Astroblogs flashbacks: over blauwe manen en zonnen

Credit: Activedia/Pixabay.

Credit: Peter Pulles

Blauwe manen en zonnen (gepubliceerd 14 april 2007) Gisteravond (13 april 2007) was weer een zeer amusante bijeenkomst van sterrenvereniging Christiaan Huygens. Het was een waarneemavond, maar omdat het door de zomertijd pas laat donker wordt hadden we eerst tijd voor andere interessante bezigheden. De kersverse nieuwe voorzitter van Huygens, Arno, opende de bijeenkomst op ludieke wijze door ‘vrijdag de dertiende’ schuine streep ’13 april’ even in historisch perspectief te plaatsen. 13 April 1970 bijvoorbeeld was de dag dat het verkeerd ging aan boord van de Apollo 13 en dat de bemanning de befaamde uitspraak ‘Houston, we’ve got a problem’  konden doorgeven. Arno had ook iets te melden over het verschijnsel ‘blauwe maan’. Hij vertelde dat het niets te maken heeft met een blauw gekleurde maan [1]al kan een maan door bijvoorbeeld vulkanische uitbarstingen wel een blauwe gloed krijgen, zoals na de uitbarsting van de Krakatau in 1883 toen de maan twee jaar blauw was, maar dat ze de tweede Volle Maan zo noemen die in dezelfde maand valt als de eerste Volle Maan. De tijd tussen twee volle manen bedraagt ruim 29,5 dagen [2]de zogenaamde synodische maand, 29,5306 dagen om precies te zijn, dus in één kalendermaand kunnen twee van die volle manen plaatsvinden. Het probleem dat Arno aankaartte was dat sommige websites 31 mei 2007 als datum van de eerstvolgende blauwe maan bestempelen en dat anderen die eer geven aan 30 juni 2007. Verwarring dus. Het antwoord is simpel: de eerstvolgende blauwe maan is 30 juni 2007 áls we uitgaan van de Universele Tijd (UT), de tijd in Greenwich (Groot-Brittannië). In Nederland is het volgens de sterrengids Volle Maan op 1 juni om 03.04 uur ’s nachts. Maar in landen zoals de Verenigde Staten waar de klok meer dan drie uur achterlopen bij ons is het op dat moment nog 31 mei en dus zal in die streken sprake zijn van een blauwe maan. Interessant is trouwens dat het begrip blauwe maan volgens bovenstaande definitie ontstaan is door een fout. In 1946 verscheen een artikel over de blauwe maan in Sky & Telescope, waarin een andere definitie van het begrip werd uitgelegd. In de Amerikaanse staat Maine werd lang geleden [3]vanaf 1818 om voor de tweede keer precies te zijn jaarlijks een boerenalmanak uitgegeven en daarin stond dat de blauwe maan de derde Volle Maan in een kwart jaar was á ls er in dat kwart jaar vier volle manen waren. Normaal vallen er in een kwart jaar (bijv. januari t/m maart) drie volle manen, maar soms zijn het er ook vier.  In 1948 kwam radiojournaliste Deborah Byrd het artikel in Sky & Telescope in de bibliotheek tegen en zij gebruikte het voor haar programma Star Date. Maar zij had een verkeerde interpretatie van het begrip blauwe maan, namelijk de tweede Volle Maan in één kalendermaand. Haar radioprogramma werd ook beluisterd door de makers van het toen al populaire Trivial Pursuit en die namen er een vraag over op in hun bordspel. En zodoende kwam de nieuwe definitie van blauwe maan in de wereld. Ruim zestig jaar later werd door Sky & Telescope zelf de fout ontdekt en op hun website is daarover een correctie verschenen. Afijn, dat was een geanimeerd begin van de avond bij Christiaan Huygens. Na Arno was het woord aan Peter Pulles, die o.a. foto’s liet zien genomen met z’n nieuwe zonnekijker die filtert op de calciumlijn. Het levert een blauwe zon op, de tweede Volle Zon in de maand, die na enige bewerking aardige plaatjes geeft van dieper gelegen delen van de zon. Daarna was het woord aan Kees Kwakernaak, die inging op de lentesterrenbeelden. Toen we vervolgens naar buiten keken was het helder en is nog een groepje doorgegaan met waarnemen. Ik haakte af, want Rosemarijn, de oudste dochter, moest de volgende dag weer vroeg naar tennis worden gebracht. Thuis nog even snel een borrel gedronken en toen blauw naar bed gegaan. Bron: Wikipedia.

