VISTA toont ons Monoceros R2

Credit: ESO/J. Emerson/VISTA.

In het sterrenbeeld Eenhoorn (Monoceros) ligt, verborgen in een reusachtige donkere wolk van moleculen en stof, een actief stervormingsgebied, genaamd Monoceros R2. Hoewel het aan de hemel niet ver van de bekendere Orionnevel lijkt te staan, is het met een afstand van ongeveer 2700 lichtjaar in werkelijkheid bijna twee keer zo ver van ons verwijderd. In zichtbaar licht is te zien hoe het verstrooide licht van een aantal zware, hete sterren delen van de moleculaire wolk in een prachtige verzameling van reflectienevels heeft veranderd. Maar de meeste van de jonge, zware sterren in dit gebied gaan schuil achter dicht interstellair stof dat vrijwel al hun ultraviolette en zichtbare straling absorbeert. Op deze fraaie infraroodopname, gemaakt met de Visible and Infrared Survey Telescope for Astronomy (VISTA) van de ESO-sterrenwacht op de berg Paranal in het noorden van Chili, kijken we dwars door dit donkere gordijn van kosmisch stof heen. Hierdoor hebben we goed zicht op de plooien, lussen en filamenten – hieronder in de video in diverse delen van het electromagnetisch spectrum mooi in beeld gebracht – die de intense deeltjeswinden en straling van hete, jonge sterren uit de stoffige interstellaire materie hebben gemodelleerd.

Lees verder

Een omgekeerde schokgolf in Winkelhaak

Supernovarestant en pulsar G327.1-1.1. Credit: X-ray: NASA/CXC/SAO/T.Temim et al. and ESA/XMM-Newton Radio: SIFA/MOST and CSIRO/ATNF/ATCA; Infrared: UMass/IPAC-Caltech/NASA/NSF/2MASS

Hiernaast zie je G327.1-1.1. Daar heb je vast nog nooit van gehoord en ik tot vandaag ook niet, dus niks om je over te schamen. Het is het restant van een supernova die ooit plaatsvond in het zuidelijke onopvallende sterrenbeeld Winkelhaak (Norma), 29.000 lichtjaar verderop. Dat heldere puntje in het midden is het overblijfsel van die ontplofte ster, een snel rondtollende neutronenster, die we ook wel een pulsar noemen. De foto toont allerlei kleuren en dat vertelt ook precies hoe de foto tot stand is gekomen: als mix van diverse foto’s in verschillende delen van het electromagnetisch spectrum. In blauw zie je röntgenstraling, zoals waargenomen door de satellieten Chandra en XMM-Newton, in rood de radiostraling, door een bataljon radioschotels gezien en de rest van het sterveld is in infrarood, zoals gezien door ‘2MASS’ – hetgeen staat voor de Two Micron All-Sky Survey. Wat opvalt is dat die radiostraling rechtsboven van de pulsar grotendeels ontbreekt. Hoe dat komt is niet helemaal duidelijk, maar denkt wel dat er sprake is van een zogenaamde omgekeerde schokgolf. De supernova blies z’n buitenlagen op en een daaropvolgende schokgolf moet op een gegeven moment ‘gestuit’ zijn tegen die buitenlagen en vervolgens van richting zijn veranderd. Daardoor is de uitdijing vooral één kant uitgegaan en dat zie je op de foto van G327.1-1.1. De pulsar zelf – die een ‘ verse’ bel van heet materiaal heeft uitgespuwd, de blauwe wolk op de foto – beweegt naar het noorden, da’s boven op de foto. Zie deze gelabelde foto waarin ’t allemaal wat duidelijker is. Bron: Chandra.

Hoe een stukje plakband kan leiden tot een Nobelprijs

Vandaag werd bekend dat de in Rusland geboren Nederlandse natuurkundige Andre Geim samen met zijn Russisch-Britse collega Konstantin Novoselov de Nobelprijs voor Natuurkunde krijgen. Zij krijgen dat voor hun ontdekking en verder onderzoek van grafeen, het dunste maar tevens sterkste materiaal ter wereld. Die ontdekking begon met een simpel stukje plakband! Kijk maar naar deze video van Sixty Symbols, die speciaal voor deze uitreiking is gemaakt:

Bron: Astropixie.

