zelfs niet met de ‘oude’ Hubble ruimtetelescoop. Maar dankzij de vernieuwing van de Hubble is de ster wel te zien, met name door de inzet van de nieuwe Wide Field Camera 3 (zie de foto hieronder). En daaruit is niet alleen die extreem hoge temperatuur naar voren gekomen, maar ook een inschatting van de huidige massa van die ster: 0,64 keer de massa van de Zon. De centrale ster van de Vlindernevel was eerst veel zwaarder dan de Zon, maar door de uitstoot van z’n buitenlagen, hetgeen die Vlindernevel heeft veroorzaakt, is de ster in massa geslonken. Het is dan ook een stervende ster, die uiteindelijk als witte dwerg zal eindigen. Een artikel over de vondst van de centrale ster verschijnt binnen kort in het vakblad The Astrophysical Journal en wie niet kan wachten tot die bij de krantenboer ligt kan het artikel hier lezen. Bron: Jodrell Bank.

Credit: Jodrell Bank/NASA/ESA

References[+]

References
1 Dat deze ‘bipolaire planetaire nevel’ op een vlinder lijkt moge duidelijk zijn.

HIFI doet het weer

HIFI, één van de instrumenten in Herschel. Credit: ESA/SRON.

Het Nederlands instituut voor ruimteonderzoek SRON heeft laten weten dat men pogingen gaat doen het HIFI instrument aan boord van de infraroodsatelliet Herschel in januari 2010 weer aan de praat te krijgen. Het Heterodyne Instrument for the Far Infrared, zoals het voluit heet, is een in Nederland ontworpen en gefabriceerd instrument. Op 2 augustus j.l. ging het helemaal fout met de HIFI, want door de vermoedelijke inslag van een kosmisch deeltje in de computer sloeg de Local Oscillator Control Unit (LCU) op hol en dat zorgde ervoor dat een diode in die LCU doorbrandde. Teveel stroom, doorslaande stoppen, komt in de beste huishoudens wel eens voor. 🙂 Sinds die tijd hebben ingenieurs van SRON nauwkeurig bestudeerd wat er precies gebeurd is en hoe HIFI weer aan de praat te krijgen is. Het plan is nu om de HIFI van nieuwe software te voorzien, waarmee ‘ie ergens in januari weer van start zou kunnen gaan. Dat alles moet uiteraard met de nodige voorzichtigheid gebeuren, want een tweede piek in de stroomvoorziening zou wel eens fataal kunnen zijn. Na een testfase zou de HIFI dan weer volledig operationeel zijn en zou ‘ie kunnen worden ingezet voor datgene waarvoor ‘ie bij SRON op de loonlijst staat: onderzoek doen aan het ontstaan van sterren en exoplaneten en metingen verrichten aan de atmosfeer van planeten en kometen in ons zonnestelsel. Bron: SRON.

7/18-12-2009 COP15: MB=HT óf MB=LT?

Credit: COP15.

Kan een titel van een astroblog nog cryptischer zijn? Héhé, ’t loopt inderdaad niet over van duidelijkheid. En toch gaat het iets waar vanaf morgen á lle ogen van de gehele wereld op gericht zijn: de klimaattop in Kopenhagen. Van 7 t/m 18 december 2009 wordt in de Deense hoofdstad de vijftiende Conference of Parties (COP15) gehouden onder auspiciën van de Verenigde Naties. Tenzij je een paar weken onder een steen hebt gelegen weet je dat die top, waar zo’n 200 landen hun regeringsleiders naar toe sturen, gaat over de klimaatverandering op aarde en over de maatregelen die genomen moeten worden om de oorzaken én effecten van die verandering tegen te gaan. Maar over de oorzaken blijkt nogal wat onduidelijkheid te zijn, zoals onlangs nog bleek uit m’n blog over de effecten van kosmische straling op het klimaat en over de zogenaamde kosmoklimatologie, de theorie van de Deen Henrik Svensmark. Gisteren stond in het Opiniekatern van NRC-Handelsblad een goed artikel van Leon de Winter over de klimaatverandering en daar werd nog eens bevestigd wat ik hier al eerder heb betoogd, namelijk dat het helemaal niet bewezen is dat de globale temperatuursstijging het gevolg is van de emissie van CO2 door de mensheid. De vraag is dus of Meer Broeikasgassen (MB) een Hogere Temperatuur (HT) tot gevolg heeft? Is MB=HT? De afgelopen tien jaar bijvoorbeeld blijkt de globale temperatuur op aarde NIET te zijn gestegen, hij is zelfs een tikkeltje gedaald. Moeten we spreken van een lagere temperatuur als gevolg van meer broeikassen, dus van MB=LT, en kunnen we daarmee de beroemde Hockeystick-grafiek van Michael Mann op de vuilnishoop gooien? Da’s de grafiek die de temperatuursstijging van de laatste duizend jaar laat zien, waarbij de extreme stijging van de laatste honderd jaar het uiteinde van de stick vormt. De Winter (what’s in a name) meldt in z’n artikel dat uit recent Australisch onderzoek de suggestie naar voren komt dat meer CO2 helemaal niet leidt tot hogere temperaturen en dat andere broeikasgassen zoals waterdamp en regulerende effecten van wolken veel meer invloed op het klimaat hebben. Ik ben benieuwd wat er de komende 11 dagen allemaal besproken gaat worden in Kopenhagen en wat de regeringsleiders voor mooi compromis tevoorschijn zullen toveren.

