Het verhaal van supernova 1987A

Credit: NASA/Peter Challis

Op 24 februari 1987 werd een supernova ontdekt in de Grote Magelhaense Wolk, een naburig dwergsterrenstelsel van onze Melkweg. De gelukkige ontdekkers: Ian Shelton en Oscar Duhalde (Las Campanas Observatorium in Chili) en onafhankelijk van hen door Albert Jones in Nieuw Zeeland. Met z’n afstand van slechts 168.000 lichtjaar was deze exploderende ster de dichtstbijzijnde supernova sinds Supernova 1604 (Kepler’s supernova), die in ons eigen melkwegstelsel plaatsvond. Al meer dan tien jaar is het restant van SN 1987A, zoals de supernova wordt genoemd, gevolgd door de Hubble ruimtetelescoop. Drie jaar na de explosie werd Hubble gelanceerd en die begon direct de restanten van de supernova in beeld te brengen. Het daarop volgende onderzoek aan SN 1987A leverde enkele opmerkelijke resultaten op:

  • de oplichtende ring rond de supernova is inmiddels een lichtjaar in diameter (zie foto linksboven). De ring was er al zo’n 20.000 jaar voordat de supernova explodeerde, uitgezonden door de ster die in 1987 tot supernova uitbarstte: Sanduleak -69°202, een blauwwitte reuzenster. De röntgenstraling van de supernova doet het gas in de ring oplichten.
  • buiten de ring zijn nog twee andere schillen ontdekt van gas, op de afbeelding die twee overlappende ringen.
  • bij de ontplofte ster is een halterachtige structuur ontdekt die 1/10e lichtjaar groot is. Het zijn in feite twee wolken van gas die ieder een kant uitvliegen met een snelheid van zo’n 30 miljoen km per uur.
  • de scholkgolf van de supernova breidt zich uit door de centrale ring om de ontplofte ster heen en doet deze als een soort van parelsnoer verlichten. Recent onderzoek van een team sterrenkundigen onder leiding van Kevin France (Universiteit van Colorado in Boulder, VS) heeft aangetoond dat in de uitdijende schil zware elementen voorkomen, zoals zuurstof, stikstof en ijzer.

Afijn, ik kan er nog wel een kilo verhalen over vertellen, maar de volgende video kan ’t allemaal veel beter vertellen, het verhaal van supernova 1987A:

Oeps, in de video wordt de ‘progenitor’, de ster die als SN 1987A explodeerde een rode reus genoemd, 11 miljoen jaar geleden ontstaan. Maar wees verzekerd: Sanduleak -69°202 was echt een blauwe reus. Foutje, kan gebeuren. 😉 Bron: Space.com.

Bekijk aankomende ISS-passages in de Astrokalender

De Astrokalender met de komende ISS-passsage

Ik zag vanavond het internationale ruimtestation ISS overvliegen. Schitterend om te zien, zo’n stip die steeds helderder wordt. Op een gegeven moment is ‘ie van magnitude -3,5 en zie je ‘m gewoon stralen als de ster Wega in het sterrenbeeld Lier vlakbij het zenit wordt gepasseerd. Komende passages van het ISS zijn zoals bekend te zien op websites zoals Heavens Above of via waarschuwings-tweets als Twisst. Maar je kan ook gewoon in de Astrokalender van de Astroblogs – één van die tabs bovenaan de homepage – kijken en zien wanneer ’t gevaarte overvliegt. De tijden zijn gelijk de Nederlandse tijden, dus niks omrekenen. Zo zie je direct dat maandag 6 september het ISS om 22.05 uur opduikt en drie minuten later weer verdwijnt, met een maximale hoogte van 39°. Klik op ‘meer details’ en bij het kopje ‘beschrijving’ lees je vervolgens nog eens: Appearing in the W at 10 degrees above the horizon. Nou, wat wil je nog meer. Service toch? 🙂

