De Planck-kaart, maar dan in andere golflengtes

De Planck-kaart in Chromoscope. Credit: ESA/Planck Collaboration.

Vandaag werd de Planck-kaart gepubliceerd, de kaart van de sterrenhemel in het microgolfgebied van het spectrum, zoals gefabriceerd door de Europese satelliet Planck. Via Phil Plait, de Bad Astronomer uit de Verenigde Staten, begreep ik dat de kaart van Planck reeds geïntegreerd is in de website van Chromoscope. De koude avond voor Sinterklaas vorig jaar heb ik al es aandacht besteed aan die site, waarop je met een schuifje de sterrenhemel in verschillende delen van het electromagnetische spectrum kunt aanschouwen: van radio, via microgolf, het (verre)  infrarood, waterstof α, zichtbaar, tot röntgen en uiteindelijk gamma. Met de plusjes en de minnetjes kan je ook nog eens op afzonderlijke delen in- en uitzoomen. Mmmm, bij nadere beschouwing toont de Chromoscope niet het complete spectrum: ik mis het submillimeter- en ultraviolette gebied. Ze zijn nu bij versie Chromoscope 1.2.7. Submillimeter en UV komen vast in een volgende versie aan de orde. De Planck-kaart zelf met allerlei uitleg is hier in meerdere versies te zien. Bron: Bad Astronomy.

Planck’s eerste kaart van de microgolf-hemel is klaar

Credit: ESA/ LFI & HFI Consortia

Tataratááá! De Europese satelliet Planck heeft na één jaar van intensief onderzoek z’n eerste  volledige kaart klaar van de hemel in het microgolfgebied van het electromagnetische spectrum. Op de kaart, welke genomen is in het frequentiebereik tussen 30 en 857 GHz, zien we een mix van vele astronomische objecten, zoals de Melkweg, de horizontale streep op de kaart, lokale objecten á¬n de Melkweg, objecten buiten de Melkweg, zoals het Andromedastelsel én de Kosmische Microgolf-achtergrondstraling. Die laatste straling kennen we ook als de CMB(-R), de cosmic microwave background (radiation), en da’s in feite hét object dat Planck aan het bestuderen is, het overblijfsel van de hete oerknal, waarmee ons heelal 13,7 miljard jaar geleden begon.

Planck’s eerste jaar van waarnemen

Planck werd op 14 mei 2009 gelanceerd. Tussen 13 augustus 2009 en ergens in juni 2010 werd in het microgolfgebied vanaf Lagrangepunt L2, op 1.420.800 km afstand van de Aarde, strook voor strook de hemel gescand en in kaart gebracht. Hóe dat scannen precies in z’n werk ging kan je hier lezen/zien. De komende tijd zullen wetenschappers vast en zeker duiken in de megabytes aan data en lokale en kosmische signalen proberen te filteren. Eén van de lokale bezienswaardigheden op de kaart is de roze boog rechts, onder het vlak van de Melkweg. Die krul is de microgolfstraling van Barnard’s Loop, een gigantische moleculaire gaswolk in Orion. Planck’s eerste hemelkaart mét verklarende teksten is hier te vinden. Bron: ESA.

Dinsdag lanceert NASA PC-game Moonbase Alpha

Het is niet iets wat tot de core-business van de NASA behoort, maar komende dinsdag 6 juli lanceert de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie een spel voor op de computer: Moonbase Alpha. “Moonbase Alpha is a game where players step into the role of an exploration team member in a futuristic 3-D lunar settlement. Their mission is to restore critical systems and oxygen flow after a nearby meteor strike cripples a solar array and life support equipment“, aldus de NASA op haar website. Hier een video met een korte impressie van ’t spel:

Verdere kenmerken van Moonbase Alpha: 3D graphics, solo of met een team spelen, VOIP chat en alternatieve chatmogelijkheden. Vraag mij niet wat ’t gaat kosten, want ik heb geen idee. Misschien freeware? :bron: Bron: Tom’s Astroblog.

