Nieuwe website over toekomstige aardscheerders

Aardscheerders in ’t zonnestelsel. Credit: IAU

Een nieuwe website geeft een overzicht van planetoïden die de komende 200 jaar langs de aarde scheren. Eens per ongeveer 200 jaar wordt de aarde getroffen door een middelgrote planetoïde (diameter 40-1000 m) die grote schade kan veroorzaken. En eens per circa 2 miljoen jaar slaat een planetoïde in die vergelijkbaar is met de planetoïde die een einde maakte aan het tijdperk van de dinosauriërs. Van de grote aardscheerders (diameter groter dan 1000 m) is nu zo’n 85% in kaart gebracht; van de middelgrote en kleinere planetoïden is dat waarschijnlijk slechts zo’n 1 procent. Dagelijks regent er ongeveer 100 ton aan interplanetair gruis op de aarde, veroorzaakt door gefragmenteerde kometen en planetoïden (zichtbaar als meteoren of ‘vallende sterren’). Een paar keer per jaar botst een planetoïde ter grootte van een auto met de aardatmosfeer en verbrandt als een vuurbal. Maar objecten groter dan circa 25 meter verbranden slechts gedeeltelijk, waardoor brokstukken het aardoppervlak kunnen bereiken: meteorieten. Eens per circa 200 jaar wordt de aarde getroffen door een planetoïde met een diameter van 40 tot 1000 m, die lokaal grote schade kan veroorzaken. En in het geval van een inslag in zee komen daar de tsunami’s bij, over een nog veel groter gebied. Eens per circa 2 miljoen jaar wordt de aarde getroffen door een planetoïde met afmetingen groter dan 1000 m. Zoals 65 miljoen jaar geleden, toen de inslag van een reusachtige planetoïde (met een geschatte diameter van 10 km) de Chicxulub-krater (diameter circa 265 km) veroorzaakte in Yucatan, Mexico, en een einde maakte aan het tijdperk van de dinosauriërs. Voor de Amerikaanse overheid is dit reden genoeg om alle planetoïden die in de buurt van de aarde kunnen komen (de zogenaamde Near Earth Asteroids, NEAs) en die een diameter hebben van meer dan 140 m, te inventariseren en nauwlettend te blijven volgen. En op korte termijn zal de grens bij 40m of 25 m gelegd moeten worden. Van de NEA’s, of aardscheerders, groter dan 1000 m zijn er nu ruim 800 bekend, ongeveer 85% van het geschatte aantal. Van de aardscheerders met diameters tussen de 1000 m en 140 m zijn er circa 6200 bekend, grofweg 25% van het geschatte aantal. Het aantal aardscheerders met afmetingen tussen 140 m en 25 m wordt geschat op circa 11 miljoen, waarvan momenteel slechts zo’n 1% bekend is. Het zijn vooral Amerikaanse observatoria die speuren naar planetoïden. In de jaren ’70 was een groep Leidse astronomen zeer actief betrokken bij het ontdekken van planetoïden. In de jaren ’80 heeft de Nederlands/Engelse/Amerikaanse infrarood satelliet IRAS ruim 4000 planetoïden waargenomen, waaronder een enkele aardscheerder. Sinds eind 2009 ontdekt de Amerikaanse infrarood satelliet WISE tientallen aardscheerders per maand. De Internationale Astronomische Unie (IAU) geeft op haar website onder de kop Near Earth Asteroids (NEAs) een chronologisch overzicht van mijlpalen van het onderzoek naar aardscheerders. Bovendien is er een overzicht te vinden van aardscheerders die binnen de afstand aarde-maan langs de aarde scheerden en scheren in de periode A.D. 1900 – 2200. De webpagina, die is samengesteld en wordt onderhouden door SRON-onderzoeker Karel A. van der Hucht, demonstreert dat er nog veel moet gebeuren. “De astronomische gemeenschap zal haar inspanningen aanmerkelijk moeten vergroten, willen we binnen twintig jaar een min of meer compleet overzicht hebben van de planetoïden die de aarde bedreigen,” zegt Van der Hucht. Van der Hucht is vertegenwoordiger van de IAU in het United Nations Committee on the Peaceful Uses of Outer Space (UN-COPUOS), dat zich sterk maakt voor NEA-inventarisatie en mogelijke maatregelen tegen inslag. De IAU webpagina registreert meer dan 500 relevante mijlpalen van NEA-onderzoek en – passages, met verwijzing naar de originele bronnen. Bron: Nova.

