Death Star Halloween

Woehahaha, het was vandaag Halloween. Nou ja vandaag, bij ons kwamen die griezels gisteravond al aan de deur, terwijl ik met een huis vol visite zat. In de VS gebruiken ze een uitgeholde pompoen, de Jack-o’-lantern, om aan te geven dat de kinderen daar aan kunnen bellen. Vandaag kwam ik deze pompoen tegen, de Death Star in het klein. 🙂

Credit: F. Tronchin op flickr (cc).

Hoe krijgen ze ‘t voor elkaar! Tip kwam van Stellar190 via Twitter. Vorig jaar had ik overigens een andere astro-griezelfoto, de bokglobule genaamd Sh 2-136 en in de Astroblog-prehistorie had ik deze griezelplaatjes, geschoten door Chandra en Spitzer. Kennelijk zit er een diepere connectie tussen Halloween en sterrenkunde. Woehahaha… 😈

Centrum Melkweg beste bewijs donkere materie

Waarnemingen van Fermi aan gammastraling uit het centrum van de Melkweg. Credit: Hooper & Goodenough.

De kern van ons Melkwegstelsel levert nog altijd het beste bewijs voor het bestaan van donkere materie. Tenminste, da’s wat het koppel Dan Hooper en Lisa Goodenough (Universiteit van Chigago resp. New York) denkt. Dat bewijs zou bestaan uit gammastraling die afkomstig is uit het centrum van de Melkweg en dat waargenomen is met de gammasatelliet Fermi van de NASA. Er wordt al jaren een verhoogde hoeveelheid gammastraling uit dat centrum waargenomen en er wordt ook al jaren geroepen dat dát wijst op donkere materie. Die mysterieuze donkere materie – 80% uitmakend van de totale massa van het heelal, tegen 20% gewone materie (even afgezien van de net zo mysterieuze donkere energie) – zou nabij het centrale zwarte gat van de Melkweg zo dicht op elkaar zitten dat de deeltjes ervan tegen elkaar botsen en annihileren, dat wil zeggen dat ze elkaar vernietigen en gammastraling achterlaten. Als alternatief voor het DM-annihilatiemodel worden ook pulsars en hoge energiefotonen die reageren met interstellaire gaswolken genoemd. Hooper en Goodenough denken nu aanwijzingen te hebben gevonden dat die alternatieven in de prullebak kunnen en dat het DM-annihilatiemodel wel degelijk geldig is. Bij hun berekeningen maakten ze onderscheid in de door Fermi waargenomen gammastraling naar het gebied waar het vandaan komt: dat kan de platte schijf van de Melkweg zijn, dat kunnen afzonderlijke puntbronnen zijn en dat kan de echte kern van de Melkweg zijn. Voor de eerste twee gebieden zou de door donkere materie geproduceerde gammastraling zich niet onderscheiden van alternatieve bronnen. Maar voor de Melkwegkern zou dat wel het geval moeten zijn, omdat de emissie van gammastraling door donkere materie toeneemt met het kwadraat van de dichtheid van die materie. Verdubbeld de dichtheid, dan verviervoudigd de hoeveelheid uitgezonden gammastraling. In een gebiedje van 0,25 graad rond de echte kern van de Melkweg, da’s Sgr A* in het sterrenbeeld Boogschutter, hebben Hooper en Goodenough die verhoogde emissie daadwerkelijk teruggevonden in de Fermigegevens. Zij denken dat de beste kandidaat voor donkere materie een zogenaamd weakly interacting massive particle (WIMP) is met een massa van 7,3 tot 9,2 GeV. Bron: Physics World.

Prof. Blaauw lezing over radiosterrenkunde

Blaauw lezing 9 november a.s. Credit: RUG.

Sinds 1997 organiseert het Kapteyn Instituut de Professor Blaauw lezing, vernoemd naar Prof. A. Blaauw vanwege zijn wetenschappelijke en organisatorische prestaties en zijn belangrijke rol voor de Groningse, Nederlandse en internationale sterrenkunde. De Blaauw lezing is voor een algemeen publiek en wordt verzorgd door een internationaal bekende astronoom. Het niveau is zodanig dat ook de geïnteresseerde leek het kan volgend. Dit jaar zal de lezing op dinsdag 9 november om 20.00 uur gegeven worden door Prof. Ron Ekers. Hij is een CSIRO Fellow en Professor aan de Curtin University in Perth, Australië. De titel van zijn lezing is “Paths to Discovery in Radio Astronomy – Prediction and Serendipity” en het zal gaan over de geschiedenis van de radiosterrenkunde en de ontdekkingen die deze tak van de sterrenkunde mogelijk gemaakt hebben. De lezing is in het Engels. De locatie van de lezing is de Aula in het Academiegebouw aan de Broerstraat 5 in Groningen. Toegang is gratis voor iedereen. Bron: RUG.

