Te downloaden: 192 Tb aan maangegevens

LOLA-kaarten van de maan. Credit: NASA/LRO/LOLA Science Team

Goede nieuws voor de ruwe-data-fetisjisten onder ons: met de publicatie van de vijfde en laatste dataset van de Lunar Reconnaissance Orbiter (LRO) van de NASA kan iedereen die dat wil beschikken over de meest complete waarneemset van onze maan. De zeven instrumenten aan boord van de LRO hebben tussen 15 september 2009 en 15 september 2010 – yep, exact één jaar – de oppervlakte van de maan bestudeerd, gefotografeerd, in kaart gebracht en noem ’t maar op. Dat heeft bij elkaar 192 Terabyte aan ruwe data opgeleverd, zeg maar 41.000 DVD’s. 😯 Wowie, je zou dat maar moeten downloaden, dan ben je een poosje bezig. Het mooie is dat je dat nog werkelijk kan doen ook, want op de site van het Planetary Data System vind je al die LRO-data. Eén van die instrumenten aan boord van de LRO is LOLA, de Lunar Orbiter Laser Altimeter, een instrument dat de hoogteverschillen op de maan in kaart brengt. Resultaten van LOLA zie je in de afbeelding hiernaast. Is de LRO nu klaar met waarnemen en kan ‘ie weer naar huis terugkeren? Nee, niets daarvan. Z’n zogenaamde ‘exploratiefase’ van onderzoek is klaar, maar inmiddels is ‘ie weer aan een nieuwe fase begonnen, namelijk z’n ‘wetenschappelijke fase’. Geen idee wat ’t verschil is, maar ik vermoed dat ’t geen grootschalige onderzoeken aan het totale maanoppervlak meer zullen zijn, maar dat bijzonderheden aan de maan zullen worden bestudeerd. Bron: Science Daily.

Het drama van de stergeboorte in beeld gebracht

Het stervormingsgebied NGC 6729. Credit:ESO/Sergey Stepanenko

Een nieuwe detailopname, gemaakt met ESO’s Very Large Telescope (VLT) in Chili, laat zien welke verwoestende effecten pasgeboren sterren hebben op het gas en stof waaruit zij zijn ontstaan. De sterren zelf zijn niet te zien, maar het door hen uitgestoten materiaal heeft een duidelijk zichtbare uitwerking op de omringende gas- en stofwolken. Het gevolg is een surrealistisch landschap van gloeiende bogen, vlekken en vegen. Het stervormingsgebied NGC 6729 maakt deel uit van een stellaire kraamkamer die zich betrekkelijk dichtbij de aarde bevindt en daardoor tot de best onderzochte behoort. Deze detailopname, gemaakt met ESO’s VLT, toont een klein gedeelte van dit vreemde en fascinerende gebied (een overzichtsfoto is hier te vinden: eso1027). De beeldgegevens werden door Sergej Stepanenko uit het ESO-archief opgedoken in het kader van de fotowedstrijd Hidden Treasures. Sergej’s foto van NGC 6729 eindigde daarin als derde. Het origineel van de foto is hier te verkrijgen, 9 Mb groot. Sterren ontstaan in het diepe inwendige van moleculaire gaswolken. Vanwege het daarin aanwezige stof zijn de eerste stadia van hun ontwikkeling niet waarneembaar voor normale telescopen. Op deze foto bevinden zich linksboven enkele zeer jonge sterren. Hoewel deze sterren niet rechtstreeks te zien zijn, geeft de foto wel een goed beeld van de verwoestende uitwerking die zij op hun omgeving hebben. De babysterren stoten jets of straalstromen van materie uit, die met snelheden tot wel 1 miljoen kilometer per uur in botsing komen met het omringende gas, en daarin schokgolven veroorzaken. Deze schokken zorgen ervoor dat het gas oplicht in de vorm van vreemd gekleurde gloeiende bogen en vlekken, die Herbig-Haro-objecten worden genoemd. Lees verder

Kosmische recordhouders

Het heelal zit vol met duizelingwekkende extremen! Wat zijn de heetste, koudste, grootste en snelste objecten in het heelal? Lees verder en kom te weten wat de absolute recordhouders in onze kosmos zijn!

