Zo zien Aarde en Maan er vanaf 10 miljoen kilometer uit

Credit: NASA/JPL-Caltech


Stel dat je wil weten hoe de Aarde en de Maan er uit zien vanaf een afstand van tien miljoen km, dan geeft de foto hierboven een goed beeld. Wat je daar namelijk ziet ZIJN de Aarde en de Maan! De op 5 augustus j.l. gelanceerde sonde Juno, die onderweg is naar de grote planeet Jupiter, keek op 26 augustus j.l. ‘achterom’ met z’n Junocam en nam deze prachtige foto. De afstand tot het aarde-maan-systeem bedroeg op dat moment 9,66 miljoen km. Links zie je de (blauwe) aarde, rechts de maan, maar dat zal je vast zelf ook wel bedacht hebben. Er zal over een paar jaar nog een moment komen dat aarde en maan door Juno zullen worden gefotografeerd, want op 9 oktober 2013 zal Juno vlak langs de aarde scheren. Yep, klinkt in eerste instantie gek voor een sonde die onderweg naar Jupiter is, maar onderstaand plaatje maakt duidelijk welke route Juno volgt. De passage langs de aarde is bedoeld om ‘m een gravitationele zwieper naar Jupiter te geven, waar ‘ie op 4 juli 2016 na een lange tocht van 2,8 miljard km zal aankomen.

Credit: NASA/JPL-Caltech

Bron: Universe Today.

De ster die niet zou mogen bestaan

Credit: ESO/Digitized Sky Survey 2

Een team van Europese astronomen heeft met behulp van ESO’s Very Large Telescope (VLT) een ster opgespoord die volgens velen niet zou mogen bestaan. Ze ontdekten dat deze ster, met de aanduiding SDSS J102915+172927 en gelegen in het sterrenbeeld Leeuw, naast waterstof en helium bijzonder weinig andere chemische elementen bevat. Deze opmerkelijke samenstelling plaatst hem in de ‘verboden zone’ van een breed geaccepteerde theorie voor stervorming, wat betekent dat hij eigenlijk nooit had mogen ontstaan. De onderzoeksresultaten verschijnen op 1 september 2011 in het tijdschrift Nature. “Een breed geaccepteerde theorie voorspelt dat sterren als deze, met weinig massa en een extreem laag metaalgehalte, niet kunnen bestaan, omdat de gaswolken waaruit ze gevormd zijn nooit konden condenseren”, zegt Elisabetta Caffau (o.a. Zentrum für Astronomie der Universitá¤t Heidelberg, Duitsland), hoofdauteur van het artikel. “Het was verrassend om, voor het eerst, een ster in deze ‘verboden zone’ te ontdekken. Dat betekent dat we sommige stervormingsmodellen nog eens onder de loep moeten nemen.” Het team onderzocht de eigenschappen van de ster met de instrumenten X-shooter en UVES van de VLT. Hiermee konden zij de relatieve hoeveelheden van de verschillende chemische elementen in de ster meten. Daarbij ontdekten de astronomen dat het metaalgehalte van SDSS J102915+172927 meer dan 20.000 keer lager is dan dat van de zon. “De ster is zwak, en zo metaalarm dat we aanvankelijk de signatuur van slechts één element zwaarder dan helium – calcium – konden detecteren”, zegt Piercarlo Bonifacio (Observatoire de Paris, Frankrijk), die leiding gaf aan het project. “We moesten de algemeen directeur van ESO om meer telescooptijd vragen, om het licht van de ster nog gedetailleerder op metalen te kunnen onderzoeken.” Hieronder zie je een video, waarin wordt ingezoomd op de ster.

Kosmologen gaan ervan uit dat de lichtste chemische elementen – waterstof en helium – kort na de oerknal zijn ontstaan, samen met een beetje lithium. Bijna alle andere elementen – door sterrenkundigen ‘metalen’ genoemd – zouden later in sterren zijn gevormd. Supernova-explosies verspreiden het materiaal van sterren over het interstellaire medium, waardoor dit geleidelijk rijker wordt aan metalen. Uit dit verrijkte gas ontstaan nieuwe sterren, die dus meer metalen bevatten dan hun voorgangers. Het metaalgehalte van een ster zegt dus iets over zijn leeftijd. “De ster die we onderzocht hebben is extreem metaalarm, wat betekent dat hij erg primitief is. Het zou een van de oudste sterren kunnen zijn die ooit zijn waargenomen”, aldus teamlid Lorenzo Monaco (ESO, Chili). Ook heel verrassend is het ontbreken van lithium in SDSS J102915+172927. De samenstelling van zο’n oude ster zou vergelijkbaar moeten zijn met die van het heelal kort na de oerknal. Het team stelde echter vast dat het lithiumgehalte van de ster zeker vijftig keer zo laag is als dat van de materie die bij de oerknal zou zijn ontstaan. “Het is een raadsel hoe het lithium dat kort na het ontstaan van het heelal is gevormd in deze ster vernietigd kan zijn”, voegt Bonifacio daaraan toe. De onderzoekers wijzen er verder op dat deze bizarre ster waarschijnlijk niet uniek is. “We hebben nog verscheidene andere kandidaten opgespoord met metaalgehalten die vergelijkbaar zijn met, of zelfs nog lager dan, die van SDSS J102915+172927. Het is onze bedoeling om deze met de VLT te onderzoeken, om te zien of dat ook echt zo is”, besluit Caffau. Bron: ESO.

