Kepler ontdekt eerste planeet in bewoonbare zone om zonachtige ster

Impressie van de exoplaneet Kepler-22b.  credit: NASA/Ames/JPL-Caltech

De ruimtetelescoop Kepler heeft vlakbij de ster Kepler-22, 600 lichtjaar van ons verwijderd, een exoplaneet ontdekt die zich in de bewoonbare zone van die ster bevindt. De ster is van spectraalklasse G, net als onze zon, en daarmee heeft ‘ie ook dezelfde eigenschappen als de zon. De exoplaneet – Kepler-22b genaamd – is 2,4 keer zo zwaar als de aarde en in 290 dagen draait ‘ie één maal om de ster. Voor Kepler is het de eerste exoplaneet die zich bevindt in de bewoonbare zone van een ster die op de zon lijkt, de zone waarbinnen de temperatuur zodanig is dat er zich vloeibaar water kan bevinden, welke onmisbaar is als er leven wil voorkomen. Kepler houdt ruim 150.000 sterren continue in de gaten in een gebied aan de hemel dat zich in de sterrenbeelden Zwaan en Lier bevindt. Zodra vanaf de aarde gezien een eventuele exoplaneet voor de ster langs schuift levert dat een klein dipje in de lichtsterkte op en dat wordt direct opgemerkt door Kepler. Met de exoplanetenjager Kepler hebben ze al ruim 1200 exoplaneten ontdekt, maar de bevestiging ervan moet nog plaatsvinden. Bij Kepler-22b is dat reeds gedaan, want o.a. met de Spitzer infrarood ruimtetelescoop kon de waarneming worden bevestigd. Bovenop die 1200 kandidaat-exoplaneten zullen binnenkort nog eens 1094 nieuwe kandidaat-exoplaneten volgen, de totale hoeveelheid met 89% doen toenemend. Daarmee heeft Kepler 2.326 kandidaat-exoplaneten ontdekt, ding dong! Tweeendertighonderdzesentwintig! Daarvan zijn er 207 aardachtig, 680 zijn van het type Super-aarde, 1.181 zijn Neptunus-achtig, 203 lijken op Jupiter en 55 tenslotte zijn de echte joekels, die groter zijn dan Jupiter. Hierboven een impressie van Kepler-22b, hieronder een vergelijking tussen de bewoonbare zone rondom Kepler-22 en die van de zon – beiden in groen aangegeven.

credit: NASA/Ames/JPL-Caltech

Bron: NASA.

Jonno in The Sky at Night

Jonathan Hall in The Sky at Night

Ja…ja….en daar was “ie” dan, op prime-time (althans voor iemand met een wel zeer flexibele maandagochtend-agenda!!) onze eigenste Jonathan from the Bath, op de BBC, in the famous Sky at Night,   helder en duidelijk vertellend over “zijn” William Herschel al staande precies op de plek in de achtertuin waar William Herschel de planeet Uranus heeft ontdekt!! OK….zoals gebruikelijk met het vluchtige medium TV duurde het gesprekje met “vriendje Jonno” natuurlijk geen uren….maar….voor diegene die het nog niet gezien hebben….Hij is echt heel veel langer aan het woord dan hij mijzelve nog kort voor de uitzending sms’te……dus echt geen “flits en weer pleite”…..enne……het kwam allemaal ook nog eens “lekker uit zijn strot rollen”…ik was onder de indruk!! Good show,…wah..wah wah…ladida, me olde chap and all that!! Overigens toch nog iets wat ook in het verhaal van  Jonathan naar voren kwam…Hoewel alle eer en zo steeds maar weer naar William Herschel gaat moeten we toch vooral niet de crusiale rol van zijn zus Caroline Herschel vergeten, want al het weinig glorieuze maar essentiele papierwerk (het noteren van de waarnemingen terwijl hij aan de kijker zat) komt op het conto van “zuslief”………..en zonder al dat gigantische hoeveelheid papierwerk voor o.a. het samenstellen van zijn New General catalogue kon Big Brother Willie echt naar die NGC catalogus plus alle bijbehorende eerbetoon fluiten. En….Caroline Herschel was zelf ook een hele goede waarnemer met o.a. geloof ik een stuk of acht kometen op haar naam. Het zeer onterecht onderbelicht blijven van de bepaaldelijk niet te onderschatten prestaties  van vrouwen in de sterrenkunde is toch best wel een smetje op het anders zo helder met sterrenlicht beschenen astronomisch blazoen! Over twee weken krijgen we op ons sterrenkluppie bijvoorbeeld een lezing over het Hertzsprung Russelldiagram………eh…weer twee heren die met de eer er  vandoor gaan maarre….was het niet ene Henrietta Swan Leavitt die al het onderbelichte vuile werk heeft opgeknapt en daarmee de basis heeft gelegd voor een ware supernova-achtige explosie als het gaat om de kennis over het ontstaan en levensloop van sterren!! Emancipatie was (en is??) niet echt de ster-kste kanten van de edele wetenschap der Astronomie. Overigens is er sinds een jaartje of wat een uitgebreide biografie op de markt over het leven en werk van Caroline Herschel………leuk leesvoer te krijgen uiteraard bij Vriendje Jonathan in de museumwinkel, maar volgens mij ook “gewoon” in de Hollandse boekhandel!

