Astrotweets van de week

Hier weer een verse lading Astrotweets van de week, je wekelijkse dosis leuke, wetenswaardige, merkwaardige tweets over sterrenkunde, natuurkunde, ruimtevaart en andere aanverwante bezigheden. Klik er gerust op als de tweets linkjes bevatten.

April 2012 wordt wereldwijd de “Global Astronomy Month”. Lees er meer over op:

[blackbirdpie url=”https://twitter.com/#!/GAM_AWB/status/136732794910027776″]

Zoals ik van de week al had gezegd, de OPERA-detector blijft inderdaad neutrino’s zien die maar sneller gaan dan het licht.

[blackbirdpie url=”https://twitter.com/#!/HankCampbell/status/137340726613782528″]

De detectoren CMS en ATLAS van deeltjesversneller LHC presenteren voor het eerst hun gecombineerde waarnemingen in de jacht op het Higgs boson!

[blackbirdpie url=”https://twitter.com/#!/CMSexperiment/status/137503361158230018″]

Sterrenstelsels zijn de ultieme recyclers, niets gaat verloren!

[blackbirdpie url=”https://twitter.com/#!/rctautz/status/137456903096762368″]

Zo, dat was ‘ie weer voor deze week. Wil je mij op Twitter volgen of heb je zelf nog interessante Astrotweets en wil je die doortweeten: hier ben ik te vinden. Tot zo!

Snelle marathonsterren uit sterrenhoop R136 gekegeld

Sterrenhoop R136 in de Grote Magelhaense Wolk. Een foto die gemaakt is met de Hubble ruimtetelescoop. Credit: ESA/NASA

Astronomen van de Leidse Sterrewacht hebben met supercomputerberekeningen een 60 jaar oud probleem ontraadseld over het ontstaan van snelle ‘marathonsterren’ – op z’n Engels Runaway stars. Deze marathonsterren werden in 1954 ontdekt door de Groningse professor Adriaan Blaauw, die ze ‘wegloopsterren’ noemde. Michiko Fujii en Simon Portegies Zwart publiceren hun resultaat vandaag op Science Express. Meer dan 20% van alle sterren, waarvan sommige wel honderd keer zwaarder dan de zon, razen met grote snelheid door de Melkweg, maar de oorsprong van deze snelheid (tientallen kilometers per seconde) was tot op heden niet verklaard. Er waren twee gangbare theorieën: de sterren worden versneld door de supernova-ontploffing van een nabijgelegen ster, of ze worden weg gekegeld als gevolg van een gravitationele interactie met andere sterren. De Leidse onderzoekers hebben nu met supercomputerberekeningen aangetoond dat vrijwel al dit soort snelle sterren door bijna-botsingen met zware dubbelsterren worden weggeschoten uit de groep waarin ze zijn geboren. Uit de berekeningen blijkt dat de eerder dit jaar ontdekte superzware snelle sterren VFTS~682 en 30Dor~016 ongeveer een miljoen jaar geleden zijn weg gekegeld uit de sterrenhoop R136 in het 30 Doradus-gebied, dat ook wel de Tarantulanevel wordt genoemd. De nevel bevindt zich in de Grote Magelhaense Wolk, een naburig sterrenstelsel van de Melkweg. De onderzoekers voorspellen dat het object R145, dat ook in het 30 Doradus-gebied staat, uit twee sterren moet bestaan die met een periode van ongeveer vijf jaar om elkaar heen draaien. Deze dubbelster zou een miljoen jaar geleden na een interactie met een andere ster, die nu helemaal aan de andere kant van de sterrenhoop R136 staat, zijn weg gekegeld. “Nieuwe waarnemingen aan de twee sterren zullen kunnen uitwijzen of we gelijk hebben”, zegt de Leidse professor Simon Portegies Zwart. “Dergelijke metingen zijn niet eenvoudig, maar ik verwacht dat we die in de komende 2 á  3 jaar kunnen uitvoeren.” Tevens laten de onderzoekers zien dat iedere sterrenhoop een stuk of 20 snelle sterren produceert. “Dit is geheel consistent met het aantal bekende marathonsterren in de Melkweg”, aldus Portegies Zwart. De computer die de onderzoekers voor de berekeningen gebruikten hebben ze zelf, in samenwerking met onderzoekers van het LIACS in Leiden, het KNMI en de TU Delft gebouwd. Het is een van de snelste computers van Nederland en heet ‘Little Green Machine’ (LGM), vanwege zijn lage energieverbruik. De astronomen kregen de eerste aanwijzingen bij het testen van de LGM. Toen bleken bij veel berekeningen sterren met ongewoon hoge snelheid te worden weg gekegeld. “Met de nieuwe computer konden we vervolgens gedetailleerde berekeningen uitvoeren en mede hierdoor zijn we in staat geweest het oude probleem van de marathonsterren op te lossen”, aldus Portegies Zwart. Bron: Nova.