Sex in de ruimte? Poindexter denkt van niet

Een jaar of twee geleden schreef ik al eens over de vraag of we gaan meemaken dat astronauten sex gaan bedrijven in de ruimte. Het zijn per slot van rekening ook maar mensen van vleesch en bloedt en af en toe een beetje ontspanning kan geen kwaad – iedere dag alleen maar boeken lezen en TV kijken gaat op den duur zo vervelen, óók in de ruimte, waar astronauten soms maandenlang verblijven. Afijn, een poosje terug was er een persconferentie in Tokio met astronaut Alan Poindexter, commandant van missie STS-131 met Space Shuttle Discovery, en daar kwam de vraag aan de orde of hij dacht dat ‘het’ ooit zal gaan gebeuren. Nou, Poindexter is daar helder over, over ‘het’ dus. Even een quote van Poindexter uit die genoemde persconferentie in het verre Japan:

We are a group of professionals. We treat each other with respect and we have a great working relationship. Personal relationships are not … an issue. We don’t have them, and we won’t.”

Kortom, onder zijnn commando is het kosmisch celibaat een feit, geen sex aan boord, nu niet, nooit niet. Eh… wat natuurlijk niet wil zeggen dat ánderen de allereerste kosmische wip niet kunnen gaan maken. Per slot van rekening zit de commerciële ruimtevaart er aan te komen, met onder andere Paris Hilton als één van de eerste reizigers, en die hebben niet allemaal dezelfde ‘professionele’ houding als Poindexter. 😉 Bron: Cosmic Log.

Creëerden kosmische bellen koude plekken na de oerknal?

Voorbeeld van een WMAP cold spot. Credit: Rudnick/NRAO/AUI/NSF, NASA

In 2004 werd met de in 2001 gelanceerde Wilkinson Microwave Anisotropy Probe (WMAP) ontdekt dat er in de cosmic microwave background (CMB), de kosmische fotonachtergrond die het overblijfsel is van de hete oerknal waarmee het heelal 13,7 miljard jaar geleden ontstond, koude plekken voorkwamen. De WMAP cold spots worden ze genoemd en eentje ervan bleek overeen te komen met een enorme leegte in het sterrenbeeld Eridanus, waar zich bijna geen sterrenstelsels bevinden. De grote vraag was wat die koude plekken precies zijn en hoe ze ontstaan zijn. Een groepje sterrenkundigen onder leiding van Niayesh Afshordi (Perimeter Institute for Theoretical Physics in Waterloo, Ontario, Canada) denkt ’t antwoord gevonden te hebben.

Kosmische bellen bij de oerknal

In een onlangs gepubliceerd onderzoek schrijven Afshordi en z’n collegae dat de oerknal waarmee het heelal onstond niet uniform was. Er waren gebieden die afweken van de rest van het heelal qua energiedichtheid en die een belvormige structuur hadden. In de kortstondige inflatieperiode kort na de oerknal moesten die kosmische bellen al bestaan hebben en gezorgd hebben voor een niet-uniforme expansie van het heelal. Als we vanaf de Aarde kijken naar de CMB, welke ons een blik geeft zoals het heelal er 380.000 jaar na de oerknal uitzag, en tussen ons en de CMB zit het restant van zo’n kosmische bel dan zou dat een cold spot te zien geven. Men hoopt uit de waarneemgegevens van de Europese Planck satelliet, die momenteel de CMB nóg nauwkeuriger onderzoekt dan de WMAP, te kunnen afleiden of die kosmische bellen inderdaad bestaan. We wachten ’t geduldig af.  Bron: New Scientist.

Dinsdag staat de Aarde in het aphelium

Het perihelium en aphelium. redit: Wikipedia / Maniago – Based on this image made by Crylic

Noteer ’t maar vast in je agenda: komende dinsdag, 6 juli om 13.00 uur, staat de Aarde in z’n ietwat elliptische baan om de Zon in het aphelium. Da’s het punt dat het verst van de Zon verwijderd is. We zijn dan met z’n allen op deze aardkloot 152.096.000 km van de Zon verwijderd, da’s 1,016702 Astronomische Eenheid (AE), de gemiddelde afstand Aarde-Zon. Op 3 januari stond de Aarde in het perihelium en toen bedroeg de afstand 147.098.000 km, een kleine 5 miljoen km dichterbij dan dinsdag. Eh… nú vijf miljoen km verder van de Zon dan in januari, moeten we niet een dikke winterjas aantrekken? Nee dus, zoals je vermoedelijk wel aan voelde komen. Van veel meer invloed op het weer dan die afstand tot de Zon is de stand van de Aardas. Door de scheve stand van die as staat in de zomer het noordelijke gedeelte van de aardbol meer naar de Zon gekeerd, zodat de nachten kort en de dagen lang zijn en we meer warmte ontvangen. Kortom, lekker die winterjas in de kast laten hangen. Tenzij ’t weer plots omslaat, je weet in Nederland maar nooit. 🙂 Bron: Sterrengids 2010.