Het Kringmodel van het heelal

Rob Roodenburg bij Huygens

Afgelopen vrijdag was Rob Roodenburg te gast bij sterrenkundevereniging Christiaan Huygens om een lezing te geven over “Relativiteit gerelativeerd”, waarin hij z’n ideeën ontvouwde over ruimte en tijd in het heelal. Vantevoren was al aangekondigd dat Roodenburg, in het dagelijks leven ingenieur in de meet- en regeltechniek in Delft, met opzienbarende stellingen zou komen, zoals dat de Big Bang nooit heeft plaatsgevonden en dat zwarte gaten niet bestaan. Kom daar anno 2010 maar eens mee aan bij de gevestigde astro-orde. Welnu, de lezing van Roodenburg voor het geboeide publiek van Huygens bevatte inderdaad de nodige heilige-huisjes-omverwerpende-stellingen, niet alleen de genoemde stellingen, maar ook dat de Relativiteitstheorie van Einstein en de theorie van het expanderende heelal van Edwin Hubble incorrect zijn. Roodenburg’s alternatieve model van het heelal, het zogenaamde Kringmodel, is gebaseerd op het behoud van energie van het totale heelal. Hij las ooit ergens in een boek over dat de wet van behoud van energie lokaal geldt en daar is hij vervolgens over gaan nadenken en zo kwam hij op een alternatieve relativiteitstheorie, die hij de universele relativiteitstheorie noemt. Hij heeft er een boek over geschreven, waar hier een voorproefje van te lezen valt. Ben ik het met Roodenburg eens? Nee, absoluut niet en dat heb ik ‘m ook op die avond middels vele vragen laten weten. Het voert nu te ver om Roodenburg’s gehele theorie uit de doeken te doen, maar twee voorbeelden wil ik noemen waarop hij m.i. ongelijk heeft.

Veranderende eenheden

Het heelal nu en 10 miljard jaar geleden. Credit: R.Roodenburg.

Uit het Kringmodel blijkt dat de eenheden, waarin wij dingen meten zoals lengte en tijd, veranderen. Als wij het heelal anno 2010 vergelijken met het heelal anno tien miljard jaar geleden en in dat vroegere heelal zouden er ook mensen hebben geleefd dan zou dat heelal vroeger er voor de toenmalige waarnemers exact hetzelfde uitzien als wij het heelal nu zien. Kan dat, het heelal was tien miljard jaar geleden toch een stuk kleiner? Yep, het was een stuk kleiner, maar daar merkten waarnemers niets van, want de eenheden waren toen ook kleiner, aldus Roodenburg. Is de mens nu gemiddeld 1,50 meter lang, toen (10 miljard jaar geleden dus) zou de mens 15 cm groot zijn. Eenheden waren toen ook kleiner, dus de waarnemer toen zag geen ander heelal dan de waarnemer nu. Maar dat leidt direct tot m’n eerste bezwaar. Deze miniaturisatie van het heelal, zoals ik het maar eventjes noem, kan in feite ad infinitum doorgaan tot het heelal ten opzichte van het huidige heelal kleiner was dan een atoom en de waarnemers in dat mini-heelal nog steeds het idee hadden dat ze in een normaal heelal leefden en om zich heen sterren, sterrenstelsels en clusters van sterrenstelsels zagen in een ‘schijnbaar’ expanderend heelal. Roodenburg erkent het feit dat er in het vroege heelal een laatste verstrooiing heeft plaatsgevonden, een moment dat 379.000 jaar na de ‘klassieke’ oerknal plaatsvond en dat ik onlangs nog beschreven heb. De protonen en electronen combineerden op dat moment tot neutraal waterstofgas en de fotonen konden vervolgens ongehinderd hun weg vervolgen, waarmee het heelal doorzichtig werd. De miniaturisatie zou inhouden dat waarnemers een jaar vóór de laatste verstrooiing nog steeds een wereld om zich heen zagen die in niets afweek van het heelal wat wij zien. Maar in dát jaar was het heelal ondoorzichtig en dus was er niets te zien. Ergo, twee tegengestelde condities die ik niet kan verklaren. Ik snap sowieso niet hoe in een heelal met veranderende eenheden én gelijkblijvende natuurconstanten de atomen gewoon kunnen blijven draaien. Een atoom dat tien neer zo klein is zal met gelijkblijvende sterktes van de electromagnetische wisselwerking, wiens sterkte wordt uitgedrukt door ?, de fijnstructuurconstante, in elkaar moeten klappen.

