Video: een testlanding van Marsrover Curiosity

Credit: NASA/JPL

De volgende video laat zien hoe ze in het laboratorium een test doen met Curiosity, de Marsrover die november dit jaar zal worden gelanceerd en die vervolgens augustus 2012 op Mars moet landen. De bedoeling is dat die landing via het zogenaamde entry, descent, and landing (EDL) systeem zal verlopen, waarbij in de laatste fase gebruik wordt gemaakt van de spectaculaire Sky Crane, een ingenieus systeem waarbij Curiosity middels kabels die vanaf de ‘descent stage’ worden gevierd langzaam op Mars landt. In de afbeelding hierboven zie je de gehele EDL in beeld, met onderin de Sky Crane. In de video zie je daar ook beelden van.

Na de landing vliegt de descent stage onmiddelijk weg, om op een veilige plek voor Curiosity te pletter te slaan. De NASA heeft voor dit systeem gekozen vanwege het grote gewicht van Curiosity, welke het onmogelijk maakt dat de landing in de ijle Marsatmosfeer volledig met parachutes verloopt. Ze hebben overigens in het lab twee versies van Curiosity. De ene is een testversie, waar ze – zoals de naam al doet vermoeden –  de testen mee uitvoeren, de andere is de échte versie, die in november wordt gelanceerd. Je kan trouwens nog steeds middels een webcam vanaf een balkon in dat lab live zien hoe ze het Mars Science Laboratory (MSL) Curiosity bouwen en testen. Bron: Universe Today.

Kleine planetoïde blijkt afkomstig van mantel Vesta

Diverse waarnemingen van Vesta. Credit: NASA / BEN ZELLNER, GEORGIA SOUTHERN UNIVERSITY & PETER THOMAS, CORNELL UNIVERSITY

Amerikaanse en Duitse sterrenkundigen hebben een kleine planetoïde ontdekt die afkomstig moet zijn van de mantel van de grote planetoïde Vesta. In 1807 ontdekte de Duitse sterrenkundige Olbers Vesta, na Ceres de grootste planetoïde van het zonnestelsel. Vesta is met afmetingen tussen 468 en 530 km niet cirkelvormig, terwijl Ceres met een diameter van bijna 975 km dat wel is. Het brokstuk dat uit het inwendige van Vesta afkomstig moet zijn heet 1999 TA10 en het meet ongeveer 1000 meter. Uit de elliptische baan van de kleine planetoïde kan men al afleiden dat er een verband is met Vesta, maar het verband werd helemaal gelegd toen 1999 TA10 afgelopen jaar dicht bij de aarde kwam en men ‘m met een infraroodtelescoop op Hawaï nauwkeurig kon bestuderen. Daaruit kwam naar voren dat de planetoïde een samenstelling heeft met een specifieke verhouding tussen twee mineralen, wollastoniet en ferrosiliet. Volgens wetenschappers komt die verhouding niet overeen met de korst van Vesta, maar wel met diens mantel. Natuurlijk kan men niet á¬n Vesta kijken en moet men slechts gissen naar diens samenstelling, maar er zijn wel theoretische modellen. Men denkt dat Vesta in een ver verleden – ca. 1 miljard jaar geleden volgens schattingen – in botsing moet zijn gekomen met een ander groot object en daarbij werd een groot deel van de korst én de mantel weggeslagen en kwamen kleinere brokstukken in de ruimte terecht. Een deel daarvan bleef rond de baan van Vesta hangen, de zogenaamde Vestoïden, maar onder invloed van de zware planeet Jupiter kwam een deel ook periodiek in de buurt van de aarde, zoals 1999 TA10. De waarnemingen bevestigen het idee dat de grote planetoïden Ceres en Vesta een gelaagde structuur hebben en dat ze een korst, mantel en kern hebben – Ceres een steenkern en Vesta een ijzerrijke kern. De overige planetoïden zijn homogene hemellichamen. In juli dit jaar komt de Amerikaanse sonde Dawn in een baan om Vesta en dan wil men van dichtbij een jaar lang uitgebreid onderzoek aan de planetoïde doen. Juli 2012 zegt Dawn vaarwel tegen Vesta en zal ‘ie vervolgens afreizen naar Ceres, alwaar hij februari 2015 aankomt. Druk baasje, die Dawn. Bron: NRC-Handelsblad, 20 januari 2011.

Lezing: zonnetelescopen bij Huygens

De Dutch Open Telescope. Credit: Universiteit van Utrecht.

