De donkere en lichte kant van Gum 19

Dat is ‘m, Gum 19. Credit: ESO.

De Gum catalogus? Nooit van gehoord misschien, maar da’s niet erg hoor. Het is een lijst van 85 emissienevels, opgesteld in 1955 door de Australische sterrenkundige Colin Stanley Gum (1924-1960), destijds werkzaam bij het Mount Stromlo Observatorium in de VS. Al die nevels bevatten gloeiend geïoniseerd waterstof, H II genaamd. Nummer 19 op de lijst is een emissienevel in het zuidelijke sterrenbeeld Zeil (Vela), 22.000 lichtjaar verderop. Als een ware kosmische Januskop heeft Gum 19 twee zijden, een donkere en een lichte. De lichte zijde wordt verlicht door de blauwe superreus V391 Velorum. Het H II-gas in de omgeving van deze ster is maar liefst 30.000 °C, dus dat gloeit er lustig op los. Op de scheidslijn tussen het lichte en donkere gebied is een hele serie nieuwe sterren aan het ontstaan. V391 Velorum is bezig in hoog tempo z’n waterstof en helium op te branden en het gevolg zal zijn dat de ster binnen enkele miljoenen jaren al z’n brandstof verbrast heeft en dan rest ‘m niets anders om als supernova vaarwel tegen de wereld te zeggen. Gum 19 zal dan opnieuw een grondige metamorfose ondergaan. De mooie foto hiernaast is overigens gemaakt met behulp van het infrarood insttument genaamd SOFI, verbonden aan ESO’s New Technology Telescope (NTT) van het La Silla Observatorium in Chili. Hoge resolutieversies van de foto vindt je hier en een video waarin wordt ingezoomd op Gum 19 daar. Bron: ESO.

Lichtecho’s van Cas A wijzen op asymmetrische supernova

lichtecho’s van Cas A. Credit: CfA/KPNO

Cas A is de helderste radiobron aan de hemel. Niet gek dat het object  al in 1947 in het radiogolfgebied werd gedetecteerd, in de tijd dat de radioastronomie nog in haar kinderschoenen stond. Enkele jaren later werd Cas A ook optisch waargenomen en al gauw bleek het te gaan om een expanderende schil van een supernova, die omstreeks 1680 moet zijn geëxplodeerd. Da’s vreemd, want uit dat jaar stamt geen enkele waarneming van waar ook ter wereld van een supernova, terwijl de telescoop toen al zo’n zeventig jaar in gebruik was. Afijn, van die supernova zijn onlangs lichtecho’s waargenomen in omringende gas- en stofwolken [1]Hoe die echo’s met een vertraging van 330 jaar bij de aarde aankomen wordt hier uitgelegd.. In die echo’s zijn zoveel jaar na dato spectra te meten, waaruit blijkt dat Cas A een type II supernova moet zijn geweest – zoals Frank Verbunt in een interessant artikel in de laatste Zenit schreef. Maar uit die lichtecho’s is nog meer af te leiden. Onderzoek van een groep sterrenkundigen onder leiding van Armin Rest (Harvard Universiteit) heeft bijvoorbeeld laten zien dat de expanderende schil van Cas A niet naar alle zijden even snel beweegt. De lichtecho’s maken het mogelijk de schil in 3D te bekijken en Rest en de rest – ahum – zagen dat naar één kant de schil maar liefst 4.000 km per seconde beweegt. Precies in tegenovergestelde richting beweegt zich met een snelheid van 350 km/s de achtergebleven neutronenster. Typisch een voorbeeld van Newton’s derde gravitatiewet actie=reactie. En ook typisch een asymmetrische supernova-explosie. Leuk dat we dat 330 jaar later ontdekken. Bron: Eurekalert.

References[+]

References
1 Hoe die echo’s met een vertraging van 330 jaar bij de aarde aankomen wordt hier uitgelegd.

