Credit: NASA, ESA, and the Hubble Heritage (STScI/AURA)-ESA/Hubble Collaboration.
Centaurus A (NGC 5128) is een nabij sterrenstelsel – 11 miljoen lichtjaar van ons vandaan, da’s praktisch om de hoek – in het zuidelijke sterrenbeeld Centaurus, dat vooral bekend is vanwege z’n stofbanden. Met de Wide Field Camera 3 (WFC3) van de Hubble ruimtetelescoop hebben ze die stofbanden op een ongeëvenaarde manier bekeken, in maar liefst drie delen van het electromagnetisch spectrum: in het ultraviolet (de roze gebieden op de foto hierboven), nabij-infrarood (de donkere stofbanden) en optisch (de rest van de foto). Super-duper hoge resolutiefoto’s van Centaurus A zijn hier te vinden. De stofbanden in groot verband bekeken laten een golfvorm zien, die er op wijst dat Centaurus A vroeger een botsing heeft ondergaan met een ander sterrenstelsel. De details die Hubble toont laat ons de gevolgen van die botsing zien: de schokgolven als gevolg van de botsing hebben op hun beurt ineenstortende waterstofwolken opgeleverd, die tot massale stervormingsgebieden hebben geleid, de roze gekleurde gebieden. Meer over Centaurus A en de waarnemingen die Hubble eraan deed in deze Hubblecast #46:
Zoals aangekondigd zal straks vanaf 21.00 uur Nederlandse tijd een wereldwijde discussie worden gevoerd via Twitter over de waarnemingen van de gammasatelliet Fermi aan kosmische straling, mogelijk verband houdend met donkere materie. Dat is de Astronomy Journal Club! Je kan hieronder live de discussie volgen – tweets worden iedere 30 seconden ververst. Wil je zelf ook meedoen dan moet je via je eigen Twitter-app gezellig meekletsen en de hashtag #astroJC of #astrojc gebruiken:
Knopje rechtsonder (‘view more’) geeft je uitzicht op álle tweets
Jan heeft vandaag al een verslag gedaan van onze belevenissen gisteravond op de Stoopbank in de Dordtse Biesbosch, al waar wij met een mannetje of dertig – inclusief vrouwtjes – het laatste eindje van de Totale Maansverduistering konden bewonderen. Het was wat Jan zei: een maffe bijeenkomst. Deed mij sterk denken aan één of andere hippe zonnewende-meeting bij de Poolcirkel, waar de deelnemers onder muzikale begeleiding de langste dag van het jaar vieren. Over hippe gasten gesproken, Google’s Doodle van vandaag – da’s het logo van Google bovenaan de zoekpagina – stond ook in het teken van de eclips van 15 juni:
Zet alvast in je agenda: zaterdag 10 december 2011 vanaf 16.26 uur de volgende maffe maansverduisteringsparty op de Stoopbank. 🙂 Eh… oh ja, die foto hierboven is mijn 50-cent bijdrage aan de waarnemingen van de eclips.
Vanavond zal de Lunar Reconnaissance Orbiter (LRO) van de NASA met z’n Diviner Lunar Radiometer instrument heel precies de temperatuur van het maansoppervlak meten. Da’s niet toevallig, want er is zoals jullie weten vanavond een Totale Maansverduistering, die gedeeltelijk in Nederland en België zichtbaar is. Door de waarnemingen wil men kijken of de afkoeling in tien speciaal uitgezochte gebieden van de maan door de verduistering meetbaar is. Hier een video daarover:
De Voorspellingen wanneer de wereld ten einde komt zijn al zo oud als de wereld zelf. Zoals pas nog het geval met de Amerikaanse prediker Harold Camping, die eerste 21 mei 2011 en vervolgens 21 oktober 2011 uitriep als de dag des oordeels. De meeste doemverhalen kunnen we scharen in de categorie ‘kolder’, maar enkele voorspellingen zijn wel degelijk realistisch. Zoals die welke Phil Plait – the Bad Astronomer himself – onlangs in een aflevering van Bad Universe becijferde, incl. kanspercentages:
Een zonnevlek – tikkeltje overdreven qua kleur – met de aarde op dezelfde schaal, ter vergelijking. Credit: The Royal Swedish Academy of Sciences, V.M.J. Henriques (sunspot), NASA Apollo 17 (Earth).