Koude fase WISE afgelopen, nu start z’n warme fase

Credit: NASA/JPL

Het koelmiddel (helium) aan boord van de Wide-field Infrared Survey Explorer (WISE), de op 14 december 2009 gelanceerde infrarood-satelliet van de NASA, is op. Dat spul is nodig om de instrumenten bij temperaturen net boven het absolute nulpunt (-273 °C) te laten functioneren. Je zou denken, geen koelmiddel dus einde missie. Maar net als met de andere infrarood-satelliet van de NASA, Spitzer, zijn de heren/dames technici niet bij de pakken neer gaan zitten en hebben ze de ‘koude fase’ gewoon vervangen door de ‘warme fase’, officiëel de NEOWISE Post-Cryogenic Mission. Twee van de vier IR-instrumenten kunnen namelijk ook zonder dat koelmiddel blijven waarnemen. En zoals we bij Spitzer hebben gezien betekent dat dat we er nog heel veel plezier aan kunnen beleven. Als een goed belastingbetaler betaamt moeten we natuurlijk wel de vraag stellen wat die koude fase van WISE allemaal heeft opgeleverd – OK, het is een Amerikaanse satelliet, dus waar maak ik mij druk om, maar het gaat om het principe. Nou, de opbrengst is geweldig, mogen we wel stellen. Behalve de gehele infraroodhemel in 1,8 miljoen foto’s heeft WISE ook 19 kometen ontdekt plus ruim 33.500 planetoïden. Mocht je denken, pffff… dat zijn allemaal saaie stukken rots in de ruimte, bedenk dan dat er 120 aardscheerders bij zaten, potentiële ‘Megaknallers’ dus, die tegen de aarde kúnnen botsen. De volgende video toont hoe die oogst van driekwart jaar waarnemen door WISE vergaard werd. Indrukwekkend!

Exit WISE, enter NEOWISE. 🙂 Bron: NASA/JPL.

Gigantische kosmische rivier bij quasar in kaart gebracht

Montage van een radio- en optische foto van 4C34.47 (© NOVSA/ Seyit Hocuk en Peter Barthel )

De Groningse astronomen Seyit Hocuk en Peter Barthel hebben met de Amerikaanse Very Large Array (VLA) radiotelescoop gedetailleerde radio-opnamen gemaakt van quasar 4C34.47 [1]Eigenlijk heet de quasar QSO B1721+343. 4C34.47 is het radiostelsel, zoals gecatalogiseerd in de vierde Cambridge-catalogus van radio-objecten. in het verre heelal. Op die radio-foto’s ontdekten de astronomen een radio-bundel (‘jet’) van ruim een miljoen lichtjaar lang. Die bundel ontstaat in het hart van de quasar, vlak buiten een zwart gat, en transporteert als een gigantische kosmische rivier geladen kosmische deeltjes tot over een afstand van ruim een miljoen lichtjaar buiten het object, waar de deeltjes in een enorme radiowolk terecht komen. Quasars zijn perioden van extreme energie-uitbarstingen in het inwendige van sterrenstelsels. In de kernen van veel sterrenstelsels bevinden zich zware zwarte gaten en soms worden die zwarte gaten actief. Gedurende een periode van tientallen miljoenen jaren zuigen ze materie op uit de omgeving. Die materie wordt door dit proces (dat astronomen accretie noemen) verhit tot temperaturen van miljoenen graden en die verhitting leidt tot felle straling vanuit de omgeving van het zwarte gat. De straling is zo fel dat quasars tot op enorme afstanden kunnen worden waargenomen, in feite tot aan de rand van het waarneembare heelal. Omdat die felle straling uit een zeer klein gebied komt en het sterlicht van het moederstelsel volledig overstraalt, lijkt het alsof er een felle ster aan de hemel staat – vandaar de naam quasi-ster of quasar. In werkelijkheid is een quasar dus helemaal geen ster. Sommige quasars hebben gigantische radio-structuren, bestaande uit twee radio-wolken aan weerszijden van het sterrenstelsel. Deze wolken worden gedurende de actieve fase van de quasar gevoed door bundels vanuit de kern, maar die bundels zijn lang niet altijd waarneembaar. 4C34.47 is zo’n radio-quasar – en geen gewone maar een extreem grote. De twee radiowolken staan zo’n miljoen lichtjaar buiten het sterrenstelsel, en bij een van de wolken bleek de gigantisch lange voedingsbundel waarneembaar voor de radiotelescoop. Hoe lang de bundel van 4C34.47 is, wordt duidelijk als we bedenken dat ons eigen (uit vele miljarden sterren bestaande) melkwegstelsel honderddduizend lichtjaar meet. Dat past dus zeker tien keer langs de radio-bundel van 4C34.47. Overigens zijn de waarnemingen van deze spectaculaire bundel maar ook van andere eigenschappen van 4C34.47 een mooie bevestiging van een theorie voor quasars die Barthel in 1989 postuleerde. Hocuk zegt: “deze waarnemingen dateren uit midden jaren 80, en voor mijn afstudeerproject heb ik hieraan samen met prof. Barthel gewerkt. Hij en zijn collega’s hadden destijds 4C34.47 met die VLA radiotelescoop in New Mexico bestudeerd, maar de waarnemingen waren nog nooit in detail uitgewerkt. Er was wel een vermoeden dat deze radioquasar zo’n enorme bundel zou vertonen, maar het is fantastisch dat we hem nu ook ‘zien’, met radio-ogen dan wel te verstaan.” Barthel voegt daaraan toe: “dit is de langst bekende quasar-bundel (‘radio jet’), en het leuke is dat-ie in het echt eigenlijk nog langer is. We zien hem namelijk niet onder een hoek van 90 graden, maar onder een beduidend kleinere hoek. De bundel komt schuin op ons af, en de eigenlijke lengte is dus nog een stuk groter. Die oriëntatie maakt dat we de andere bundel – die dus schuin van ons af wijst – niet zien. Net als de Westerbork-radiotelescoop en straks de LOFAR-telescoop maakt de VLA radio-‘foto’s’ waarmee spectaculaire astrofysische processen in detail bestudeerd kunnen worden, dichtbij en héél ver weg”. Geïnteresseerd in alle details van de waarnemingen van Hocuk en Barthel? Lees dan hier hun wetenschappelijke artikel erover. Bron: Nova.