Overschot aan sterrenstelsels met z=1.

tellingen van het aantal sterrenstelsels. Credit: zCosmos Collaboration/R.Roodenburg.

M’n tweede bezwaar betreft een stelling die in Roodenburg’s lezing naar voren kwam betreffende de sterrenstelsels in het ons omringende heelal. Uit tellingen aan het aantal sterrenstelsels op een bepaalde afstand zou naar voren komen dat de meeste sterrenstelsels in het heelal zich bevinden in een schil om ons heen met een afstand die uitgedrukt wordt in de roodverschuiving z=1. In deze conversietool zien we dat dit overeenkomt met een afstand van 7,7 miljard lichtjaar. Roodenburg liet een grafiek zien (zie afbeelding hiernaast) waarin een duidelijke piek te zien is in het aantal sterrenstelsels met z=1. Mijns inziens komt in geen enkele telling die ik ken een dergelijke piek naar voren, en de afgelopen jaren heb ik toch al aardig wat driedimensionale tellingen van de sterrenstelsels in het heelal gezien. Eén van de meeste recente tellingen is die van zCosmos, welke met behulp van de Very Large Telescope (VLT) van de ESO op de berg Paranal in Chili sterrenstelsels tot z=3 telt. Ondanks al m’n bezwaren tegen Roodenburg’s theorie vond ik het een geslaagde avond, die een boeiende discussie opleverde. Ik waardeer ook Roodenburg’s durf om dwars tegen de gevestigde orde in stelling te nemen. Hij wijst er op – én terecht – dat er waarnemingen gedaan worden die niet met de standaardmodellen verklaard kunnen worden, zoals de Pioneer-anomalie en de vergelijkbare NEAR-Galileo anomalie. Ook is er het tot op heden onopgeloste probleem van de singulariteiten van de oerknal en de zwarte gaten, waarbij de oneindige dichtheid van de materie – gelegen boven de Planck-dichtheid – niet meer verklaard kan worden door die modellen. Ik zal een andere keer nog wel ingaan op andere stellingen van Roodenburg, zoals zwarte gaten die niet bestaan en een andere interpretatie die hij geeft van de Kosmische Microgolf-achtergrondstraling. Nu eerst een bakkie koffie drinken. 🙂

Kern van komeet Hartley 2 is langgerekt

De kern van Hartley 2. Credit: NASA/JPL.

Radarbeelden van de komeet Hartley 2 (officiëel 103P/Hartley) gemaakt met de Arecibo radiotelescoop op Puerto Rico laten zien dat de kern van de komeet langgerekt is. Op 20 oktober j.l. was de afstand tussen komeet en aarde met 17,7 miljoen km het kleinste. Vanaf 24 oktober tot op de dag van vandaag is met met de enorme schotelantenne van Arecibo bezig de komeet te onderzoeken en dat heeft o.a. de twaalf radarbeelden van hiernaast opgeleverd. Op 4 november 2010, da’s aanstaande donderdag, zal de komeetverkenner EPOXI – voorheen beter bekend als Deep Impact – langs de komeetkern vliegen en daar onderzoek doen. Het wetenschappelijke team van Deep Impact ging nog uit van een grootte van de komeetkern van 1,2 km, maar de radarbeelden van Arecibo laten zien dat ‘t 2,2 km moet zijn. De kern van Hartley 2 blijkt verder iedere 18 uur om z’n as te roteren. Ook is men meer te weten gekomen over de grootte, snelheid en richting van de deeltjes die de komeetkern, die eigenlijk een grote vuile sneeuwbal is, continue uitspuwt. In de bron lees je meer over de waarnemingen aan Hartley 2 én over de wijze waarop je met een radiotelescoop radarbeelden tevoorschijn kunt toveren. Interessante leesvoer! Bron: Planetary Society.

