Integral stelt grenzen aan korreligheid van de ruimte

Voorbeeld van een gammaflitser, welke met IBIS aan boord van Integral is waargenomen. Credit: ESA/SPI Team/ECF

Met behulp van waarnemingen met het IBIS instrument aan boord van de Europese gammasatelliet Integral aan de gammaflitser GRB 041219A, die op 19 december 2004 gedurende zeer korte tijd zichtbaar was, heeft een groep sterrenkundigen onder leiding van Philippe Laurent (CEA Saclay) een limiet kunnen stellen aan de mate van korreligheid van de ruimte. Volgens bepaalde modellen van de quantum-mechanica is ruimte niet continue, maar kent het op zeer kleine schaal (˜10-35 m) een soort korreligheid. Gammaflitsers worden veroorzaakt door zeer extreme gebeurtenissen, zoals twee zwarte gaten die tegen elkaar knallen. De kortstondige stoot gammastraling, welke door satellieten als Integral en Swift kan worden gedetecteerd, komt in twee varianten voor: hoge en lage gammastraling. De straling van de zeer heldere GRB 041219A, welke 300 miljoen lichtjaar van de aarde verwijderd was, zou in theorie iets van die korreligheid moeten merken: gedurende het lange traject tussen gammaflitser en Integral zouden de gammafotonen door de korrelige structuur van de ruimte polariseren, d.w.z. een bepaalde kant uit oscilleren, hoge energiefotonen ietsje meer dan lage energiefotonen. Integral heeft wel de polarisatie gezien in de straling van GRB 041219A, maar géén verschil tussen de twee varianten. Op basis daarvan heeft men berekend dat de korreligheid niet groter kan zijn dan ˜10-48 m, veel kleiner dus dan die eerdere schattingen van de schaal. Oeps, dat zijn wel héél kleine korreltjes.  Da’s kleiner zelfs dan de zogenaamde Planckschaal. Werk aan de winkel voor de studeerkamergeleerden. 🙂 Bron: ESA.

M78, een prachtig stervormingsgebied in Orion

Credit: NASA/JPL

Je vindt ‘m al in een kleine telescoop, een klein stukje ten noordoosten van ζ Ori (Alnitak), de linkerster van de gordelsterren van Orion: de reflectienevel M78 (NGC 2068). Feitelijk twee jonge, massieve sterren – schuilnaam HD 38563A en HD 38563B – die door hun krachtige UV-straling gaten hebben gebrand in de donkere stofwolken, waarmee ze omgeven zijn. Met de infraroodsatelliet Spitzer hebben ze die gaten gefotografeerd, met bovenstaand resultaat. Er bevinden zich meer jonge sterren in M78, ongeveer 45 veranderlijke T Tauri sterren en 15 Herbig-Haro objecten. Die pieperdepiepjonge T Tauri sterren zie je als de roze puntjes aan de randen van M78. Ze zijn nog te lichtzwak om zelf gaten te branden in de stofwolken, maar het zal niet lang meer duren (astronomisch gesproken tenminste) voordat ze dat ook hebben gedaan. Dan zal M78 nog veel groter zijn. Bron: NASA/JPL.

Een unieke blik op de centrale top van de krater Tycho op de maan

Credit: NASA/GSFC/Arizona State University

Hij wordt door velen beschouwd als de mooiste maankrater: Tycho! Met een Tom Tom op de maan bereikbaar op 43,31° ZB en 11,36° WL. Waarom? Simpelweg vanwege de gigantische stralenkrans van deze inslagkrater én zijn prachtige, ronde structuur mét centrale berg. Die top is op 10 juni j.l. prachtig in beeld gebracht door de Lunar Reconnaissance Orbiter (LRO) met z’n Narrow Angle Camera (NAC). Met die camera zoomden de wetenschappers in op de 15 km grote berg, die twee km uitsteekt boven de kraterbodem. Dat leverde bovenstaand juweeltje op, een foto waarin je de top door de lange schaduwen extra gecontrasteerd ziet. De kraterwand van Tycho – die zelf 82 km in doorsnee is – steekt 4700 meter boven de kraterbodem uit. De stralen van Tycho, welke bestaan uit materiaal dat na de inslag werd uitgeworpen, reiken soms wel duizend km ver weg. Men denkt dat met een geschatte leeftijd van 110 miljoen jaar Tycho erg jong is. De steile wanden van de centrale berg, de scherpe begrenzingen van de landschapskenmerken in de krater wijzen daar allemaal op. In de video hieronder wordt die berg nog eens extra belicht. Mooi om te zien.

Bron: Universe Today.

