Yep, het is nu zeker: de zon is een bol

De zon door de STEREO-satellieten gefotografeerd op 3 februari 2011. Credit: NASA

Vandaag, de zesde februari anno 2011, weten we het zeker: de zon is echt een bol. Mocht iemand daaraan getwijfeld hebben, dan hebben de STEREO-satellieten van de NASA het bevestigd. Die twee satellieten, wiens naam een afkorting is van de Solar TErrestrial RElations Observatory, zijn op 25 oktober 2006 gelanceerd en vandaag hebben ze een punt in de ruimte bereikt 180° van elkaar verwijderd en 90° van de Aarde. Door de STEREO’s tegelijk naar de zon te laten kijken kon men vandaag iets unieks doen: de zon namelijk voor het eerst in één keer in zijn geheel bekeken worden, dus 360°. De foto hiernaast is niet van vandaag, maar van 3 februari j.l. om 00.56 uur Nederlandse tijd. Er is nog een klein stukje zwart, maar dat komt doordat toen de STEREO’s nog geen 180° van elkaar verwijderd waren. Wat je op deze foto ziet is eigenlijk de achterkant van de zon, die voor ons op Aarde onzichtbaar is. Zodra ik een foto van de gehele zon heb zal ik die direct hier plaatsen. Het is niet voor niets dat de NASA vandaag de STEREO-satellieten dat punt laat bereiken. Het is daar Super Bowl Sunday, de dag dat de grote finale van het American Football wordt gespeeld, dit keer tussen de Pittsburgh Steelers en de Green Bay Packers. Zo’n groots sportevenement betekent extra aandacht voor deze unieke gebeurtenis. Hieronder een video, waarin meer achtergrondinformatie wordt gegeven over de 360 graden blik op de zon van vandaag. Zodra ik een foto heb van de gehele zon, dus echt 360°, zal ik ‘m hier direct plaatsen.

Bron: NASA.

5000 jaar zonnewaarnemingen in ruim één minuut

Met het historische bouwwerk Stonehenge werd het eerste zonneobservatorium gebouwd, pakweg 5000 jaar geleden. Met de STEREO-satellieten en het Solar Dynamics Observatory hebben we de allerlaatste generatie van zonneobservatoria. In deze korte, maar boeiende video een vogelvlucht van deze 5000 jaar van zonnewaarnemingen:

:bron: Bron: Universe Today.

9 maart ‘Hoboken Lecture’ van Lord Martin John Rees

Credit: Natuurhistorisch Museum

Op woensdag 9 maart a.s. zal Lord Martin John Rees in het Natuurhistorisch Museum in Rotterdam de allereerste Hoboken Lecture geven, een lezing die de naam “From ‘Big Bang’ to Biosphere” heeft. De toegang tot de lezing is gratis, al moet je je er wel eerst voor aanmelden. Na de lezing is er nog gelegenheid tot het stellen van vragen, hetgeen verzorgd zal worden door Govert Schuilling, de bekende wetenschapsjournalist en -auteur. Hier het volledige programma van de Hoboken Lecture:

TijdProgramma
17:15Museum opens (Westzeedijk 345, Rotterdam): free entrance to the exhibits
18:00Welcome and introduction: Professor Jelle Reumer, Director Natural History Museum
18:05 - 18:50Hoboken Lecture From Big Bang to Biosphere: Lord Martin John Rees, Astronomer Royal
18:50 - 19:00Q&A: moderated by Govert Schilling, science journalist
19:00 - 19:15Closing musical performance (Haydn): Codarts students
19:15 Closing remarks: Martin Hope, Director British Council Benelux and EU office
19:15 - 20:00Drinks, reception
20:00Museum closes, end of the programme

En dan de grote vraag waar de lezing precies over zal gaan. Welnu, dit kunnen we verwachten:

From ‘Big Bang’ to BiosphereAstronomers have made astonishing progress in probing our cosmic environment, thanks to advanced technology. We can trace cosmic history from some mysterious ‘beginning’ nearly 14 billion years ago, and understand in outline the emergence of atoms, galaxies, stars and planets — and how, on at least one planet, life emerged and developed a complex biosphere of which we are part. But these advances pose new questions: What does the long-range future hold? How widespread is life in our cosmos? Should we be surprised that the physical laws permitted the emergence of complexity? and Is physical reality even more extensive than the domain that our telescopes can probe? This illustrated lecture will attempt to address such issues.