References[+]

References
1 Eigenlijk heet de quasar QSO B1721+343. 4C34.47 is het radiostelsel, zoals gecatalogiseerd in de vierde Cambridge-catalogus van radio-objecten.

Het ontwerp van Marsmissie MAVEN in een notendop

MAVEN (Mars Atmosphere and Volatile Evolution) is een missie naar Mars, die de NASA van plan is ergens in 2013 te lanceren en die tot doel heeft de bovenste delen van de atmosfeer van Mars te onderzoeken. Bij het ontwerp van zo’n satelliet komt heel wat kijken, zoals instrumenten, doelen, risico’s en uiteraard… geld. In ’t volgende

Is er nou wel of geen leven op Gliese 581g?

Is er leven op Gliese 581g? Credit: NASA / Lynette Cook

Sinds vorige week bekend is geworden dat sterrenkundigen bij de ster Gliese 581 een planeet hebben gevonden die gelegen is in de bewoonbare zone rondom die ster, waarmee deze planeet – Gliese 581g geheten, dé kandidaat is om potentieel leven te kunnen bevatten, gaat er geen dag voorbij of er verschijnt wel nieuws over. Vooral de uitspraak van Steven Vogt, één van de ontdekkers van Gliese 581g, dat het 100% zeker is dá t de planeet leven bevat, is erg opzienbarend en heeft ook veel stof doen opwaaien. Het is niet eens zeker óf er water op Gliese 581g is, er is alleen de waarneming dat de planeet op een afstand van de ster ligt die het mogelijk maakt dat er vloeibaar water zou kunnen zijn, maar da’s niet hetzelfde als constateren dá t er vloeibaar water op de planeet is. Van Jan, m’n Astromaatje van deze blog, kreeg ik nog een opmerkelijk bericht door, welk 1 oktober j.l. in het AD zou zijn verschenen. Ene Ragbir Bhathal, lid van een organisatie die op zoek gaat naar signalen en communicatie op andere planeten, heeft ergens in december 2008 een lichtstraal opgemerkt die uit de buurt kwam van Gliese 581. Ik citeer even rustig verder uit ’t AD:

“Ik wilde het signaal meteen onderzoeken. We beschikken over speciale software, want we ontvangen ook veel lawaai. Maar dit was een heel scherp signaal. En dat is precies waar we naar op zoek zijn.” Uiteraard ging Bhathal in de volgende maanden op zoek naar een tweede signaal, maar hij vond niets meer. De ontdekking dat er rond de ster bewoonbare planeten konden bestaan, maakte het verhaal plots populair bij het bredere publiek. In Oekraïne werd zelfs een signaal met 500 boodschappen van de bevolking uitgezonden in de richting van Gliese 581. Bron: AD, 1 oktober 2010.

