Krabnevel spuwt zeer energetische supervlammen uit

Credit: NASA/CXC/MSFC/M.Weisskopf and A. Tennant.

In het sterrenbeeld Stier staat de beroemde Krabnevel (M1), het restant van de supernova die op 4 juli 1054 aan de hemel verscheen. In de kern van de Krabnevel staat een pulsar – op de afbeelding de witte stip in het midden, een zeer compacte neutronenster van zo’n 25 km doorsnede, waar ongeveer één zonmassa in gepropt zit en die 30 keer per seconde roteert. Sinds september 2010 worden met de Fermi gamma-satelliet en de Italiaanse AGILE satelliet uitbarstingen – vlammen of flares genaamd – van hoogenergetische gammastraling waargenomen en vorige maand werden zelfs enkele supervlammen waargenomen, die minstens 30 keer zo sterk waren als de normale gammaproductie van de Krabpulsar en 5 keer zo sterk als de uitbarstingen van september vorig jaar. Probleem met Fermi en AGILE is dat hun scheidend vermogen niet zo erg hoog is en dat ze niet precies kunnen zien uit welke regio van de Krabnevel de (super)vlammen afkomstig zijn. Vandaar dat sinds de start van de uitbarstingen ook de röntgensatelliet Chandra van de NASA de Krabnevel in de gaten houdt en die waarnemingen hebben een kort filmpje opgeleverd, waarin de wijzigingen in de Krabnevel te zien zijn. Dat filmpje is te zien in de video hieronder. Men denkt dat de vlammen en supervlammen niet van de pulsar zelf afkomstig zijn, maar van een regio ongeveer 1/3e lichtjaar er vandaan. Plotselinge wijzigingen in het intense magnetisch veld vlakbij de pulsar veroorzaken een versnelling in de electronen die door de pulsar worden uitgezonden, zodat ze bijna met de lichtsnelheid gaan. Als zij op hun beurt weer met het magnetische veld reageren zenden ze de gammastraling van de (super)vlammen uit.

Bron: Universe Today.

Dawn heeft z’n doel in het vizier: planetoïde Vesta

Credit: NASA/DLR

De Amerikaanse sonde Dawn heeft het doel van z’n missie letterlijk in het vizier: na een reis van 43 maanden, waarin 2,6 miljard km werd afgelegd, kunnen de camera’s aan boord van Dawn de planetoïde Vesta zien. Op 3 mei j.l. fotografeerde Dawn de 530 km grote planetoïde, toen de afstand nog 1,2 miljoen km bedroeg. Vesta is dat kleine stipje in de cirkel in het midden van de foto, slechts een paar pixels groot. Dankzij foto’s als deze kunnen de technici van de NASA Dawn exact richting Vesta sturen en de bedoeling is dat de sonde op 16 juli 2011 in een baan om de planetoïde terechtkomt. Er zal dan een jaar lang onderzoek worden gedaan aan het oppervlak en de minerale samenstelling van Vesta. Als Dawn juli 2012 klaar is met het onderzoek aan Vesta moet ‘ie met behulp van z’n motoren weer wegvliegen en dan richting Ceres vertrekken – die ruim twee eeuwen net als Vesta een planetoïde werd beschouwd, maar sinds 2007 als dwergplaneet door het leven gaat. Beoogde aankomst aldaar is ergens in februari 2015. Dawn gaat in een baan om Ceres vliegen, die bijna 950 km in diameter is, en dan onderzoek doen tot juli 2015. Daarna is de missie ten einde. Bron: DLR.

Delftse studenten lanceren vrijdag neuskegel Stratos II raket

De lancering van voorganger Stratos 1 in 2009. Credit: TU Delft/DARE

Het Europese hoogterecord dat studenten van de TU Delft in 2009 met hun zelfgebouwde Stratos-raket in handen kregen, smaakte naar meer. Op vrijdag 13 mei beginnen ze aan een nieuwe uitdaging met de eerste testvlucht op de Veluwe voor Stratos II. Met deze lancering naar 1,5 km testen de studenten cruciale systemen voor Stratos-II, waarmee ze in 2012 een hoogte van 50 km willen bereiken. Daarna volgt het ultieme doel: 100 km, waar de atmosfeer ophoudt en de ruimte begint. Een onbemande raket naar de grens van de ruimte schieten, is geen eenvoudige taak en nog nooit door studenten bereikt. Het eigen record van de Delftse studenten staat nu op 12,2 km, het Europese record voor zelfbouwraketten. Met hun geheel nieuwe raket Stratos II willen de studenten dit in 2012 stevig aanscherpen tot een hoogte van 50 km, waarbij ze ook educatieve en wetenschappelijke experimenten uitvoeren. In het jaar daarna willen ze met een gemodificeerde variant proberen de ruimte te halen.