Sedert 1611 wordt in de gaten gehouden of op het zonsoppervlak zonnevlekken zichtbaar zijn. Uit die eeuwenlange studie is naar voren gekomen dat de zon een periode van 11 jaar kent, waarin afwisselend een maximum en vervolgens een minimum in de activiteit optreden, zichtbaar in veel respectievelijk weinig zonnevlekken. In 2008 was er een héél lang durend minimum, gekenmerkt door weinig of geen zonnevlekken. Inmiddels is de zon weer behoorlijk actief aan het worden – onder andere merkbaar aan zonnevlammen en protuberansen, zoals het fraaie exemplaar dat vorige week woendag verscheen – en dat zal leiden tot een nieuw maximum van de huidige cyclus #24 in 2013. Máár – yep, daar komt weer een máár – met dát maximum en volgende maxima zal vermoedelijk iets aan de hand zijn. Drie onafhankelijke onderzoeken hebben namelijk uitgewezen dat er grote kans bestaat dat de zon te maken heeft met een verminderde activiteit. Het langdurige minimum van 2008 – dat een poos in 2009 doorliep – was daar al een voorbode van en het zou goed kunnen dat de zon in 2013 geen krachtig maximum te zien geeft. Vijf en een half jaar na dat maximum zal het volgende minimum vallen, gevolgd door de start van de 25e zonnecyclus. De onderzoekers voorspellen dat die start pas ergens in 2021 of zelfs 2022 zal beginnen óf dat er helemaal geen volgende cyclus start! De zon zou dan in een soort van stilstand terechtkomen, een verschijnsel dat we tussen 1645 en 1715 ook al een keertje meemaakten, het zogenaamde Maunder minimum. Dat leidde toen tot de ‘Kleine IJstijd’, zichtbaar op de talloze winterse taferelen van de Hollandsche Meestersch. De drie verschillende studies hebben ieder op hun eigen wijze beredeneerd waarom de zon minder actief aan het worden is. Bij de ene werd gekeken naar torsionale oscillaties, stromingen van heet plasma diep in het inwendige van de zon, bij de volgende werd de sterkte van zonnevlekken in de afgelopen cycli onderzocht en in de laatste studie was de corona van de zon het studieobject, z’n loeiendhete atmosfeer. Alle drie de onderzoeksgroepen presenteerden vandaag hun bevindingen op een bijeenkomst van de afdeling zonnefysica van de American Astronomical Society (AAS) op de New Mexico State University in Las Cruces. Hier nog een video over de afnemende zonneactiviteit:
Het kost maar 2,5 minuut van je ongetwijfeld kostbare tijd, maar je moet echt even naar onderstaand filmpje kijken. Daarin zie je de maan gedurende een heel jaar – een luttele 12 seconden per maand – gemaakt door medewerkers van de Goddard Space Flight Center Scientific Visualization Studio, die gebruikmaakten van gegevens van de maansonde Lunar Reconnaissance Orbiter (LRO):
Je ziet diverse effecten, waarvan sommigen niet direct opvallen als je ’s avonds naar de maan tuurt:
de schijngestalten van de maan, van Nieuwe Maan, via Eerste Kwartier, dan Volle Maan (yep, morgen – resulterend in een Totale Maansverduistering) en tenslotte naar Laatste Kwartier.
de wisselende afstand tot de maan, variërend van 363.104 km (perigeum) tot 405.696 km (apogeum). Heb je perigeum én Volle Maan dan praten we over zo’n Supermaan – woehahahaha…
de zogenaamde libratie van de maan, de schommeling zowel in de lengte (‘jaknikken’) als in de breedte (‘neeschudden’).
Met de Lunar Orbiter Laser Altimeter (LOLA) aan boord van de LRO wisten de medewerkers van het GSFC heel nauwkeurig de afstand tot de maan te meten en dat leverde bovenstaand fascinerende filmpje op. Bron: Universe Today.
Een pas ontdekte spiraalarm van het Melkwegstelsel. Credit: T. Dame
Twee sterrenkundigen van het Smithsonian Astrophysical Observatory in Cambridge, VS – Tom Dame en Pat Thaddeus heten ze – zijn er in geslaagd om met een simpele 1,2 meter radiotelescoop op het dak van hun departementsgebouw aanwijzingen te vinden voor het bestaan van een tot nu toe nog onbekende spiraalarm van het Melkwegstelsel. Het zou gaan om een spiraalarm die in het verlengde zou liggen van de reeds bekende Scutum-Centaurusarm. Sterrenkundigen proberen al meer dan zestig jaar de structuur van de Melkweg te doorgronden, zoals onlangs nog bleek uit de onthulling van het paneel bij Radio Kootwijk, waar op 11 mei 1951 radiogolven uit de Melkweg werden ontvangen. Met radiogolven kan men gemakkelijker door dichte, verhullende stofwolken heen kijken dan met optisch licht. Waar Dame en Thaddeus zich op concentreerden was koolmonoxide, afkomstig uit de buitenlagen van oude koolstofsterren. Die sterren bevatten in hun atmosfeer koolstof en zuurstof en als dat combineert krijg je koolmonoxide, zeg maar uitlaatgas. Dá t gas werd door de kleine radiotelescoop van het duo opgepikt. Theoretische modellen van het Melkwegstelsel laten zien dat het vermoedelijk een centrale ‘balk’ heeft, waar aan de twee uiteinden een lange spiraalarm ontspringt, de genoemde Scutum-Centaurusarm en de Perseusarm. De zon zou zich in de Orionarm bevinden, een zijtak van de Perseusarm. Van Dame en Thaddeus heb ik eerder al een keer geblogd dat ze een ontbrekende spiraalarm van de Melkweg hadden gevonden, maar dat betrof toen een andere arm, de zogenaamde de ‘verre 3kpc-arm’, welke zich vlak achter het centrum van de Melkweg bevindt. Dame en Thaddeus zijn meesters in het vinden van spiraalarmen. 🙂 Bron: Universe Today.