Deze maankrater onstond op 14 april 1970

De maankrater van de S-IVB. Credit: NASA/GSFC/Arizona State University

Zie de krater hiernaast. Een vers exemplaar, want hij is slechts veertig jaar geleden ontstaan. Op 14 april 1970 om precies te zijn en dat weten we omdat ‘ie door onszelf is veroorzaakt. Dat wil zeggen dat het de inslag was van de derde trap van de Saturnus V raket die de krater vormde. Die derde trap, officieel de S-IVB genoemd, bracht de Apollo 13 naar de Maan. Eh… dat was toch de missie die helemaal misliep? Yep, door een ontplofte zuurstoftank – ook op die gedenkwaardige 14e april 1970 – liep het allemaal anders af en wonder boven wonder heeft de bemanning het allemaal overleeft. Ik zal daar binnenkort op terugkomen, als ‘t allemaal vanwege het 40-jarige ‘jubileum’ – ahum – herdacht wordt. Afijn, die 14e april stortte de S-IVB volgens het boekje neer en dat leverde een dreun op die door het Passive Seismic Experiment van de Apollo 12 gemeten werd [1]Hier is de seismogram van de inslag.. Dat was de bedoeling ook, want dankzij die dreun kon men de structuur van de Maan verkennen, net zoals aardbevingen iets vertellen over het binnenste van de Aarde. De S-IVB krater van de Apollo 13 werd op 5 oktober 2009 gefotografeerd door de Lunar Reconnaissance Orbiter (LRO). De resolutie is een memorabele 0,52 meter per pixel. Hier vindt je de gehele foto van de LRO: zie daar de S-IVB krater maar eens te vinden. Succes d’r mee. 🙂 Bron: Bad Astronomy.

References[+]

References
1 Hier is de seismogram van de inslag.

Rap naar de RAP

De RAP in 2008 met een knoert van een 80cm Dobson. Credit: RAP.

Een poosje terug hadden we in ons koude kikkerlandje de Messier-marathon, welke gehouden zou worden in Melissant. Ik vroeg André Heijkoop, één van de promotors van die jaarlijkse happening, hoe het geweest was en het antwoord was eenvoudig doch teleurstellend: belabberd. De reden zal jullie niet verbazen: slecht weer. Er was nog een uitwijkweekend, 19 en 20 maart, maar ook daar waren de weergoden onze sterrenzonen niet gunstig gezind. Maar André zou André niet zijn als hij geen volgend doel heeft: de RAP. Huh, de RAP, wa’s dat nou? De eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat ik er ook nog nooit van gehoord had, maar het staat voor de Rencontres Astronomiques du Printemps, een sinds 1998 jaarlijks gehouden bijeenkomst in het plaatsje Craponne sur Arzon, 70 km ten zuidwesten van St-Etienne, in het departement Haute-Loire. Het evenement begint op Hemelsvaartdag, 13 mei en het duurt tot zondag de 16e mei. Het speelt zich allemaal op een camping af, vast en zeker zonder de gebruikelijke campinglampen, en de bedoeling van RAP is simpel: met z’n allen (± 400 man/vrouw) waarnemen en genieten van de sterrenhemel daarboven. Een Europese giga-starparty dus, al klinkt Rencontres Astronomiques du Printemps een stuk poëtischer. André is er al twee keer geweest en voor hem geldt zeker: drie keer is scheepsrecht. Wie doet ‘r mee? Meer info: RAP.

G54.1+0.3 trekt stofdeken over nabije stercluster

Dat is ‘ie, G54.1+0.3. Credit: X-ray: NASA/CXC/SAO/T.Temim et al.; IR: NASA/JPL-Caltech

De NASA heeft een compleet bataljon aan waarneeminstrumenten in de ruimte rondzweven en twee daarvan zijn Chandra (röntgenlicht) en Spitzer (infraroodlicht). Die twee hebben ze samen laten kijken naar G54.1+0.3, een uitdijende gas- en stofwolk in het sterrenbeeld Pijl (Sagitta), 20.000 lichtjaar hiervandaan.  Lokatie op rechte klimming 19u 30m 30s | declinatie +18° 52′ 14, mocht je een sterren-TomTom hebben. G54.1+0.3, leuke naam om te onthouden, is afkomstig van een snel roterende pulsar, die we als het witte stipje middenin de blauwe gloed zien, het overblijfsel van een supernova lang geleden. In blauw zien we de hete gaswolken direct rondom de pulsar, röntgenstraling uitzendend. In rood-geel de koelere gas- en stofwolken, die aan zijn gekomen bij een stercluster in de nabijheid – al die gele wazige stippen. Met name het stof wordt door de sterren van die cluster opnieuw verwarmd en dat levert de infraroodstraling op, die gedetecteerd is door Spitzer. Zonder die verwarming zouden die stofwolken vanaf Aarde nooit te zien zijn geweest. Bron: Chandra.