Bron: Hoboken Lecture. tip voor deze Astroblog kwam via Twitter van @fvkwnl. Frans, Thanx!

Kleine planetoïde scheerde gisteravond langs de aarde

Credit: Remanzacco Observatorium

Een pieperdepiepkleine planetoïde, een brokstuk van zo’n 2 á 3 meter doorsnede, is gisteravond om 20.40 uur Nederlandse tijd de aarde gepasseerd op 11.855 km afstand. De aarde zelf heeft een diameter van zo’n 13.000 km, dus je mag het gerust rakelings noemen. De planetoïde heet 2011 CQ1 en hij was een paar uur voor de passage ontdekt door R. A. Kowalski met de Catalina Sky Survey. Kowalski maakte daarbij gebruik van een 0,68-m Schmidt telescoop en CCD-camera. 2001 CQ1 bewoog 6 “/min en was toen van magnitude ~19. Met de 0,35-m f/3.8 reflector + CCD van het Tzec Maun Observatorium in New Mexico wist men bovenstaande foto van het brokstuk te maken, een ‘stack’ van twintig losse foto’s, ieder 10 seconden belicht. Je ziet de sterren als streepjes van losse puntjes, er is gevolgd op de planetoïde. Stel nou dat 2011 CQ1 tegen de aarde gebotst zou zijn, zou er dan een ramp zijn gebeurd? Hoogstwaarschijnlijk niet. Planetoïden met een dergelijke kleine omvang botsen vaker tegen de aarde, maar exploderen dan hoog in de atmosfeer van de aarde. Op 7 oktober 2008 maakten we voor het eerst mee dat een zo’n mini-planetoïde (diameter 5 m), genaamd 2008 TC3, in de ruimte ontdekt werd en dat ‘ie vervolgens korte tijd later de dampkring invloog en ergens boven Noord-Soedan verbrandde. Dat leidde toen hooguit tot het neervallen van kleinere stukjes puin, welke men later terug vond. Bron: Bad Astronomy + Remanzacco Observatorium.

NASA en ESA balen van conjunctie Mars en Zon

Mars staat vandaag in conjunctie met de zon. Oftewel in Henk & Ingrid-taal: Mars staat vandaag heel dichtbij de zon, om 18.00 uur ging ze 1,1° ten zuiden van de zon langs. De hele maand februari staat Mars minder dan 6° van de zon en dat zorgt er voor dat ‘ie niet zichtbaar is. Tenminste, niet voor ons stervelingen. Maar anders ligt het voor het LASCO instrument aan boord van het zonneobservatorium SOHO, dat zich in de ruimte bevindt. Daarmee kunnen ze de zon afdekken – het groene bolletje in ’t midden – en zien hoe Mars de zon nadert. Mars is in onderstaande video, gemaakt met LASCO, het lichtpuntje, dat van links nadert en richting zon trekt. De video start op 1 januari 2011 en eindigt vandaag, op 4 februari.

Zo’n conjunctie heeft een nadeel voor de NASA en ESA: alle radio-verkeer met de Marsrover Opportunity en alle sondes die om Mars heen vliegen, zoals de Amerikaanse Mars Reconnaissance Orbiter en de Europese Mars Express, worden ernstig belemmerd door de radiostraling van de zon, dat uit dezelfde richting komt. Gevolg is dat men enkele weken geleden al de instrumenten op en rondom Mars instructies heeft gegeven om even een paar weken ‘op eigen houtje’ te opereren en geen gekke dingen te doen. Zodra Mars weer op veilige afstand van de zon staat zal de communicatie weer op normaal over gaan. Bron: Planetary Society.