Afijn, nou blijken mensen dus eerder al iets vreemds te hebben opgemerkt aan de ster Gliese 581 en die Bhathal zal niet de enige zijn. Een smeuïge anekdote in dit verband is wel dat de bewuste ster, die ook voorkomt als nr. 562 in de lijst van Wolf, opgesteld door Max Wolf (1863-1932), beschreven wordt in Approaching Perimelasma, een science fictionverhaal van Geoffrey A. Landis uit… 1998. 😯 Zie m’n dossier over Gliese 581c, zusterplaneet van 581g, over dat SF-verhaal en een citaat er uit. Maar goed, vraag blijft dus of er leven op Gliese 581g is? Ik moet jullie op dit moment even het antwoord schuldig blijven, maar ik ga het uitzoeken en als ik het weet kom ik er op terug. 😉

1 oktober 2010: Waarom wordt Gliese 581g de Goudlokje-planeet genoemd?

Credit: Wikipedia Public Domain

Gisteren was hét nieuws van de dag dat sterrenkundigen er in geslaagd zijn om bij de rode dwergster Gliese 581 in het sterrenbeeld Weegschaal een planeet te vinden die precies gelegen is in de bewoonbare zone. Oh ja, er was gisteren ook nog nieuws over een kabinet met de VVD en CDA, maar dat was minder interessant. 😉 Die exoplaneet waar het om draait, Gliese 581g heet ‘ie, wordt in alle media ook wel de Goudlokje-planeet genoemd, The Goldilock planet in ’t Engels. Vanwaar die bijnaam? Nou simpel, de naam komt van het sprookje van Goudlokje en de drie beren. Het kleine meisje genaamd Goudlokje komt op een gegeven moment in het huis van de drie beren in het bos, dat verlaten is omdat de beren even aan ’t wandelen zijn. Ze maken een ommetje om hun pap af te laten koelen. Goudlokje ziet die pap staan en proeft ervan. Het ene bord pap is veel te heet, het andere veel te koud. Maar ja, je voelt ‘m al aankomen: het derde bord pap is precies de goede temperatuur en dat bord eet ze helemaal leeg. Afijn, je snapt gelijk de vergelijking met de planeten rondom Gliese 581: Gliese 581c is net te warm, Gliese 581d is net te koud, maar Gliese 581g heeft precies de juiste temperatuur om ‘m bewoonbaar te maken. ‘Bewoonbaar’ wil zeggen dat er vloeibaar water kan voorkomen. In de grafiek hieronder zie je de bewoonbare zones – ook wel de Goldilockzones genoemd – rondom een aantal types van sterren. De zon is de gele ster in ’t midden, Gliese 581 de onderste rode ster.

Credit: ESO

Bron: voor dat sprookje – waarbij Goudlokje ook nog eens op ’t bed van die beren in slaap valt. Hoe ’t verder afloop lees je maar op: Beleven.org.

30 september 2010: Gliese 581g, eerste exoplaneet in bewoonbare zone

Impressie van Gliese581g. Credit: NASA / Lynette Cook

Vlakbij de rode dwergster Gliese 581 hebben sterrenkundigen een exoplaneet gevonden, met een massa van ongeveer 3 á 4 keer die van de aarde, die in de bewoonbare zone rondom de ster ligt, de zone waar vloeibaar water kan voorkomen. De exoplaneet heet Gliese 581g en met diens ontdekking, resultaat van maar liefst 11 jaar onderzoek, is vermoedelijk de eerste planeet ondekt waar leven zou kúnnen voorkomen en die iets zwaarder dan de aarde is. Het onderzoek werd geleid door Steven Vogt (UC Santa Cruz) en Paul Butler (Carnegie Institution) en er werd gebruik gemaakt van de HIRES spectrometer op de Keck I telescoop van het W. M. Keck Observatorium op Hawaï. Gliese 581 ligt 20 lichtjaar van ons vandaan in het sterrenbeeld Weegschaal. Er waren al vier exoplaneten rond de dwergster bekend, waaronder Gliese 581c en d, beiden gelegen aan de rand van de bewoonbare zone – waarbij c aan de warme kant en d aan de koude kant gelegen is. Eén van de twee nieuwe exoplaneten rondom Gliese 581 is dus Gliese 581g en die ligt middenin de bewoonbare zone. Hij draait in 37 dagen één rondje om de ster. De ster zendt minder licht én warmte uit dan onze zon en dat zorgt ervoor dat de gemiddelde temperatuur op Gliese 581g – wiens afstand tot de ster 20 miljoen km is, da’s 1/7e van de afstand tussen aarde en zon – tussen -31 en -12 °C ligt. De planeet is door de getijdewerking altijd met dezelfde kant naar de ster gekeerd. Aan de kant naar de ster toe gekeerd kan het zeer heet zijn, aan de donkere kant is het ijzig koud. Maar de schemerzones op de planeet zijn het meest interessant, want daar zou de temperatuur rond het vriespunt kunnen schommelen. Dat gecombineerd met de mogelijkheid van het voorkomen van water voedt de speculatie dat er wellicht leven op deze planeet voorkomt. De straal van Gliese 581g is ongeveer 1,2 á 1,4 keer die van de aarde, dus de zwaartekracht zou een tikkeltje groter dan die van de aarde zijn. Om er zeker van te zijn dat de HIRES-waarnemingen met de Keck telescoop klopten heeft men ook gebruik gemaakt van HARPS, the High Accuracy Radial velocity Planetary Search, en die gaven een bevestiging. Kortom, een sensationele ontdekking! Hieronder voor de volledigheid nog even een overzicht van het complete Gliese 581-systeem t/m exoplaneet Gliese 581f, die kortgeleden samen met Gliese 581g ontdekt is, vergeleken met het zonnestelsel.