References[+]

References
1 al kan een maan door bijvoorbeeld vulkanische uitbarstingen wel een blauwe gloed krijgen, zoals na de uitbarsting van de Krakatau in 1883 toen de maan twee jaar blauw was
2 de zogenaamde synodische maand, 29,5306 dagen om precies te zijn
3 vanaf 1818 om voor de tweede keer precies te zijn

Astroblogs flashbacks: over vierkante gasnevels en Helvetica

Credit: Peter Tuthill, Sydney University Physics Dept

Opnieuw een vierkante nevel ontdekt (gepubliceerd 15 mei 2007)Sterrenkundigen hebben weer een gaswolk ontdekt rondom een ster die een vierkante vorm heeft. Was het eerst de proto-planetaire nevel rond de ster HD 44179 (zie foto hieronder), dit keer is het een wolk rond MWC 922, een ster van spectraaltype Be die zo’n 5.000 lichtjaar in het sterrenbeeld Slang te vinden is. De foto hiernaast laat het gebied rond de ster zien, groot 30,8 boogseconden, zoals gefotografeerd door de Mount Palomar (hé, die is er ook nog)  en de Keck-2 telescopen. De sterrenkundigen noemen het een bipolaire nevel, omdat er sprake is van twee symmetrie-assen waar trapsgewijs ‘dwarsverbanden’ zichtbaar zijn. Ook opmerkelijk zijn de radiële spaken in de nevel, op de foto linksonder en rechtsboven te zien, die lijken op de tanden van een kam. Het zouden schaduwen kunnen zijn van periodieke golven die door de centrale ster worden gegenereerd of golven op een schijf dicht bij diezelfde ster. In het Amerikaanse wetenschappelijke tijdschrift Science is deze week door Peter Tuthill en James Lloyd een artikel over de nevel rond MWC 922 verschenen. Tuthill en Lloyd denken dat de perfecte symmetrische vorm van de nevel erop wijst dat de omgeving van MWC 922 heel rustig is, zonder sterrenwind of andere turbulenties. Ook schrijven ze dat de trapsgewijze opbouw van de bi-polaire nevel gelijkenissen vertoond met de restanten van supernova SN 1987A. Bron: Sidney University.

Helvetica 

Credit: H. Van Winckel (KU Leuven), M. Cohen (UC Berkeley), H. Bond (STScI). T. Gull (GSFC), ESA, NASA

Ik heb deze astroblog overigens voor de verandering geschreven in het lettertype Helvetica. Niet omdat ik het zo’n mooi lettertype vind, maar simpelweg omdat het lettertype precies vijftig jaar geleden bedacht is. De Helvetica is een stijlicoon van de twintigste eeuw, net zoals de Citroën DS, Chanel 5 en de I-Mac. Het was de Zwitserse (hoe kan het ook anders) grafisch vormgever Max Miedinger die ‘m ontworp. De Amerikaanse regisseur Gary Hustwit heeft er een documentaire over gemaakt, met de verrassende titel Helvetica en die wordt deze zomer in Amsterdam vertoond, compleet met paneldiscussie en dansfeest. Dus voor alle (ex-)drukkers onder de Astroblog-lezers: Amsterdam is the place to be deze zomer! Bron: NRC-handelsblad, 14 april 2007.

