Begin van de avond was de Astroblogs een poosje uit de lucht. De reden was dat ik ‘achter de schermen’ bezig was om de website over te hevelen naar een snel Content Delivery Network (CDN), een techniek om met meerdere servers verspreid over de wereld de content sneller te verspreiden. Het is een nogal ingewikkeld verhaal met W3 Total Cache, Webreus en MaxCDN als ‘ingredi
Maandelijks archief: oktober 2010
De Krabpulsar is nog lang niet uitgeraasd
In het jaar 1054 verscheen in het sterrenbeeld Stier een zeer heldere nieuwe ster, een supernova, die maar liefst 23 dagen overdag te zien was. Het restant van die supernova kunnen we anno nu nog steeds zien in de vorm van de Krabnevel (M1) en in het centrum van die nevel draait de Krabpulsar (PSR B0531+21), de 25 km grootte neutronenster, welke het restant vormt van de ster die in 1054 explodeerde en die 30 keer per seconde (!) ronddraait. Dat die pulsar bijna duizend jaar na de explosie nog lang niet is uitgeraasd blijkt uit de volgende foto:
Deze foto van de Krabpulsar, welke je precies in het midden ziet staan als helderste van die twee vlak naast elkaar staande ‘sterretjes’, is 2 oktober j.l. gemaakt door de Hubble ruimtetelescoop. Twee oktober, da’s eergisteren! 😯 Pfff, zo snel is de TNT-postbode niet eens! Hubble was ‘gewaarschuwd’ de Krabpulsar in de gaten te houden, omdat half september andere telescopen zagen dat de pulsar plotseling meer gammastraling ging produceren. Hubble brengt precies in beeld hoe dat komt: linksonder van de pulsar en rechtsboven zie je twee ellipsvormige oplichtende wolken, wolken die er eerst niet waren. Ze zijn het gevolg van een recente uitbarsting die op of bij de pulsar moet hebben plaatsgevonden en die een eruptie van hoogenergetische straling moet hebben veroorzaakt. In de bron – Phil Plait’s Bad Astronomy – vind je een beschrijving van de foto, inclusief een gelabelde versie van de foto, en een uitgebreidde beschrijving van wat er op/bij de Krabpulsar moet zijn gebeurd. Ook wordt een vergelijking gemaakt met een eerdere uitbarsting, óók door Hubble waargenomen en wel in 1993. Kortom, lees de onovertroffen bron Bad Astronomy.
3D-maanfoto’s voor beginners
Van de maan zal je vast wel eens foto’s hebben gezien die in drie dimensies waren gemaakt, met diepte er dus in, die je met zo’n rood-groen gekleurd brilletje moet bekijken. Maar ja, zal je net zien dat dat brilletje ergens op zolder in doos x ligt, eh… of doos y? Afijn, is er geen methode om 3D-foto’s te bekijken zónder zo’n hippe bril? Yep, die is er! Neem bijvoorbeeld de volgende stereo-foto:
De truc á la Barbatruc wordt ‘Vrij Kijken’ genoemd (Free Viewing) en hij wordt beschreven in het boek book On the Moon with Apollo 17: A Guidebook to Taurus-Littrow door Gene Simmons uit alweer 1972. Kijk vanaf een relaxte afstand naar de afbeelding en zie de twee ‘fusion spots’ onder de twee afbeeldingen. Kijk daar naar. De twee plekken zullen wat gaan zweven en door elkaar bewegen, evenals de twee foto’s erboven. Op een gegeven moment zijn de twee foto’s gemixt en zijn er eventjes drie foto’s, met de mix in het midden. Met enige oefening kan je de zijkanten dan wegdenken of zullen ze vanzelf verdwijnen. Sommigen hebben die fusion spots niet nodig om het 3D-beeld met de diepte erin te kunnen zien. Probeer het maar eens zou ik zeggen en kijk of het lukt. In de bron van deze astroblog vind je nog andere 3D-foto’s van de maan, die op dezelfde manier bekeken kunnen worden. Op de afbeelding hierboven zie je overigens met de pijl de plek aangegeven waar de Apollo 15 landde, vlakbij het Apennijnengebergte op de maan. Bron: The once and future Moon.