Ook een neutronenster kan zich wel eens verslikken

Impressie van de materiewolk, die op neutronenster IGR J18410-0535 afkomt. Credit: ESA/AOES Medialab

Met behulp van de Europese XMM-Newton röntgensatelliet hebben sterrenkundigen een neutronenster gezien die plotseling wel 10.000 keer zo helder werd als normaal, een uitbarsting die wel vier uren duurde. Oorzaak van dit alles: een grote hoeveelheid materie, die van de blauwe superreus in de nabijheid van de neutronenster, werd uitgebraakt en richting de 10 km grote neutronenster ging. Normaal kan zo’n supercompacte neutronenster de door z’n gravitatiekracht aangetrokken materie van z’n compagnon wel aan, maar de hoeveelheid die nu op ‘m afkwam was zelfs voor IGR J18410-0535 – zoals z’n codenaam luidt – teveel. Een deel van de materie kwam in de accretieschijf rondom de neutronenster en werd tot miljoenen graden verhit, waardoor röntgenstraling werd geproduceerd. Een ander deel vloog voorbij J18410-0535 en trok vervolgens ongemerkt de wijde wereld van de interstellaire ruimte in. Sterrenkundigen schatten in dat de uitgebraakte materiewolk wel 16 miljoen km groter was, da’s groter dan de ster zelf die ‘m uitbraakte. De maan zou wel 100 miljard keer in het volume van die wolk passen. De hoeveelheid materie was een stuk minder groot: 1/1000e van de maanmassa. En toch was dat voldoende om J18410-0535 te laten verslikken. Bron: ESA.

Vrijdag 8 juli 17:26 uur de állerlaatste shuttlelancering

Geplaatst in ruimtevaart | Getagged Atlantis, STS-135 | Geef een reactie

Quasar op recordafstand ontdekt

Impressie van de quasar ULAS J1120+0641. Credit: ESO/M. Kornmesser

Een team van Europese astronomen heeft met behulp van ESO’s Very Large Telescope en tal van andere telescopen de tot nu toe verste quasar ontdekt en onderzocht. Dit heldere baken, dat van energie wordt voorzien door een zwart gat dat twee miljard keer zo zwaar is als de zon, is verreweg het helderste object dat in het vroege heelal is waargenomen. De onderzoeksresultaten verschijnen op 30 juni 2011 in het tijdschrift Nature. Quasars zijn zeer heldere, verre sterrenstelsels die hun energie waarschijnlijk ontlenen aan de superzware zwarte gaten in hun kernen. Dankzij hun grote helderheid kunnen deze objecten ons meer inzicht geven in het tijdperk waarin de eerste sterren en sterrenstelsels ontstonden. De nieuwe quasar is zo ver weg dat zijn licht informatie bevat over het einde van het zogeheten reïonisatietijdperk. De pas ontdekte quasar, die de aanduiding ULAS J1120+0641 draagt, wordt gezien zoals hij slechts 770 miljoen jaar na de oerknal was (roodverschuiving 7,1). Zijn licht heeft er 12,9 miljard jaar over gedaan om ons te bereiken. Hoewel er al objecten zijn ontdekt die nóg verder weg zijn zoals een gammaflits met roodverschuiving 8,2 en een sterrenstelsel met roodverschuiving 8,6 is de nieuwe quasar honderden keren helderder dan deze. Van alle objecten die zo helder zijn dat ze nauwkeurig onderzocht kunnen worden, is de quasar verreweg het verste. De op één na verste quasar wordt gezien zoals hij 870 miljoen jaar na de oerknal was (roodverschuiving 6,4). Verder weg gelegen quasars kunnen niet op zichtbare golflengten worden opgespoord, omdat hun licht, opgerekt door de uitdijing van het heelal, tegen de tijd dat het op aarde arriveert grotendeels in het infrarode deel van het spectrum valt.

De Europese UKIRT Infrared Deep Sky Survey (UKIDSS), die gebruik maakt van de speciale Britse infraroodtelescoop op Hawaï, is ontworpen om dit probleem te verhelpen. Het team van astronomen heeft miljoenen objecten in de UKIDSS-database doorgespit op potentiële verre quasars, en vond uiteindelijk de speld in de hooiberg. De afstand van de quasar is bepaald aan de hand van waarnemingen met het FORS2-instrument van ESO’s Very Large Telescope (VLT) en instrumenten van de Gemini North Telescope. Omdat het object relatief helder is, is het mogelijk er een spectrum van op te nemen (wat betekent dat het licht van het object in zijn samenstellende kleuren wordt gesplitst). Dankzij deze techniek zijn astronomen veel te weten gekomen over de quasar. Uit de waarnemingen blijkt dat de massa van het zwarte gat in het centrum van ULAS J1120+0641 ongeveer twee miljard keer zo groot is als die van de zon. Deze zeer grote massa laat zich, zo kort na de oerknal, lastig verklaren. De huidige theorieën over de groei van superzware zwarte gaten voorspellen dat hun massa langzaam toeneemt door het opslokken van materie uit de omgeving. Meer over de ontdekking van de record-quasar vindt je in de volgende ESOcast (#32):

Bron: Nova.