Astroblogs flashbacks: over het Oh-mijn-God-deeltje

15 oktober 1991: het Oh-mijn-God-deeltje (gepubliceerd 9 september 2008)

Zoef, het Oh mijn God deeltje. Credit: PTI

Woensdag 10 september 2008: de Large Hadron Collider gaat echt van start. Die dag zal de injectie van protonen een energie bereiken van 450 GeV, d.w.z. 450 x 109 electronvolt. Later dit jaar hoopt men 5 TeV te bereiken, vijf teravolt en dat staat weer gelijk aan 5 x 1012 eV. Klinkt allemaal erg veel en vergeleken met andere deeltjesversnellers is de LHC inderdaad top of the bill. Maar hoe verhouden deze energieën zich tot de energieën die deeltjes in de vrije natuur kunnen hebben? Ik stuitte op een pagina van Wikipedia waarin het gaat over de zogenaamde ultra-hoge-energie-kosmische-straling [1]Over het hoe en wat van kosmische straling moet je deze astroblog maar even lezen. En wat blijkt het geval: er komen in die extreme vormen van kosmische straling deeltjes voor die energieën hebben tot wel 1020 electronvolts. In 1962 werden de eerste exemplaren daarvan waargenomen door John Linsley bij gelegenheid van het zogenaamde Volcanic Ranch experiment in New Mexico. Absolute recordhouder in deze buitengewone categorie deeltjes is het Oh mijn God deeltje [2]Eigenlijk werd het zo genoemd omdat het Higgsdeeltje, waar de LHC naar op jacht is, ook wel het Goddeeltje wordt genoemd., dat 15 oktober 1991 werd waargenomen ergens boven de Dugway Proving Ground, een legerbasis van de VS. Gemeten energie: 3,2 x 1020 eV. 😯 Ding Dong 😯 Dat wil zeggen dat dit ene elementaire deeltje, waarschijnlijk een proton, een kinetische energie had die gelijk was aan die van een basketball (142 gram) die met 100 km per uur wordt weggegooid. Met de Fly’s Eye Cosmic Ray Detector van de Universiteit van Utah zijn de afgelopen jaren meer van dat soort joekels van deeltjes gevonden, dus een uitzondering was het Oh mijn God deeltje nou ook weer niet. Betekent dus dat er in de vrije natuur, een paar honderd km boven ons hoofd deeltjes rondvliegen die zo’n 1011 keer meer energie hebben dan de protonen die morgen in de LHC in de centrifuge belanden. Kortom, een zeer bijzondere menselijke prestatie die morgen geleverd gaat worden, maar het kan niet in de schaduw staan van de energieën die de natuur zelf kan produceren. Bron: Astronomy Blog + Wikipedia

References[+]

References
1 Over het hoe en wat van kosmische straling moet je deze astroblog maar even lezen.
2 Eigenlijk werd het zo genoemd omdat het Higgsdeeltje, waar de LHC naar op jacht is, ook wel het Goddeeltje wordt genoemd.

Astroblogs flashbacks: over supernovae en verbrandingsmotoren

Over supernovae en verbrandingsmotoren (gepubliceerd 14 januari 2007)

