Kan je zwarte gaten ook vernietigen?

Kan je zwarte gaten ook vernietigen? Credit: Geralt/Pixabay.

Leuke vraag nietwaar? Kunnen we zwarte gaten, die allesverslindende monsters in de kernen van sterrenstelsels en de eindstadia van superzware sterren, daadwerkelijk vernietigen? Het dappere duo Ted Jacobson (Universiteit van Maryland) en Thomas Sotiriou (Universiteit van Cambridge) denkt van wel. Tenminste, ze denken hóe het in theorie zou kunnen. Hun redenering is simpel: ieder zwart gat wordt omgeven door een waarneemhorizon, de ultieme grens waarbinnen de ontsnappingssnelheid v hoger wordt dan de lichtsnelheid c. Wiskundig gezien kan een zwart gat met slechts één vergelijking worden weergegeven, namelijk de volgende ongelijkheid:

M2 > (J/M)2 + Q2

waarin M de massa van een zwart gat is, J het impulsmoment en Q z’n lading. Jacobson en Sotiriou denken dat een zwart gat geen zwart gat meer is als het ontdaan is van z’n waarneemhorizon. Geen waarneemhorizon waar v > c is, dan ook geen zwart gat. Wel een singulariteit, het centrum van een zwart gat waar alle massa zich in één oneindig klein punt bevindt. Volgens Jacobson en Sotiriou moet de waarneemhorizon verdwijnen als door het toenemen van het impulsmoment en/of de lading bovenstaande ongelijkheid wordt omgedraaid. Gewoon een kwestie dus van het impulsmoment en/of de lading laten stijgen en klaar is Kees. Maar da’s allemaal in theorie. Probleem is dat met die stijging ook de massa veranderd en in alle computerberekeningen die Jacobson en Sotiriou hebben uitgevoerd komt er geen enkele oplossing uit waarbij de ongelijkheid wordt omgekeerd. Kortom, in theorie kan je een zwart gat ontdoen van z’n waarneemhorizon, waarbij een kale singulariteit overblijft, maar óók in theorie is er (tot nu toe) nog geen enkele oplossing voor gevonden. Wordt vervolgd. Meer weten over de theorie van het duo? Lees dan Destroying Black Holes With Test Bodies. Bron: Technology Review.

Chandra’s beeld van het symbiotische systeem CH Cyg

Het symbiotische systeem CH Cyg. Credit: X-ray: NASA/CXC/SAO/M.Karovska et al; Optical: NASA/STScI; Radio: NRAO/VLA]; Wide field [Optical (DSS)

Hiernaast zie je CH Cyg, een zogenaamd symbiotisch systeem 800 lichtjaar van ons verwijderd in het noordelijke sterrenbeeld Zwaan (Cygnus), in beeld gebracht door een batterij telescopen: optisch met de Hubble ruimtetelescoop, in röntgenlicht met Chandra en in radiolicht met de Very Large Array (VLA). Het kleine vierkantje centraal in de grote optische foto is uitvergroot in de rechterbovenhoek, een sliert heet gas tonend in een mix van optisch, röntgen en radiolicht. CH Cyg is eigenlijk een witte dwerg vlakbij een grote rode reus, een gigantisch grote ster. De witte dwerg is compact, ter grootte van de Aarde ongeveer, maar z’n massa is gelijk aan die van de reus. De sterke aantrekkingskracht van de dwergster zorgt ervoor dat continue massa van de rode reus naar de dwerg stroomt en da’s zoals je ziet prachtig in beeld gebracht. De snelheid waarmee dat gas stroomt is heel groot: bijna 5 miljoen km per uur. Uiteindelijk komt al het materiaal terecht in een accretieschijf rondom de witte dwerg. Dwergster en reuzenster vormen één interactief systeem en daarom spreekt men van een symbiotisch systeem – een term die geleend is uit de biologie. Detailwaarnemingen van de sliert gas, met name in de groene, optische gedeelten (rechtsonder in de boog), laten zien dat de sliert als geheel roteert. Meer weten over deze waarneming aan CH Cyg? Kijk dan in dit wetenschappelijke artikel, geschreven door een team sterrenkundigen onder leiding van Margarita Karovska (Harvard-Smithsonian Center for Astrophysics). Bron: Chandra.

Astrofotografie met de Huygensmontering

De C11

Als vereniging beschikt Christiaan Huygens – in de regio Zuid-Holland-Zuid – over een zeer professionele allround montering, zowel visueel als fotografisch kunnen ze er alle kanten mee op. In de sterrenwacht bevindt zich een 11 inch (28cm) Celestron Schidt Cassegrain, kortweg C11 genaamd op een G41 montering met Goto. Komende vrijdag zal Gerrit Burggraaf, bekend astrofotograaf, leden en overige belangstellenden laten zien hoe het allemaal werkt. Als inleiding kijken we met elkaar naar de mogelijkheden van de montering op zich, als vervolg gaan we kijken welke resultaten we kunnen behalen met deze montering en op welke manier. Het opzoeken van deepsky objecten, het autoguiden met de G41/G42, het gebruik van een CCD camera en het geheel bedienen via de PC op afstand passeren de revu. Meer info: Huygens.