Is het Copernicaans principe nou wel of niet geldig?

Grappig is dat toch om te zien hoe twee grafieken over hetzelfde onderwerp tot een geheel andere interpretatie kunnen leiden. Het gaat in dit geval om grafieken die laten zien wat de energiedichtheid van donkere materie en donkere energie is geweest in de afgelopen 13,7 miljard dat het heelal bestaat. Met die grafieken kunnen we kijken of het Copernicaanse Principe geldig is, het door Nicolaus Copernicus (1473-1543) bedachte principe dat de Aarde en de daarop levende mensheid geen centrale, unieke en bijzondere plek in het heelal innemen. Kijk even naar de eerste grafiek:

Credit: Daniel Holz/Cosmic Variance.

Op de horizontale as zie je de afstand weergegeven in roodverschuiving z, op de vertikale as de relatieve energiedichtheid, waarbij de energiedichtheid van donkere energie en -materie altijd samen 1 is. Hoe die roodverschuiving opgevat moet worden moet je hier meer even lezen, maar ik volsta hier met te melden dat hoe verder de afstand is des te meer tijd het licht erover doet ons te bereiken, ergo hoe meer we terugkijken in de tijd. Roodverschuiving z=0 is nu, bij z=1089 ontstond de Kosmische Microgolf-achtergrondstraling en bij z=? vond de oerknal plaats.  De groene lijn is de energiedichtheid van donkere materie, de rode lijn die van donkere energie. Wat zien we aan de grafiek en dat met name aan de uitvergroting in de kleinere afbeelding: dá t de donkere energie pas zeer recent is gaan overheersen over de donkere materie, hetgeen in 1998 voor het eerst ontdekt werd door de waarneming van de versnelde expansie van het heelal. De energiedichtheid van donkere energie is afstotend, die van donkere materie aantrekkend, vandaar. Conclusie: als we de tijd uitdrukken in roodverschuiving zien we dat in die gehele reeks van z=1089 tot 1 er niets gebeurt en dat pas in onze tijd de donkere energie is gaan overheersen over de donkere materie. Anders gezegd: we nemen kennelijk een bevoorrechtte positie in het heelal in om dat te mogen meemaken en dus klopt het Copernicaanse Principe niet.

Of klopt het Copernicaanse Principe toch wel?

Nou even naar een andere grafiek kijken, die óók de energiedichtheid van donkere materie en -energie laat zien:

Credit: Daniel Holz/Cosmic Variance.

Dit keer is de tijd afgebeeld in miljarden jaren. Zó bekeken zie je dat het moment dat de energiedichtheid van donkere energie de overhand kreeg boven dat van donkere materie ongeveer 4,5 miljard jaar geleden was. In de 13,7 miljard jaar geleden dat het heelal bestaat is dat al weer een poosje geleden. In déze grafiek dus geen bevoorrechtte positie voor de mensheid, die zich bij t=0 ophoudt, en dus kan met deze grafiek in de hand het Copernicaanse Principe overeind blijven. Kortom, het kan vriezen en ’t kan dooien met dat principe. 😀 Bron: Cosmic Variance.

Grafiet ontdekt in maansteen 72255

Een stuk van maansteen 72255 met drie grafiet-inclusies (© A.Steele)

In maansteen 72255, die december 1972 door geoloog/astronaut Harrison H. Schmidt met de Apollo 17 mee naar Aarde is genomen, hebben Amerikaanse onderzoekers microscopisch kleine grafietkorrels en grafietnaaldjes ontdekt. Gisteren hebben Andrew Steele (Carnegie Instituut in Washington, VS) en z’n collegae van de ontdekking verslag gedaan in het Amerikaanse wetenschappelijke blad Science. Eerder onderzoek aan maanstenen had alleen mineralen bestaande uit combinaties van koolstof en andere elementen aan het licht gebracht, maar geen zuivere, kristallijne koolstof. Wel had men twee jaar geleden grafietkorrels en grafietnaaldjes in meteorieten ontdekt, die op Aarde waren gevallen.