Allemaal vannacht naar Sky at Night kijken

Sky at Night met Jonathan Hall! Credit: BBC

Zoals collega-astroblogger Jan Brandt al in z’n reactie meldde: komende nacht om 00.40 uur is Sir Patrick Moore’s maandelijkse astronomie-programma Sky at Night op de BBC 1. En wat is er zo bijzonder aan deze aflevering, dat ik er speciale aandacht voor vraag? Dat is dat onze vriend Jonathan Hall – die Jan en ik al kennen sinds onze deelname aan het International Astronomical Youth Camp in Havelte in 1980, goh da’s al weer 31 jaar geleden – optreedt in dat programma. In de aflevering van komende nacht gaat het o.a. over “Outer Limits”, waarin de gasreuzen Uranus en Neptunus worden besproken. Van die twee is Uranus ontdekt door William Herschel, over wiens leven en ontdekkingen in het Engelse Bath weer een museum te vinden is. En de heer Hall is op zijn beurt medewerker van dat museum en komt als zodanig aan het woord in Sky at Night. Snappie? Kortom allemaal kijken óf de recorder aanzetten. Of allebei, nog beter. 🙂 Bron: BBC.

Marsrover Curiosity ligt vlekkeloos op koers

De cruise stage en de aeroshell, inclusief Marsrover Curiosity. Credit: NASA/JPL-Caltech

De zaterdag 26 november j.l. gelanceerde Marsrover Curiosity ligt volgens de NASA vlekkeloos op z’n koers naar de planeet Mars. De bedoeling was eigenlijk dat er twee weken na de lancering een koerscorrectie zou plaatsvinden – de eerste van een reeks van zes geplande correcties – maar medewerkers van het Jet Propulsion Lab in Pasadena, Californië, lieten weten dat de correctie helemaal niet nodig is. De tocht naar Mars duurt 254 dagen en daarbij wordt een afstand van 567 miljoen km afgelegd. Op 6 augustus 2012 zal Curiosity aankomen bij Mars en zal een landing volgen in de Gale krater. Afgelopen vrijdag had de sonde al 17,3 miljoen km afgelegd en z’n snelheid t.o.v. de aarde was 12.000 km per uur en maar liefst 118.700 km per uur (=33 km per seconde) t.o.v. de zon. Interessant detail is dat niet alleen Curiosity koers zet naar Mars, maar dat ook de tweede trap van de Atlas V raket, de zogenaamde Centaur raket, die kant uit gaat. Na de loskoppeling vlakbij de aarde ging ook de Centaur koers zetten naar Mars, aangedreven door de gravitationele slinger die de aarde er aan gaf en ongeremd door de luchtloosheid in de ruimte. Om te voorkomen dat de vol met aardse bacteriën zittende Centaur [1]Cursiosity hebben ze helemaal schoongemaakt van bacteriën, maar dat is niet gedaan met de Centaur. per ongeluk op Mars zou botsen – daarbij de Rode Planeet bevuilend met aards leven – heeft men bij de lancering bewust aangekoerst op een punt 56.400 náást Mars. De laatste gegevens laten zien dat de Centaur 61.200 km langs Mars zal vliegen en daarna door zal vliegen naar nowhere. Op de afbeelding hierboven zie je links de zogenaamde ‘cruise stage’, die vol met zonnepalen zit en de eventuele koerscorrecties uitvoert. Rechts zie je de ‘aeroshell’, waarin het hitteschild én het Mars Science Laboratory Cursiosity zelf zitten. De cruise stage draait 2,05 rondjes per minuut en de zonnepanelen genereren 800 watt aan vermogen. Kortom, alles ziet er goed uit. Bron: Universe Today.