Supernova in M101 flink helderder geworden

De supernova in M101 (foto: Jan Heuser)

De supernova in het spiraalsterrenstelsel M101 in Grote Beer, op woensdag 24 augustus j.l. ontdekt, is flink toegenomen in helderheid. Vorige week was SN 2011fe – zoals de officiële naam nu luidt – nog van magnitude 17, maar inmiddels is ‘ie al onder de 11m. Dat blijkt ook uit de lichtcurve van de supernova, hieronder te zien, welke op de site van de AAVSO is gegenereerd. And it’s still rising! 😀 Jan Heuser, amateur-astrofotograaf en lid van sterrenkundevereniging Chr. Huygens, heeft de supernova afgelopen nacht (30 > 31 augustus) gefotografeerd en het resultaat daarvan – 5 minuten belichten op 800 ISO – is hiernaast te zien. De supernova is van het type Ia en het is met een afstand van 21 miljoen lichtjaar de meest nabije supernova van dit type in enkele tientallen jaren. De supernova die in 1987 in de Grote Magelhaense Wolk verscheen – slechts 168.000 lichtjaar van ons vandaan – was van type IIp, welke veroorzaakt wordt door een zeer zware ster. Type Ia supernovae, zoals SN 2011fe (voorheen: PTF11kly) in M101, ontstaan doordat witte dwergen door toevoer van materie van een nabije ster een kritische massa overschrijden en een thermonucleaire explosie meemaken.

Credit: AAVSO

 

Bron: Astrobites.

 

Hubble brengt supersonische jets van jonge sterren in beeld

Credit: NASA, ESA, and P. Hartigan (Rice University)

Sterren worden niet stilletjes in een kraambed van gas en stof geboren, nee ze laten dat aan iedereen in hun omgeving weten door vanaf hun rotatiepolen naar twee kanten toe met supersonische snelheid (ca. 700.000 km per uur) enorme straalstromen vol gloeiend heet gas uit te zenden. Met de Wide Field Planetary Camera 2 aan boord van de Hubble ruimtetelescoop houden ze die straalstromen – in het Engels: ‘jets’ – al 17 jaar in de gaten en dat bracht een team sterrenkundigen onder leiding van Patrick Hartigan (Rice Universiteit in Houston, VS) er toe om die waarnemingen te bundelen in één video, waar in Hubblecast 49 – hieronder te bewonderen – uitgebreid aandacht aan wordt besteed. In de video zien we van enkele jonge sterren ongeëvenaarde beelden van de door hun uitgespuwde straalstromen. De sterren worden in de fase waarin ze die stromen uitzenden Herbig-Haro (HH) objecten genoemd, die hun naam te danken hebben aan het duo George Herbig en Guillermo Haro, die ze in de jaren vijftig voor het eerst bestudeerden. Men denkt dat deze fase ongeveer 100.000 jaar duurt. Op een gegeven moment is het materiaal waaruit de jonge ster ontstaan is op en stopt de toevoer van de straalstromen.

Bron: Hubble.

Hoe nu verder met de Higgs bosonen en supersymmetrie?