Noordelijk landschap op Mars toont seizoensvariatie

Veranderende duinen op Mars. Credit: NASA/JPL-Caltech.

Zandduinen in het noordelijk halfrond van Mars blijken seizoensvariaties in hun uiterlijk te vertonen, zo volgt uit waarnemingen die gedaan zijn met de High Resolution Imaging Science Experiment (HiRISE) camera aan boord van NASA’s Mars Reconnaissance Orbiter (MRO). Volgende maand is het vijf jaar dat de MRO rondjes om de rode planeet draait en in die periode fotografeert ‘ie regelmatig dezelfde zandduinen. In eerste instantie dachten wetenschappers dat die duinen best wel statisch waren, maar uit foto’s van duinen op verschillende momenten gemaakt blijken grote verschillen voor te komen, zoals te zien is op de fotoserie hiernaast. In de winterperiode ligt een laag bevroren kooldioxide (ook wel bekend als droog ijs) op de duinen. Zodra dat ijs in de lente sublimeert in gas destabiliseert de ondergrond en treden op diverse plaatsen lawines op. Die leiden op hun beurt weer tot het ontstaan van nieuwe geulen in de duinen. De wind tenslotte kan het gewijzigde landschap ook weer veranderen. In 40% van de gevallen heeft men op foto’s van de noordelijke zandduinen, gemaakt met een tussenpoze van zo’n twee jaar, veranderende landschappen gezien. Wowie, Mars kan je niet echt statisch noemen. Bron: NASA.

NGC 3621, een zuiver schijfsterrenstelsel

NGC 3621 in Waterslang. Credit:ESO and Joe DePasquale

Hiernaast zie je NGC 3621, een mooi sterrenstelsel 22 miljoen lichtjaar van ons vandaan, gelegen in het sterrenbeeld Waterslang (Hydra). S.v.p. even dubbelklikken voor een nog mooiere versie van de foto, welke ‘geschoten’ is met de Wide Field Imager van de 2,2-meter telescoop van ESO’s La Silla Observatorium in Chili. Aan de spiraalarmen van NGC 3621 te zien jou je zeggen dat we te maken hebben met een klassiek spiraalsterrenstelsel. Maar sterrenkundigen hebben een andere naam voor deze categorie sterrenstelsels: verdikkingsloze of zuivere schijfsterrenstelsels (“bulgeless or pure-disc spiral galaxies”). Tsja, tikje fantasieloze vertalingen, maar ik zal ’t even uitleggen. De meeste spiraalstelsels – zoals onze eigen Melkweg of het Andromedastelsel – hebben in het midden een zogenaamde centrale verdikking (‘central bulge’), bestaande uit oudere Populatie II sterren. Deze sterren zijn in een ver gevorderd stadium van hun evolutie en er zijn veel rode, koele sterren in deze populaties. Sterrenkundigen denken dat de centrale verdikkingen groeien door botsingen tussen sterrenstelsels. In NGC 3621 ontbreekt een centrale verdikking, ergo dit stelsel is kosmisch nog maagdelijk en heeft geen enkele botsing ondergaan. Eh… ‘kosmisch nog maagdelijk’, tsja dat zijn mijn woorden hoor, maar je begrijpt wat ik bedoel. Vanwege het ontbreken van de centrale verdikking én het voorkomen van een zuivere platte schijfvorm, zonder sporen van botsingen – zoals de sterrenstromen die in onze eigen Melkweg voorkomen – noemen ze NGC 3621 een zuiver schijfstelsel. Snappie? Bron: Science Daily + Wikipedia.

De Kepler-teller staat op 1202 kandidaat-exoplaneten!