LHC’s hoge energiebotsingen bij 7 TeV zijn begonnen!

LHC’s eerste botsingen. Credit: CERN

Vandaag om 13.06 uur Nederlandse tijd vonden in ‘s wereld grootste deeltjesversneller LHC (Large Hadron Collider) de eerste botsingen tussen protonen plaats bij een recordenergie van 7 TeV. Vanaf dat moment worden duizenden ‘events’ waargenomen, deeltjes die geproduceerd worden door de botsingen en die in de gaten worden gehouden door de vier grote instrumenten ALICE, ATLAS, CMS en LHCb. ‘s Morgens waren er nog wat technische problemen, onder andere met de koeling in één van de acht sectoren van de LHC, maar ‘s middags was alles onder controle en kon de deeltjesversneller opstomen naar 7 TeV. Het valt trouwens niet mee die bundels te laten botsen, want de precisie waarmee dat gebeurt is hetzelfde als wanneer je probeert twee naalden aan weerzijde van de Atlantische Oceaan naar elkaar te schieten en dat ze elkaar dan moeten raken. Ik begreep overigens dat korte tijd later in Rome het plafond van de Domus Aurea – een paleis van keizer Nero uit de eerste eeuw na Christus – naar beneden kwam, maar dat zal op louter toeval berusten. 😉 Afijn, de LHC is begonnen met z’n First Physics, zoals ze het noemen en dat zal hopelijk leiden tot talloze ontdekkingen op het terrein van extra dimensies, donkere materie en Higgsdeeltjes. Bron: CERN.

Kijk daar is Pacman, eh… Mimas

Credit: NASA/JPL/SSI.

Saturnusverkenner Cassini heeft met een hoge resolutie infrarood spectrometer de oppervlaktetemperatuur van de maan Mimas gemeten en in kaart gebracht en dat heeft een opmerkelijke foto opgeleverd. We kennen de maan van Saturnus vooral van de enorme krater Herschel, die Mimas doet lijken op de Deathstar uit de Star Warsfilms. De temperatuursfoto doet sterk denken aan een bekend verschijnsel uit de jaren tachtig: Pacman! 😀 Yep, dat bolletjesetende mannetje, die zelf ook opgegeten kan worden – goh, wat heeft dat ding óók van mij destijds een hoop guldens opgegeten. 🙁 Op de op 13 februari j.l. gemaakt foto lijkt het toch echt alsof Mimas Herschel aan ‘t opeten is. Links aan de rand van Mimas is de temperatuur zo’n 92 Kelvin (-181 °C), in ‘t blauwe gedeelte is dan een stuk kouder: ca. 77 K. In Herschel is weer een ‘hotspot’ van zo’n 84 K. Mimas is omgeven door een dikke ijslaag en wellicht dat de opvallend gevormde temperatuursverschillen verband houden met de ‘textuur’ van het ijs. Bron: NASA/JPL.

Een overzicht van de verschillende typen supernovae

Welke supernovae zijn er allemaal? Credit: NASA.

[Update-1]: Er zijn drie nieuwe klassen van superlichtsterke supernovae voorgesteld, SLSN-R, SLSN-I en SLSN-II. Deze zijn nog niet verwerkt in onderstaande tabel. [Update-2] Inmiddels heb ik een nieuw overzicht gemaakt, met alle nu (oktober 2018) bekende typen supernovae.