NASA wil sonde ín de Zon laten duiken

De Solar Probe Plus. credit: JHU/APL

“To boldly go where no spacecraft has gone before” en dat geldt zeer zeker voor hetgeen de NASA nu weer van plan is te gaan doen. De Amerikaanse ruimtevaartorganisatie wil namelijk ergens in 2018 met de zogenaamde Solar Probe Plus (SSP) richting de Zon opstomen – há opstomen, what’s in a name – en die sonde moet á¬n de atmosfeer duiken en dan waarnemingen verrichten. Onderweg naar die atmosfeer moet de SSP al temperaturen tot 1.400 °C doorstaan, dus de isolatie mag wel supergoed zijn. Men hoopt dat de sonde het kan uithouden tot een afstand van 6,5 miljoen km van het zonsoppervlak. Mmmmm, is dus meer duiken á¬n de zonatmosfeer, dan in de Zon zelf, maar goed… Oorspronkelijk waren 13 instrumenten voorgesteld om mee aan boord te nemen en vijf daarvan zijn goedgekeurd. Die vijf instrumenten – te bouwen en testen voor de lieve duit van $ 180 miljoen – moeten antwoord geven op twee vragen:  hoe komt het dat de corona van de Zon, de buitenste atmosfeer, zoveel heter is dan het oppervlak van de Zon? En hoe wordt precies de zonnewind opgewekt, die zoveel invloed heeft op bijvoorbeeld het aardmagnetisch veld? Meer over de SSP in de volgende video, waarin Lika Guhathakurta, hoofd van het wetenschappelijke team van SSP, uitlegt wat de bedoeling is:

Tip voor deze Astroblog/-video kwam van Danny. Thanx! 🙂 Bron: Space.com.

Met trots presenteer ik… ASTROVIDEO!!!

Tataratáááá, het moment is aangebroken om jullie te vertellen over m’n nieuwste website: ASTROVIDEO!

Op deze website vind je vele video’s over diverse onderwerpen in de sterrenkunde, ruimtevaart, natuurkunde en het weer en klimaat. Zoals jullie de laatste maanden gemerkt hebben plaats ik steeds vaker video’s op dit terrein. Niet alleen omdat het vaak mooie en boeiende filmpjes zijn, maar ook omdat het aanbod steeds groter wordt. Als ik zou willen zou ik iedere dag wel video’s kunnen plaatsen. Speciaal daarvoor heb ik Astrovideo opgezet, als verzamelplaats van interessante, educatieve en vermakelijke video’s over sterrenkunde, ruimtevaart, natuurkunde en het weer en klimaat. Het staat iedereen vrij om mij links toe te sturen van video’s die de moeite waard zijn en die ik nog niet geplaatst heb. Betekent dit dat er geen video’s meer op Astroblogs verschijnen? Nee hoor, die zal ik hier nog steeds plaatsen. Maar Astrovideo is exclusief voor video’s en als ik filmpjes heb die niet heel interessant zijn voor de Astroblogs, maar wel voor Astrovideo dan zullen die alleen daar ten tonele verschijnen. Kortom, een ‘zusterblog’ erbij voor de Astroblogs. Uiteraard sta ik open voor reacties en zal ik komende tijd nog wel wat moeten sleutelen aan inhoud en vormgeving. Vanaf 5 september 2010 gaat Astrovideo van start. Zegt het voort! 😀 Astrovideo

