Hoeveel massa is er nodig voor een zwart gat?

De supersterrenhoop Westerlund 1. Credit:ESO

Met behulp van ESO’s Very Large Telescope hebben Europese astronomen voor het eerst aangetoond dat een magnetar – een merkwaardig soort neutronenster – is voortgekomen uit een ster die zeker veertig keer zo zwaar was als onze zon. Dit resultaat is in strijd met bestaande theorieën over de evolutie van sterren: een ster van deze massa zou naar verwachting namelijk een zwart gat moeten zijn geworden, en niet een magnetar. En dat roept de fundamentele vraag op hoe zwaar een ster nu echt moet zijn om een zwart gat te worden. Om tot hun conclusie te komen, hebben de astronomen gedetailleerd gekeken naar de bijzondere sterrenhoop Westerlund 1 [1]De open sterrenhoop Westerlund 1 is in 1961 vanuit Australië ontdekt door de Zweedse astronoom Bengt Westerlund, die later directeur van de ESO-sterrenwacht in Chili was (1970-1974). De sterrenhoop … Continue reading, die zich op een afstand van 16.000 lichtjaar in het zuidelijke sterrenbeeld Ara (Altaar) bevindt. Uit eerder onderzoek was al gebleken dat Westerlund 1 de meest nabije ‘supersterrenhoop’ is. Hij bevat honderden zeer zware sterren, waarvan sommige bijna een miljoen keer zo veel licht produceren als onze zon en bijna tweeduizend keer zo groot zijn (oftewel: zo groot als de baan van Saturnus). Westerlund 1 is een fantastische ‘dierentuin’ van de meest uiteenlopende, exotische sterren. Die sterren hebben één ding gemeen: ze zijn vrijwel gelijktijdig ontstaan uit één en hetzelfde stervormingsproces. De sterrenhoop is naar schatting 3,5 tot 5 miljoen jaar oud.

Magnetars

Voorstelling van een magnetar. Credit:ESO/L. Calçada

Een magnetar is een soort neutronenster met een ongelooflijk sterk magnetisch veld – duizend biljoen keer zo sterk als dat van de aarde – die ontstaan is nadat een zware ster een supernova-explosie heeft ondergaan. De sterrenhoop Westerlund 1 bevat een van de weinige magnetars in ons melkwegstelsel. Het feit dat hij tot deze sterrenhoop behoort, brengt de astronomen tot de opmerkelijke conclusie dat deze magnetar moet zijn ontstaan uit een ster die zeker veertig keer zo zwaar was als de zon. Aangezien alle sterren in Westerlund 1 even oud zijn, kan de ster die na zijn ontploffing een magnetar achterliet dus nooit langer hebben geleefd dan de overige sterren in de sterrenhoop. Omdat de levensduur van een ster direct afhankelijk is van zijn massa – hoe zwaarder de ster, des te korter zijn leven – kunnen we er zeker van zijn dat de korter levende ster die magnetar werd nóg zwaarder moet zijn geweest,’ aldus medeauteur en teamleider Simon Clark. ‘Dat is van grote betekenis, omdat er nog geen algemeen aanvaarde theorie bestaat voor de vorming van zulke extreem magnetische objecten.’ Met die wetenschap hebben de astronomen de twee sterren in Westerlund 1 bestudeerd die de bedekkingsveranderlijke dubbelster W13 vormen. De massa’s van de sterren in zo’n dubbelstersysteem kunnen namelijk rechtstreeks worden afgeleid uit hun baanbewegingen. Uit die massabepaling volgt dat de ster die magnetar is geworden zeker veertig keer zo zwaar moet zijn geweest als onze zon. Lees verder

References[+]

References
1 De open sterrenhoop Westerlund 1 is in 1961 vanuit Australië ontdekt door de Zweedse astronoom Bengt Westerlund, die later directeur van de ESO-sterrenwacht in Chili was (1970-1974). De sterrenhoop bevindt zich achter een enorme interstellaire wolk van gas en stof, die het licht van de sterrenhoop grotendeels tegenhoudt. De verzwakkingsfactor bedraagt meer dan 100.000, en dat is ook de reden waarom het zo lang heeft geduurd voordat de ware aard van deze sterrenhoop aan het licht kwam.

