16 mei opening nieuwe sterrenwacht in Zevenaar

Sterrenwacht Corona Borealis. Credit: Corona Borealis

Eindelijk staat hij er dan: de nieuwe sterrenwacht van Stichting Corona Borealis! Zondag 16 mei om 14:00 uur zal burgemeester Jan de Ruiter van Zevenaar samen met de voortrekker van dit project de heer Willem Bekkers de nieuwe gebouwen feestelijk openen! Aan de opening wordt tevens meegewerkt door professor Kuipers, hoogleraar astronomie aan de universiteit Nijmegen. De op het voormalig zwembadterrein De Breuly gebouwde sterrenwacht biedt nieuwe mogelijkheden voor inwoners van Zevenaar, Arnhem en omstreken om kennis te maken met de sterrenhemel, planeten en het heelal. Naast de fantastische locatie waar wekelijks naar de sterren gekeken kan worden is er ook een nieuwe samenwerking ontstaan tussen Corona Borealis en de Duitse sterrenwacht in Goch/Kleve. En door een gezamenlijk opgezet educatief uitwisselingsprogramma, wordt astronomie ook toegankelijk gemaakt voor leerlingen van het middelbaar onderwijs in de grensstreek. De nieuwe sterrenwacht staat symbool voor een unieke samenwerking. De sterrenwacht is volledig door een team van vrijwilligers gebouwd. Daarnaast werd de bouw mogelijk gemaakt dankzij de ondersteuning van onder andere de oud-burgemeester van Didam, de heer Paul Peters, de Gemeente Zevenaar, Baston Wonen, de Rabobank, het VSBFond, het EUREGIO fonds, de firma Lugarde alsmede de inzet van diverse organisaties uit de regio. Graag willen we daarom samen deze opening vieren. U bent welkom op zondag 16 mei van 14:00 tot 16:00. De officiele openings-handeling vindt plaats om 14.00 uur. Lokatie: Breulylaan 3, Zevenaar. Bron: Corona Borealis.

Tataratááá, de 2XMM-DR3 catalogus is verschenen!

Dat is ‘m, 2XMM J083026+524133.  Credit: ESA XMM-Newton/EPIC (G. Lamer)

Nee dames, helaas, het gaat niet om de nieuwste versie van de Neckermann- of Wehkampgids. We hebben het over de derde catalogus van röntgenbronnen verzameld door de Europese satelliet XMM-Newton. Aan de tweede versie – 2XMMi-DR2 uit 2008 – werden 42.000 nieuwe bronnen toegevoegd en dat brengt het totale aantal bronnen op een kwart miljoen. Met z’n blikveld van 30 boogminuten bekijkt de XMM-Newton normaal gesproken zo’n 600 objecten per jaar. Huh, hoe komt ‘ie dan aan 42.000 nieuwe röntgenbronnen? Nou simpel, die 600 bronnen zijn bijzondere objecten, die op basis van wetenschappelijke voorstellen (‘proposals’) uitgebreid worden bestudeerd. Terwijl XMM-Newton dat doet én tijdens het zwenken van het ene naar het andere te bestuderen object bekijken extra instrumenten naar de röntgenhemel en dit piggy-backing levert per object zo’n 70 nieuwe objecten op, waarvan 98% nooit eerder is gezien. Eén van de ontdekte objecten is een enorme cluster van sterrenstelsels genaamd 2XMM J083026+524133, op de keukenweegschaal goed voor zo’n 5 x 1014 zonmassa’s. Op de afbeelding zie je die cluster in beeld. Het actieve sterrenstelsel linksboven in beeld was het oorspronkelijke object dat XMM onderzocht, 2XMM J083026+524133 was de bijvangst.  De sterrenkundigen hopen dat XMM-Newton over 5 á 6 jaar maar liefst een half miljoen röntgenbronnen in kaart zal hebben gebracht. Ik spreek jullie dan weer. 😉 Bron: ESA.