Lezing: gammaflitsers bij Huygens

Impressie van een gammaflitser. Credit: NASA / SkyWorks Digital

Gammaflitsers – op z’n Engels Gamma ray bursts – zijn korte, maar heftige uitbarstingen van gammastraling in het heelal. Over dat boeiende onderwerp gaat morgenavond drs. J.P. Loonen een lezing geven bij sterrenkundevereniging Chr. Huygens in Papendrecht. Sinds de 60-er jaren van de vorige eeuw waren de aard en oorsprong van die gammaflitsen raadselachtig. pas in de laatste 10 jaar hebben we inzicht verworven in wat ze zijn. We weten nu dat het de heftigste uitbarstingen in het heelal zijn, ze stoten honderden malen meer energie uit dan supernova’s. In de lezing wordt ingegaan op de historie en de aard van de gammaflitsen, een stukje ultramoderne, maar voor iedereen begrijpelijke sterrenkunde. De lezing begint om 20:30 uur. Vanaf 20:00 uur is de zaal open en ben je van harte welkom voor een kop koffie of thee. Bron: Chr. Huygens.

luchtonrust

De invloed van Luchtonrust op de kwaliteit van planeetfoto’s

Toch nog even een “notitie” over het verschijnsel “seeing”….in het Nederlands vaak omschreven met de term “luchtonrust”………….simpelweg omdat de invloed van dit atmosferisch fenomeen mij bij mijn laatst geschoten plaatjes wel opeens

NASA vindt bewijs voor vloeibare oceaan onder ijskorst maan Europa

Credit: Britney Schmidt/Dead Pixel VFX/Univ. of Texas at Austin.

In de gegevens van de sonde Galileo hebben wetenschappers van de NASA bewijs gevonden dat de maan Europa van de grote planeet Jupiter onder z’n ijskorst een vloeibare oceaan moet hebben, die qua volume net zo veel water bevat als de grote meren in Noord-Amerika. Het vermoeden dát die oceaan er is bestaat al langer, maar onderzoek aan enkele ruwe terreinen op Europa, die gemaakt zijn door de in 1989 gelanceerde sonde Galileo maken duidelijk dat het meer dan een vermoeden is. Het gaat om twee cirkelvormige en ‘bobbelige’ gebieden, die onderzocht zijn door een team dat onder leiding stond van Britney Schmidt (Universiteit van Texas, Austin). Uitgebreid onderzoek laat zien dat deze twee ‘chaos terreinen’ alleen ontstaan kunnen zijn als er een uitwisseling is tussen de ijskorst en daaronder een vloeibare oceaan. Andere verklaringen zijn er niet. Een korte impressie van de maan Europa en z’n ijskort + vloeibare oceaan daaronder vind je in de volgende video:

Eh… voor alle duidelijkheid: de Galileo sonde is er niet meer, want in september 2003 liet men deze express een duik maken in de atmosfeer van Jupiter en daarna is ‘ie gestopt met functioneren. Deze bewuste ‘crash’ was ook om te voorkomen dat de sonde wellicht op Europa zou botsen en deze wellicht zou ‘verontreinigen’ met meegenomen aardse bacterieën. Bron: NASA.