Heetste object

De absolute recordhouders in het heelal op het gebied van extreme hitte zijn zonder twijfel de gammaflitsen: flitsen van hoogenergetische straling die ontstaan bij de geboorte van zwarte gaten en de botsing tussen neutronensterren. De flitsen produceren straalstromen van supersnelle deeltjes, die verhit worden tot ongeveer een biljoen graden Celsius!

Lees verder en kom te weten wat de absolute recordhouders in onze kosmos zijn!
Heetste object

De absolute recordhouders in het heelal op het gebied van extreme hitte zijn zonder twijfel de gammaflitsen: flitsen van hoogenergetische straling die ontstaan bij de geboorte van zwarte gaten en de botsing tussen neutronensterren. De flitsen produceren straalstromen van supersnelle deeltjes, die verhit worden tot ongeveer een biljoen graden Celsius!  Hoewel gammaflitsen slechts zeer vluchtige gebeurtenissen zijn, kunnen zij stralen met de kracht en helderheid van een miljard miljard (10 tot de macht 18) zonnen! Hiermee zijn gammaflitsen de helderste en heetste gebeurtenissen in het heelal sinds de oerknal (die uiteraard nog veel heter was).

Credit: NASA/Swift/Mary Pat Hrybyk-Keith/John Jones

Koudste object
De Boemerangnevel, op een afstand van 5000 lichtjaar tot de aarde, heeft een ijzingwekkende temperatuur van slechts 1 graden Kelvin – slechts een fractie boven het absolute nulpunt. Merkwaardig genoeg is dit kouder dan de kosmische achtergrondstraling, die het grootste deel van het universum op een constante temperatuur van 2,7 graden Kelvin houdt. Hoe kan de Boemerangnevel dan kouder zijn dan dit? Het antwoord zit ‘m in het feit dat de nevel bijzonder snel uitdijt. Hierdoor wordt het gas afgekoeld. Iets soortgelijks gebeurt in een airconditioningapparaat: uitzettend gas zorgt voor de koeling van het ‘koudelement’ binnen het apparaat. De herkomst van de Boemerangnevel wordt gevormd door een stervende ster, die in de afgelopen 1500 jaar zo’n 1,5 zonnemassa’s aan materie heeft uigestoten, waarbij kleurrijke en uitgestrekte lobben van uitdijend gas ontstaan zijn.

Credit: NASA/ESA/The Hubble Heritage Team

Grootste planeet
Wetenschappers waren lang van mening dat de omvang van Jupiter zo’n beetje het maximum is wat mogelijk is voor een planeet. Echter: men kent inmiddels planeten die vele malen zwaarder zijn dan Jupiter! Hoe zit dat dan? Het antwoord is als volgt: als je massa blijft toevoegen aan een planeet ter grootte van Jupiter, zorgt de toegenomen zwaartekracht ervoor dat de planeet even groot blijft. In plaats daarvan zorgt de toename van massa voor een hogere dichtheid in het inwendige van de planeet. Met andere woorden: een planeet van 8 Jupitermassa’s is even groot als Jupiter, maar heeft een veel hogere dichtheid.De verwonderingen van wetenschappers was dan ook groot bij de ontdekking van TrES-4, een exoplaneet op een afstand van 1500 lichtjaar vanaf de aarde. Deze kolos is bijna twee keer zo groot als Jupiter, maar heeft slechts 88% van diens massa. Dit maakt de dichtheid van de planeet lager dan dat van kurk! Waarom TrES-4 zo groot is, is niet goed bekend. Mogelijk heeft de enorme temperatuur van de planeet hiermee te maken: de planeet draait zeer dicht rondom de moederster.

Credit; Ignacio González Tapia/NASA

Grootste ster
Op een afstand van 5000 lichtjaar bevindt zich een reus van epische proporties. Welkom in het domein van VY Canis Majoris, Koning der Sterren. Deze rode hyperreus heeft een geschatte diameter van 10 Astronomische Eenheden (oftewel, de afstand tussen de zon en Saturnus in ons zonnestelsel). Dat betekent dat de ster groot genoeg is om 8 miljard zonnen te bevatten! Sterren als deze bevinden zich in het eindstadium van hun actieve leven en zijn zeer instabiel. Als gevolg blazen dit soort sterren regelmatig enorme gasbellen het heelal in, waardoor ze vaak deels aan het oog worden onttrokken.