Perseïden vanaf Mount Lemmon in Arizona

Ik heb zelf afgelopen donderdagnacht, bijna een week geleden alweer (goh, de tijd vliegt), ruim een uurtje Perseïden waargenomen en m’n oogst was mager. Maar anderen hadden meer succes en de fotografische resultaten daarvan zijn te zien op de site van Spaceweather. Onder andere deze van ene David A. Harvey:

Credit: David A. Harvey

Prrrachtiggggg!! Die koepel die je ziet is van het Steward Observatorium en dat bevindt zich bovenop Mount Lemmon in de Amerikaanse staat Arizona, vlakbij de stad Tucson. Gemaakt met een Canon EOS 5D MII | 16-35mm F/2.8L @ 16mm en F/2.8 | 12 opnames van 30 seconden | ISO 6400. Meer juweeltjes van Perseïden, o.a. mooie exemplaren uit Iran, Irak én uit Nederland zijn op Spaceweather te zien. Bron: Spaceweather.

Messenger neemt Aarde en Maan op de korrel

Credit: NASA/JPL-Caltech

Zie je die twee heldere punten links op de foto? Dat zijn Aarde en Maan, gefotografeerd door Messenger, het ruimtevoertuig van de NASA dat al drie keer langs Mercurius is gescheerd en dat op 18 maart volgend jaar in een definitieve baan om deze hete planeet moet komen. Messenger is momenteel op zoek naar Vulkanoïden, planetoïden die zich zouden moeten bevinden tussen de baan van Mercurius en de Zon. Er is er nog nooit eentje waargenomen, maar á ls ze bestaan zou Messenger goede kans maken ze te detecteren. Vanaf de Aarde is het zeer moeilijk Vulkanoïden te zien omdat je richting de Zon moet kijken en die brokstenen in de ruimte, die theoretisch tussen 100 meter en 60 km groot zouden moeten zijn, verdrinken dan in de zonnegloed. Op 6 mei j.l. maakte Messenger bovenstaande foto, eigenlijk een uitsnede van een grotere foto. Geen Vulkanoïde te zien, maar wel de plek waar ‘ie op 3 augustus 2004 vertrok voor z’n missie. Bron: Planetary Society.

Eerste eclipserende röntgenpulsar ontdekt

Credit: NASA/GSFC

Astronomen van de Universiteit van Amsterdam en collega’s van NASA hebben de eerste milliseconde röntgenpulsar ontdekt die wordt verduisterd door zijn begeleidende ster. Deze ontdekking kan meer licht werpen op de interne structuur en grootte van de lastig te bestuderen neutronensterren en een van de belangrijkste voorspellingen van Einsteins relativiteitstheorie testen. De ontdekking wordt binnenkort gepubliceerd in Astrophysical Journal Letters (voor de niet-abonnees: hier is ’t ook te lezen 😉 ). Een pulsar is een snel roterende neutronenster, het overblijfsel van een ingestorte zware ster die ooit als supernova is ontploft. Neutronensterren zijn anderhalf keer zo zwaar als de zon terwijl ze een diameter hebben van slechts 15 tot 20 kilometer. Het systeem Swift J1749.4-2807 (in het kort J1749) had een röntgenuitbarsting op 10 april 2010. Tijdens deze uitbarsting observeerde NASA’s Rossi X-ray Timing Explorer (RXTE) drie verduisteringen, ontdekte pulsen die de neutronenster als pulsar identificeerden en registreerde zelfs pulsvariaties waaruit de baanperiode van de neutronenster bleek. Een video van het systeem is hier te zien.  Lees verder

Zucht, lay-out tikkie in de war

Ik heb zojuist een plugin proberen te installeren, Anthologize heet ’t, bedoeld om je content te exporteren naar diverse formaten, zoals ePub en PDF. Kreeg allerlei geheugen-errors, dus dat ging niet lekker. Maar wat helemaal niet lekker ging is dat ik vervolgens zag dat m’n plugin WP-footnotes fouten veroorzaakt. D

Tijgerstrepen en pluimen op Enceladus

Een tijgerstreep en pluim op Enceladus. Credit: NASA/JPL-Caltech.