Geruchten: OPERA blijft maar sneller-dan-het-licht-neutrino’s zien

De OPERA-detector. Credit: OPERA Collaboration.

Het gaf de nodige beroering in de natuurwetenschappelijke wereld toen in september het team van het OPERA-experiment in Italië bekendmaakte dat ze neutrino’s hadden waargenomen die ietsje sneller lijken te reizen dan de lichtsnelheid. Muon-neutrino’s die in de SPS-deeltjesversneller van CERN in Genéve worden geproduceerd worden naar de OPERA-detector onder het San Grasso gebergte 732 km verderop geschoten, een tochtje waar ze 2,44 milliseconde (0,0024 seconde) over doen. Een deel van de neutrino’s kwam 60 nanoseconde (0,00000006 seconde) te vroeg aan, waarmee ze sneller gaan dan het licht – iets wat volgens de Relativiteitstheorie van Einstein niet kan. Er kwam een golf van kritiek op de bekendmaking en de meeste critici waren van mening dat het OPERA-team ergens in de meting een fout moet hebben gemaakt. Eén van de kritiekpunten was dat de lengte van de pulsen van de neutrino’s te lang zou zijn. Er worden door OPERA geen losse neutrino’s gemeten, maar groepen neutrino’s, die pulsgewijs door SPS worden geproduceerd. Door de lange pulsperiode zou de marge in de gemeten tijd van start en van aankomst te groot zijn. Om aan deze kritiek tegemoet te komen hebben ze de metingen tussen 21 oktober en 6 november bij OPERA opnieuw gedaan, waarbij de pulsperiode (‘bunch spacing’) verkort is tot slechts 2 nanoseconde. En wat blijkt nou volgens enkele natuurkundigen op Twitter, Jessie Shelton en Lisa Randall? Dat ze nog steeds FLT-neutrino’s zien, Faster than light neutrinos. 😯 Over twee dagen zou er een wetenschappelijk artikel worden gepubliceerd. OK, betekent dit dat neutrino’s inderdaad sneller kunnen gaan dan het licht, indien de geruchten kloppen? Nee, dat betekent het helemaal niet. Per slot van rekening zijn er heel wat andere argumenten te bedenken naast die pulsperiode, die de metingen kunnen verklaren, zoals de verklaring van Ronald van Elburg, die te maken heeft met de tijdmeting waarbij de GPS-satellieten betrokken zijn. We wachten deze week maar even af of de geruchten juist zijn. Bron: The Reference Frame.

 

Astronauten Apollo 11 en John Glenn krijgen Golden Medal

Van links naar rechts Michael Collins, Neil Armstrong, Buzz Aldrin en Charles Bolden. John Glenn ontbreekt op de foto. Credit: NASA/Bill Ingalls.

Het Amerikaanse Congres heeft vandaag de hoogste burgerlijke onderscheiding – de Golden Medal – uitgereikt aan vier astronauten. Het gaat om de drie bemanningsleden van de Apollo 11, Neil Armstrong, Buzz Aldrin en Michael Collins (alle drie 81 jaar) en om John Glenn (90), die op 20 februari 1962 als eerste Amerikaan in z’n Mercury capsule Friendship 7 om de aarde cirkelde. Bij de uitreiking op Capitol Hill roemde NASA Administrator Charles Bolden de vier astronauten. De Golden Medals werden aan de astronauten uitgereikt door de senatoren John Boehner, Harry Reid, Nancy Pelosi en Mitch McConnell. De medailles worden meer dan twee jaar uitgereikt nadat het Congres de zogenaamde New Frontier Congressional Gold Medal Act goedkeurde, waarmee de Amerikaanse Volksvertegenwoordiging het veertigjarige jubileum van de Apollo 11 missie herdacht. Dat was in juli 2009. Bron: Space.com.