Morgenavond – 21 januari op de meeste kalenders – zal prof.dr. Robert J. Rutten bij sterrenkundevereniging Christiaan Huygens een lezing geven over het onderwerp Zonnetelescopen. De lezing heet voluit “Zonnetelescopen: Van Galileï via de Dutch Open Telescope naar de European Solar Telescope” en ik verklap hier alvast waar het zo’n beetje over gaat: “Tien jaar geleden demonstreerde de “Dutch Open Telescope” (DOT) op La Palma dat zonnetelescopen niet vacuüm gezogen hoeven te worden om interne luchtonrust te vermijden. Dat opende de weg naar veel grotere zonnetelescopen dan de bestaande. Ook is het dankzij de vooruitgang van de computers inmiddels mogelijk geworden de onscherpte ten gevolge van de turbulentie in de lucht rondom en boven de telescoop weg te werken. Daarmee zijn de huidige zonnetelescopen veel scherper geworden – voor die tijd waren ze wel scherper dan de kijkertjes van Galileï maar niet opmerkelijk veel – en komen er veel grotere aan. Ik zal deze ontwikkeling uitleggen, inclusief het ontwerp voor grote nieuwe zonnetelescopen (10x de diameter van de DOT) in Amerika en Europa. Als illustratie zal ik – lees: Rutten – films van zonneverschijnselen vertonen en daar uitleg bij geven”. Robert Rutten was ruim veertig jaar zonnefysicus in Utrecht.  Ook was hij deeltijdhoogleraar in Oslo en ook daar werkt hij na zijn pensionering nog door.  Hij is expert in hoe het licht van de zon ontsnapt en hoe de spectraallijnen in het licht gevormd worden en als meetinstrument gebruikt kunnen worden.  De laatste decennia deed hij ook veel onderzoek aan golven in de atmosfeer van de zon en de structuur van de zonnechromosfeer.  Hij was en is nauw betrokken bij de waarnemingen met de Dutch Open Telescope op La Palma. Kortom, morgenavond staat de koffie al klaar om 20.uur en om 20.30 uur begint Rutten met z’n lezing. Op naar Huygens!

WASP-33b, met 3200 °C de allerheetste exoplaneet

Impressie van WASP-33b. Credit: NASA/ESA/G. Bacon/STScI)

Nee, je zal er zeker geen buitenaards leven aantreffen, zelfs geen leven dat gewend is aan extreme omstandigheden. Met een oppervlaktetemperatuur van bijna 3200 °C is WASP-33b de allerheetste exoplaneet die op dit moment bekend is. Waarom ‘ie zo verschrikkelijk heet is? Omdat z’n afstand tot de centrale ster héél erg klein is, slechts 7% van de afstand tussen Mercurius en de Zon, en omdat die ster met een oppervlaktetemperatuur van 7160 °C al heet is, heter dan de Zon, waar het ‘slechts’ 5600 °C is. Er zijn echte sterren die koeler zijn dan WASP-33b. Dát ‘ie bestaat was in 2006 slechts een vermoeden van een samenwerkingsverband genaamd Super Wide Angle Search for Planets (SuperWASP) – waar de naam van de planeet vandaan komt. Vorig jaar werd het bestaan van WASP-33b echter bevestigd. Hij blijkt 4 keer zo zwaar als Jupiter te zijn en hij heeft 1,4 keer diens omvang. Door z’n nauwe afstand tot de ster draait de planeet in slechts 29,5 uren om die ster heen. Het zou best kunnen dat de buitenlagen van de atmosfeer van WASP-33b een stuk koeler zijn dan het oppervlak, hetgeen komt door de invloed van op koolstof gebaseerde chemische stoffen, die reageren op de stralingswarmte van de ster. Nader onderzoek moet uitwijzen of dat inderdaad zo is. De vorige recordhouder in de categorie loeihete exoplaneten was WASP-12b, waar het slechts 2300 °C is – brrrrrr koud – en die ook nog eens door diens moederster blijkt te worden ‘opgevreten‘. Goh, leuk clubje, al die hete Jupiters, zoals ze officiëel worden genoemd. Bron: New Scientist.