Hé, dat zijn wij… 2x

De Aarde, gefotografeerd door Akatsuki. Credit: JAXA.

Japan is de laatste tijd nogal in het nieuws op ruimtevaartgebied. Nee, niet vanwege het eerste ruimtebier, door de Japanse firma Sapporro met in de ruimte gekweekte gerstekorrels gebrouwen, want da’s oud nieuws. Waar ik het over heb is de Venus-klimaatsonde Akatsuki, op 20 mei j.l. gelanceerd tesamen met het ruimtezeilschip Ikaros, en de Hayabusa, die volgende maand terugkeert van een lange reis naar de planetoïde Itokawa. Zowel de Akatsuki als de Hayabusa dachten op een gegeven moment bij zichzelf  ‘kom, laat ik maar eens onze Moederplaneet Aarde fotograferen’. En aldus geschiedde, links het resultaat van Akatsuki en rechts dat van Hayabusa. De foto van Akatsuki is een vertrouwd beeld. Zo’n blauw-witte rand van de Aarde, die hebben we zo vaker gezien, onder andere door foto’s van het Apolloprogramma.

Aarde én Maan, gefotografeerd door Hayabusa. Credit: JAXA.

Akatasuki nam de foto op een afstand van 250.000 km. De rechterfoto is een stukkie ingewikkelder. Hayabusa nam ‘m op 12 mei j.l. vanaf 13,5 miljoen km afstand, tikkeltje verderweg dus en naast de Aarde en Maan zijn er ook talloze volgsterren op te zien in de sterrenbeelden Steenbok, Waterman en Boogschutter. Die sterren moeten Hayabusa naar huis geleiden, onze eigen planeet, waar een deel op 13 juni weer per parachute zal landen – hopelijk mét monsters van Itokawa aan boord. Op het onderste deel van de foto hebben ze al die hinderlijke namen weggefilterd en hou je prachtig onze planeet en ’t maantje over. Bron: Space.com.

Wowie, het ISS én Jupiter overdag gefotografeerd

Van het ISS weten we dat amateurs zoals Ralf Vandebergh ‘m regelmatig fotograferen en dat ze er dan in slagen dat ruimtestation met een verbazingwekkende resolutie vast te leggen. Maar het kan altijd weer een stap verder, zoals die gedenkwaardige 29e maart, toen de Griek Anthony Ayiomamitis ‘m met z’n 16 cm AP 160 f/7.5 StarFire EDF overdag fotografeerde. Het ISS passeerde toen net de planeet Jupiter:

Credit: Anthony Ayiomamitis

Het was toen ongeveer 9 uur ’s morgens – zonnetje stralend aan de hemel – en het geschiedde ergens in Athene. Eigenlijk is de foto hierboven een compositie van twee foto’s, zeer kort na elkaar gemaakt. Eerst stond het ISS rechts van Jupiter, daarna links. De pijlen laten zien dat gezien vanaf Ayiomamitis’ positie het ISS voor Jupiter langs moet zijn gevlogen. Had Ayiomamitis z’n tweede foto een tiende van een seconde eerder gemaakt dan had hij vast dé astronomische foto van de eeuw gemaakt: het ISS dat voor Jupiter passeert. Da’s niet alleen een kwestie van timing, maar ook van lokatie: een paar straten verderop in Athene zou het ISS boven of onder Jupiter door zijn gaan i.p.v. voorlangs. Maar goed, het blijft een prachtige foto. In de bron (Bad Astronomy) zijn overigens nog meer mooie amateurplaatjes te vinden, zoals weer eentje van Jupiter, óók overdag gefotografeerd. Maar dan met meer resolutie. Kijk zelf maar even. Bron: Bad Astronomy.

Binnenste halo Melkweg zit vol kosmische bubbels

Kosmische bubbels boven het Melkwegvlak. Credit: A Ford (U. Michigan) and N. McClure-Griffiths (CSIRO Astronomy and Space Science).