Er zijn heel wat soorten supernovae, sterren die met een enorme kracht exploderen en die tot miljarden lichtjaren afstand vanaf Aarde te zien zijn. Ik heb eens op een rijtje gezet welke typen supernovae worden onderscheiden (met de twee meest bekende supernovae vet weergegeven):

TypeVeroorzakerEigenschappenVoorbeeld
Ia ('thermonuclear supernovae')Twee botsende witte dwergen óf een witte dwerg en een begeleidende gewone sterGeen waterstof (H I), wel geïoniseerd silicium (Si II), nikkel en ijzerSN 2003fg
Ib ('stripped core-collapse supernovae')Zware Wolf-Rayet ster in dubbelstersysteem, die het waterstof in z'n buitenlagen aan de begeleider kwijtraakt voordat hij explodeertGeen H-I, wel niet-geïoniseerd helium (He I), geen absorptielijn Si II.SN 2008D
Ic ('stripped core-collapse SNe', wellicht 'pair instability SNe')Nog zwaardere ster dan van Ib, ook in dubbelstersysteem, die waterstof én helium kwijtraakt aan z'n begeleider. M > 140 zonmassa, dan 'pair instability SNe'.Geen waterstof (H I), zwakke of geen He I, geen Si II.SN 2007bi
Ipec (type I peculiar)Zware Wolf-Rayet ster. Heeft z'n buitenlagen van waterstof en helium verloren.Supernovae van het type I die niet in de andere categorieën passen.SN 1885A
IIb ('core-collapse supernova')Zware ster (minimaal 8 zonmassa's). Het is de heliumkern van een rode superreus, die explodeert.Drie maanden na het maximum wordt helium zichtbaar (transparant). Lijkt op Ib supernovae, is een soort tussenvorm tussen type II en Ib.CAS A (1680)
II-L ('core-collapse supernova')Zware ster (minimaal 8 zonmassa's)Geen plateau in de lichtcurve, maar lineaire daling helderheidSN 1979C
IIn ('core-collapse supernova')Zware ster (minimaal 8 zonmassa's)Geen brede maar nauwe absorptielijnen (type IIn, 'n' voor narrow)SN 2005gl
II-P ('core-collapse supernova')Zware ster (minimaal 8 zonmassa's)Kenmerkend door het plateau in z'n lichtcurve (type II-P, de 'P' staat voor plateau). Brede absorptielijnen.SN 2004dj
IIpec (type II peculiar)Zware ster (minimaal 8 zonmassa's)Supernovae van het type II die niet in de andere categorieën passen, ter vervanging van Fritz Zwicky's SN III, SN IV en SN V.SN 1987A

Best wel veel, nietwaar? Misschien dat ik de tabel nog wel eens uitbreidt met een kolom ‘restant’, d.w.z wat er precies overblijft in de kern na de supernova. Soms is dat een neutronenster, soms een zwart gat, soms helemaal niets. Ik heb de gegevens overigens uit allerlei bronnen gehaald, o.a. Wikipedia. Wie aanvullingen en/of opmerkingen heeft: laat het even weten, kunnen we ‘m aanpassen of aanvullen. Je zegt ‘t maar. 🙂

ESA laboratorium verhuist van Nederland naar Spanje

De handtekeningen waarmee het lab naar Spanje verhuist. Credit: ESA.

Vorige week donderdag is met één pennestreek bekrachtigd dat het High-Power Radio Frequency Laboratory van de Europese ruimtevaartorganisatie ESA verhuist van ESTEC in Noordwijk naar Valencia in Spanje. De handtekeningen daartoe werden gezet door Michel Courtois, technisch directeur bij de ESA, en Francisco Camps Ortiz, president van het bestuur van Valencia. Het laboratorium krijgt onderdak bij het Valencia Space Consortium (VSC), dat gerund wordt door twee plaatselijke universiteiten. Het laboratorium is bedoeld om te kijken welke effecten radiogolven met groot vermogen hebben op ruimtevoertuigen, zowel de bemande als onbemande. Mmmm, leuk voor Spanje dat ze er een lab van de ESA bij krijgen, maar minder leuk natuurlijk voor ESTEC (European Space Research and Technology Centre) in Noordwijk, het technische en administratieve “hart” van de ESA. Niet te hopen dat ook andere onderdelen gaan migreren, want dan blijft er van dat hart weinig over. Bron: ESA.