Credit: NASA/ESA/R. Humphreys

Grootste sterrenstelsel
Sterrenstelsels komen in vele soorten en maten. De best bekende zijn spiraalstelsels als onze Melkweg. Spiraalstelsels zijn vele malen groter dan de dwergstelsels die de meest voorkomende categorie van sterrenstelsels vormen. Toch zijn spiraalstelsels niet de grootste sterrenstelsels in het heelal: die eer gaat naar de elliptische reuzenstelsels, die vele malen de omvang van de Melkweg kunnen hebben. Dit soort stelsels zijn vrij structuurloos en bevatten weinig gas en stof, maar zijn wel in het bezit enorme aantallen (veelal oudere) sterren.Nu kan er slechts één Koning zijn en die eer gaat naar IC 1101, een elliptisch reuzenstelsel van onvoorstelbare proporties. De diameter van IC 1101 bedraagt 6 miljoen lichtjaar: hiermee is dit stelsel kolossaal, zelfs in vergelijking met de meeste elliptische reuzenstelsels. IC 1101 is groot genoeg om vele duizenden Melkwegstelsels te bevatten. Als IC 1101 op de plaats van de Melkweg gezet zou worden, zou deze alle naburige stelsels opslokken, inclusief de Andromedanevel (M31) en de Driehoeknevel (M33). IC 1101 bevindt zich in het centrum van Abell 2029, een dichtbevolkte cluster van sterrenstelsels op een afstand van 1 miljard lichtjaar. Deze sterrenstad bevat vele duizenden sterrenstelsels die regelmatig met elkaar botsen en samensmelten. Dit vormt vermoedelijk de verklaring voor de enorme omvang IC 1101, Koning der Sterrenstelsels.

Credit: X-ray: NASA/CXC/UCI/A. Lewis et al; Optical: Pal. Obs. DSS

Snelste object
De snelste objecten in het heelal worden gevormd door stellaire snelheidsduivels, de zogenaamde Hypervelocity Stars of ‘race-sterren’. Met een gemiddelde snelheid van honderden kilometers per seconde zijn deze sterren op geen enkele manier te flitsen of te bekeuren. De grootste snelheidsduivel van dit hele stel is  HE 0437-5439. Deze ster heeft, naast een belachelijke naam, ook een belachelijk hoge snelheid van 850 kilometer per seconde! Waarschijnlijk heeft deze ster een onfortuinlijke ontmoeting gehad met het centrale zwarte gat van onze Melkweg. Hierbij is de ster niet opgeslokt, maar met een gigantische snelheid weggeslingerd. De snelheid van HE 0437-5439 is zelfs hoger dan de ontsnappingsnelheid van de Melkweg, waardoor de ster aan de zwaartekracht van ons thuissterrenstelsel zal ontsnappen en voortaan eenzaam en alleen door het heelal zal zwerven.

Credit: NASA/ESA/O. Gnedin/W. Brown

Helderste (en zwaarste) ster
Met het lekkere weer van de afgelopen dagen zal het volgende iedereen bekend voorkomen: de zon breekt door de wolken en schijnt vol in je gezicht, meestal precies als je aan het autorijden bent. Op dit soort momenten vervloek je de helderheid van de zon, maar wees niet getreurd: het kan altijd veel gekker. Diep in het binnenste van de Tarantulanevel bevindt zich een ster met een helderheid van (hou je vast): 9 miljoen zonnen!! Deze ster, met de poëtische naam R136a1, is ook een kosmische zwaargewicht. Met een massa van 250 keer die van de zon is R136a1 zelfs  zwaarder dan sterrenkundigen voor mogelijk hadden gehouden. Sterren met een dergelijke massa zijn geen lang leven beschoren: binnen een miljoen jaar sterven zij spectaculair in de vorm van een hypernova. Hierbij worden gammaflitsen én een zwart gat geproduceerd!

Bron: New Scientist.

Ook The Big Picture zegt vaarwel tegen de Discovery

Credit: NASA

De fotosite The Big Picture van de online krant Boston.com heeft met een schitterende serie van 45 foto’s vaarwel gezegd tegen Space Shuttle Discovery. Over diens allerlaatste missie – STS-133, z’n 39e – en over z’n allereerste missie in 1984 gaat deze MUST-SEE-serie. Weet je wat nou het probleem is van al die fotoserie’s van The Big Picture? Dat het zo moeilijk kiezen is welke de mooiste is! Die van hierboven vond ik wel mooi, maar ik had net zo goed één van die 44 andere kunnen kiezen, bijvoorbeeld van Erik Halsteili uit Bellingham, Washington. Die dacht bij zichzelf  ‘kom, ik graaf mijzelf eens in op het strand en bekijk dan de lancering van de Discovery’! Open de bron voor die foto. 😀 The Big Picture.