Brits UFO-meldpunt is gesloten

Credit: Christian Plass/Pixabay

Het meldpunt voor meldingen van UFO’s (Unidentified Flying Objects) van het Britse Ministerie van Defensie is begin deze maand in stilte gesloten. Zestig jaar geleden werd dat meldpunt opgericht en sindsdien zijn zo’n 12.000 tips en vragen binnengekomen. Vorig jaar belden en mailden nog zo’n 135 burgers naar het UFO-meldpunt. In 95% van de gevallen konden de medewerkers een verklaring geven voor het waargenomen object – hé, dan heb je toch een IFO? 🙂 De overige 5% bleef ongeïdentificeerd. Op de vraag of sluiting van het meldpunt betekent dat het Ministerie van Defensie van mening is dat buitenaards leven niet bestaat wordt geen antwoord gegeven. “The MOD has no opinion on the existence or otherwise of extra-terrestrial life.  However, in over fifty years, no UFO report has revealed any evidence of a potential threat to the United Kingdom”, aldus de website van het ministerie. Door de opheffing van het meldpunt, waar de laatste tijd nog maar één man werkte, denkt Defensie € 48.000 per jaar te kunnen besparen. Britten die UFO’s blijven zien mogen ze voortaan hier melden. 🙂 Bron: NRC-Handelsblad, 5 december 2009.

Wedden dat de LHC het Higgsdeeltje vindt?

Credit: CERN/Alexander Unzicker.

De Large Hadron Collider (LHC), de grootste deeltjesversneller van CERN bij Zürich, is weer aan het draaien en doel nummero uno is het zogenaamde Higgsdeeltje. Dat deeltje werd in 1964 voorspeld door Peter Higgs en het zorgt er voor dat deeltjes zoals protonen en neutronen massa krijgen. Tijdens het proefdraaien heeft de LHC en-passant al het record energieproductie gebroken, dus de verwachtingen zijn hoog. Voor de gokkers onder ons of voor ex-DSB klanten die hun geld willen proberen terug te krijgen is er nu de mogelijkheid om te wedden of de LHC het Higgsdeeltje wel of niet vindt. Bedenker van de site is Alexander Unzicker, een natuurkundige uit München. Hij geeft iedereen de mogelijkheid te gokken op de wel/niet vondst van het Higgsdeeltje tussen nu en 2013. Minimuminleg is geloof ik $ 10, dat wil zeggen dat je contracten kunt kopen die elk een nominale waarde van $ 10,- hebben en die staan voor 100 punten. Hoe het precies werkt moet je hier maar effe checken, want da’s allemaal goktechniek. Bron: Bet on the Higgs.