APEX geeft een nieuwe kijk op de stervorming in de Carinanevel

Credit: ESO/APEX/T. Preibisch et al. (Submillimetre); N. Smith, University of Minnesota/NOAO/AURA/NSF (Optical)

Met behulp van de LABOCA-camera van de Atacama Pathfinder Experiment (APEX)-telescoop op de Chajnantor-hoogvlakte in de Chileense Andes heeft een team van astronomen onder leiding van Thomas Preibisch (o.a. Universitá¤ts-Sternwarte München, Duitsland) dit gebied in submillimeterlicht vastgelegd. In dit golflengtegebied bestaat het licht dat we zien grotendeels uit de zwakke warmtegloed van kosmische stofdeeltjes. Vandaar dat op de foto – hier in gewoon formaat (608 Kb) en hier in supergroot formaat (25,5 Mb) – de wolken van stof en moleculair gas (voornamelijk waterstof) te zien zijn waaruit sterren kunnen ontstaan. Met een temperatuur van -250 °C zijn de stofdeeltjes heel koud, en is de zwakke gloed die zij uitzenden alleen waarneembaar op submillimetergolflengten, golflengten die aanzienlijk langer zijn dan die van zichtbaar licht. Submillimeterlicht is dus de sleutel tot het onderzoek van de vorming van nieuwe sterren en hun interactie met de gaswolk waaruit zij geboren zijn. De APEX/LABOCA-waarnemingen zijn hier weergegeven als oranje tinten en met een opname in zichtbaar licht, gemaakt met de Curtis Schmidt-telescoop van het Cerro Tololo Interamerican Observatory, gecombineerd tot een spectaculaire overzichtsfoto van de Carinanevel. De nevel bevat sterren met een gezamenlijke massa die overeenkomt met meer dan 25.000 zonnen, terwijl de massa van de gas- en stofwolken gelijk is aan ongeveer 140.000 zonnen. Slechts een klein gedeelte van het gas in de Carinanevel maakt deel uit van wolken waarvan de dichtheid groot genoeg is om deze in de nabije toekomst (d.w.z. binnen enkele miljoenen jaren) tot nieuwe sterren te laten samentrekken.

Op de wat langere termijn kunnen de zware sterren die al in dit gebied zijn ontstaan een zodanige invloed op de omringende gaswolken uitoefenen, dat het tempo van stervorming versnelt. Zware sterren bestaan hooguit een paar miljoen jaar (heel kort in vergelijking met de tien miljard jaar van onze zon) en zijn van grote invloed op hun omgeving. In hun jonge jaren zijn deze sterren een bron van krachtige sterrenwinden en intense straling, waarmee zij de gaswolken in hun omgeving voldoende kunnen samendrukken om de vorming van nieuwe sterren in gang te zette. Aan het einde van hun bestaan zijn zware sterren uitermate instabiel, waardoor ze veel stermaterie afstoten en hun korte leven uiteindelijk met een supernova-explosie afsluiten. Een bekend voorbeeld van zo’n explosieve ster is Eta Carinae, de heldere, geel getinte ster die op deze foto linksboven het midden te zien is. Deze is meer dan honderd keer zo zwaar als onze zon en behoort tot de helderste sterren die we kennen. Ergens in de komende miljoen jaar zal Eta Carinae als supernova exploderen, en bij die ene supernova-explosie zal het in dit gebied niet blijven. De moleculaire gaswolken in de onmiddellijke omgeving zullen door de supernova-explosies aan flarden worden geblazen. Maar als de schokgolven meer dan tien lichtjaar hebben afgelegd, zijn ze afgezwakt en kunnen ze de gaswolken die ze dan nog tegenkomen samendrukken, en op die manier de aanzet geven tot de vorming van een nieuwe generatie sterren. Bij supernova-explosies ontstaan ook kortlevende radioactieve atomen die in de samentrekkende gaswolken terecht kunnen komen. Er zijn sterke aanwijzingen dat zulke radioactieve atomen ook aanwezig waren in de gaswolk waaruit onze zon en haar planeten zijn ontstaan. Onderzoek van de Carinanevel kan dus nieuwe inzichten opleveren over de vorming van ons eigen zonnestelsel. De Carinanevel staat op een afstand van ongeveer 7500 lichtjaar in het gelijknamige sterrenbeeld (Carina of Kiel). Door zijn grote populatie van zware sterren behoort hij tot de grootste en helderste nevels aan de hemel. Met een middellijn van ongeveer 150 lichtjaar is hij enkele malen groter dan de bekende Orionnevel. Maar door zijn grotere afstand lijkt hij ongeveer even groot. In de video hieronder wordt ingezoomd op de Carinanevel.