M’n vrouw moest de hele avond achter de PC, iets voorbereiden voor school geloof ik. Gaf mij de gelegenheid om es effe wat te gaan lezen, iets wat er nogal eens bij inschiet. En zoals ik eerder al schreef had ik de Nederlandse versie van de Scientific American gekocht. Behalve een interessant artikel over de Higgs-deeltjes staat er namelijk ook een goed artikel in over supernovae. Geschreven door auteurs die hun sporen hebben verdiend in het supernova-onderzoek: Wolfgang Hillebrandt, Hans-Thomas Janka en Ewald Müller. Het grappige van het artikel was te lezen dat de sterrenkundigen worstelen met het nabootsen van de sterexplosies op de computer en dat ze pas grote vorderingen daarin gingen maken toen ze hadden gekeken naar… de fysica van automotoren 😯 . In de verbrandingsmotoren van auto’s worden benzine en zuurstof gemengd en de fysica daarvan blijkt aardig overeen te komen met datgene wat in zo’n sterexplosie plaatsvindt. Twee verbrandingswijzen blijken daarbij belangrijk te zijn, te weten deflagratie en detonatie. Dat eerste vindt plaats ‘in een goedwerkende verbrandingsmotor waarbij het vuur zich voortplant met een subsonische snelheid, die wordt beperkt door de snelheid waarmee warmte zich door het materiaal voortbeweegt. Als de motor last heeft van het zogenaamde ‘kloppen’ of ‘pingelen’, plant het vuur zich voort met een supersonische snelheid, voortgedreven door een schokgolf die door het mengsel van brandstof en zuurstof gaat en het samenperst. Dit heet detonatie.’ Het artikel zegt hier verder over dat in de supernovae van type Ia, die ontstaan in dubbelstersystemen waarbij één van de twee een witte dwerg is, er een combinatie plaatsvindt van deflagratie én detonatie om tot de daadwerkelijke explosie te komen. Toen ik dat las moest ik wel lachen, want jaren terug reed ik nog 2CV (zeg maar Eend) en toen wilde ik bezopen als ik soms was wel eens de verkeerde benzine in het beestje gooien. En daar moest ‘ie inderdaad van pingelen, of hikken. En nou spelen de verbrandingsprocessen die daar onder de motorkap plaatsvinden kennelijk een grote rol in de explosie van de sterren! Ik zou daarom willen adviseren: wees zuinig op je eend, want je bevindt je in een rondrijdende simulatie van een type Ia supernova! Bron: Scientific American, nr. 1, 2007 (blz. 32-39).

Astroblogs flashbacks: over de dag dag Pluto planeet af was

Pluto is planeet af (gepubliceerd 24 augustus 2006) Vandaag is op de algemene vergadering (General Assembly) van de IAU besloten dat Pluto niet meer tot de planeten wordt gerekend. De 424 overgebleven astronomen (van de meer dan tweeduizend die er aan het begin van de IAU-bijeenkomst bij waren) kwamen na een lange discussie tot de conclusie dat er drie soorten van objecten moeten worden onderscheiden:

  • Planeten: de acht ‘klassieke’ planeten Mercurius t/m Neptunus;
  • ‘Dwergplaneten’: een nieuwe categorie, waarvan Pluto de eerste is. Het betreft volgens de definitie bolvormige objecten die ‘nog niet de omgeving in hun b aan hebben schoongemaakt’ (geen idee wat ze daarmee bedoelen) en die ook geen maan zijn;
  • Kleine zonnestelsel-lichamen (Small solar system bodies): alle overige objecten in het zonnestelsel

Op deze indeling is vandaag ook al weer kritiek gekomen. Het kriterium van de dwergplaneten die nog niet hun baan van ‘vuil’ hebben schoongemaakt klopt bij de klassieke planeten ook niet, aldus Alan Stern, leider van de NASA-missie New Horizon naar de ‘dwergplaneet’ Pluto. Want planeten zoals Jupiter nemen in hun slipstream een hele berg asteroïden mee. Volgens Stern is het hele gebeuren in Praag een farce. Volgens hem zou er een petitie in omloop zijn van astronomen die tegen de IAU-beslissing in beroep wil gaan……En verder hadden we vandaag de buren op visite en heb ik even geen zin om daar verder over door te gaan. Volgens Mike Brown, ontdekker van de kandidaat-dwergplaneet Xena, is Pluto dood. En daarmee basta! Bron: MSNBC.