Credit: National Science Foundation

Bron: Eurekalert.

Nederlander krijgt Nobelprijs voor Natuurkunde

Andre Geim. Credit: Sergeom /Wikipeda

De in Rusland geboren Nederlandse natuurkundige Andre Geim krijgt dit jaar de Nobelprijs voor Natuurkunde, samen met zijn Russisch-Britse collega Konstantin Novoselov. Dat heeft het Nobelprijscomité vandaag (dinsdag 5 okt. 2010) bekendgemaakt in Stockholm. De twee wetenschappers krijgen de prijs voor hun onderzoek naar de eigenschappen van grafeen, het dunste maar tevens sterkste materiaal ter wereld. Het is tweehonderd keer beter bestand tegen breken dan staal. Met dat spul heeft Geim nauwkeurige metingen gedaan aan de zogenaamde fijn-structuur constante, welke aangeeft hoe sterk de kracht is van de elektromagnetische interactie tussen elektrisch geladen deeltjes en fotonen. Geim woont in Engeland, waar hij als docent verbonden is aan de universiteit van Manchester. Hij is tevens bijzonder hoogleraar aan de Radboud Universiteit Nijmegen en heeft een eredoctoraat aan de TU Delft. Geim is in 1958 geboren in de Russische stad Sotsji, maar heeft de Nederlandse nationaliteit. Tien jaar geleden werd Geim al gelauwerd met de zogenoemde Ig Nobelprijs, de komisch bedoelde tegenhanger van de Nobelprijs die jaarlijks wordt uitgereikt door de Amerikaanse organisatie Improbable Research. Hij kreeg die onderscheiding samen met een Britse collega omdat zij erin geslaagd waren een kikker te laten zweven met behulp van een zeer sterke magneet. Het is in totaal de tiende keer dat een Nederlander de Nobelprijs voor Natuurkunde wint. Over Nobelprijzen gesproken: afgelopen vrijdag ging de Twursus – zie deze Astroblog over dat leuke fenomeen – van Govert Schilling over… Nobelprijzen! Hij had zeker al een vooruitziende blik. 🙂 Bron: ANP.

 

Huh, een regenboog op de maan?

Kijk eventjes naar deze foto recentelijk gemaakt met de Wide Angle Camera (WAC) aan boord van NASA’s Lunar Reconnaissance Orbiter (LRO) van een 120 km groot gebied op de maan:

Credit: [NASA/GSFC/Arizona State University

Eh… blauw, groen, oranje, rood, is dat geen regenboog? In rechte lijn omdat ‘ie van boven is gefotografeerd? OK, we weten inmiddels dat er water op de maan voorkomt, maar is er ook direct sprake van een atmosfeer, inclusief fenomenen als regenbogen? Nee, niets van dat alles. Het heeft slechts te maken met de wijze waarop de LROC (da’s LRO + Camera) z’n foto’s maakt. Zo’n foto wordt met verschillende filters gemaakt, die het licht in diverse frequenties bekijken (689 nm, 643 nm en 604 nm filters, dat zijn rood, groen, resp. blauw). De LRO stond op het moment van de foto recht tussen zon en maan, dus het zonlicht werd recht omhoog teruggekaatst door de maanbodem. En dan kan het gereflecteerde zonlicht door het gebruik van de filters, die ieder ook op een iets verschillend tijdstip ‘hun’ foto maken, een dergelijk effect te zien geven, een soort van pseudo-regenboog dus. Bron: LROC.