Nr. 4000: Kennismaand oktober eindigt met Nacht van de Nacht
Chang’e-2 plaveit weg voor Chinese bemande maanmissie
References
| ↑1 | Waarin abusievelijk wordt gesproken van een bemande maanlanding in 2017. |
|---|
Melkweg niet de oorzaak van Magelhaense Stroom en -Brug
Het Melkwegstelsel heeft twee begeleidende dwergstelsels, de Grote en Kleine Magelhaense Wolken (in ’t Engels afgekort als GMC resp. LMC, zie de afbeelding hierboven), die je vanaf het zuidelijk halfrond ’s avonds met het blote oog ‘s kunt zien. Het is al lang bekend dat tussen beide ‘Wolken’ een stroom van neutraal waterstofgas (HI) loopt, de zogenaamde Magelhaense Brug. Daarnaast loopt er een lange stroom van hetzelfde spul van die dwergstelsels naar onze Melkweg, zich uitstrekkend aan de hemel over maar liefst 180°, die de Magelhaense Stroom wordt genoemd. Lange tijd werd gedacht dat het Melkwegstelsel door haar gravitatie grote invloed moet hebben gehad op de vorming van de Magelhaense Stroom. Maar recente computerberekeningen van Gurtina Besla en collegae (Harvard-Smithsonian Center for Astrophysics) laten zien dat die invloed gering is. De twee Magelhaense Wolken zelf zijn de oorzaak en wel door de getijdekrachten die er tussen hen bestaan. Dat zorgde er voor dat het gas van de Magelhaense Stroom van de dwergstelsels losraakte en een lange getijdeslierten vormde, slierten die we ook bij andere sterrenstelsels zien. De Melkweg heeft wél invloed gehad op de vorm van de Magelhaense Stroom. Bron: Universe Today.
Prometheus en de F-ring van Saturnus
Als er een wedstrijd zou worden gehouden wie van de volgende twee de mooiste astrofoto’s weet te maken dan zou het volgens mij gelijkspel worden: Hubble of Cassini. Van beiden plaats ik met de regelmaat van de klok prachtige met deze instrumenten gemaakte foto’s van allerlei hemelse objecten. Cassini mikt op Saturnus en omgeving, Hubble neemt de rest van het heelal voor z’n rekening. Van Cassini zag ik vandaag weer een voltreffer, de afbeelding hierboven, waarop we het kleine maantje Prometheus zien – dimensies van deze langwerpige maan: 119 x 87 x 61 kilometer – en op de achtergrond onderaan de F-ring van Saturnus. Cassini nam de foto op 27 december 2009, twee dagen nadat diezelfde Cassini glorieus de geisers op Enceladus fotografeerde. Gelukkig dat ’t filmrolletje in de Cassini nog lang niet op is. 😀 Bron: Planetary Society.
IBEX ziet de rand van het zonnestelsel veranderen
Vorig jaar ontdekte de op 19 oktober 2008 gelanceerde Interstellar Boundary Explorer (IBEX) aan de rand van het zonnestelsel een heldere strook van zogenaamde energetisch neutrale atomen (ENA’s), met energieën tussen 0,2 en 6 KeV. IBEX is gemaakt om de heliosfeer te bestuderen, de grens van het zonnestelsel, waar de deeltjes van de zonnewind en van het magnetische veld van de zon botsen met de deeltjes van het interstellaire medium. De wetenschappers hadden verwacht een uniform verspreidde hoeveelheid ENA’s te zien, maar die strook, voorzien van enkele ‘hotspots’ was de onverwachtte uitkomst. Nu, een jaar later, blijkt er opnieuw een verrassing te zijn: weer een jaar van waarnemen door IBEX laat zien dat de strook gewijzigd is. De helderheid blijkt over het algemeen met 10 tot 15% te zijn afgenomen en de hotspots zijn verdwenen, opgelost in de strook. Men had wel veranderingen verwacht, maar dan in een elfjarige cyclus, de cyclus van de zonne-aciviteit. Maar een dergelijke snelle verandering is onverwacht. Men denkt dat de afname van de helderheid van de strook komt door de ongekend lage activiteit die de zon de afgelopen jaren kent. In de volgende video zie je meer over IBEX en de door haar/hem/het – kies maar – waargenomen strook aan de rand van het zonnestelsel. Het start zonder geluid, maar op een gegeven moment hoor je commentaar. Het gaat met name om de beelden vanaf 3 minuten.