TV-tip: zwanenzang spaceshuttle op BBC 2

lancering spaceshuttle Columbia STS 1

OK, het is een wat mager plaatje, genomen op Ifford HP 4 zwart wit film van een gammel zwart wit TV’tje met  nog zo’n zotte spriet-antenne bovenop de “buis” en ook nog eens zelf ontwikkeld en afgedrukt in een echte natte donkere kamer  lang geleden in de gloreuze jaren 80,  maar toch……….Het is en blijft wel (nog) een plaatje van het allerprilste begin van een boeiend en baanbrekend ruimtevaarttijdperk, welke vorige week na 30 jaar lief en leed  met deze “butterfly riding on a rocket”, zoals  de spaceshuttle ooit eens heel poëtisch werd omschreven door astronaut Story Musgrave, tot een ogenschijnlijk probleemloos eind kwam. Voor diegene die er nog niet “aan” willen,  danwel er gewoon nog geen genoeg van kunnen krijgen (zoals uw nedrig scribent!!), danwel de originele uitzending van afgelopen zondag gemist hebben,   is er donderdag aanstaande op BBC 2 om 20.00 uur de herhaling van de werkelijk prachtige BBC (hoe kan het ook anders!) documentaire “Spaceshuttle, The final mission” te aanschouwen op de “kwelbuis”!  Na dat uurtje smullen van al die mooie close ups in de ongelofelijk gecompliceerde keuken van het “shuttle circus” zal zelfs de meest fanatieke shuttle-freak toch wel tot de conclusie moeten komen dat dit gewoonweg niet meer vol te houden was voor de NASA……….al dat (peperdure) werk met zo weinig ruimte voor fouten om dat supergecompliceerde en ozo kwetsbare fraaie toestel veilig de ruimte in te krijgen en weer terug. Nou ja….over het waarom met de shuttle te moeten stoppen is al genoeg geschreven……..Deze “astroblog-dienstmededeling” dient slechts om de thuisgebleven liefhebbers er op te attenderen dat ze aanstaande donderdag nog weer lekker een uurtje kunnen wegdromen in “die goede  oude ruimte(vaart)-tijd”..Oh…enne…zeer geachte vakantie-vierende Adrianus V, mocht je dit blogje van jouw door en door natte,  bijkans bevroren (grrrr!!) en noest werkende  “astronomische zaakwaarnemer” onder de bezopen ogen krijgen,  al dan niet met een warm pilsje  ingegraven in je strandkuil,…ik ga proberen om,  speciaal voor jou, deze uitzending opgenomen te krijgen!!  Tevens heb ik gisteren van mijn geliefde schoonvader de NOS journaal radio-opname van vorige week, van ons (nou ja….jouw…grrrr!!) glorieuze optreden tijdens het “Holland space center final shuttlemission” ochtendje doorgestuurd gekregen. Ik zal eens kijken OF en HOE ik die op Astroblogs kan weten te plaatsen. Afijn, voor diegene die aanstaande donderdag tijd, zin en gelegenheid hebben om die bewuste documentaire te gaan aanschouwen…Heel veel kijkplezier toegewenst….en voor diegene die nu op vakantie zijn….heel veel andersoortig plezier toegewenst!!

 

Astroblogs flashbacks: over amateur-sterrenkundigen die een exoplaneet ontdekken!

Amateurs ontdekken voor ’t eerst exoplaneet (gepubliceerd 21 mei 2006)

Impressie van de planeet XO-1b die langs de ster XO-1 trekt. Credit: NASA, ESA and G. Bacon (STScI)

Een internationaal team van professionele en amateur-sterrenkundigen is er in geslaagd om met eenvoudige instrumenten een planeet te ontdekken bij een ster op een afstand van 600 lichtjaren. Het team, dat onder leiding staat van Peter McCullough van het Space Telescope Science Institute in Baltimore (VS), telt vier amateurs uit Noord-Amerika en Europa. Met behulp van de zogenaamde XO-telescoop, welke bestaat uit twee 200 mm-telelenzen, en die van afstand bestuurbaar is, heeft McCullough’s team de exoplaneet ontdekt. De methode die gehanteerd werd om de planeet te ontdekken was de zogenaamde ‘transitie-methode’. Hierbij wordt van vele sterren het licht in de gaten gehouden en wordt gekeken of er niet een dipje in de lichtsterkte plaatsvind. Als een donkere planeet namelijk voorbij het steroppervlak trekt, in de kijkrichting van de Aarde, dan zal de lichtsterkte van de ster iets afnemen. In het sterrenbeeld Noorderkroon (Corona Borealis) zag het team op deze wijze de ster XO-1 twee procent in helderheid afnemen. Nader onderzoek bracht ‘aan het licht’ (what’s in a name) dat het gaat om een Jupiter-achtige planeet die in vier dagen tijd een baantje om de ster draait. De planeet werd door het team XO-1b genoemd. Van de inmiddels 180 bekende exploplaneten is dit de tiende die met de transitie-methode is ontdekt en het is de allereerste die mede met behulp van amateurs is ontdekt. We zijn de laatste tijd als amateur-sterrenkundigen aardig op dreef:

  • In het kader van de Academische Jaarprijs heeft het team van de Universiteit van Amsterdam het plan om gammastralers waar te nemen met behulp van amateur-astronomen. Let op: 1 juni a.s. vindt de bekendmaking plaats van de Academische Jaarprijs, € 100.000,- groot.
  • met behulp van webcams kunnen amateur-astronomen al plaatjes schieten die beter zijn dan wat enkele jaren terug door professionele telescopen werd geproduceerd. Afgelopen vrijdag liet John Sussenbach daar in zijn voordracht voor Christiaan Huygens voorbeelden van zien.
  • Nu dus de ontdekking van een exoplaneet door een team waar ook amateurs deel van uitmaken.

So, what’s next? Waartoe zijn amateur-sterrenkundigen nog meer in staat? Roept u maar! Bron: Hubblesite.

Astroblogs flashbacks: over oer-zwarte gaten en de vijfde dimensie

Oer-zwarte gaten en de vijfde dimensie (gepubliceerd 28 mei 2006)

Arlie Petters van Duke Universiteit. Credit: Duke Universiteit

Twee astronomen, Charles R. Keeton van de Rutgers Universiteit en Arlie O. Petters van de Duke Universiteit (beiden in de VS), hebben onlangs in het wetenschappelijk tijdschrift Physical Review D, een artikel gepubliceerd waarin ze stellen dat het mogelijk moet zijn om met behulp van zogenaamde oer-zwarte gaten (primordial black holes) in ons zonnestelsel de vijfde dimensie waar te nemen. Da’s een lange zin, ik geef het toe, en er staan twee termen in die we hier moeten verduidelijken: oer-zwarte gaten en de vijfde dimensie. Eerst die oer-zwarte gaten. Astronomen hebben al heel lang de theorie bedacht dat er naast de ‘gewone’ stellaire zwarte gaten, die het eindresultaat zijn van een kort maar hevig leven van zeer zware sterren, en de superzware zwarte gaten in de centra van sterrenstelsels, ook nog andere soorten zwarte gaten moeten bestaan. Eentje daarvan zijn oer-zwarte gaten, die tijdens de Big Bang ontstaan zouden zijn. Fluctuaties in de dichtheid van de massa in die eerste momenten van het heelal zouden die oer-zwarte gaten veroorzaken. De massa van dit type zwarte gaten zou variëren. De bekende astronoom Stephen Hawking, ja die in een rolstoel zit, heeft in 1974 de theorie bedacht dat zwarte gaten kunnen verdampen, een zeer langzaam verlopend proces. Volgens Hawking’s theorie zouden oer-zwarte gaten met een massa van 10^12 kg (zeg maar een flinke planetoïde) ongeveer nu het einde van dat verdampingsproces naderen en dat schijnt met een flinke explosie gepaard te gaan. Dan die vijfde dimensie. Ook dat is een theorie die al lang geleden door natuurkundigen is geopperd. We kennen uit het dagelijks leven de drie ruimtedimensies (lengte, breedte en diepte) plus de tijdsdimensie. Dat maakt dus vier ruimtetijd-dimensies, die door Albert Einstein heel nauwkeurig zijn beschreven. Naderhand zijn er vele uitbreidingen geopperd van dat aantal bestaande dimensies, waarvan de extra dimensies niet voor ons stervelingen direct te merken zijn omdat ze als het ware opgekruld zijn. Welnu, de genoemde Keeton en Petters gaan voor het bestaan van een vijfdimensionale wereld (d.w.z. vier ruimtedimensies en één tijdsdimensie) uit van het “type II Randall-Sundrum braneworld gravity model“. Tsja, da’s ook weer zo’n mondvol ingewikkelde dingen (Ik geef het toe, het verhaal gisteren over smalle maansikkels was een stuk eenvoudiger), maar kortgezegd komt het erop neer dat het zichtbare heelal een membraan (‘brane’) is in een groter heelal. Dat membraan zou vijf dimensies kennen. Het plaatje hieronder laat een en ander zien. Volgens het Randall-Sundrum model zouden er nog oer-zwarte gaten moeten bestaan. Zoveel zelfs dat er in ons eigen zonnestelsel ook enkele rond moeten zwerven. En dat, aldus Keeton en Petters, maakt het mogelijk om