De evolutie van sterren

Credit: Public Domain

In de discussie over koude bruine dwergen wees lezer Olaf van Kooten er op dat hij ooit een lang artikel heeft geschreven over de evolutie van zon-achtige sterren. Hij mailde mij dat artikel vanavond en hierbij is ’t als PDF-bestand (1,45 Mb) te downloaden, 14 bladzijden nuttige, leerzame informatie over sterren:

[download id=”42308″]

Voor mij gelijk een goede reden een download-plugin te installeren. Als meer downloads volgen zal ik t.z.t. een aparte download-pagina creëeren. Olaf, thanx voor het toezenden van je artikel! Oh ja, Olaf heeft toegezegd ook bijdragen te gaan leveren aan de Astroblogs! 😀

Arachnofoben opgelet: Hubble tuurt naar de Tarantula

Credit: NASA, ESA

Voor degenen die niet zo van spinnen houden, arachnofoben heten ze in vaktermen, wees gerust: het gaat in deze blog slechts om de Tarantulanevel, een gigantische gas- en stofnevel in de Grote Magelhaense Wolk, een kompaan van de Melkweg 170.000 lichtjaren van ons verwijderd. De nevel ontleent z’n naam aan zijn vele grillige ‘armen’, die ‘m aan de giftige Tarantulaspin doen denken. Ik heb de nevel – die ook wel bekend staat als Doradus 30 – hier al vaak besproken, dankzij de aanwezigheid van objecten als de allerzwaarste ster die we kennen, R136a1, en van de meest nabije supernova die we de laatste honderd jaar hebben mogen meemaken, supernova 1987A. In de Tarantulanevel komt ook het supernovarestant NGC 2060 voor, waarvan de pulsar PSR J0537-6910 het kloppende hart vormt. Eigenlijk is de nevel een krankzinnig grote combinatie van een kosmische kraamkamer, met jonge, zware sterren als R136a1 als getuige, en een sterfhuis van exploderende sterren en resterende pulsars, met SN 1987A, NGC 2020 en PSR J0537-6910 als getuige. Het gebied rondom NGC 2060 is onlangs met Hubble’s Advanced Camera for Surveys (ACS) gefotografeert en het resultaat zie je hierboven. Een prachtig portret van een stukje van de kosmische Tarantula, waarvan de megaversie voor de niet-pixelfoben hier (32,1 Mb) te downloaden valt. In de video hieronder wordt meer verteld over de Tarantulanevel en over de bijzondere objecten daarin.

Bron: Hubble.

Hubble sluit alternatief donkere energie uit

NGC 5584, een met Hubble onderzocht sterrenstelsel. Credit: NASA, ESA, A. Riess (STScI/JHU), L. Macri (Texas A&M University), and Hubble Heritage Team (STScI/AURA)