References[+]

References
1 Cursiosity hebben ze helemaal schoongemaakt van bacteriën, maar dat is niet gedaan met de Centaur.

Caltech-sterrenkundigen ontdekken 18 zware exoplaneten

Impressie van een Jupiterachtige exoplaneet bij een ster. Credit: Flflflfl/Pixabay.


De speurtocht naar exoplaneten blijft maar successen boeken. Niet alleen met de Kepler-telescoop vanuit de ruimte en de WASP- en HARPS-survey’s op aarde worden ze gevonden, ook andere instrumenten dragen hun steentje bij. Zo bleek deze week dat sterrernkundigen van het California Institute of Technology (Caltech) maar liefst 18 Jupiter-achtige exoplaneten hebben gevonden. Ze maakten daarbij gebruik van de telescopen van het Keck Observatorium in Hawaï en de bevestiging kwam door waarnemingen vanuit de McDonald en Fairborn Observatoria in Texas and Arizona. Het Caltech-team onder leiding van John Johnson concentreerde zich bij haar onderzoek naar 300 ‘gepensioneerde’ A-sterren, d.w.z. sterren die verder in ontwikkeling dan de zon zijn en die zich in een zogenaamde sub-reus fase bevinden, waarbij hun buitenlagen flink opgezwollen zijn. Alle sterren waren gemiddeld ongeveer anderhalve keer zo zwaar als de zon. De planeten werden niet gevonden door de gangbare transitie-methode, waarbij de lichtkracht in de gaten wordt gehouden en een exoplaneet zich verraad door voor de ster langs te trekken, hetgeen leidt tot een klein dipje in de lichtkracht. Het team van Johnson keek naar de gravitationele inwerking van de planeten op de ster, waardoor deze een klein beetje heen en weer schommelt. Die schommel is zichtbaar in de Doppler-verschuiving van de spectraallijnen van de ster. De grote vondst van zware exoplaneten steunt het planeetvormingsmodel, waarbij planeten worden gevormd door te groeien vanuit kleine ‘zaadjes’ in de wolken van gas en stof, die pas gevormde sterren omringen. Bron: Eurekalert.

Zoem zoem, Higgs geruchten blijven voortduren

ATLAS en CMS en een simulatie van een botsing tussen protonen, waarbij een Higgs boson ontstaat. Credit: CMS + ATLAS Collaborations

Eergisteren vertelde ik jullie over de aankondiging die is gedaan van enkele presentaties die bobo’s van het Europese onderzoeksinstituut CERN op 13 december a.s. zullen geven over de speurtocht naar het Higgs boson, het beroemde ‘God deeltje’. De bazen van de ATLAS- en CMS-detector, verbonden aan ’s werelds grootste deeltjesversneller de Large Hadron Collider (LHC), houden dan ieder een half uur durend praatje, waarin ze de laatste resultaten zullen bespreken. Sinds dat moment is er veel gezoem in de vele blogs, die door in- en outsiders uit de wereld van natuurkundigen worden bijgehouden. De laatste geruchten zeggen dat er sprake zou kúnnen zijn van een waargenomen signaal van 126 GeV met een betrouwbaarheid van 3,5σ in ATLAS en een signaal bij 125 GeV met 2,5σ bij CMS, gecombineerd in een signaal van 4,3σ. Het signaal zou gezien zijn in protonenbotsingen, waarbij twee fotonen uit het verval van een Higgs boson worden gevormd, hetgeen men het difoton- of γγ-kanaal noemt. Het vreemde is dat men aan de overkant van de grote plas, bij de Amerikaanse Tevatron-versneller, ook Higgs bosonen met een massa van 125 GeV zou kunnen hebben gezien, in het zogenaamde bb-kanaal, waarbij het Higgs boson in een bottom-quark en anti-bottom-quark vervalt. Echter, een dergelijk signaal werd niet waargenomen, bij de versneller die kortgeleden z’n deuren heeft gesloten. De presentaties van de 13e december zijn gebaseerd op de gecombineerde waarnemingen van ATLAS en CMS, waarbij beiden zo’n 5,2/femtobarn aan zogenaamde “geïntegreerde luminositeit” hebben verwerkt. De genoemde betrouwbaarheid is interessant, maar een ontdekking kan het nog lang niet genoemd worden. In een memo aan al het personeel van CERN heeft opperbobo Ralf Heuer over de komende presentaties verklaard dat ze het volgende laten zien:

Significant progress in the search for the Higgs boson, but not enough to make any conclusive statement on the existence or non-existence of the Higgs.