met behulp van die oer-zwarte gaten de vijfdimensionale membraantheorie van Randall-Sundrum te verifiëren. Het idee is het volgende: al sinds de jaren zestig nemen we met behulp van satellieten explosies in het heelal waar, waarbij zeer veel gammastralen zijn uitgezonden. Dat zijn de gammaflitsen, waarover in deze astroblogs regelmatig geschreven is (onder andere op 21 april). Stel nou dat die gammastralen onderweg naar de Aarde ergens in het zonnestelsel een oer-zwart gat passeren. Er zou dan een interferentiepatroon ontstaan, waarbij de gammastralen in concentrische ringen om het zwarte gat worden afgebogen. Het interferentiepatroon van de gammastralen zou in een vierdimensionaal heelal wezenlijk anders zijn dan in het vijfdimensionale heelal. En dat maakt het volgens Keeton en Petters mogelijk dat we met het waarnemen van interferentiepatronen in de gammastralen twee vliegen in één klap slaan: de oer-zwarte gaten zouden daarmee gedetecteerd zijn én het vijfdimensionale heelal zou ermee geverifieerd kunnen worden. Tot nu toe zijn die interferentiepatronen in de vele gedetecteerde gammaflitsers niet waargenomen. De huidige generatie gammasatellieten (met name de Swift) is ook niet in staat om die patronen te zien. Maar eind volgend jaar wordt de Gamma-ray Large Area Space Telescope (GLAST) gelanceerd en die schijnt gevoelig genoeg te zijn om de patronen wel te zien. Ik heb eerder al over GLAST geblogd (zie m’n astroblog van 18 mei 2006). Kortom, je hebt dus kans dat na augustus 2007 de wetenschappelijke wereld weer eens op z’n kop staat met de ontdekking van oer-zwarte gaten, vijf dimensies en een discrete ruimtetijd. Ha, er breken weer spannende tijden aan. Bron: Duke Universiteit. Naschrift Wie zich geroepen voelt het oorspronkelijke artikel van Keeton en Petters te lezen kan hier terecht. Suc6 d’r mee 🙂

Astroblogs flashbacks: over een komeet met water in z’n binnenste

Komeet Tempel 1 bevat water in z’n binnenste (gepubliceerd 18 februari 2006)

Credit: NASA

Voor de eerste maal hebben astronomen waterijs ontdekt op het oppervlak van een komeet. Het team van het ruimtevaartuig Deep Impact maakte in het wetenschappelijk tijdschrift Science van 2 februari 2006 bekend dat op drie delen van de komeet Tempel 1 waterijs is gedetecteerd (zie figuur hiernaast). Metingen met verschillende camera’s van deep Impact aan Tempel 1 in ultraviolet en infrarood licht brachten aan het licht dat er heldere gebieden op het oppervlak zijn. Van deze gebieden werden de spectra onderzocht en die hadden de spectrale karakteristieken van water, te weten absorptiebanden met een golflengte van 1,5 en 2,0 micrometer. Veel ijs komt er niet voor aan het oppervlak, slechts zo’n 0,5% is met ijs bedekt. De grootste hoeveelheid ijs blijkt voor te komen in een dal op Tempel 1 van 80 meter diepte. De temperatuur in dit gebied is ongeveer 290 K (zeg maar 17 graden Celcius), hoger dan de temperatuur waarbij ijs sublimeert. Kennelijk wordt het ijs dus aangevuld en dat brengt het Deep Impact team tot de conclusie dat er kennelijk in het binnenste van de komeet water is dat het waterijs aan de buitenkant voedt. Lezers van deze astroblog zullen zich wellicht afvragen wat waterijs nou precies is. Dat ligt toch in het vriesvak bij Appie Heijn? Ik zat ook met die vraag en navraag heeft mij geleerd dat er vele soorten ijs zijn van verschillende moleculen en ijs van water is daar eentje van. Deep Impact was op 4 juli 2005 wereldnieuws toen een onderdeel van het ruimtevaartuig, de zogenaamde impactor, te pletter sloeg op de komeet en een explosie op het oppervlak veroorzaakte. Die explosie werd op veilige afstand waargenomen door het moederschip Deep Impact. Bron: Deep Impact site.