Onderzoek met de Australische Parkes radiotelescoop heeft laten zien dat de binnenste halo van de Melkweg vol zit met enorme bubbels vol waterstofgas. De bubbels bevinden zich zo’n 400 tot 10.000 lichtjaar voorbij de platte schijf van de Melkweg. Gemiddeld zijn die bubbels 200 lichtjaren in doorsnede en bevatten ze waterstofgas in massa vergelijkbaar met 700 zonnen. Onder leiding van Naomi McClure-Griffiths (CSIRO Astronomy and Space Science) onderzocht men 650 van die kosmische champagnebubbels en de uitkomst was dat sommige delen van de halo veel meer van die bubbels bevatten dan andere delen. De regio’s met veel bubbels bleken – niet toevallig – ook een grotere stervorming te kennen dan de overige gebieden. Kennelijk is er een direct verband tussen de bubbels en stervorming, al is er wel een kip-of-ei-vraag. Bekend is dat massieve sterren zelf ook in staat zijn hun directe omgeving met hun sterrenwind en uiteindelijk een supernova-explosie ‘schoon te vegen’ en aldus bellen te vormen á¬n het interstellaire gas. Dergelijke bellen kunnen op hun beurt weer de aanleiding zijn tot stervorming, zoals ruim 4,5 miljard jaar geleden een nabije supernova de vorming van het zonnestelsel inleidde. Verder onderzoek moet het preciese verband opleveren tussen de bubbels, supernovae en stervorming. Eh… o ja en met donkere materie, want die speelt op de achtergrond wellicht ook nog een rol. Bron: Science Daily.

Verband gevonden tussen zwarte gaten en bolhopen

Neem s.v.p. notie van de volgende vergelijking:

Mbh= mbh/* x N1,11

M87 met duizenden bolhopen. Credit: Canada-France-Hawaii Telescope, J.-C. Cuillandre (CFHT), Coelum

waarin Mbh de massa van het superzware zwarte gat is, mbh/*=1,3 x 105 zonmassa en N het aantal bolvormige sterrenhopen. Het duo Andreas Burkert en Scott Tremaine, sterrenkundigen op het Institute for Advanced Study in Princeton, New Jersey, denkt dat deze correlatie tussen de massa van de superzware zwarte gaten en het aantal bolhopen geldt voor elliptische sterrenstelsels. Hoe zwaarder het zwarte gat in de kern van die stelsels des te meer bolhopen zich in de halo eromheen bevinden. Neem bijvoorbeeld M87, het bekendste elliptische stelsel in de Virgocluster, die in haar binnenstad een reusachtig zwart gat van ruim 6 miljard zonmassa’s herbergt. Om M87 heen zweven zo’n 15.000 bolhopen, ieder een paar honderdduizend tot miljoenen sterren tellend. Fornax A daarentegen, ook een groot elliptisch stelsel, heeft een zwart gat van ‘maar’ 150 miljoen zonmassa en dús minder bolhopen: zo’n 1200. Burkert en Tremaine denken dat het verband tussen de massa van zwarte gaten en het aantal bolhopen te maken heeft met het ontstaan van de elliptische stelsels in het vroege heelal. Beiden, elliptische stelsels en bolhopen, bestaan uit oude sterren. Grote elliptische sterrenstelsels ontstaan vermoedelijk door botsingen van kleinere stelsels en bij die botsingen ontstaan ook bolhopen, zoals is waargenomen bij de botsing van het bekende Antennestelsel in het sterrenbeeld Raaf. Bron: Physics World.

ATT

Poeh…eindelijk lekker plat uitpuffen op de bank!!

Niet dus!!…..ik heb namelijk  “de almachtige Astroblog-baas” Adrianus V beloofd om “een aardig stukkie” te schrijven over de ATT.