Ruwe beelden van Saturnus’ maan Dione

Een ‘raw image’ van Dione. Credit: NASA/JPL/Space Science Institute

Op 4 september 2010 vloog de Saturnusverkenner Cassini langs de maan Dione, die 560 kilometer in diameter is en iedere 2,73 dagen vanaf een afstand van 377.400 km één ronde om de planeet aflegd. 4 september eh… da’s gisteren en NU al zijn de ruwe beelden van die passage te zien op internet! 😯 Wowie, TNT Post doet ’t niet sneller. ‘Ruw’ wil zeggen dat de photoshoppers van Ciclops nog hun werk moeten doen, het team dat de beelden van Cassini ontvangt, bewerkt en analyseert. Eén waarneming die gisteren gedaan is is al opmerkelijk: de ‘voorkant’ van Dione blijkt mínder kraters te bevatten dan de ‘achterkant’. Net als onze maan kijkt Dione altijd met dezelfde kant naar Saturnus, een gevolg van de gravitatiekrachten. In z’n baan om Saturnus heeft Dione een voorkant, de kant waar hij heen beweegt, en een achterkant. Omdat de voorkant meer blootgesteld wordt aan ruimtepuin, zoals de voorkant van een auto meer blootgesteld wordt aan insecten en steentjes, is die kant meestal meer bezaaid met kraters. Maar wat zien we bij Dione: dat juist de achterkant meer kraters heeft. Vermoedelijk dat een inslag van een grote planetoïde op de maan deze heeft doen kantelen en voor- en achterkant verwisseld zijn. Wellicht de planetoïde die de krater op de foto heeft veroorzaakt? Bron: Ciclops + Bad Astronomy.

Phoenix werpt nieuw licht op speurtocht Vikingen naar leven op Mars

Eén van de Viking’s op Mars. Credit: NASA/Jet Propulsion Laboratory. 

Onderzoek met de Marslander Phoenix in 2008 werpt een nieuw licht op de speurtocht die de twee Vikinglanders dertig jaar eerder hebben gedaan op zoek naar leven op Mars. De Viking 1 en 2 – die in 1976 onderzoek deden op de Rode Planeet – hadden aan boord een mini-laboratorium waarbij een stukje Marsbodem werd verhit en geanalyseerd. De uitkomst was dat men de organische verbindingen chloormethaan en dichloormethaan aantrof. Die werden toen niet gekwalificeerd als biologisch van oorsprong, maar als afvalstoffen van de vloeistoffen die gebruikt werden bij de analyse. Phoenix ontdekte in 2008 perchloraat in de Marsbodem, een sterk oxiderende verbinding van chloor en zuurstof. Recent onderzoek van een team wetenschappers onder leiding van Rafael Navarro-González (Universiteit van Mexico) heeft laten zien dat eventueel aanwezige organische stoffen in de Marsbodem goed samen kunnen ‘leven’ met perchloraat. Maar zodra de boel wordt verhit gaat het perchloraat oxideren en verdwijnen de organische stoffen, behalve… chloormethaan en dichloormethaan. Kortom, er há dden organische stoffen in de Marsmonsters kunnen zitten die door de beide Vikings zijn onderzocht, maar zijn ze vernietigd in het onderzoeksproces. De organische stoffen kúnnen de bouwstenen zijn van leven op Mars. In 2012 wil men de Curiosity (voorheen het Mars Science Laboratory genaamd) naar Mars brengen, de volgende-generatie-Marsrover. Diens Sample Analysis at Mars (SAM) instrument kan Marsmonsters onderzoeken bij temperaturen hoger (!) dan bij de Vikings én lager. Phhhhewwwww….. 😀 Bron: Science Daily.

Wowie, wat zijn er een boel soorten exoplaneten

KLaas-Jan Mook bij z’n voordracht bij Huygens

Gisteravond hield Klaas-Jan Mook een lezing bij sterrenvereniging Christiaan Huygens over de zoektocht naar de Tweede Aarde en na afloop had ik één sterke indruk: gossie, wat zijn er ontzettend veel soorten exoplaneten! Er zijn op dit moment 490 exoplaneten bekend en tot nu toe had ik altijd de indruk dat die verdeeld waren in twee kampen: de exoplaneten die op de Aarde lijken, dus rotsachtig en met de potentie leven te bevatten, en de Jupiter-achtigen, die enorme gasreuzen zijn en die uitgesloten lijken om tot de ontwikkeling van leven te komen. Maar Mook z’n lezing bracht aan het licht dat er – in theorie tenminste – ontzettend veel verschillende types exoplaneten zijn, waar ik zo op terug zal komen. In z’n boeiende, maar ook wel een tikkie lange lezing, ging Mook niet alleen in op de soorten exoplaneten, maar ook op de verschillende detectiemethodes (zoals het schommelen van de ster als signaal van een aanwezige exoplaneet en de transitiemethode, waarbij het licht van de ster iets dimt als een exoplaneet voorbij schuift). Ook refereerde hij regelmatig naar de Fermi Paradox, waar hij eerder een lezing over hield bij Huygens: ‘Waar zijn ze?’  oftewel waarom hebben we nooit iets gemerkt van ander intelligent leven in het heelal? Mook’s antwoord daarop: dat intelligente leven zal héél zeldzaam zijn in onze Melkweg.