Voor ’t eerst waterijs ontdekt op een planetoïde

Ook planetoïden bevatten water(-ijs). Creit: NASA/JPL-Caltech/T. Pyle (SSC)

We hadden afgelopen jaar al zekerheid over water in de vorm van waterijs op Mars en op de Maan, maar daar kunnen we nu ook planetoïden aan toevoegen. Van planetoïden hadden we altijd het idee dat die rotsachtig én droog waren, in tegenstelling tot kometen, die vuile sneeuwballen waren. Maar twee onafhankelijke teams van sterrenkundigen hebben nu waterijs aangetoond op het oppervlakte van de planetoïde 24 Themis, eentje die zich ophoudt in het gebied tussen Mars en Jupiter. De planetoïde is ontdekt op 5 april 1853 en het is de grootste van de zogenaamde Themis-familie. Het vermoeden van ijs op Themis was al in 1998 door één van die teams geuit, maar een team heeft met behulp van NASA’s Infrared Telescope Facility op Hawaï met zekerheid waterijs gezien mét organische moleculen daarin, inclusief polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s). Op grond van de afstand tot de Zon zou Themis een ijslaag van 1 meter dikte per jaar moeten verliezen door verdamping, maar kennelijk is er een proces waardoor nieuw ijs wordt aangemaakt. Wellicht dat Themis ooit gebotst is met een ijsachtig object, zoals een komeet uit de Kuipergordel, of dat het ijs stamt uit een vroegere tijd en dat het lange tijd verborgen heeft gelegen onder rotslagen en dat het nu weer tevoorschijn komt. Men denkt dat kometen én planetoïden zoals Themis ooit aan de basis hebben gestaan van de oceanen op Aarde, dus sterrenkundigen zullen vast en zeker verder onderzoek gaan doen. Bron: New Scientist.

Een mooie video van twintig jaar Hubble

Afgelopen zaterdag vierden wetenschappers van NASA en ESA dat de Hubble ruimtetelescoop twintig jaar in de ruimte verblijft. Op 24 april 1990 bracht de Discovery ‘m omhoog met STS-31 (met aan boord piloot Charles Bolden, nú hoofd van de NASA), op 6 december 1993 kreeg Hubble met STS-61 een nieuwe bril omdat ‘ie voor die tijd onscherp zag. Deze en véle andere feiten over twintig jaar Hubble zijn te zien in deze boeiende video die de NASA heeft uitgebracht:

Mocht je in de video een bekende stem horen, dan kan dat kloppen. Brent Spiner, de acteur die Data speelde in Star Trek: The Next Generation is de verteller. Bron: Bad Astronomy.

Is HIP 21158 een zusterster van onze Zon?

De zoektocht naar mogelijke verwanten van de Zon. Credit: A. Brown et al.

Sterrenkundigen denken dat sterren altijd in groepen ontstaan. Kijk naar één van die grote gas- en stofwolken in onze Melkweg, de Orionnevel in het gelijknamige sterrenbeeld, zie hoe daar masa’s sterren aan het ontstaan zijn, en het mag duidelijk zijn dat dá t de wijze is waarop sterren worden geboren. Van de Zon heeft men het idee dat die zo’n 5 miljard jaar geleden uit een groot stervormingsgebied ontstond tegelijk met wel duizend andere sterren, broertjes, zusjes, geef ’t maar een naam. Tegelijk weet men dat die sterren door gravitationele wisselwerking op een gegeven moment ‘het nest’ gaan verlaten en dan gaan zwerven. Vele sterrenkundigen hebben getracht die verwanten (‘siblings’) van de zon te vinden en dat blijkt best lastig te zijn. Die duizend verwanten zouden zich nú namelijk binnen een volume van zo’n 3000 lichtjaar moeten bevinden. Klinkt redelijk dichtbij, ware het niet dat zich in dat volume nog eens 100 miljoen andere sterren bevinden, die elders ontstonden. Op grond van snelheden en afstanden van sterren zou je mogelijke verwanten kúnnen vinden. Anthony Brown (Missouri State University, VS) en collegae (waaronder de Nederlander Simon Portegies Zwart) hebben de Hipparchos-catalogus erop na geplozen, waarin gegevens van zo’n 100.000 nabije sterren staan, en daar kwam – enigzins teleurstellend – uit dat er maar één mogelijke kandidaat is die ontstaan zou kunnen zijn in dezelfde wolk als waaruit de Zon is voortgekomen: een wit gekleurd sterretje van magnitude  7 in het sterrenbeeld Stier dat HIP 21158 heet.  Mmmm, moet die niet hernoemd worden in Sol 2? Meer info in dit artikel: The Quest for the Sun’s Siblings: an Exploratory Search in the Hipparcos Catalogue. Bron: Technology Review.