In maart 2012 hopen ze 10/fb verwerkt te hebben en dan hoopt men meer zekerheid te hebben over de speurtocht naar het Higgs boson. Bron: viXra.

Aha, NSV 11749 blijkt ook een VLTP te zijn geweest

De lichtcurves van de drie bekende VLTP’s. Credit: David Williams

Ja ja mensen, we zijn weer bij de afdeling cryptotitels. “NSV 11749 blijkt ook een VLTP te zijn geweest“, tsja, daar valt natuurlijk geen touw aan vast te knopen. En dan te bedenken dat we het hebben over iets dat zich meer dan honderd jaar geleden heeft afgespeeld, ergens tussen 1899 en 1914. Is dat interessant, nu anno 2011? Yep, dat is het zeker. Laat mij het even uitleggen. NSV 11749 is een ster die in 1899 plotseling op fotografische platen opdook, op een plek aan de hemel waar voor die tijd niets te zien was. In die tijd was er niemand die deze ‘nieuwe’ ster opviel, maar dat gebeurde wel in 2005 toen David Williams, lid van de American Association of Variable Star Observers (AAVSO) foto’s bestudeerde uit de Harvard College Astronomical Plate collectie, welke gemaakt waren in de periode 1885 – 1993. NSV 11749 leek op een nova, maar z’n verloop in lichtkracht was nogal grillig (zie de afbeelding, bovenste grafiek). Nu pas blijkt waar dat grillige verloop door werd veroorzaakt: er is geen sprake van een nova, maar van een zogenaamde Very Late Thermal Pulse (VLTP), vrij vertaald een zeer late thermische puls. Het gaat om een witte dwerg, een ster met een massa ongeveer gelijk aan die van de zon, gepropt in een volume ter grootte van de aarde. Bij zo’n VLTP komt waterstof uit de buitenlagen van de witte dwerg door convectie terecht in het binnenste van de ster en komt er nog een laatste stuiptrekking van waterstofverbranding. Berekeningen laten zien dat gemiddeld één keer per jaar in de Melkweg een witte dwerg z’n buitenlagen uitstoot en een planetaire nevel vormt. Slechts 10% zou daarbij een VLTP ondergaan, dus dat zou in principe iedere 10 jaar te zien moeten zijn. Er zijn op dit moment drie VLTP’s bekend: V605 Aql die in 1919 werd ontdekt, V4334 Sgr, die in 1996 werd ontdekt en naar nu dus blijkt ook NSV 11749, die in 1899 voor het eerst te zien was. Om het ingewikkeld te maken heeft men ook verschillen ontdekt in de eigenschappen van de drie VLTP’s, maar die zijn waarschijnlijk terug te voeren naar de verschillen in massa van de witte dwergen.

Over de AAVSO en novae gesproken

Gisteravond was er niet alleen een mini-ALV bij sterrenkundevereniging Chr. Huygens – een mini-algemene ledenvergadering, eentje die letterlijk en figuurlijk mini was, want hij duurde slechts tien minuten – maar er was ook een zeer enerverende presentatie door André van der Hoeven over het waarnemen van veranderlijke sterren en exoplaneten vanuit je achtertuin. In die presentatie ging het onder andere over de AAVSO, die kaarten publiceert van veranderlijke sterren, waartoe ook de novae en VLTP’s behoren. André heeft over zowel het waarnemen van veranderlijke sterren als van exoplaneten op de Astroblogs geschreven, dus voor de details verwijs ik je naar die blogs. Bron: Universe Today.

Kijk nou eens wie ik vandaag tegenkwam in het tuincentrum

Einstein in ’t tuincentrum

Ik moest vanmiddag even in het tuincentrum zijn, kadootje kopen voor ********* die ik met sinterklaassurprises getrokken heb. Dat was De Staartploeg op de Stevensweg in Dordrecht, die ik van harte kan aanbevelen, maar dit even terzijde. Afijn, ik was aan het afrekenen voor dat natuurlijk weer veel te dure kado en wie zie ik daar bij de kassa staan? Yep, Albert Einstein. Een prachtige buste van één der grootste geesten die ooit op deze aardkloot rondgehobbeld heeft, een beeld dat in menig tuin niet zou misstaan. Meestal zie je in tuinen gipse afdruksels van Griekse mythische figuren, Adonis met een druiventros, Cupido met pijl en boog, of van die afgezaagde kabouters. Maar Albert Einstein in je tuin, wow dat zou er een extra dimensie aan geven, toch? Wat, hebben jullie toch liever Cupido of zo’n stomme kabouter in je tuin? Zucht, stelletje cultuurbarbaren. Eh sorry… natuurbarbaren.

