Even verder over dat steeds verder en verder en verder…

Een paar dagen terug blogde ik over de vraag hoe ver de sterrenkundigen het heelal in kunnen turen en waar de grens ligt tot waar ze kunnen kijken. Dit naar aanleiding van de ontdekking met de Hubble ruimtetelescoop van een sterrenstelsel dat zich op een recordafstand van 13,2 miljard lichtjaar afstand bevindt en dat 480 miljoen jaar na de oerknal al bestond. Die oerknal vond 13,7 miljard jaar geleden plaats. Bij m’n blog toonde ik een afbeelding, waarin je kon zien hoever de ‘Deep Field-opnames’ van het ruimtetrio Hubble-Spitzer-Chandra reiken. Ook zag je hoever de opvolger van Hubble kan kijken, de James Webb Space Telescope. Die laatste zal – áls ‘ie ergens in 2014 of 2015 gelanceerd is – vermoedelijk tot de eerste sterren en sterrenstelsels in het heelal reiken, welke 300 á  400 miljoen jaar na de oerknal op het kosmische toneel verschenen. Daarmee is het verhaal nog niet klaar! Ik heb de afbeelding op eigen houtje even aangevuld met een drietal satellieten, want die kunnen feitelijk nóg verder kijken dan genoemd trio én de JWST!

Credit: NASA and Ann Feild [STScI]

Het was een beetje proppen omdat drietal erbij te krijgen, maar het gaat om de satellieten COBE, WMAP en Planck. De eerste twee zijn inmiddels met pensioen, de laatste is nog volop bezig met onderzoek. Alle drie hielden/houden zich bezig met het bestuderen van de kosmische microgolf-achtergrondstraling, op z’n engels afgekort als de CMB. Je ziet dat in de figuur aangegeven bij de overgang van dat oranje naar het zwarte. De CMB ontstond om precies te zijn 0,379 miljoen jaar na de oerknal. Eh… let wel: 0,379 miljoen jaar is wel een tikkeltje dichterbij de oerknal dan die 480 miljoen jaar van UDFj-39546284. Zowel COBE als WMAP als Planck hebben in de CMB minieme temperatuurvariaties ontdekt, in toenemende resolutie en de CMB-kaart van de WMAP-satelliet heb ik ter informatie ook in de afbeelding gepropt. De CMB ontstond op het moment dat het heelal door z’n expansie genoeg was afgekoeld om de fotonen los te koppelen van de atoomkernen, zodat ze ongestoord konden reizen. Dat was het beroemde moment van ‘het oppervlak van de laatste verstrooiing.’ De roodverschuiving bedroeg op dat moment 1088. Oeps, tikkeltje meer dan de record-roodverschuiving van z=10,3 van UDFj-39546284. Afijn, de drie CMB-satellieten kunnen dus verder kijken dan die allereerste sterren en zij reiken tot het moment dat de CMB begon. Maar eh… wacht eens even, die pijl van Planck reikt nog verder! 😯 Yep, heel goed gezien. Het zóu namelijk heel goed kunnen dat Planck, die nog volop met z’n onderzoek bezig is, signalen kan detecteren die stammen van de periode vóór het ontstaan van de CMB.  Het gaat dan om de zogenaamde primordiale zwaartekrachtsgolven, welke Planck mogelijk kan onderscheiden aan de hand van de B-mode polarisatie. Oeps, dat klinkt wel erg ingewikkeld en het is al zondagavond laat. Ik bewaar dat laatste wel voor een andere keer. Welterusten. 🙂

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.