Bestaat Gliese 581g eigenlijk wel? Grote kans van niet

Credit: NASA / Lynette Cook

Vorig jaar september werd de wereld opgevrolijkt met het nieuws dat sterrenkundigen erin waren geslaagd om in het bekende planetensysteem rond de ster Gliese 581 een exoplaneet te ontdekken die zich precies in de bewoonbare zone rondom die ster bevindt, de zone waar water in vloeibare vorm kan voorkomen: Gliese 581g. De wereld stond half op z’n kop, want dit was voor het eerst een exoplaneet die potentiëel leven kan bevatten, ook al was de planeet drie keer zo massief als de aarde. We kennen inmiddels ruim 500 exoplaneten, maar geen daarvan wordt zo kansrijk beschouwd als Gliese 581g om als pontentiële Tweede Aarde door het leven te gaan. Eén probleempje: grote kans dat de planeet helemaal niet bestaat! 😯 Een Zwitsers team van sterrenkundigen heeft kort na de ontdekking de gegevens van de ontdekkers – Steven Vogt en Paul Butler – nog eens nader bekeken en toen kwam al naar voren dat het enthousiasme iets moest worden getemperd: op basis van de schommelingen in de ster konden de Zwitsers met een zekerheid van 90+% zeggen dá t Gliese 581g bestaat. Mmmmm, klinkt niet gek. Maar recentelijk heeft Philip Gregory, emeritus sterrenkundige van de Universiteit van British Columbia de gegevens opnieuw geanalyseerd en wat blijkt – jullie voelen ‘m vast al aankomen – de kans dat Gliese 581g NIET bestaat is 99.9978%. Oeps, da’s een héél andere uitkomst. Gregory betoogd dat Vogt, Butler en de Zwitsers zich allemaal verkeken hebben op de ruis in de gegevens. Ook maakt het verschil uit of je de banen van de overige exoplaneten bij de rode dwergster Gliese 581 als cirkelvormig of elliptisch beschouwd. Over dat laatste is nog onenigheid tussen de sterrenkundigen. En nu is er ook onenigheid over het wel of niet bestaan van Gliese 581g, want Vogt heeft al laten weten het totaal niet eens te zijn met de berekeningen van Gregory. De pers schijnt er ook al lucht van te hebben gekregen en nu wordt de strijd ook buiten de conferentiezaal tussen de twee kampen beslecht. Afijn, grote vraag natuurlijk wie er gelijk heeft. Wordt vervolgd! Bron: Bad Astronomy.

De Orionnevel blijkt nog vol verrassingen te zitten

Credit:
ESO/Igor Chekalin

Deze sprookjesachtige foto van de Orionnevel – dubbelklikken a.u.b. voor de volledige versie – is gemaakt met de Wide Field Imager van de 2,2-meter MPG/ESO-telescoop van de La Silla-sterrenwacht in Chili. Deze nevel levert niet alleen een mooi plaatje op – hij biedt astronomen een close-up van een groot stervormingsgebied dat ons meer kan leren over het ontstaan en de evolutie van sterren. De gegevens voor deze foto werden geselecteerd door Igor Chekalin (Rusland), die meedeed met de ESO-fotowedstrijd Hidden Treasures 2010. Igors compositie van de Orionnevel eindigde op de zevende plek, maar een van zijn andere foto’s eindige bovenaan. De Orionnevel, ook bekend als Messier 42, is een van de makkelijkst herkenbare en best onderzochte hemelobjecten. Dit enorme complex van gas en stof waarin zware sterren worden geboren, is het meest nabije in zijn soort. Het gloeiende gas is zo helder dat het al met het blote oog waarneembaar is, en door een telescoop is de aanblik ervan fascinerend. Ondanks zijn bekendheid en nabijheid valt er nog veel te leren over deze stellaire kraamkamer. Zo werd pas in 2007 ontdekt dat de afstand van de nevel kleiner is dan eerder werd gedacht: 1350 lichtjaar in plaats van 1500 lichtjaar. Astronomen hebben met de Wide Field Imager van de 2,2-meter MPG/ESO-telescoop van de ESO-sterrenwacht op Chili de sterren in Messier 42 waargenomen. Daarbij hebben zij vastgesteld dat de zwakke rode dwergen in de sterrenhoop die met het gloeiende gas geassocieerd is, veel meer licht uitstralen dan tot nog toe werd gedacht. Dat levert ons nieuwe inzichten op over dit beroemde object en de sterren waaraan het onderdak biedt. Het maken van een kleurenopname was niet het doel van dit wetenschappelijke project. Maar de daarvoor verzamelde gegevens zijn nu hergebruikt voor het samenstellen van de detailrijke foto van Messier 42 die hier wordt getoond. Lees verder

Video: ISS-commandant Kelly over de aanslag op z’n schoonzus Gabrielle Giffords

Terwijl hoog boven ons op ruim 350 km in de ruimte het internationale ruimtestation ISS onder commando van Scott Kelly om de aarde vloog werd op zaterdag 8 januari in Tucson (Arizona) een aanslag gepleegd op Gabrielle Giffords, lid van het Huis van Afgevaardigden én schoonzus van Kelly. Giffords, die bij de aanslag zwaar gewond werd en die nog steeds in coma wordt gehouden, is getrouwd met Mark Kelly, tweelingbroer van Scott Kelly én ook astronaut. Vandaag werd Scott Kelly in het ISS geïnterviewd, o.a. door Diane Sawyer van ABC News, over de aanslag. Hij had dolgraag op aarde willen zijn om zijn (schoon-)familie te ondersteunen, maar helaas kan hij pas op 18 maart terug naar de aarde vliegen. Een openhartig interview.