Neuskegel

Op vrijdag 13 mei testen de studenten met een proeflancering het loskoppelen van de neuskegel met aan boord de wetenschappelijke apparatuur en het uitwerpen van de parachute. “Voor we de raket echt kunnen lanceren, moeten we zeker weten dat deze essentiële systemen goed werken”, vertelt Wouter Blom van raketvereniging DARE. “Het uitwerpen van de parachute gaat bij een snelheid van 250 km/u en veroorzaakt een vertraging van 30 g. Dat moeten we goed testen, want als dat bij de eigenlijke lancering misgaat, vallen alle experimenten te pletter.” De speciaal ontwikkelde ‘Stratos Concept Launcher’ brengt de neuskegel vrijdag naar een hoogte van 1,5 km. Bij die hoogte mogen de studenten nog in Nederland (’t Harde op de Veluwe) lanceren. De studenten gebruiken een innovatief systeem voor de loskoppeling, dat gebruikt maakt van het smelten van Dyneema (ofwel: ultrasterk vliegertouw) in plaats van kleine explosieve ladingen, zoals gebruikelijk is. Het nieuwe systeem is aanzienlijk veiliger en betrouwbaarder dan het systeem dat de studenten hiervoor gebruikten. Lees verder

Informatiepaneel radiosterrenkunde bij Radio Kootwijk onthuld

De onthulling van het informatiepaneel bij Radio Kootwijk (foto ©Marieke Baan, NOVA)

Ter ere van het baanbrekend radiosterrenkundig onderzoek dat in Radio Kootwijk is uitgevoerd, is vandaag in Radio Kootwijk een informatiepaneel “Sterrenkundig verleden van Radio Kootwijk” officieel onthuld. Het paneel staat op de Turfberg bij Radio Kootwijk, op de plek waar de Würzburg-antenne heeft gestaan, een omgebouwde Duitse radarschotel uit de Tweede Wereldoorlog, met een diameter van 7,5 meter. De onthulling werd worden gedaan door prof. dr. Hugo van Woerden (emeritus hoogleraar sterrenkunde aan de Universiteit van Groningen, links op de foto) en Ari Hin (gepensioneerd medewerker van ASTRON, rechts). Beiden waren in de jaren 1950 betrokken bij het uitvoeren en verwerken van de waarnemingen in Radio Kootwijk aan de Melkweg. Dit onderzoek werd geleid door prof. dr. Jan Hendrik Oort van de Leidse Sterrewacht en radio-ingenieur Lex Muller van de Stichting Radiostraling van Zon en Melkweg (nu ASTRON). De Leidse astronomen wilden radiostraling met een golflengte van 21 cm – in 1944 voorspeld door de toenmalige Utrechtse sterrenkundestudent Henk van de Hulst – uit de Melkweg opvangen en daarmee de Melkweg in kaart brengen. Op 11 mei 1951 lukte het Lex Muller en zijn team om deze radiogolven op te vangen (zie afbeelding hieronder). Ze waren helaas niet de eersten die dat deden, want enkele weken eerder – op 25 maart 1951 – hadden de Amerikanen H.I. Ewen en E.M. Purcell (Harvard Universiteit) de radiostraling al opgemerkt. Maar de waarnemingen gedaan in Radio Kootwijk waren wel nauwkeuriger en in een op 1 september 1951 verschenen artikel in het wetenschappelijke vakblad Nature konden Muller en Oort al informatie verschaffen over de structuur van de Melkweg aan de hand van hun waarnemingen.

Credit: ASTRON

Bron: Astroforum + Radio Kootwijk + Astron/Jive.

De allergrootste structuur in het heelal: the Sloan Great Wall

De Sloan Great Wall op de 2dF Galaxy Redshift Survey. Credit:W. Schaap (Kapteyn Institute, U. Groningen) et al.

Ja natuurlijk, ik zou het letterlijk kunnen vertalen: de Sloan Grote Muur. Maar dat doet mij zo denken aan de Chinese afhaal van jaren terug dat ik lekker het origineel aanhoud. The Sloan Great Wall (SGW), een gigantische keten van clusters van sterrenstelsels, die gravitationeel aan elkaar zijn gebonden en die met een lengte van 1,4 miljard lichtjaar de grootste structuur in het heelal kan worden genoemd. Z’n naam ontleent ‘ie aan de Sloan Digital Sky Survey (SDSS), een grootschalig onderzoek aan sterrenstelsels in het heelal, waar de Galaxy Zoo z’n gegevens aan ontleent. In 2003 ontdekten J. Richard Gott III (Princeton University), Mario Juric en hun collegae de SGW. Gott III die de grootste structuur in het heelal ontdekt, goh… beter kan je ze toch niet verzinnen, nietwaar? Op het allergrootste niveau bestaat het heelal uit een structuur van filamenten en leegtes daartussen en SGW is het grootst bekende filament. Afijn, waar ik naar toe wil is dat onlangs voor het eerst de SGW uitgebreid is bestudeerd en dat met name de onderdelen van deze kosmische ‘muur’ – zoals de superclusters SCI 126 en SCI 111 en de aanwezigheid van Bright Red Galaxies (BRG’s) – onderzocht zijn. Zo ontdekten de Estse sterrenkundigen, die ’t onderzoek uitvoerden, dat die BRG’s vaak in groepjes van minstens vijf stelsels voorkwamen. Een probleem waar men mee worstelt is de vorming van de superclusters in de SGW. Van SCI 111 kan men met modellen aardig een beeld vormen van diens ontstaansgeschiedenis. Maar de gigantische supercluster SCI 126 is tot nu toe onverklaarbaar. Men vermoedt dat de kiem voor diens ontstaan in de eerste ogenblikken van de oerknal moet liggen, welke 13,7 miljard jaar geleden plaatsvond. Bron: Universe Today.