Astroblogs flashbacks!

Komende weken plaats ik hier Astroblogs flashbacks: Astroblochs uyt den ouden doosch dusch. 🙂 Ik heb er een paar verzameld en iedere dag laat ik er eentje zien, tot ik terug ben uit zonniger oord. Jan past in de tussentijd op de toko.

Stelsel bestaand uit donkere materie ontdekt (15 januari 2006 gepubliceerd)

CREDIT: Arecibo Observatory / Cardiff University / Isaac Newton Telescope / Westerbork Synthesis Radio Telescope

Met de synthese-radiotelescoop van Westerbork hebben astronomen in het sterrenbeeld Maagd een stelsel ontdekt dat bijna volledig bestaat uit donkere materie. Dit is bekend gemaakt op 12 januari 2006 op de 207e bijeenkomst van de American Astronomical Society in Washington D.C. Het stelsel, VIRGOH1 21 genaamd, bevat geen sterren en zendt daarom ook geen zichtbaar licht uit. Slechts 1% van de massa van het donkere stelsel bestaat uit neutraal waterstof en de radiostraling daarvan, die een golflengte van 21 cm heeft, is opgevangen in Westerbork in Drenthe. Het neutrale waterstof blijkt te roteren om een donker stelsel heen, welke een massa heeft van 10 miljard zonsmassa’s. Ook wordt met de waarneming van het donkere stelsel verklaard waarom gas van een nabijgelegen sterrenstelsel, NGC 4254 genaamd, van dit sterrenstelsel wegstroomt in de richting van een ‘leeg’ gedeelte aan de hemel. Nu blijkt dat VIRGOH1 21 het hart van de draaikolk is waar het gas van NGC 4254 naar toestroomt. Op de foto is NGC 4254 het sterrenstelsel linksboven. Een sliert van gas stroomt naar een gebied rechts van het midden, waar VIRGOH1 21 zich bevindt. Linksonder is een ring van gas te zien rondom een ander sterrenstelsel, NGC 4262. Alle stelsels zijn onderdeel van de zogenaamde Virgocluster, welke zich op een afstand bevindt van 50 miljoen lichtjaar van de Aarde. Interessante vraag is uiteraard ‘wat is precies donkere materie?’ Een vraag waar sinds de jaren dertig, toen de supernova-waarnemer Fritz Zwicky het bestaan ervan voor het eerst poneerde, astronomen het hoofd over breken. Het antwoord is simpel: astronomen weten het niet. Er zijn vele theorieën wat donkere materie is, maar geen enkele lijkt plausibel. Wel is duidelijk dat de grootste hoeveelheid massa in het heelal NIET zichtbaar is. Schattingen zeggen dat slechts 4% van het heelal te zien is (als sterren, gas, planeten, etc..), 23% is donkere materie en 73% is donkere energie. Donkere energie, het zusje (of broertje?) van donkere materie, is ook al zo’n spookachtig goedje: ook daarover bestaat geen enkele zinnige theorie over de aard ervan. Kortom, in Westerbork hebben ze voor het eerst iets ontdekt wat uit een substantie bestaat die een groot deel van de inhoud van het heelal vormt. Knap staaltje werk dus daar in het hoge noorden! Bron: PParc.