Video: 30 seconden Saturnus V lancering in 8 minuten

Meestal is het andersom: dat je dingen die acht minuten duren versneld in 30 seconden laat zien, zoals bij die timelapse filmpjes. Maar de lancering van de Saturnus V in 1969 met z’n vijf geweldige F1 motoren kan je ook vertraagd weergeven (30 seconden in 8 minuten) en dat is súbliem om te zien. Ik heb de beelden eerder al laten zien vergezeld van een dramatisch geluidje uit de Battlestar Galactica. Maar dit keer zijn ze van uitstekend commentaar voorzien van Mark Gray en deze video krijgt van mij dan ook het stempel “Moet je zien!” (tip: zet full screen aan):

Schitterend, nietwaar? De beelden werden geschoten met een 16 mm camera op 16 juli 1969 bij de lancering van de Apollo 11, een respectabele 500 frames per seconde. Bron: Universe Today.

APOLLO schiet met een laser op de Lunochod 1

De hervonden Lunochod 1 (© NASA/ GSFC / ASU / Laboratory for Comparative Planetology)

Huh, “APOLLO schiet met een laser op de Lunochod 1“? Breekt de Koude Oorlog weer uit, die in de jaren zestig in de ruimte werd uitgevochten tussen de VS en de Sovjet-Unie in de vorm van een wedloop wie de eerste in de ruimte en daarna het eerste op de maan zou zijn? Nee, wees gerust, niets van dat alles. Ten eerste dat APOLLO. Ik heb het niet over het beroemde Apollo-programma, dat uiteindelijk als eerste een mens op de Maan zette in 1969, maar over de Apache Point Observatory Lunar Laser-ranging Operation. Ach ja, natuurlijk, da’s ook een APOLLO. 😉  Wetenschappers verbonden aan dat project schieten op allerlei doelen laserlicht af om daarmee de algemene relativiteitstheorie van Einstein én alternatieve theorieën te testen. Enkele van die doelen zijn de laserreflectoren die op de maan staan en die ooit zijn achtergelaten door de Amerikaanse Apollolanders én de Russische Lunochods. En dan komen we meteen op die Lunochod 1 uit, een karretje dat de Russen op 17 november 1970 op de Maan plantten en dat zo’n reflector aan boord had. Op een gegeven moment was men het zicht op ’t karretje helemaal kwijt, maar op 30 november 2009 hervond de Amerikaanse Lunar Reconnaissance Orbiter (LRO) de Lunochod 1 [1]Een poosje terug heeft dezelfde LRO ook de Lunochod 2 hervonden. Daarvan was de positie van de reflector wel bekend, maar die schijnt slecht afgesteld te zijn. “Sub-optimal” zoals ze dat … Continue reading  en sindsdien kan APOLLO naar hartelust laserstralen afvuren. Door de exacte vertrek- en aankomsttijden te meten kan de afstand tot de maan tot op 1 mm nauwkeurig worden gemeten. Door ook gegevens van andere reflectoren erbij te nemen kan men ook een indruk krijgen van de (verandering van de) grootte van de Maan. Kortom, alleen maar vredelievend wetenschappelijk onderzoek, geen Koude Oorlog meer. 🙂 Bron: Planetary Society.

References[+]

References
1 Een poosje terug heeft dezelfde LRO ook de Lunochod 2 hervonden. Daarvan was de positie van de reflector wel bekend, maar die schijnt slecht afgesteld te zijn. “Sub-optimal” zoals ze dat noemen.