Verschillende types exoplaneten

Schets van een koolstofplaneet. Credit: Lynette Cook/NASA.

Zoals gezegd schetste Mook in z’n lezing vele types van exoplaneten die in theorie kunnen worden onderscheidden. Hij had er een hele avond voor nodig om die types te verklaren, maar in kort bestek geef ik even een overzicht ervan:
  • pulsar planeten: de eerste ‘gewone’ exoplaneet werd in 1995 ontdekt, maar daarvoor al – in 1989 en 1991 – werden exoplaneten bij pulsars ontdekt. Maar die zijn, zoals Mook stelde, geen gewone exoplaneten á la de Aarde en Jupiter maar meer planeten die ontstaan zijn uit de restanten van een supernova-explosie.
  • Chthoniaanse planeten: onuitsprekelijke naam voor zeer hete exoplaneten, die door de korte nabijheid tot hun moederster ‘gestript’ worden van hun atmosfeer. Lijken daarom net kometen met een staart.
  • Waterplaneten: planeten met veel water, maar ook met droge plekken. Zeg maar de film met Kevin Kostner, maar dan in ’t echt.
  • Oceaanplaneten: alleen maar water aan het oppervlak en diep daaronder een dikke laag exotisch ijs.
  • Goldilock planeten: exoplaneten á la Gliese 581d, die gelegen zijn in de leefbare zone van een ster. Potentiële kandidaten dus voor exoplaneten met leven daarop.
  • Super aardes: planeten die een paar keer groter dan de Aarde zijn. Sommigen daarvan zijn ook Goldilock planeten.
  • Hete Jupiters: gasreuzen qua omvang vergelijkbaar met Jupiter, die door migratie in de planeetstelsels naar het binnenste gedeelte verhuisd zijn en daardoor zeer heet zijn. Grote vraag is waarom dat migreren Jupiter niet is overkomen.
  • Koolstofplaneten: deze bestaan uit een ijzerkern en koolstofmantel. Er schijnt ook een laag van zuivere diament in voor te komen, dus voor goudzoekers eh… diamantzoekers ’the place to be’. 🙂
  • en nog een zooitje soorten, waar ik de naam van vergeten ben… Ja hallo, ik heb het niet allemaal opgeschreven hoor.

Afijn, na de avond duizelde het mij een tikkie van die verschillen in exoplaneten. Maar goed, da’s beter dan achteraf te constateren dat je niks nieuws hebt gehoord. Dus een interessante lezing van Mook!

Google heeft de jarige buckyball in z’n logo

Credit : Google

Ga es even wat zoeken op google.nl en je zal vandaag in het logo van Google – ook wel z’n doodle genoemd – een bewegende buckyball aantreffen:Het is vandaag precies 25 jaar geleden sinds de ontdekking van fullerenen, waar de buckyballs één vorm van zijn. Het zijn geheel uit koolstof bestaande moleculen, in de vorm van een holle bol, ellipsoïde of buis. Bolvormige fullerenen worden in de wandelgangen buckyballs genoemd en ze bestaan uit 60 koolstofatomenen, keurig in een soort van bol gerangschikt. Je hebt ook cilindrische fullerenen, buckybuizen (buckytubes)  genaamd die 70 atomen tellen. Onlangs werden beide varianten in de natuur ontdekt, in de jonge planetaire nevel genaamd Tc 1, 6500 lichtjaren van ons vandaan in het sterrenbeeld Altaar (Ara). Eh… ga voor de gein eens over de doodle met je muis, de linkermuisknop vasthoudend. Nee, niet op de doodle hierboven, maar op de website van Google, anders lukt ’t niet. 🙂