In 1998 ontdekten twee teams sterrenkundigen aan de hand van waarnemingen aan verwegstaande supernovae onafhankelijk van elkaar dat het heelal versneld uitdijt. Die versnelling werd verklaard door het bestaan van donkere energie, een mysterieuze energievorm wiens werking tegengesteld is aan de zwaartekracht. Sindsdien hebben de meeste sterrenkundigen zich achter het donkere energiemodel geschaard en uit de navolgende metingen met de WMAP-satelliet is gebleken dat de totale energie-inhoud van het heelal voor 73% gevormd wordt door donkere energie. Niet alle sterrenkundigen gaan er echter van uit dat donkere energie echt bestaat en dat heeft geleid tot tal van alternatieve modellen, die de versnelde expansie op een andere wijze verklaren. Eén van die alternatieven is het idee dat wij ons in het centrum bevinden van een enorme leegte in het heelal, zo’n acht miljard lichtjaar in diameter. In zo’n kosmische ‘bel’ zou de gemiddelde dichtheid van materie een stuk lager zijn dan daarbuiten en waarnemers bínnen zo’n bel – wij dus – zouden de indruk hebben dat het heelal versneld uitdijt, een indruk die slechts schijn zou zijn. Welnu, recente waarnemingen van een team sterrenkundigen onder leiding van Adam Riess, de sterrenkundigen die één die teams uit 1998 aanvoerde, heeft met hulp van de Hubble ruimtetelescoop aangetoond dat het kosmische bel-model in de prullebak kan. Eén van de voorwaarden van dat model is namelijk dat de Hubble constante H0 60 á  65 kilometer per seconde per megaparsec is, d.w.z. dat voor iedere megaparsec (=3,26 miljoen lichtjaar) dat een sterrenstelsel zich verder van de aarde bevindt diens snelheid van ons af 60 á  65 kilometer per seconde sneller gaat. Aan de hand van preciese afstandsbepalingen van sterrenstelsels – dichtbij met hulp van Cepheïden en ver weg met supernovae van type Ia – en de snelheid waarmee die stelsels zich van ons af bewegen kon Riess z’n team de waarde van H0 bepalen: 73,8 km/sec/Mpc met een onzekerheid van 3,3%. Met deze waterdichte waarneming kan een lagere Hubble constante worden uitgesloten en daarmee het kosmische bel-model. Op de afbeelding zie je NGC 5584, één van de met Hubble onderzochtte sterrenstelsels. Bron: NASA.

Massa Higgs boson vermoedelijk tussen 114 en 157 GeV

Credit: CDF/D0.

Natuurkundigen hebben met behulp van de twee experimenten CDF en DZero, verbonden aan de Tevatron deeltjesversneller van het Amerikaanse Fermilab, het mogelijke massabereik van de Higgs bosonen verkleind: á ls deze deeltjes bestaan, hetgeen nog niet bewezen is, dan hebben ze met 95% zekerheid een massa ergens tussen 114 en 157 GeV. Ter vergelijking: 100 GeV is 107 keer de massa van een proton. Bij eerdere experimenten met dezelfde instrumenten kwam men op een bereik uit ergens tussen 114 en 185 GeV, exclusief  het stuk tussen 158 en 175 GeV. Met de laatste waarnemingen van de proton-antiprotonbotsingen in de Tevatron wordt het stuk tussen 158 en 173 GeV met een zekerheid van 95% uitgesloten en tussen 173 en 183 GeV met 90%. De bedoeling is dat de Tevatron in september dit jaar z’n deuren sluit, eh… voor zover een deeltjesversneller deuren heeft, en da’s het gevolg van bezuinigingen. De wetenschappers zijn erop gebrand om in de laatste maanden van haar bestaan met de Tevatron het statistische bewijs te leveren voor het bestaan van het Higgs boson, het theoretische deeltje dat massa zou geven aan elementaire deeltjes zoals protonen en neutronen. Aan de overkant van de Grote Plas, in het Zwitserse Genéve, probeert de Europese Large Hadron Collider – dé grote concurrent van de Tevatron – precies hetzelfde. Kijken wie er wint. Bron: Fermilab Today.

Tiende ALMA-antenne op hoogvlakte Chajnantor

Credit: ESO

Op de 5000 meter hoge Chajnantor-hoogvlakte in de Atacama-woestijn in Noord-Chili is de tiende antenne geplaatst van de Atacama Large Millimeter/submillimeter Array (ALMA). Het observatorium gaat op millimeter/submillimeter golflengten de allereerste sterrenstelsels bestuderen en informatie opleveren over de vorming van sterren en planeten. ALMA gaat uiteindelijk bestaan uit 66 schotelantennes met een doorsnede van 12 meter. De eerste ALMA-schotel werd september 2009 vervoerd naar de Array Operations Site, waar door de extreem droge lucht ideale condities bestaan voor sterrenkundige waarnemingen. De ALMA-antennes worden in elkaar gezet en getest op de Operations Support Facility op 2900 meter hoogte, waarvandaan de tiende antenne anderhalve week geleden met een van de twee enorme transportvoertuigen naar de hoogvlakte is gebracht. Eén van die voertuigen – Otto genaamd – zie je op de afbeelding. Goh, gisteren hadden we Hans en Franz, nu weer Otto. Leuk al die giga-voertuigen. 🙂 ALMA is een project van Europa, Noord-Amerika en Oost-Azië in samenwerking met Chili. ESO is de Europese partner in ALMA. Het observatorium zal in 2013 voltooid zijn. Bron: Nova.