STS-132 > 134 > 133 wordt STS-132 > 133 > 134

Het logo van missie STS-134. Credit: NASA

Hoezo verwarrend. De volgorde van de laatste drie vluchten van de Space Shuttles is weer eens veranderd. Zoals ik een week geleden nog schreef wás de volgorde dat eerst missie STS-132 (Atlantis) zou plaatsvinden, dan STS-134 (Endeavour) en tenslotte STS-133 (Discovery). Belangrijkste vlucht van dit drietal wetenschappelijk gezien is STS-134, die de loodzware Alpha Magnetic Spectrometer (AMS) naar het internationale ruimtestation ISS moet brengen, het apparaat waarmee ze donkere materie hopen waar te nemen. Maar wat blijkt: een supergeleidende magneet in de AMS is niet goed genoeg en er moet een beter exemplaar worden ingebouwd. De huidige magneet zal het 2 á 3 jaar uithouden, maar men wil er eentje plaatsen die veel langer meegaat, wel 18 jaren. En daarom is de lancering van de STS-134, oorspronkelijk gepland voor 29 juli a.s., uitgesteld tot ergens in november dit jaar. Kortom, de volgorde is weer keurig STS-132, dan 133 en tenslotte 134. De AMS-missie wordt daarmee ook gelijk de á llerlaatste missie van een ruimteveer. De eerstvolgende missie, die van de Atlantis, staat gepland voor een lancering op vrijdag 14 mei a.s. Goh, Hemelvaartsdag, wat toevallig. 🙂 Bron: Universe Today.

Nou is ’t zeker: Europese reuzentelescoop komt op Cerro Armazones in Chili

Credit: ESO

Bij m’n bericht op 5 maart j.l. was het nog een advies van de een of andere commissie van de ESO – the European Southern Observatory, die al die observatoria in Chili exploiteert – om de European Extremely Large Telescope (E-ELT) op de Cerro Armazones in Chili te stationeren. Maar nu is het een besluit! De ESO-raad heeft namelijk Cerro Armazones definitief uitgekozen als locatie voor die nieuwe 42-meter E-ELT. Cerro Armazones is een 3060 meter hoge berg in het centrale deel van de Atacama-woestijn in Chili, ongeveer 130 kilometer ten zuiden van de stad Antofagasta en zo’n 20 kilometer van Cerro Paranal, waar ESO’s Very Large Telescope (VLT) staat. De volgende stap voor ESO is de bouw van de E-ELT, een extreem grote optische/infrarood-telescoop met een hoofdspiegel met een diameter van 42 meter. De E-ELT wordt “het grootste oog op de hemel” – de enige telescoop in zijn soort ter wereld. ESO maakt momenteel samen met de astronomische gemeenschap gedetailleerde constructieplannen. De E-ELT zal zich richten op de meest urgente vragen binnen de astronomie en kan uiteindelijk onze kijk op het heelal revolutionair veranderen, net zoals Galilei’s telescoop dat 400 jaar geleden deed. Het uiteindelijke groene licht om te gaan bouwen wordt eind 2010 verwacht, en de ingebruikname in 2018. De beslissing over de E-ELT-locatie is genomen door afgevaardigden van ESO’s veertien lidstaten, gebaseerd op een uitgebreid vergelijkend meteorologisch onderzoek, dat een paar jaar in beslag heeft genomen. De meeste gegevens die tijdens de selectieperiode zijn verzameld, zullen in de loop van dit jaar openbaar worden gemaakt. Bij de selectie van de locatie moesten verschillende factoren worden afgewogen. Daarbij ging het in de eerste plaats om de ‘astronomische kwaliteit’ van de atmosfeer, zoals het aantal heldere nachten, de hoeveelheid waterdamp en de ‘stabiliteit’ van de atmosfeer. Maar er moest ook rekening worden gehouden met de constructie- en operationele kosten, en de operationele en wetenschappelijke synergie met andere grote waarneemfaciliteiten (VLT/VLTI, VISTA, VST, ALMA, etc.) In maart 2010 kreeg de ESO-raad een voorlopig rapport met de belangrijkste conclusies van het E-ELT Site Selection Advisory Committee. Deze conclusies bevestigden dat alle onderzochte locaties van de uiteindelijke shortlist (Armazones, Ventarrones, Tolonchar en Vizcachas in Chili, en La Palma in Spanje) uitstekende locaties zijn voor astronomische waarnemingen, ieder met zijn eigen kracht. Het technische rapport concludeerde dat Cerro Armazones, bij Paranal, duidelijk de voorkeur heeft, omdat de waarneemcondities er het beste zijn en er kan worden geprofiteerd van de nabijheid van de faciliteiten van ESO’s Paranal-sterrenwacht. Cerro Armazones en Paranal delen dezelfde ideale omstandigheden voor sterrenkundige waarnemingen, met meer dat 320 heldere nachten per jaar. Bron: Nova.