De 12-meter grote APEX-telescoop is een voorloper van ALMA, de Atacama Large Millimeter/submillimeter Array. Dat is een revolutionaire nieuwe telescoop die ESO, samen met haar internationale partners, op de Chajnantor-hoogvlakte bouwt en beheert. APEX zelf is gebaseerd op een prototype van de antennes die voor het ALMA-project worden gebruikt. ALMA zal uiteindelijk bestaan uit een opstelling van 54 antennes met een middellijn van twaalf meter en twaalf antennes met een middellijn van zeven meter. Hoewel ALMA veel scherpere beelden kan maken dan APEX, zal zijn beeldveld veel kleiner zijn. De twee telescopen vullen elkaar dus aan: de vele nieuwe objecten die op de groothoekopnamen van APEX worden ontdekt, kunnen met ALMA gedetailleerder worden bekeken. Bron: ESO.

Help, er komt een tsunami aan data in de sterrenkunde aan

Credit: The Digital Artist/Pixabay

Het probleem met moderne sondes zoals Chandra, Spitzer, Hubble en WISE, rovers zoals Opportunity en Curiosity en telescopen zoals LOFAR en ALMA is dat ze gigantische hoeveelheden data uitspuwen. Ze hebben allemaal een batterij instrumenten aan boord, die per dag, per uur, per seconde vele gigabytes aan data vergaren van objecten in het heelal en al die data moet ergens worden opgeslagen in de computer. Dat opslaan is op zich niet het probleem, maar wel het verwerken van de gegevens. Over dit probleem wordt morgenavond vanaf 21.10 uur Nederlandse tijd online wereldwijd gedebatteerd in het kader van de Astronomy Journal Club. Het enige wat je hoeft te doen met dat debat is het volgende artikel downloaden en lezen:

[download id=”6″]

Via Twitter kan je meedoen en dan moet je als hashtag #astrojc gebruiken, simpeler kan niet. In het debat – goh, zwaar woord is dat eigenlijk, ‘debat’, zo zwaar is het in werkelijkheid niet hoor – zal vast en zeker gesproken worden over moderne vormen van Citizen Science en crowdsourcing, zoals de Galaxy Zoo en The SkyNet, waar massa’s vrijwilligers zich inzetten om de tsunami aan data te verwerken. Kortom mensen, morgen allemaal meedoen met de  Astronomy Journal Club!

Minute Physics: over de richting van de tijd en donkere energie

Credit: Minute Physics


Er bestaat een leuke serie van korte, leerzame handgetekende filmpjes over natuurkundige onderwerpen: Minute Physics. Eén van de filmpjes is de volgende, waarin Sean Carroll (CalTech) ons verteld over de richting waarin de tijd beweegt, een onderwerp dat samenhangt met het begrip entropie.

Onlangs werd de Nobelprijs voor de Natuurkunde verleent aan drie sterrenkundigen, die in 1998 aan de hand van supernovae ontdekten dat het heelal versnelt uitdijt, hetgeen veroorzaakt wordt door de mysterieuze donkere energie. Over die donkere energie gaat de volgende video uit Minute Physics, wederom verteld door Sean Carroll.

Bron: Cosmic Variance.