13 december 2019

Nodige kritiek op Penrose’s cyclische kosmologie

Ringen in de kosmische microgolf-achtergrondstraling

Een poosje terug kwamen de beroemde wis- en natuurkundige Roger Penrose en z’n collega Vahe Gurzadyan met een artikel waarin ze beweren in de gegevens van de WMAP-satelliet aanwijzingen te hebben gevonden voor het voorkomen van concentrische ringen in de kosmische microgolf-achtergrondstraling, gebieden waar de temperatuur een fractie lager is dan elders. Die straling is het restant van de hete oerknal, waarmee 13,7 miljard jaar geleden het heelal ontstond. Satellieten als COBE en WMAP hebben die straling uitgebreid onderzocht en momenteel is hun ‘collega’ Planck daarmee bezig. Zo sterk als de ringen in de afbeelding hiernaast te zien zijn is overdreven, maar Penrose en Gurzadyan denken wel degelijk een anisotropie gevonden te hebben, die boven de ruis – ‘Gaussian random noise’ in natuurkundetaal – uitsteekt. Het duo praat over de Conformal Cyclic Cosmology (CCC) en één van de kerngedachten daarin is dat die ringen een soort van overblijfsel zijn van het vorige heelal. Inmiddels is er van andere wetenschappers de nodige kritiek losgebarsten op de CCC-theorie. Onder andere van I. K. Wehus en H. K. Eriksen, die betogen de ringen ook te hebben gezien. Maar zij denken die volledig met ‘ΛCMD’ te kunnen verklaren, hét meest aanvaarde kosmologische model, waarin donkere energie (Λ, da’s Einstein’s Kosmologische Constante) en koude donkere materie (CDM in ‘t engels) voorkomen.

Afwijkingen in het multipool spectrum van de CMB

Het trio Adam Moss, Douglas Scott en James P. Zibin heeft ook de claim van Penrose en Gurzadyan onderzocht en ook zij hebben de anisotropieën opgemerkt. Maar aan die anisotropieën is niets bijzonders, het maakt volgens het trio deel uit van de reeks bekende structuren die voorkomen in de CMB, de engelse afkorting van de kosmische microgolf-achtergrondstraling. Lubos Motl tenslotte, blogger én natuurkundige, denkt dat de ringen niets anders zijn dan de reeds lang bekende afwijkingen in het multipool-power spectrum van de CMB. Die afwijkingen komen voor bij L=22 (ietsje in de min) en bij L=40 (ietsje in de plus), met een rood pijltje aangegeven in de afbeelding hiernaast. Motl noemt de L=40 afwijking een ‘zwarte zwaan’ in de zevenjaarsdata van de WMAP, eentje die nog nader verklaard moet worden. Maar een verklaring á la het CCC-model gaat hem veel te ver. Penrose en Gurzadyan hebben overigens al gereageerd op alle kritiek. Op 7 december j.l. verscheen een artikel waarin ze bij hun standpunt blijven dat de waargenomen anisotropieën reëel zijn en alleen met hun CCC-model kan worden verklaard. Wordt vervolgd. Bron: Cosmic Variance.

Speak Your Mind

*

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.