Grafiet

Grafiet is een vorm van koolstof die gekenmerkt wordt door een opeenstapeling van atoomlaagjes. Eén enkele laag van koolstofatomen heet grafeen, meerdere ‘opgerolde’ lagen heten grafietwhiskers of grafietnaalden. De gevonden grafietkorrels en – naaldjes komen voor in een zogenaamde inslagbreccie, een door stolling aaneengeklitte verzameling van deels gesmolten puinfragmenten, die ontstonden door de inslag van een groot object op de maan. Schmidt vond maansteen 72255 in het Taurus-Littrow gebied, welke deel uitmaakt van Mare Serenatis, dat één groot inslagbekken is. Steele en consorten onderzochten één ‘sneetje’ van de maansteen, 72255,89 genaamd en dat deden ze met behulp van de Raman imaging spectroscopy (CRIS). De maansteen is 3,8 miljard jaar oud en dateert dus uit de tijd waarin de Mare Serenatis ontstond, tijdens het zogenaamde Late Heavy Bombardment, de periode tussen 4,1 en 3,8 miljard jaar geleden waarin maan en aarde enorm waren blootgesteld aan inslagen van grote objecten vanuit de buitenste delen van het zonnestelsel. Lees verder

Heeft Hayabusa wel iets meegenomen van Itokawa?

De berging van de Hayabusa-capsule. Credit: JAXA.

Op 13 juni j.l. kwam de Hayabusacapsule terug van een 614 miljoen km lange tocht die november 2005 langs de kleine planetoïde Itokawa voerde. Hayabusa heeft toen een tweetal landingen op die aardappelvormige rots gemaakt en de hoop was dat ‘ie daarbij enkele bodemmonsters zou hebben meegenomen. De capsule is door wetenschappers van JAXA, de Japanse ruimtevaartorganisatie, meegenomen naar het laboratorium en daar wordt ‘ie op dit moment onderzocht. Geruchten doen de ronde dat er géén monsters zouden zijn aangetroffen in het opslaggedeelte van de capsule van de 4,6 miljard jaar oude planetoïde (zie foto). Maar die geruchten zijn wel erg voorbarig als ’t juist is dat de capsule nog moet worden opengemaakt, zoals commentatoren schrijven op Phil Plait’s bericht (zie de bron) over de geruchten. Wel zouden er volgens dezelfde geruchtenbron wél gassporen van verdampt materiaal zijn gevonden, die wellicht van Itokawa afkomstig zijn. Als dat opslaggedeelte inderdaad nog moet worden geopend dan kunnen we de negatieve berichten met een grote korrel zout nemen en moeten we maar gewoon afwachten wat JAXA er zelf over te melden heeft. Bron: Bad Astronomy.

Herschel werpt een blik op cluster Abell 2218

Credit: ESA / SPIRE / HerMES

[klik klik, effe overschakelen op standje Oranje, na die fabuleuze wedstrijd tegen Brazilië zojuist! 😀 ] Je zou ’t niet zeggen, maar die vage blobs hierboven maken deel uit van Abell 2218, een gigantisch cluster van sterrenstelsels, die wel duizend leden telt. Vereeuwigd op de digitale gevoelige plaat door SPIRE, de Spectral and Photometric Imaging Receiver aan boord van de Europese infraroodsatelliet Herschel. De blauwe vlekken behoren tot Abell 2218 zelf, ruim twee miljard lichtjaar van ons vandaan in het sterrenbeeld Draak, de heldere gele vlek is een sterrenstelsel dat véél verder weg ligt, pak ‘m beet 11 miljard lichtjaar. Dá t sterrenstelsel zouden we normaal gesproken niet kunnen zien, maar door het zogenaamde gravitatielens-effect, ooit voorspeld door Einstein op basis van z’n Algemene Relativiteitstheorie, wordt het licht van het ver verwijderde stelsel verbogen én versterkt door de zwaartekracht van Abell 2218 en daardoor kunnen we ‘m wel zien. Op de foto hieronder zie je rechts Abell 2218 in optisch licht, opgehoest door Hubble, en daar zie je het ver verwijderde sterrenstelsel in de vorm van al die boogjes. Het kruisje in de SPIRE-foto is de kern van Abell 2218. Links afzonderlijke foto’s in drie verschillende infrarood-golflengten, 250, 350 en 500 micrometer.

credit: ESA/Herschel/SPIRE & NASA/ESA/STSci

Bron: Herschel.