Ding dong, ding dong: na 136 dagen van waarnemen blijkt men met de in maart 2009 gelanceerde Kepler ruimtetelescoop 1.202 kandidaat-exoplaneten te hebben ontdekt. 😯 Twaalfhonderdtwee exoplaneten, wowie! OK, het voorvoegsel ‘kandidaat’ is wel van belang, want de bevestiging door een onafhankelijk instrument moet nog volgen. Maar toch… Zes van die 1.202 exoplaneten horen bij één ster, Kepler-11a in het sterrenbeeld Zwaan, een nieuw record. Kepler heeft die exoplaneten gevonden door continue eventuele ’transitiedipjes’ in het licht van 156.453 sterren in de gaten te houden, die zich bevinden in een gebied dat de sterrenbeelden Zwaan, Lier en Draak overlapt. Alle 1.202 kandidaat-exoplaneten in dat gebied (“Field of View”), die allemaal door zo’n dipje gevonden zijn, zijn in de verschillende grootte-categorieën hier afgebeeld:

Credit: NASA

Dat zijn om precies te zijn:

  • 68 aardachtige exoplaneten met een straal (Rp) van minder dan 1,25 aardstraal (Ra)
  • 288 super-aardes met 1,25 x Ra < Rp – 2,0 x Ra
  • 662 Neptunus-achtige exoplaneten met 2,0 x Ra < Rp < 6.0 x Ra
  • 165 Jupiter-achtige exoplaneten met 6,0 x Ra < Rp < 15 x Ra
  • 19 zeer grote exoplaneten met 15,0 x Ra < Rp  < 22 x Ra

Op statistische gronden denken de Kepler-wetenschappers dat 80 á  90% van de kandidaten echt is. Dat betekent dus dat er zo’n 55 tot 61 exoplaneten tot die kandidaten behoren die aardachtig zijn!! Daarnaast zijn er zo’n 60 kandidaat-exoplaneten, in grootte variërend van aardachtig tot Jupiterachtig, die voorkomen in de bewoonbare zone rondom hun centrale ster, de afstand waar water in vloeibare vorm kan voorkomen. Verder blijkt uit de gegevens dat de meeste exoplaneten ongeveer twee tot drie keer zo groot als de aarde zijn. Zo’n 6% van de sterren in de Melkweg blijkt aardachtige exoplaneten of superaardes te hebben, 17% telt Neptunus-achtigen en slechts 4% Jupiter-achtige exoplaneten. En tenslotte: 14% van de ‘gast-sterren’ blijkt in het bezit te zijn van meerdere exoplaneten, zoals de al genoemde ster Kepler-11a. Hallo, zijn jullie er nog? 😉 Afijn, voor de hardcore-liefhebbers van ruwe data over de 1202 kandidaat-exoplaneten verwijs ik naar dit 106 bladzijden tellende wetenschappelijke artikel van Borucki en z’n 64 collegae. Leef je uit, zou ik zeggen. Bron: Life at the Seti Institute.

Carl Sagan versus de Astrologie

Credit: Ninjerktsu

Er zijn hier en daar lieden die denken dat de Astroblogs een astrologie-website is, waarbij met name de naam van m’n site verwarring sticht. Afijn, trouwe lezers weten wel beter: de Astroblogs is een site voor astronomie en aanverwante zaken, zoals ruimtevaart en natuurwetenschappen. Dat ik astrologie pure nonsens vind zal ook geen verbazing wekken, gezien het feit dat daarvoor iedere wetenschappelijk onderbouwing ontbreekt. Zie bijvoorbeeld m’n blog van 2 juni 2006 alweer – goh, wat vliegt de tijd – genaamd “Tegen de Astrologen“. Vandaar m’n vreugde toen ik vandaag een stripverhaal tegenkwam over Carl Sagan versus de Astrologie. Ondanks het feit dat de beste man al lang dood is, rijst ‘ie voordurend op in allerlei clips, verhalen en songs, welke op de Astroblogs regelmatig de revue passeren. Die strip moet je ook bekijken! Bron: Ninjerktsu.