NASA prikt nieuwe datum lancering Endeavour: 16 mei


Bobo’s bij de NASA hebben gisteren besloten om de Space Shuttle Endeavour voor z’n laatste vlucht – missie STS-134 – op maandag 16 mei a.s. om 14.56 uur Nederlandse tijd te lanceren. Ze besloten tevens om de missie met twee dagen te verlengen: 16 dagen in plaats van 14 dagen. Technici zijn ondertussen nog steeds bezig om de zogenaamde ‘aft load control assembly

Woensdag een planetentrio te zien, eh… onder de evenaar

Het planetentrio Jupiter, Mercurius en Venus. Links staat Mars. Credit: Sky & Telescope

Komende woensdag – 11 mei 2011 volgens mijn scheurkalender – staan drie planeten in een kluitje bij elkaar aan de hemel: Mercurius, Jupiter en Venus. Om 15 uur Nederlandse tijd staat het trio in één lijn aan de hemel. Maar ja, da’s overdag en dus niet met het blote oog zichtbaar, helaas pindakaas. Je zou het met een telescoop kunnen proberen te zien. Venus is van magnitude -3,3 en Jupiter is -1,6, dus dat moet te doen zijn. Mercurius is veel zwakker (+1,2m), dus vergeet die maar. In de Sterrengids 2011 staat bij 7 mei 2011 uitgelegd hoe je dat overdag waarnemen het beste kan doen. Wat je ook kan doen – mits voorzien van een dikke gevulde portemonnee – is naar een land onder de evenaar afreizen, zoals India, en daar de conjunctie in het ochtendgloren bekijken. Je kan er zelfs een planetenquatro aanschouwen, want een stukje linkonder van het trio staat de planeet Mars. Nee, sterker nog, met een beetje zoekwerk kan je dan zes planeten bekijken, want iets verderop in het sterrenbeeld Vissen staat Uranus en in Waterman staat Neptunus. Bron: Sterrengids 2011.

M101 vanuit de Eiffel

André van der Hoeven – lid van sterrenkundevereniging Christiaan Huygens – was vorige week in Bleialf in de Eiffel in Duitsland en daar kon hij zich onder een donkere hemel uitleven met z’n grote hobby: astrofotografie. Hij fotografeerde er diverse hemelobjecten, zoals M51, NGC 7380, de Melkweg, de Maan én… M101. De laatste – hierboven André’s resultaat ervan – is een prachtig spiraalsterrenstelsel in het sterrenbeeld Grote Beer, die we ook wel kennen als het Windmolenstelsel. Even wat technische info over de foto en de gebruikte apparatuur: De opnamen zijn gemaakt met een Skywatcher ED80 en een Starlight Express SXV-H9 camera op een NEQ-6 montering. Er zijn 15 x 10 minuten Lum,  3 x 5 min. RGB en 3 x 10 min. Hα opnamen gemaakt. Guiding was via off-axis guiding met een DMK-21. André, mooi werk hoor!

Kort en bondig: nee, ATLAS heeft geen licht Higgs boson ontdekt

Credit: ATLAS Collaboration

Een paar weken terug was er de nodige onrust op internet over een mogelijke waarneming met de ATLAS detector, één van de grote apparaten die aan de Large Hadron Collider (LHC) in Genéve is verbonden, van een signaal met een massa van 115 GeV, hetgeen zou kunnen wijzen op het bestaan van een lichte variant van het Higgs boson. De onrust startte door de publicatie op een blog van een niet goedgekeurde preprint van waarnemingen met ATLAS. Afgelopen weekend werd officieel door natuurkundigen van CERN bekendgemaakt dat op basis van 131 picobarn aan waarnemingen aan de botsingen van de protonen in 2010 en 2011 ATLAS géén signaal heeft gevonden van een ‘resonantie’ – zoals dat in vaktermen heet – bij 115 GeV. De officiële data daarvoor zie je in de grafiek rechts. Geen signaal, lees: geen licht Higgs boson. Mmmm, hebben we wel een Higgs boson nodig als ze bij het concurrerende Fermilab wellicht een Z’ boson hebben ontdekt, welke met de vijfde natuurkracht Techicolor precies hetzelfde kan doen, namelijk de elementaire deeltjes massa geven? Bron: Vixra.