16 finalisten strijden om de Sterrenkunde Olympiade 2010

De finale van de Sterrenkunde Olympiade 2010 komt eraan! Credit: Sterrenkunde Olympiade

Niks WK Voetbal in Zuid-Afrika als belangrijkste item komende week, want van zondag 13 t/m woensdag 16 juni vindt op het sterrenkundig instituut van de Universiteit van Amsterdam de finale plaats van de Nederlandse Sterrenkunde Olympiade 2010. 😀 16 scholieren volgen twee dagen lang een masterclass (hoor- en werkcolleges) van vooraanstaande astronomen en sluiten de olympiade af met een examen op woensdag. De winnaar krijgt een waarneemreis aangeboden naar het Roque de los Muchachos Observatory op het Canarische eiland La Palma, voor twee personen. De nummers twee en drie krijgen een iPod. Tijdens de grote finale zullen de scholieren zich na een inleiding in de sterrenkunde verdiepen in ‘kosmologie’, ‘planeten en exoplaneten’ en ‘getijden & eb en vloed’. In de nacht van dinsdag op woensdag gaan ze waarnemen met de nieuwe 51 cm-telescoop op het dak van de nieuwe bétafaculteit van de UvA. De masterclasses worden gegeven door prof. Henny Lamers, prof. Vincent Icke, prof. Rens Waters en prof. Huib Henrichs. Het is de vierde keer dat de Nederlandse Sterrenkunde Olympiade wordt gehouden. De sterrenkundige instituten aan de vijf universiteiten waar sterrenkunde wordt gedoceerd, organiseren het evenement om beurten. De 16 finalisten werden in een voorronde geselecteerd op basis van hun antwoorden op opgaven die waren te downloaden op de website www.sterrenkundeolympiade.nl. De bekendmaking van de winnaars en de prijsuitreiking is woensdag 16 juni om 14.30 uur. Bron: Nova.

Hoe zit het nou met ‘de mogelijkheid van leven op Titan en Mars’?

Artistieke voorstelling van een methaanmeer op Titan. credit: NASA/JPL

De laatste week is een enorme geruchtenmachine op gang gekomen op internet over de vraag of er buiten de aarde leven bestaat of heeft bestaan. Of buitenaards leven bestaat heeft betrekking op Titan, de grootste maan van Saturnus en de een-na grootste maan van het zonnestelsel. Of buitenaards leven hééft bestaan gaat over Mars. Om even de nodige geruchten te ontkrachten: nee, er is geen leven buiten de aarde ontdekt. Het gaat puur om aanwijzingen dát er leven op Titan zou kúnnen bestaan en dát leven vroeger op Mars zou kunnen hebben bestaan, geen bewijzen. Helder? In het geval van Titan gaat het om twee recentelijk verschenen wetenschappelijke artikelen, waarin beschreven wordt dat de hoeveelheid waterstof en acethyleen aan het oppervlak zichtbaar zijn afgenomen. Titan kent meren vol met methaan en vijf jaar geleden werd geopperd dat methaan-gebaseerd leven wel eens zou kunnen zorgen voor consumptie van waterstof, acethyleen en ethaan, hetgeen leidt tot een afname van deze ingrediënten. Logisch dus dat Cassini’s actuele waarneming van de afname van waterstof en acethyleen afgelopen week tot verregaande speculaties leidde én tot vette koppen in online kranten. Wetenschappers zijn een stuk voorzichtiger en benadrukken dat het slechts aanwijzingen zijn en dat ook niet-biologische oorzaken voor de waarnemingen kunnen bestaan. Wat leven op Mars betreft het volgende:

Was er vroeger leven op Mars?

De in 2005 onderzochtte steen Comanche. credit: NASA/JPL

Deze week werd ook bekend dat na vier jaren van studie aan data van Marsrover Spirit, dat karretje dat inmiddels een jaar lang ‘aan de grond zit’, gebleken is dat in een stuk steen genaamd Comanche carbonaten gevonden zijn. Carbonaat is een chemische verbinding met koolstof (carbon) en zuurstof en het voorkomen daarvan wijst sterk op een natte en niet-zure (non-acide) omgeving, welke zeer gunstig is voor leven. Beide Marsrovers – naast Spirit heb je ook Opportunity – hadden eerder al aanwijzingen voor de vroegere aanwezigheid van water op Mars gevonden, maar die waren telkens ‘zuur’ (acide) van aard en dat is niet gunstig voor leven. In 2005 onderzocht Spirit Comanche en na jaren van onderzoek blijkt zoals gezegd carbonaat gevonden te zijn. Conclusie van deze waarneming: er zoú vroeger op Mars leven bestaan kúnnen hebben. Hoezo voorzichtig geformuleerd. 😉 Ik zal daar later nog wel eens op terugkomen. Bron voor Titan: Universe Today en voor Mars Science Daily.