Enne….ATT staat in goed Duits (?) voor Astronomische Tausch und Trodel, een hele grote astrobeurs gehouden in de “Gesamtschule Bockmuhle in Essen”, net over de grens. Zeg maar net zoiets als “Astrofest” in London maar dan middels een “laagvlieg-scheurpartij” van een uurtje of twee over de “asfaltluchtwegen van de duitse autobahen” makkelijk met de auto bereikbaar! Vanochtend in alle vroegte aan de rand van Dordecht ( zorgvuldig dichtgetimmerd vanwege het mega-evenement “Dordt in stoom”, ook een aanrader trouwens!) opgepikt door astrovriendje Cees om zo rond een uurtje of 10 voor de ingang van de ATT fris, vrolijk en hoopvol weer op te duiken. Boekje gekregen, vervolgens Kaartje gekocht,  in de vorm overigens van een vijfpuntige gele ster die je op je jasje kon opprikken, waarna enkele Hollanders met gevoel voor humor en een tikkie historisch  besef het toch niet konden na-laten om even hier en daar een….eh…”opmerking” te plaatsen, als je begrijpt  wat ik bedoel…Nou ja, had wellicht iets handiger gekund, maar goed dit terzijde want daar kwamen we tenslotte niet voor!! De ATT is in feite éne grote gigantische “astronomische snoepwinkel” waar je je werkelijk helemaal bankroet kunt kopen aan de meest uiteenlopende “astrospeeltjes”. Van de simpelste oculairen van een eurotje of 30 tot complete meg- telescopen van een eurotje of 30 000!!! Vooral de “gymzaal” is een plek waar je materieel erg gelukkig kunt worden en derhalve  financieel erg ongelukkig!! Ikzelve heb meestal geen wensen als ik naar de ATT ga, doch niet deze keer want ik heb namelijk besloten om na vele jaren van felle kritiek mezelve dan eindelijk toch te willen verwennen met een heus GoTo-systeem voor mijn telescoop!! Ja…ja…meneer Brandt komt eindelijk “uit de astronomische kast” en heeft zijn dyehard principle van “GoTo is voor watjes, Fuzzy Blobs zoek je op met een sterrenkaart en zoeker” aan de sterrenkundige wilgen gehangen. Zat laatst in de biesbos weer eens te tobben met mijn sterrenkaarten, moeizaam mijn weg zoekend in de Virgo-cluster en toen opeens brak er wat in mij….Aaaagghhh dit wil ik niet meer, dan word ik maar een “astro-bejaarde” maarre…ik MOT ook zo’n ding!! En…Zucht…wat wil het (nood)lot nu dat er dus  echt van alles en nog wat te vinden was op de ATT….en dat zowel vriendje Cees en vriendje Rinus zeer tevreden met hun gewenste  “astronomisch snoepgoed” het gebouw uit zijn gewandeld maarre…uw nedrig schrijver dezes zelfs geen glimp heeft mogen opvangen van zijn gewenste GoTO-speeltje. De twee hollandse dealers die ik op het oog had, normaal altijd aanwezig op de ATT, waren deze keer  in velden of wegen te zien…….een  teken aan de wand wellicht????? Nou ja….het was weer “interesant”  met veel “bling bling”  wederom in de vorm een ware vloedgolf  van peperdure apo-fluo-lenzenkijkers  (wat zien mensen toch in die stomme dingen???) en bakken met Oculairen van het formaat “handgranaat”…..Zucht, waar is de goede oude tijd van de de parralactischen 20 cm Newton toch gebleven,… Ik word echt oud..ha..ha… Trouwens nog een bevinding is het feit dat ook in de astrowereld wel iets te merken leek van de crisis,  want het leek allemaal toch wat “tammer” allemaal vergeleken met voorgaande jaren. Afijn, de ATT was weer net zoals altijd  leerzaam, leuk en vooral erg gezellig….volgend jaar gaan we gewoon weer!!!!