 

De eerste ‘vroege’ resultaten van Planck officieel gepubliceerd

Artistieke impressie van de op 14 mei 2009 gelanceerde sonde Planck en op de achtergrond de bestudeerde straling. Credit: ESA/Planck.

Ze werden feitelijk al in januari dit jaar publiekelijk bekend gemaakt, maar pas nu zijn ze officieel verschenen in het wetenschappelijke vakblad Astronomy & Astrophysics: De eerste ‘vroege’ resultaten van Planck, de sonde die sinds augustus 2009 vanaf Lagrangepunt L2 – 1.420.800 km van de Aarde verwijderd – de kosmische microgolf-achtergrondstraling bestudeert. Zesentwintig (!) artikelen met alle resultaten, waarin het draait om twee thema’s: de verschillende manieren waarop sterrenstelsels om ons heen evolueren en het ontstaan van de grootschalige structuren van clusters en superclusters ín dat heelal. Men spreekt over de ‘vroege’ resultaten, omdat het derde en belangrijkste thema – het ontstaan van het heelal zelf – nog niet aan de orde is. Dat laatste komt pas in januari 2013 naar voren. Dus daarvoor moeten we nog een tikkeltje geduld hebben. Normaal gesproken zijn edities van vakbladen als A&A peper- en peperduur, alleen op te brengen door Universiteiten en onderzoeksinstituten. Maar het is Sinterklaastijd, dus was de redactie van A&A zo aardig om al die artikelen gratis ter beschikking te stellen! 😀 Zie: Planck Early Results. Bron: Planck op Twitter.

Snelst draaiende ster ontdekt

De snelst roterende ster VFTS102. Credit: Hubble Legacy Archive/Morgan Fraser/Philip Dufton/Paul Dunstall.

Een internationaal team van astronomen, onder wie Alex de Koter en Hugues Sana (Universiteit van Amsterdam) en Selma de Mink (Space Telescope Science Institute, Baltimore, VS), heeft in de Grote Magelhaense Wolk een supersnel draaiende ster ontdekt. De equatoriale rotatiesnelheid van VFTS 102 wordt geschat op meer dan twee miljoen kilometer per uur, waarmee het de snelst draaiende ster is die astronomen ooit hebben waargenomen. Het onderzoeksresultaat is gepubliceerd in Astrophysical Journal Letters. De Grote Magelhaense Wolk is een sterrenstelsel dat zich dicht bij onze Melkweg bevindt, op een afstand van 160.000 lichtjaar. De vondst werd gedaan binnen het FLAMES-survey met ESO’s Very Large Telescope in Chili, dat de zwaarste en helderste sterren van de Tarantulanevel in de Grote Magelhaense Wolk in kaart brengt. Het team heeft daarnaast een aantal andere, opvallend snel draaiende objecten gevonden. “De Tarantulanevel is een enorme kraamkamer van sterren en de plek bij uitstek om dit soort bijzondere objecten te vinden”, zegt coauteur Hugues Sana. VFTS 102 draait driehonderd keer zo snel om zijn eigen as als de zon en nadert daarmee het punt waarop centrifugaalkrachten de ster uiteen zouden rijten. De ster is vermoedelijk een zogeheten ‘wegloopster’ – ook wel een marathonster genoemd – omdat hij veel sneller door de ruimte beweegt dan naburige sterren. De astronomen denken dat hij door zijn als supernova ontploffende begeleider uit een dubbelstersysteem is gekegeld. In de buurt van VFTS 102 is een karakteristieke gaswolk van een supernovarest aangetroffen die dit scenario ondersteunt. De twee hadden waarschijnlijk een kleine onderlinge afstand, waardoor gas van de begeleider naar de ster is gestroomd, die daardoor steeds sneller ging draaien. De kern van de begeleidende ster is bij de supernova-explosie ineengestort tot een pulsar. “Welk lot de zware, snel draaiende ster is beschoren, is onzeker”, zegt Alex de Koter. “Door de enorme snelheid waarmee VFTS 102 rondtolt worden de binnenste lagen gemengd, totdat deze volledig homogeen zijn. Het is mogelijk dat een dergelijke ster zijn leven eindigt in een bijzonder exotische supernova-explosie, zoals een gammaflits of een hypernova”, aldus De Koter. Bron: Nova.