ISS-bemanning moest schuilen in Sojoez vanwege ruimtepuin

De astronauten in het ISS moesten vandaag onverwachts schuilen in de Sojoez vanwege naderend ruimtepuin. Credit: NASA

Vrij onverwachts kreeg de zeskoppige bemanning van het internationale ruimtestation ISS vanmorgen van de vluchtleiding op aarde te horen dat ze zo snel mogelijk moesten schuilen in de twee Sojoez-capsules die aan het ISS gekoppeld zijn. Drie astronauten kropen vlug in de Sojoez TMA-21, drie anderen zochten de beschutting van de Sojoez TMA-02M op. Oorzaak van dit alles: een stuk ruimtepuin dat binnen de ‘gevarenzone’ rondom het ISS dreigde te komen, een rechthoek in de vorm van een pizzadoos, die zich 0,75 km boven en onder het ISS uitstrekt en 25 km naar voor- en achterkant en de zijkanten. Om 14.08 uur Nederlandse tijd bleek het ruimtepuin inderdaad ruimschoots de gevarenzone te zijn binnengetrokken en uiteindelijk vloog ‘ie 243 meter langs het ISS. Toen het sein veilig werd gegeven konden de zes astronauten weer terug naar het ISS. Als men op aarde vroeg genoeg in de gaten krijgt dat een risicovol stuk ruimtepuin er aan komt kan men het ISS naar een andere hoogte dirigeren, om zodoende het naderende brokstuk te ontwijken. Maar daar was dit keer geen tijd voor en dus koos men de vluchtroute. Het ISS is in het verleden wel eens geraakt door kleine stukjes ruimtepuin, maar dat leverde geen noemenswaardige schade op. Men denkt dat het ISS bestand is tegen brokstukken van 1 cm doorsnee maximaal. Hoe groot het ruimtepuin van vandaag was weet ik niet – nóg niet. Bron: Universe Today.

Wat je al niet met één simpel blikje kan doen

Die ietwat wazige foto hierboven is gemaakt met een zogenaamde pinhole-camera. Benodigdheden voor die camera: een blikje – voorzien van een klein gat, gemaakt met bijvoorbeeld een speld – en een stukje fotopapier. Je geeft dat blikje een vaste plek met uitzicht op het zuiden, laat ´m daar een half jaartje licht vangen en voilá… je hebt de zon gedurende die periode gefotografeerd! Het werkt volgens het simpele principe dat je hieronder afgebeeld ziet en dat we sinds de ontdekking van het fotopapier al toepassen.

Ger Dórr – onder wiens bezielende leiding het zonne-observatorium Helios van Christiaan Huygens werd gebouwd en dat afgelopen zaterdag geopend werd – maakte de camera, hing ‘m aan de carport naast zijn sterrenwacht “Zonnewacht” in Hendrik-Ido Ambacht. Ergens half januari hing hij ’t blik op en vervolgens ving deze het zonlicht tot 27 juni, de dag dat Ger ‘m weer verwijderde. Hij haalde daarna het fotopapier uit het blik, legde dat op de scanner, bewerkte vervolgens de scan op de PC: spiegelen en de kleuren omdraaien. Dat omdraaien van de kleuren is nodig, omdat het zonlicht iedere dag een donkere baan inbrandt in het fotopapier – af en toe onderbroken door bewolking – en dat steeds hoger aan de hemel: de lage zonnebanen zijn van de winter, de lage richting juni. Hoe simpel kan het zijn om de baan van de zon aan de hemel te fotograferen? Bij de Volkssterrenwacht Philippus Lansbergen in Middelburg hebben ze een simpele handleiding geschreven, waarin je leest hoe je met zo’n pinhole-camera aan Solargraphy kunt doen, zoals deze techniek heet. Die handleiding is hier te downloaden:

[download id=”4″]

Wat is er allemaal te zien in juli 2011?

Hier weer de maandelijkse video, waarin je kan zien wat er allemaal voor interessants daarboven staat te gebeuren. Dit keer over de maand juli 2011. Daarin o.a. aandacht voor de planeten Mars en Jupiter, die ’s morgens vroeg voor zonsopkomst in het oosten te zien zijn.

Hier kan je nalezen wat ze allemaal te vertellen hebben in de video. :bron: Bron: Hubblesite Channel op YouTube.