De vijf Messenger-lezingen van Nima Arkani-Hamed

De naam Nima Arkani-Hamed zal vermoedelijk weinigen van jullie iets zeggen. De naam Richard Feynman daarentegen zal – mag ik toch hopen – wél bekend bij jullie zijn. Hij is onder andere bekend van z’n zeven befaamde Messenger-lezingen voor de Cornell Universiteit, die middels het door Bill Gates gefinancierde project TUVA allen online te bewonderen zijn. Andere wetenschappers die Messenger-lezingen gegeven hebben zijn o.a. Robert Oppenheimer, Steven Weinberg  en Sir Martin Rees. Afijn, jullie voelen ‘m vast en zeker al aankomen: professor Nima Arkani-Hamed, werkzaam bij het gerenomeerde IAS Princeton, heeft onlangs ook een aantal Messenger-gegeven.

Deel 1 gaat over Ruimtetijd en quantum-mechanica en deze is hier te bekijken:

Credit: Cornell/from YouTube

Als je dubbelklikt dan krijg je de video op de Cornell-site te zien. “Embedden” van deze video lukte helaas niet. De vier andere lezingen zijn:

  1. Our “Standard Models” of particle physics and cosmology
  2. Spacetime is doomed: what replaces it?
  3. Why is there a macroscopic universe?
  4. A new golden age of experiments: What might we know by 2020?

Bij elkaar vijf keer 90 minuten (!) hoogst leerzame en boeiende video’s. Ik heb zelf vanavond geen tijd om te kijken, want ik ga naar de sterrenclub, alwaar Rob Roodenberg gaat vertellen waarom hij denkt dat de oerknal helemaal nooit heeft plaatsgevonden. En morgen viert m’n oudste dochter haar verjaardag en dan komt er weer een sloot visite het huis binnen. Kortom, voorlopig eventjes geen Astroblogjes, of ik moet tussendoor nog ergens een gaatje vinden óf er moet bericht komen als dat een mega-planetoïde op Den Haag dreigt te storten. Bron: The Reference Frame.

Wowie, de zon in H-alpha

Zie hier de zon zoals je ‘m waarschijnlijk nooit eerder gezien hebt:

Credit: Alan Friedman

Is ‘t geen prrrachtiggge foto? En het mooiste van dit alles is dat het geen fabrikaat van een professioneel instrument zoals SOHO of het Solar Dynamics Observatory (SDO) is, maar van een… amateur-astronoom! Yep, de beste man heet Alan Friedman, in ‘t dagelijks leven creatief met kaartenmaken bezig. In z’n vrije tijd ook astrofotograaf. En hoe! Op 20 oktober keek hij met z’n telescoop plus camera naar de zon en legde bovenstaand tafereel vast. Het grote geheim daarbij was het gebruik van een Hα (H-alpha) filter, welke alleen licht doorlaat van deze ene specifieke spectraallijn, uitgezonden door waterstof met een golflengte van 6562,8 Angström. Hoe Friedman aan die super-resolutie gekomen is weet ik niet, maar ik weet wel dat de foto op schitterende wijze gebeurtenissen op de zon laat zien, zoals protuberansen, zonnevlammen, zonnevlekken en convectiecellen (granulae). Voor een volledige beschrijving van de foto en van enkele detailfoto’s ervan moet je de bron lezen, Phil Plait’s Bad Astronomy. En voor een grotere en nog veel mooiere versie van de foto moet je op Alan Friedman’s site wezen.

Lezing: Relativiteit gerelativeerd

Credit: Wikipedia Commons

Morgenavond, vrijdag 29 oktober 2010, houdt Ir. Rob Roodenburg bij sterrenkundevereniging Christiaan Huygens een lezing getiteld “Relativiteit gerelativeerd“. Hier alvast een tipje van de sluier van wat Roodenburg allemaal gaat vertellen: “De relativiteit is nooit afgemaakt, Albert Einstein heeft er tot aan zijn dood toe aangewerkt. Door de factor tijd anders te benaderen, krijgen we een iets afwijkende relativiteitstheorie met grote consequenties. Geen ‘Big Bang’ en geen ‘zwarte gaten’ meer. De natuurkunde wordt overal en altijd dezelfde, zonder uitzonderingen. De tijd staat voor het verouderingsproces. De tijd wordt niet altijd door klokken aangegeven. Deze relativiteitstheorie voorspelt kosmische inflatie voor sterrenstelsels met grotere roodverschuiving en het LIGO zal nooit zwaartekrachtgolven meten!” Kortom, morgen klokslag 20.30 uur allemaal naar Huygens!