Credit: Geralt/Pixabay

Na de twee grote fysica-conferenties in Grenoble (EPS-HEP) en in Mumbai (LP-11) wordt overal de vraag gesteld hoe het verder zal gaan met de zoektocht naar het Higgs boson en naar supersymmetrie. Op beide conferenties werden de resultaten bekendgemaakt van de analyse van de botsingen van triljarden protonen in de grote deeltjesversneller van CERN bij Grenoble, de Large Hadron Collider (LHC), botsingen die vooral door de detectoren ATLAS en CMS in de gaten worden gehouden. De uitkomst van beide conferenties was teleurstellend: niets te zien. Alleen kon het mogelijke massabereik van Higgs bosonen – áls ze bestaan – worden verkleind. Door een verslaggever van de BBC werd de theorie van de supersymmetrie, waarbij aan alle gewone elementaire deeltjes een zwaar supersymmetrisch ‘schaduwdeeltje’ wordt gekoppeld, direct de prullenbak in gegooid, maar dat heeft bij veel natuurkundigen kwaad bloed gezet. Men denkt dat de theorie helemaal niet overboord hoeft te worden gezet en dat komende maanden, als de hoeveelheid waarnemingen van de LHC zal toenemen van 2 inverse femtobarn nu tot 5 inverse femtobarn eind dit jaar, aanwijzingen zullen worden gevonden voor ‘nieuwe fysica’, zoals ze het noemen. Een paar ideeën die de ronde doen: een solo-Higgs boson lichter dan 130 GeV zou het vacuüm instabiel [1]Over die vacuüm instabiliteit heb ik eerder al eens geschreven. kunnen maken, maar aangevuld met supersymmetrische Higgsino’s zou ‘ie perfect kunnen bestaan.  Het zou ook kunnen dat het Higgs boson héél zwaar is, met een massa boven 480 GeV. OK, dat past niet in het Standaard Model, maar daar is nou juist nieuwe fysica voor nodig. Grote conferenties staan komende maanden niet voor de boeg, maar dat zal de natuurkundigen er niet van weerhouden op de diverse fora, blogs en op The Arxiv een duit in het zakje te doen en te speculeren over het Higgs boson en de supersymmetrie. Bron: Vixra.

References[+]

References
1 Over die vacuüm instabiliteit heb ik eerder al eens geschreven.

De Melkweg is nagebootst én er is een kaart van gemaakt

Het supernova-restant G25.1-2.3. Credit: NAOC/MPIfR

Maar even twee galactische vliegen in één klap: ten eerste dat na negen maanden van rekenen op een supercomputer sterrenkundigen voor het eerst een volledige simulatie van onze eigen Melkweg hebben weten te fabriceren. Ten tweede dat dezelfde Melkweg geheel in kaart is gebracht en dat lifters die door dit sterrenstelsel willen reizen nooit meer hoeven te verdwalen. Dat nabootsen van de Melkweg werd gedaan door sterrenkundigen van de Universiteit van Californië in Santa Cruz en van het Instituut voor Theoretische Natuurkunde in Zürich.  Op de Pleiades supercomputer van de NASA wisten die knappe koppen het sterrenstelsel Eris na te bootsen – qua massa en vorm gelijk aan de Melkweg – gedurende de afgelopen dertien miljard jaar en de zestig miljoen ‘deeltjes’ van dat stelsel, die zowel de sterren, gasnevels als donkere materie moesten voorstellen, deden de simulatie voortreffelijk. Bij andere simulaties de afgelopen twintig jaar kwam er meestal iets anders uit, zoals een stelsel met een te grote centrale verdikking, maar bij Eris was het precies goed. Hieronder een video over de simulatie van de Melkweg eh… Eris. Het wetenschappelijke artikel waarin het allemaal beschreven is dat kan je hier lezen.

Vervolgens hebben ze zoals gezegd ook de Melkweg in kaart gebracht. Een radiokaart welteverstaan, radiostraling met een golflengte van 6 cm weergevend, en ‘ze’ zijn sterrenkundigen van de Max Planck Society en van de Chinese Academie van Wetenschappen. 2.200 vierkante graad van de hemel werd met de 25 meter radioschotel nabij de Chinese stad Urumqi in een periode van in totaal 4500 uren in kaart gebracht. Eén van de objecten die je op de radiokaart van de Melkweg ziet is het supernovarestant G25.1-2.3, welke je hierboven ziet. Dat restant was nog niet eerder bekend, maar werd dankzij deze ‘survey’ ontdekt. Bron: Voor de simulatie is dat Cosmic Log en voor de kaart van de Melkweg is dat Eurekalert.

Leuk, planetoïde 10977 is vernoemd naar Edwin Mathlener!

Edwin Mathlener

Ja ja, het is oud nieuws, ik weet het. Al op 16 juli 2011 maakte de Internationale Astronomische Unie (IAU) bekend dat planetoïde 10977 voortaan Mathlener en planetoïde 10976 Wubbena heten. Het is nu 30 augustus, dus we zijn anderhalf maand later. Zucht, kennelijk was het nieuws mij toen door de zomervakantie ontgaan. Waarom ik er toch even melding van wil maken is omdat ik Edwin Mathlener ken. Hij woonde vroeger ook in Dordrecht en samen waren we lid van de sterrenkunde-vereniging alhier, eerst in onze jonge jaren de JWG-afdeling Zwijndrecht, later de NVWS-afdeling Dordrecht. Edwin ging sterrenkunde studeren en werd uiteindelijk directeur van St. de Koepel, waar hij momenteel de zware taak heeft om niet alleen “leiding te geven aan het bureau en proberen de afzet van het maandblad Zenit te vergroten”, zoals het in het laatste nummer van Zenit staat, maar ook om te proberen de financiële eindjes van de koepelorganisatie aan elkaar te knopen. En dat laatste valt anno 2011 – een tijd van de nodige bezuinigingen – niet mee. Afijn, ik las in Zenit over de vernoeming van de twee planetoïden naar de twee sterrenkundigen, waarbij ik helemaal vergeet te vermelden dat Eltjo Wubbena voorzitter van de NVWS was van 1975 tot 1985 en dat hij een verwoed waarnemer van veranderlijke sterren is. Edwin en Eltjo, gefeliciteerd met jullie eigen planetoïde. Ik ben helemaal niet jaloers hoor. 😉 Hier vindt je overigens een lange lijst met alle planetoïden die vernoemd zijn naar een Nederlander of naar iets wat met Nederland te maken heeft. Bron: Zenit, september 2011 blz. 388.