Bron: Eurekalert.
Bijna zeker dat er een extra Shuttlevlucht komt!
Met de goedkeuring deze week van de Senate 2010 NASA Authorization Act (S. 3729) lijkt het bijna zeker dat er in 2011 nog een extra vlucht met een Space Shuttle zal plaatsvinden! 😀 In het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden keurden 304 leden de wet goed, terwijl 118 hadden zitten pitten en tegen stemden. Kortom, alleen de handtekening van president Obama resteert nog om zomer 2011 de Atlantis STS-135 te laten uitvoeren. Als Obama z’n handtekening zet, en de meesten zijn er van overtuigd dat hij dat zal doen, dan zijn er nog drie shuttlevluchten: STS-133, -134 en -135. De Atlantis fungeert bij de STS-134 missie van de Endeavour, geagendeerd voor een lancering op 27 februari 2011, als noodvoorziening STS-335 voor het geval het daarboven mis gaat. Daarna zal STS-335 geruisloos overgaan in STS-135, uiteraard als de Atlantis niet daadwerkelijk een noodmissie heeft hoeven uit te voeren. De bedoeling is dat met STS-135 allerlei spullen naar het internationale ruimtestation ISS zal worden gebracht, zoals de Raffaello Multi-Purpose Logistics Module (MPLM)
Waarom wordt Gliese 581g de Goudlokje-planeet genoemd?
Gisteren was hét nieuws van de dag dat sterrenkundigen er in geslaagd zijn om bij de rode dwergster Gliese 581 in het sterrenbeeld Weegschaal een planeet te vinden die precies gelegen is in de bewoonbare zone. Oh ja, er was gisteren ook nog nieuws over een kabinet met de VVD en CDA, maar dat was minder interessant. 😉 Die exoplaneet waar het om draait, Gliese 581g heet ‘ie, wordt in alle media ook wel de Goudlokje-planeet genoemd, The Goldilock planet in ’t Engels. Vanwaar die bijnaam? Nou simpel, de naam komt van het sprookje van Goudlokje en de drie beren. Het kleine meisje genaamd Goudlokje komt op een gegeven moment in het huis van de drie beren in het bos, dat verlaten is omdat de beren even aan ’t wandelen zijn. Ze maken een ommetje om hun pap af te laten koelen. Goudlokje ziet die pap staan en proeft ervan. Het ene bord pap is veel te heet, het andere veel te koud. Maar ja, je voelt ‘m al aankomen: het derde bord pap is precies de goede temperatuur en dat bord eet ze helemaal leeg. Afijn, je snapt gelijk de vergelijking met de planeten rondom Gliese 581: Gliese 581c is net te warm, Gliese 581d is net te koud, maar Gliese 581g heeft precies de juiste temperatuur om ‘m bewoonbaar te maken. ‘Bewoonbaar’ wil zeggen dat er vloeibaar water kan voorkomen. In de grafiek hieronder zie je de bewoonbare zones – ook wel de Goldilockzones genoemd – rondom een aantal types van sterren. De zon is de gele ster in ’t midden, Gliese 581 de onderste rode ster.
Bron: voor dat sprookje – waarbij Goudlokje ook nog eens op ’t bed van die beren in slaap valt. Hoe ’t verder afloop lees je maar op: Beleven.org.
