24 juli 2024

Keck ontrafelt mysterie superheldere supernova

Credit: D. Perley & J. Bloom / W.M. Keck Observatory

Ze worden in het Engels super-luminous supernovae genoemd, afgekort SLSNe, en de op 10 januari 2008 ontdekte supernova genaamd SN 2008am is daar één van de zeldzame exemplaren. Op de top van z’n lichtkracht straalde SN 2008am, die zich op een veilige afstand van 3,7 miljard lichtjaar van de aarde bevond, 100 miljard keer meer energie uit dan de zon uitstraalt. Dat is honderd keer meer dan ‘normale’ supernovae, die op zich al een bloedstollende lichtkracht kennen. Waarnemingen aan SN 2008am met behulp van de Low Resolution Imaging Spectrometer (LRIS) van de Keck I 10 meter telescoop op Hawaï heeft meer informatie opgeleverd over de SLSNe. Men vermoedt dat de gigantische lichtkracht veroorzaakt wordt doordat de uitgespuwde buitenlagen van de supernova in botsing komen met een gasomhulsel, welke door de ster die de supernova veroorzaakte in een eerder stadium waren uitgespuwd. Het supernovamodel dat de extreme interactie beschrijft tussen de exploderende buitenlagen en het eerder uitgestoten gasomhulsel wordt het circumstellar interaction-model genoemd. De  ster die dit allemaal veroorzaakte – de ‘progenitor’ genaamd, het wemelt van de Engelse termen – was waarschijnlijk een zogenaamde lichtsterke blauwe variabele,  een klasse van zeer zware, grote sterren, waarvan het bekendste voorbeeld Eta Carina is. Van die laatste wordt gevreesd dat ‘ie ook ooit als supernova zal exploderen. Eén belangrijk verschil met SN 2008am: Eta Carina staat slechts 7500 lichtjaar van ons vandaan in plaats van 3,7 miljard lichtjaar. Oeps!

Soorten supernovae

Theoretici denken dat er ruwweg twee grote klassen van supernovae zijn: type I die ontstaan als witte dwergen door toevoer van materie door een partner te zwaar worden en exploderen, type II die ontstaan als een (zeer) zware ster explodeert. Vermoedelijk zijn er van die laatste klasse weer drie varianten:

  • sterren die 10 tot 20 keer zwaarder dan de zon zijn en wiens kern in elkaar klapt na een kortstondig, maar heftig leven, conform het Pepsi Cola-motto ‘live fast, die young’. Dat zijn de core-collapse supernovae.
  • sterren die tot 100 zonmassa’s zwaar zijn en die net zoals SN 2008am een ‘circumstellar interaction’ ondergaan. Hier is het wetenschappelijke artikel, die ’t allemaal tot in detail beschrijft.
  • tenslotte de superzware sterren die zwaarder dan 100 zonmassa’s zijn en die op een gegeven moment zo bloedje heet worden dat ze materie en antimaterie in de vorm van electronen en positronen vormen, die de meest zware variant van supernova opleveren: de pair-instability supernovae. Ja zucht, weer in ’t Engels, ik weet het.

Afijn, ik moet duidelijk m’n overzicht van de verschillende soorten supernovae weer eens updaten met bovenstaande informatie. De tweede variant van die type II supernova, waar SN 2008am dus een exemplaar van is, heb ik in dat overzicht wel opgenomen (type IIn), maar zonder nadere uitleg. Het overzicht is één van de bronnen voor het lemma supernovae op de Nederlandse Wikipedia, dus het moet natuurlijk wel up to date zijn, om het maar even op z’n Engels te zeggen. 🙂 Werk aan de winkel dus. Bron: Keck Observatory.

Share

Speak Your Mind

*