Afgelopen weekend is de Saturnusverkenner Cassini voor de elfde keer langs de maan Enceladus gevlogen. Niet voor niets dat die scheervlucht E11 werd genoemd. Met een vaartje van 6,8 km/sec vloog Cassini 2502 km boven Enceladus, de maan die bezaaid is met een patroon dat doet denken aan tijgerstrepen en waar talloze geisers continue waterdamp vol organische stoffen uitspuwen, waterdamp dat terechtkomt in de E-ring van Saturnus. Tijdens E11 werd gefocust op die tijgerstrepen – officiëel de ‘sulci’ genoemd – en op de temperatuur van het oppervlak van Enceladus. De warmte van het binnenste van Enceladus voedt de geisers en temperatuuronderzoek moet uitwijzen hoe dat precies in z’n werk gaat. Een close-up van één van de tijgerstrepen én van de wolk waterdamp die door een geiser is uitgebraakt – de vage, grijze vertikale vlek in de foto – zie je hiernaast. Meer foto’s van E11 zijn hier in onbewerkte versie (‘ raw’) te vinden. De volgende scheervlucht van Cassini langs een maan van Saturnus zal plaatsvinden op 24 september 2010, als ‘ie 8.175 km boven Titan zal vliegen. Dat wordt T72. Mmmm, Titan is wel populairder dan Enceladus bij Cassini. 😉 Bron: NASA/JPL.

Danken we ons bestaan aan de Supernova van Munchen?

Vond 2,8 miljoen jaar geleden een nabije supernova plaats? Credit: NASA

Ik ben de laatste tijd een boek aan het lezen van het duo Henrik Svensmark en Nigel Calder, genaamd Kosmisch Klimaat, een boek dat ik even geleend heb van Jan Brandt, co-auteur van deze voortreffelijke blogsite. Het gaat over Svenmark’s theorie dat de energierijke kosmische straling uit de ruimte verantwoordelijk is voor klimaatveranderingen en in veel mindere mate de mens en diens kooldioxide. In hoofdstuk 7 komt het verhaal voor van de zogenaamde Supernova van Munchen. Ik had nog niet eerder van die term gehoord, dus wel interessant om er even op in te gaan. Het begon in 1999 toen de natuurkundige Gunther Korschinek van de Technische Universiteit van München voor het eerst ijzerisotopen ijzer-60 ontdekte in de mangaanknol [1]Mangaanknollen zijn op grote diepte in veel oceanen voorkomende knollen bestaande uit een mengsel van ijzer- en mangaanoxide (en een groot aantal andere metalen en andere elementen in lagere … Continue reading met het nummer 237d, die op de bodem van de Stille Oceaan bij Hawaï was opgedoken. IJzer-60 is zeer zeldzaam op aarde en het kan alleen ontstaan in de zeer extreme omstandigheden van een supernova. In eerste instantie kon de leeftijd van het mangaan niet worden vastgesteld, maar latere mangaanknollen die ook ijzer-60 bevatten bleken ongeveer 2,8 miljoen jaar oud. In 2004 kwamen Korschinek en collegae met de theorie dat 2,8 miljoen jaar geleden een supernova dicht bij het zonnestelsel – afstand ergens tussen de 100 en 200 lichtjaar – moet zijn ontploft, iets dat de toenmalige apen de nodige schrik zal hebben bezorgd, omdat die nieuwe ster weken helderder dan de Nieuwe Maan moet zijn geweest.

Van het oerwoud naar de savanne

Op de savannen evolueerden de apen tot mensen. Credit: Cocoparisienne/Pixabay.