Bron: Universe Today.

Oeps, het navigatiesysteem Galileo wordt duurder

Schets van het Galileo-systeem. Credit: ESA

We kennen allemaal GPS, het Amerikaanse Global Positioning System, waarmee we onbekommerd komen waar we naartoe willen. Om niet afhankelijk te zijn van de Verenigde Staten -eigenaar van de GPS-satellieten – heeft de Europese Unie jaren geleden al besloten een eigen satelliet- en navigatiesysteem te gaan bouwen, Galileo. Dat blijkt een tikkie duurder uit te vallen dan men eerst dacht: Galileo wordt welgeteld 1,9 miljard euro duurder uit dan eerder geraamd. Europees Commissaris Antonio Tajani (Industrie) heeft dat vandaag bekendgemaakt. De kosten van het ambitieuze project bedragen tot 2013 3,4 miljard euro. In de periode tot 2020 komt daar nog 1,9 miljard bij voor de voltooiing van de infrastructuur, aldus Tajani. Galileo moet vanaf 2014 operationeel worden. Eh… grote vraag is natuurlijk waarom wij in godsnaam een ‘eigen’ systeem moeten hebben. GPS is toch prima? Bron: Nu.nl.

Extreme Planet Makeover: zelf planeten bouwen

Credit: Extreme Planet Makeover/NASA/JPL.

Als ik mij nog kan herinneren komt in de Hitchhiker’s Guide to the Galaxy van Douglas Adams een volk voor dat complete planeten kan bouwen. Dat alleraardigste, maar oh zo knappe volkje moeten ze bij NASA’s Jet Propulsion Laboratory (JPL) voor ogen hebben gehad toen ze de interactieve website Extreme Planet Makeover in het leven riepen, een site waar je zelf complete planeten in elkaar kunt knutselen. Er zijn enkele parameters waarmee je kan experimenteren en die bepalen hoe ‘jouw’ planeet eruit ziet: de afstand van de planeet tot de ‘moederster’, de afmeting van de planeet, het type van de ster en tenslotte de leeftijd van de planeet. Ook zijn er enkele voorbeelden van planeten met hún parameters, namelijk de Aarde, Mars en Gliese 581d. Geen idee waarom ze niet Gliese 581g gebruikten, want die is vanwege z’n ligging in een bewoonbare zone veel interessanter dan broederplaneet ‘d’. Afijn, met de parameters kun je er vrolijk allerlei planeten uit de hoed toveren. Alsje klaar bent kan je van iedere planeet die je gebouwd hebt een afbeelding downloaden. Leuk om dan uit te printen, boven je bed te hangen en dan te zeggen ‘kijk, daar hangt MIJN planeet’. 🙂 Suc6 d’r mee. John’s Space.

2010 het warmste jaar van de afgelopen 131 jaar

Credit: NOAA/NASA

Wetenschappers van NOAA en NASA – het Amerikaanse weer- en klimaatinstituut resp. de ruimtevaartorganisatie – hebben berekend dat 2010 samen met 2005 de warmste jaren waren van de afgelopen 131 jaar. Het laatste decennium (2001 t/m 2010) was ook het warmste decennium en negen van de tien jaren ervan behoren tot de warmste jaren. De gemiddelde temperatuur op aarde was in de twintigste eeuw 13,9 °C, aldus gegevens van de NOAA. 2010 was het 34e achtereenvolgende jaar dat qua temperatuur gemiddeld boven dat eeuwgemiddelde ligt. 1976 was het laatste jaar dat het het gemiddelde eronder zat. Goh, dat laatste is wel bijzonder, want ik kan mij nog herinneren dat ik toen bij m’n vader ’s zomers op de tennisbaan werkte en dat hij mij vroeg de banen nat te houden als ze droog werden. Nou, dat heb ik geweten, want het werd die zomer – toen Abba’s Dancing Queen een hit was – héééél droog en héééél warm. Afijn, 2010 was dus warm en het verschil van de gemiddelde land- en zeetemperatuur met het gemiddelde eeuwgemiddelde bedroeg +0,62 °C, net als in 2005. In de afbeelding bovenaan zie je de afwijkingen vanaf 1880 t.o.v. het eeuwgemiddelde. Wat die lokale afwijking van Nederland in 1976 betreft: dat soort afwijkingen in het weer kwamen ook in 2010 voor en dat zie je in de afbeelding hieronder. Even dubbelklikken om het een tikkie leesbaar te maken.

Credit: NOAA

Bron: Universe Today.