 

Eigenaardigheden poolkap Mars worden bepaald door de wind

De Noordpool van Mars. Credit: NASA

Wie naar een foto van de noordpoolkap van Mars kijkt ziet twee eigenaardigheden: er is een diepe inham, die ijsvrij is, links naar het midden toe lopend op de afbeelding, en er zijn spiraalswijs lopende geulen te zien, waar ook geen ijs ligt. Die diepe inham is de canyon Chasma Boreale, qua lengte vergelijkbaar met de Grand Canyon in de Verenigde Staten, maar veel dieper en breder. De poolkap van Mars is naar schatting zo’n 3 km dik, maar over de vraag waarom in de Chasma Boreale géén ijs ligt bestaan vele theorieën. Zo zou vulkanische hitte de bodem ter plekke hebben verwarmd en een vloedgolf hebben veroorzaakt, waardoor al het ijs permanent verdween. Voor de spiraliserende geulen bestaan ook vele theorieën, onder andere dat de rotatie van Mars ijsstromen zouden veroorzaken die spiraalsgewijs lopen. Radar- en optisch onderzoek aan de poolkap met behulp van SHARAD (surface-penetrating radar) respectievelijk HiRISE (the high-resolution camera) aan boord van de Mars Reconnaissance Orbiter (MRO) heeft nu laten zien dat de meeste verklaringen overboord kunnen en dat er maar eentje overblijft: wind! Onder leiding van Jack Holt (Universiteit van Texas in Austin, VS) ontdekte men dat sterke poolwinden, ook wel katabatische of valwinden genoemd, de Chasma Boreale ijsvrij hebben gemaakt. De kloof lag er al, de winden hebben ‘m als ’t ware schoongeveegd. Ook de spiraalvormige structuren in de poolkap zouden het gevolg zijn van de wind. Hierbij zou het welbekende Corioliseffect een rol spelen, welke op Aarde verantwoordelijk is voor de draairichting van bijvoorbeeld orkanen en die veroorzaakt wordt door de draairichting van de Aarde. Eh… leuke vraag is dan natuurlijk: komen die spiraalswijs lopende geulen ook op ónze Zuidpool voor? Wie ’t weet mag het zeggen. Bron: Eurekalert.

Het resultaat van veertig jaar Maanonderzoek

Kees Kwakernaak

Ruim veertig jaar geleden, op 2 januari 1959 om precies te zijn, begon met de lancering van de Russische Loenik 1 het onderzoek van de Maan door ruimtevaartuigen. Gisteravond vertelde Kees Kwakernaak bij sterrenkundevereniging Christiaan Huygens over de resultaten die men door dat onderzoek behaald heeft. Nou kan je met de boeken en tijdschriften over het maanonderzoek inmiddels een bibliotheek vol stouwen, dus Kwakernaak, in het dagelijks leven werkzaam bij de Technische Universiteit in Delft, beperkte zich tot de grote lijnen van het onderzoek. Dat leverde een avondvullend en boeiend beeld op van onze naaste buur, in wiens ‘paspoort’ staat dat ‘ie ruim 4,6 Gyr oud is, da’s 4,6 miljard (giga) jaar, grijze ogen heeft en een lengte van 3476 km. In de veertig jaar sinds de Loenik 1 is er heel veel onderzoek gedaan middels bekende en minder bekende programma’s zoals Apollo, Loenochod, Zond, Smart-1 en recent via de Lunar Reconnaissance Orbiter (LRO). Kwakernaak liet zien dat uit die verschillende programma’s naar voren kwam dat het maanoppervlak is opgebouwd uit verschillende ‘geologische’ – of moeten we soms spreken van lunalogische? – lagen, allen in ouderdom verschillend. Het grootste deel van het maanoppervlak is gevormd door inslagen, slechts een klein gedeelte heeft met vulkanisme te maken. De kraters variëren van klein (een paar meter) tot reusachtig groot, zoals het Aitken-bekken (Ø 2500 km) aan de achterzijde van de maan. De gehele maanbodem is bedenkt met een dikke laag maanstof, regolieth geheten, welk het resultaat is van het voortdurende bombardement van de maan door micrometeorieten. De Maan heeft geen dampkring, dus zelfs de kleinste steentjes kunnen met hoge snelheid inslaan op de maan en zo het regolieth vormen, dat zelfs doordringt in de pakken van de astronauten. Afijn, Kwakernaak eindigde z’n presentatie met de afbeelding van een bemande maanbasis in de jaren twintig van deze eeuw. Cru te moeten constateren dat dá t geen Amerikanen zullen zijn – per slot heeft Obama daar een streep door gehaald – maar Chinezen of Indiërs.