Dit stipje is iets bijzonders, een paar-instabiliteit supernova

SN 2007bi. Credit: SNfactory

Vroeg in 2007 werd de supernova genaamd SN 2007bi gevonden door het internationale Nearby Supernova Factory (SNfactory).  Waarnemingen aan deze supernova lieten direct zien dat het een bijzonder geval was. Niet alleen was ‘ie zo’n tien keer lichtkrachtiger dan gewone type Ia supernova en bleef ‘ie maandenlang helder zonder af te zwakken, maar ook bleek de ster die SN 2007bi veroorzaakte – de zogenaamde precursor star – minstens 200 zonmassa’s zwaar te zijn geweest. Da’s echt hééél zwaar voor een ster. De kern van die ster moet al minstens 100 zonmassa’s hebben gewogen en sterrenkundigen hebben nu bevestigd dat het gevalletje SN 2007bi de allereerste waargenomen paar-instabiliteit supernova is geweest. Normale type Ia supernovae ontstaan door witte dwergen die gevoed door een nabije ster een kritische massa overschrijden en dan een thermonucleaire explosie ondergaan. Bij de paar-instabiliteit supernovae klapt de kern van een supermassieve ster in elkaar en ontstaan paren van electronen en positronen, d.w.z. materie én antimaterie. Die paren zorgen voor een afname van de thermische druk in de kern en dat levert vervolgens een thermonucleaire explosie op, vele malen krachtiger dan bij een type Ia supernova. Die explosie is zó krachtig dat er in de kern NIETS overblijft, zelfs geen zwart gat. De gehele ster gaat aan gruzelementen, waarbij fotonen in de vorm van gammastraling worden uitgestraald. Bij SN 2007bi werd daarbij ook nog eens 22 zonmassa’s aan silicium en 6 zonmassa’s nikkel de ruimte in geslingerd. Met name door dat nikkel bleef deze supernova zo lang helder. Opvallend aan SN 2007bi is trouwens ook dat ‘ie plaatsvond in een dwergsterrenstelsel. Die dwergstelsels zijn meestal arm aan metalen, d.w.z. aan elementen zwaarder dan waterstof en helium. Men denkt dat dergelijke stelsels een goede afspiegeling zijn van het vroege heelal, toen metalen nog helemaal niet voorkwamen en dat paar-instabiliteit supernova perfect gedijen in dergelijke omgevingen. Bron: Berkely Lab.

Subaru ziet exoplaneet bij zonachtige ster

exoplaneet GJ 758B. Credit: Max Planck Institute for Astronomy/National Astronomical Observatory of Japan

GJ 758 is een ster van helderheid 6m die ruim 50 lichtjaren van ons verwijderd is in het sterrenbeeld Lier. Geen ster waar de gemiddelde amateur-sterrenkundige wakker van zal liggen, maar professionele sterrenkundigen hebben wel degelijk iets bijzonders ontdekt aan deze ster. Om GJ 758 blijkt namelijk een exoplaneet te draaien, gemakshalve maar GJ 758B genoemd, die groter is dan Jupiter – op de weegschaal ergens tussen 10 en 40 Jupitermassa’s  – en die direct gefotografeerd is met de Subarutelescoop op Hawaï. Dá t ze een Jupiterachtige exoplaneet hebben gevonden is geen nieuws, dat ze ‘m direct gefotografeerd ook niet, maar wat wel nieuws is dat is dat GJ 758 de eerste zonachtige ster is waar ze een exoplaneet hebben gevonden en dat de afstand tussen ster en planeet afwijkt van eerder gevonden exoplaneten. GJ 758B staat op zo’n 29 Astronomische Eenheden [1]Eén A.E. is de afstand Aarde-Zon, zeg 149 miljoen km. van de ster, da’s ongeveer de afstand Zon-Neptunus. Andere exoplaneten staan óf dichterbij de centrale ster óf verderweg. De waarnemingen aan GJ 758B werden gedaan met behulp van het High Contrast Coronagraphic Imager with Adaptive Optics (HiCIAO) instrument dat op de Subaru Telescoop zit. Normaal gesproken wordt zo’n exoplaneet volledig overstraald door de ster, maar met HiCIAO is men in staat het licht van die ster af te dekken en de exoplaneet zichtbaar te maken. De oppervlaktetemperatuur op GJ 758B is met 315 °C laag in vergelijking met andere exoplaneten. Kortom, GJ 758B is een bijzonder gevalletje. Er is met de Subaro ook een tweede  kandidaat bij GJ 758 gevonden, die ze ‘C’ noemen, maar deze moet nog bevestigd worden. Bron: Eurekalert.

References[+]

References
1 Eén A.E. is de afstand Aarde-Zon, zeg 149 miljoen km.