 

West-Europa badend in een zee van licht

Credit: NASA-JSC

Op 10 augustus werd vanuit het internationale ruimtestation ISS bovenstaande foto van West-Europa gemaakt, waarop steden als Londen, Parijs, Brussel en Amsterdam zichtbaar zijn, badend in een overweldigende zee van licht. De foto werd gemaakt door één van de leden van expeditie 28 van het ISS met een Nikon D3S camera en 28 mm lens. Aan de ene kant is het een schitterende foto van een gebied dat we allemaal goed kennen, maar aan de andere kant geeft het ook goed weer met welke lichtvervuiling wij te maken hebben. Tijd om daar in de komende Nacht van de Nacht op 29 oktober a.s. weer bij stil te staan. Wie overigens een grote versie van bovenstaande foto wil hebben zónder de begeleidende namen erin gekalkt kan hier (408 Kb) terecht. Bron: Earth Observatory.

Satellietmissie Proba-2 ‘bijgetankt’ met Nederlandse technologie

Impressie van de Proba 2 satelliet. Credit: ESA/Pierre Carril

De innovatieve koelgasgenerator van TNO heeft ESA’s satellietmissie Proba-2 [1]De satelliet Proba-2 is één van de kleinste missies die ooit door ESA werd ontwikkeld en gelanceerd. Hij is een kubieke meter groot en bedoeld om nieuwe technologieën in de ruimte te testen. De … Continue reading nieuw leven ingeblazen. Na bijna twee jaar in de ruimte was de kleine satelliet door zijn stuwstof heen. Normaal gesproken eindigt een missie als de stuwstof op is, omdat je nu eenmaal niet kunt ‘bijtanken’ in de ruimte. De koelgasgenerator kan dat wel. Hij vulde de brandstoftank van Proba-2 bij met stikstof, zodat de satelliet verder kan met zijn missie. De koelgasgenerator maakt gas van vaste brandstof met behulp van een chemische reactie. De generator heeft veel voordelen boven conventionele brandstof. De tank met brandstof staat niet onder druk en is lek- en onderhoudsvrij. Je kunt hem dus heel lang opslaan en pas gebruiken wanneer je de brandstof nodig hebt. Op 16 augustus was dat moment voor Proba-2. Vanuit ESA’s grondstation in Redu, België werd een commando naar de satelliet gestuurd om de eerste van vier koelgasgeneratoren aan boord aan te zetten. De actie leverde 43 liter zuiver stikstof op die de ‘resistojet’ stuwraket van de satelliet voorlopig kan aandrijven. De drie andere koelgasgeneratoren worden later in de missie gebruikt. TNO ontwikkelde de techniek van de koelgasgenerator samen met Bradford Engineering. Voor beide partijen is Proba-2 een belangrijke stap voorwaarts. Nu de technologie het predicaat ‘ruimtewaardig’ heeft, kan het ook in andere satellietmissies worden toegepast. Voor voortstuwing, maar bijvoorbeeld ook om grote structuren in de ruimte op te blazen of uit te rollen, met behulp van ter plekke geproduceerd gas. Bron: ESA.

References[+]

References
1 De satelliet Proba-2 is één van de kleinste missies die ooit door ESA werd ontwikkeld en gelanceerd. Hij is een kubieke meter groot en bedoeld om nieuwe technologieën in de ruimte te testen. De kleine en relatief goedkope missie is een goed platform om de ruimtewaardigheid van innovaties aan te tonen. Aan boord zijn in totaal zeventien nieuwe ruimtevaarttechnologieën en vier experimenten die onderzoek doen naar de zon en het ‘ruimteweer’. Proba-2 werd gelanceerd op 2 november 2009 vanaf het Plesetsk Kosmodroom in Rusland. De satelliet beschrijft een baan ruim zeshonderd kilometer boven de aarde.