Vóór de supernova explodeerde was het klimaat op Aarde vrij warm en hadden de apen een goed bestaan in de tropische oerwouden, alwaar ze leefden van een vegetarisch dieet. Maar de Supernova van Munchen, zoals de geëxplodeerde ster in Svensmark boek wordt genoemd, gooide roet in het eten (bijna letterlijk), want de kosmische straling moet met 15% zijn toegenomen. Daardoor nam de hoeveelheid lage wolken in de atmosfeer toe en dat werkt volgens Svensmark’s theorie verkoelend. Er trad geleidelijk een wereldwijde verkoeling op én een droger wordend klimaat in Afrika. De  voedselketen in de tropen raakte van slag en dé plek waar de apen voedsel konden krijgen waren de zich uitbreidende savannes, met hun kuddes wilde dieren. Maar gewend aan fruit was het gebit van de apen niet geschikt voor rauw vlees en dus moesten ze gereedschappen ontwikkelen om dat rauwe vlees in stukken te snijden, tot hapklare brokken dus, en ook moesten ze goed samenwerken om die dieren te kunnen vangen. Ergo: door de afkoeling van de aarde door die supernova 2,8 miljoen jaar geleden kwamen de apen tevoorschijn uit het oerwoud en gingen ze de Afrikaanse savannes op. Langzaam evolueerden ze tot mensapen, die leerden omgaan met vuistbijlen en speren en die georganiseerd op jacht gingen op wilde dieren. Afijn, een leuke theorie van die mijnheer Korschinek en consorten. Leuk boek om te lezen, aanrader! Bron: Henrik Svensmark & Nigel Calder, Kosmisch Klimaat, Veen Magazines 2007.

 

References[+]

References
1 Mangaanknollen zijn op grote diepte in veel oceanen voorkomende knollen bestaande uit een mengsel van ijzer- en mangaanoxide (en een groot aantal andere metalen en andere elementen in lagere concentraties) die daar zeer langzaam (in de loop van miljoenen jaren) zijn gegroeid. Per 4 miljoen jaar groeien ze ongeveer één centimeter! 😯 Bron: Wikipedia.

Video: Nieuws uit de ruimte

Hier is weer een kersverse aflevering (nr. 28, 2e seizoen) van Nieuws uit de ruimte, met de man die alles aan elkaar praat Miles O’Brien. Onderwerpen zijn o.a. de pogingen van de ISS-bemanning om de pomp te repareren die noodzakelijk is voor het koelsysteem van het ISS (pogingen die vandaag gelukt zijn, zo lees ik net op Teletekst), een interview met ruimtewandelaar

Wie bij de NASA verzint toch al die namen?

Ares Vallis vanaf de Pathfinder. Credit: NASA

Kijk naar de foto hiernaast. Een stukje Marslandschap genaamd Ares Vallis, zoals gefotografeerd door de lander van de Mars Pathfinder in 1997. De lander en de daarmee getransporteerde rover Sojourner waren de eerste succesvolle Amerikaanse Marsmissie na de Vikingvluchten in 1976. De landing vond plaats op 4 juli 1997, yep goed geraden, Independance Day in de Verenigde Staten. Het landingsgebied is bezaaid met allerlei stukken rots, die onderzocht werden door de Sojourner. Wetenschappers van de NASA hebben de meeste rotsen namen gegeven, welke officiëel gecatalogiseerd zijn. Alexander Trevi heeft de saaie en grijze NASA-foto’s met die namen erop een facelift gegeven en dat leverde de foto hiernaast op. Geen nep, alle namen zijn echt! Wie verzint er om een rots ‘lunchbox’ te noemen? Of ‘Asterix’ en ‘Obelix’? 😀  De Sojourner, de kleine voorloper van de Marsrovers Spirit en Opportunity, heeft drie maanden rondgereden in de nabijheid van de lander en onderzoek gedaan aan die rotsen. Op 27 september 1997 had men voor het laatst contact met rover en lander en daarna was ’t over en uit. De Pathfinder werd toen omgedoopt tot Sagan Memorial Station ter ere van astronoom Carl Sagan. Bron: Astropixie voor de foto en Wikipedia voor de info over de Pathfinder.