Nieuwe exoplanetenjager TRAPPIST in gebruik op La Silla

De TRAPPIST telescoop op La Silla. Credit:E. Jehin/ESO

Bij de ESO-sterrenwacht op La Silla (Chili) is een nieuwe geautomatiseerde telescoop in gebruik genomen. TRAPPIST (TRAnsiting Planets and PlanetesImals Small Telescope) heeft twee taken: het opsporen en karakteriseren van planeten buiten ons zonnestelsel (exoplaneten) en het onderzoeken van kometen die om de zon draaien. De 60-centimeter telescoop wordt op afstand bestuurd vanuit een controlekamer in Luik (België) – 12.000 kilometer ver weg. Ah België, land van de trapistenbieren. Kan geen toeval zijn. 🙂 TRAPPIST zal exoplaneten opsporen en karakteriseren door nauwkeurige metingen te doen van de ‘helderheidsdipjes’ die kunnen optreden als een exoplaneet voor zijn ster langs beweegt. Tijdens zo’n planeetovergang (’transitie’) neemt de helderheid van de ster een beetje af, doordat de planeet een deel van het sterlicht tegenhoudt. Hoe groter de planeet, des te meer licht wordt tegengehouden en des te meer zal de helderheid van de ster afnemen. Lees verder

Kijk, dát zien we nou graag in het park

Centaurus A in Washington Square Park. Credit: Megan Watzke, CXC

Van 2 t/m 6 juni j.l. stond de binnenstad van New York in het teken van wetenschap, want in The Big Apple werd toen het jaarlijkse World Science Festival gehouden. Ok, mosterd na de maaltijd zullen we maar zeggen. Tijdens het WSF werd het Washington Square Park in NYC opgevrolijkt met allemaal prachtige foto’s die gemaakt zijn met behulp van NASA’s röntgensatelliet Chandra, zoals hiernaast de foto van het reusachtige radiostelsel Centaurus A, een foto die stamt van begin 2008. Al die Chandra-foto’s maakten onderdeel uit van het From Earth to the Universe-project,  bedoeld om alle astro-juweeltjes die Chandra de afgelopen jaren gemaakt heeft aan het grote publiek te tonen. Op die website lees ik dat tot december 2011 die foto’s onder de titel Universe Dimensions óók te zien zouden zijn in Den Haag/Kijkduin, maar verdere info ontbreekt. Ik heb even gegoogled op die namen, maar dat heeft niets opgeleverd. Als één van de lezers weet waar/hoe we die mooie foto’s van Chandra in levende lijve kunnen zien, laat het dan even weten. 🙂 Bron: Chandrablog.

Astronoom Marijn Franx wint Spinozapremie

Marijn Franx, winnaar van de Spinozapremie. Credit: Universiteit van Leiden.

De Leidse astronoom Marijn Franx heeft één van de vier Spinozapremies gewonnen. De Spinozapremie wordt sinds 1995 toegekend door NWO aan Nederlandse onderzoekers die tot de absolute top van de wetenschap behoren. Zij krijgen elk 2,5 miljoen euro te besteden aan onderzoek naar keuze. De wetenschappers ontvangen de prestigieuze premie voor hun voortreffelijk, baanbrekend en inspirerend onderzoek. De winnaars zijn internationaal vermaard en weten jonge onderzoekers te inspireren. Franx is hoogleraar Astronomie aan de Universiteit Leiden. Hij onderzoekt de vorming en evolutie van sterrenstelsels en is dé Nederlandse specialist van de Hubble-ruimtetelescoop. Hij ontdekte onder andere met zijn team dat het vroege heelal zeer veel oude sterrenstelsels bevat die wel tien keer zwaarder zijn dan de Melkweg, en vele malen kleiner. Recent brak hij nieuwe afstandsrecords met de Hubble. De andere winnaars van de Spinozapremie zijn de psychologe Naomi Ellemers en classica Ineke Sluiter – beiden net als Franx van de Universiteit van Leiden – en chemicus Piet Gros van de Universiteit van Utrecht. Bron: ScienceGuide.

Komeet McNaught wordt steeds helderder!

Credit: Michael Jaeger

Komeet C/2009 R1 McNaught blijkt steeds helderder te worden! De laatste melding (6 juni) is dat ‘ie van magnitude 5,7 m is en de schatting is dat de komeet in de maand juni wellicht tot een helderheid van 2 á 3 m kan komen. 😀 Komeet McNaught, uiteraard ontdekt door de Australische kometenjager Robert McNaught, is niet dé komeet McNaught, die we allemaal konden zien in 2007. Nou ja allemaal, vooral degenen op het zuidelijk halfrond dan. Dat was C/2006 P1 McNaught. Maar déze komeet McNaught, aflevering C/2009 R1 dus, is wél goed te zien komende tijd.  Op de foto hierboven zie je ‘m op 19 mei j.l., in Oostenrijk gefotografeerd door Michael Jaeger. Om McNaught te vinden moet je vanaf een uur of drie ’s nachts kijken in het noordoosten, alwaar ‘ie een graad of twintig boven de horizon staat. Hieronder zie je een zoekkaartje waar ‘ie te vinden is. Zo rond 9 en 10 juni staat de komeet vlakbij M34, de open sterrenhoop in Perseus. Bron: Sky & Telescope.

Credit: Sky & Telescope