20 april 2021

Herschel lost het raadsel van het verdwenen supernovastof op

Het door Herschel waargenomen stof rondom SN 1987A. Credit:  Pasquale Panuzzo.

Het is in alle handboeken van de sterrenkunde te vinden: supernovae – gigantische explosies van massieve sterren – zorgen er voor dat de interstellaire ruimte vervuild raakt met stof vol zware elementen, zoals ijzer, kobalt en nikkel. Eén klein probleempje: als men naar de restanten keek van supernovae kon men dat stof nooit vinden. Tenminste, niet in de hoeveelheden die de modellen voorspellen. Maar daar is nu gelukkig een einde aan gekomen, want de Europese Herschel infrarood ruimtetelescoop is er als eerste in geslaagd om vlakbij een restant van een supernova grote hoeveelheden stof te vinden. Herschel keek met z’n camera’s, die kunnen turen in het verre infrarood en submillimetergebied van het spectrum, naar SN 1987A, de beroemde supernova die op 23 februari 1987 in de Grote Magelhaense Wolk verscheen. Dankzij z’n relatief korte afstand – slechts 168.000 lichtjaar, voor sterrenkundigen om de hoek – is deze supernova een geliefd onderzoeksobject. Herschel zag een gloed rondom de supernova, afkomstig van stof dat door de supernova moet zijn uitgestoten, dat nooit eerder door andere instrumenten was gezien. De temperatuur van het stof was zo’n 170 °C kouder dan kleinere stofwolken, die wel waren gezien. De totale massa van de ontdekte stofwolk schat men op een halve zonmassa: precies de hoeveelheid die men nodig heeft om de waargenomen hoeveelheid zware elementen in het Melkwegstelsel te verklaren. Indien supernovae tussen 1/10 en 1 zonmassa aan stof uitspugen sluit de theorie weer mooi aan met de waarnemingen. Herschel’s waarnemingen aan het stof rondom SN 1987A komen dus als geroepen. Bron: Space.com.

Speak Your Mind

*

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.