Nederlandse bijdrage aan ALMA-telescoop in Chili is klaar

Momenteel staan er 19 antennes van ALMA op het Chajnantor plateau in Chili. Credit: ESO

De Nederlandse Onderzoekschool voor Astronomie (NOVA) heeft de laatste van in totaal 73 ontvangers voor de ALMA-telescoop opgeleverd. Deze zeer gevoelige ‘Band 9-ontvangers’ behoren tot de belangrijkste onderdelen van de submillimeter-telescoop ALMA, die in Noord-Chili in aanbouw is. De Atacama Large Millimeter/submillimeter Array (ALMA) is de meest complexe sterrenwacht ter wereld en is eerder dit jaar met een deel van de 66 antennes officieel door astronomen in gebruik genomen. Tijdens deze Early Science-fase wordt negen maanden lang onderzoek gedaan naar de donkerste, koudste, verste en best verborgen geheimen van de kosmos. ALMA zal in 2013 helemaal gereed zijn. De 66 schotelantennes staan dan verspreid op de Chajnantor-hoogvlakte in het noorden van Chili, 5000 meter boven zeeniveau. ALMA ontvangt millimeter- en submillimetergolven uit het heelal. Deze golflengten stellen astronomen in staat om extreem koude objecten in de ruimte te onderzoeken, zoals dichte wolken van kosmisch stof en gas waaruit sterren en planeten ontstaan. Ook kan ALMA zeer verre objecten in het jonge heelal waarnemen. De 66 telescopen worden uitgerust met een serie ontvangers voor de verschillende golflengtegebieden. Deze worden gemaakt in Europa (Nederland en Frankrijk), de VS en Japan. Vooral bij de ontvangers voor de hoogste frequentiebanden, zoals Band 9, gaat het om technologische hoogstandjes. De detectoren moeten worden gekoeld tot -269 graden Celsius (4 graden Kelvin) om de zwakke signalen uit de ruimte te ontvangen. Voor een goede ontvangst is bovendien een telescoop vereist die op grote hoogte staat. De Band 9-ontvangers zijn ontwikkeld en geproduceerd bij het Kapteyn Instituut van de Rijksuniversiteit Groningen, in samenwerking met het Kavli Instituut van de TU Delft en het ruimteonderzoeksinstituut SRON. Deze partners bouwden eerder het HIFI-instrument van de ruimtetelescoop Herschel. Het Nederlandse ALMA-consortium wordt geleid door NOVA, dat nu de laatste Band 9-ontvangers oplevert aan de Europese Zuidelijke Sterrenwacht (ESO), een van de drie partners in het mondiale ALMA-project. De Band 9-ontvangers zijn de eerste complete set die klaar is, twee maanden voor op schema en binnen het budget. De eerste Band 9-ontvangers zijn inmiddels in gebruik genomen. Projectleider Ir. Joost Adema is zeer tevreden over de afronding van de opdracht van 14 miljoen euro: “Band 9 is zeker niet de gemakkelijkste ontvanger uit de ALMA-reeks. Toch zijn we erin geslaagd om als eerste onze bijdrage te leveren. Vanwege deze snelle oplevering, praten we nu met ESO over de ontwikkeling van de Band 5-ontvangers. We hopen dit vervolgproject binnen te halen. Ook gaan we een voorstel indienen om een verbeterde versie van de reeds geleverde Band 9-ontvangers te maken”, aldus Adema. Bron: NOVA.

Daglicht-komeet Lovejoy krijgt tweede leven na perihelium-passage

Credit: Andrew Cooper

Het is niet alleen zo dat de komeet C/2011 W3 (Lovejoy) z’n scheervlucht langs de zon vorige week vrijdag 16 december heeft overleeft, maar het blijkt ook dat de komeet in helderheid is toegenomen en op het zuidelijke halfrond zelfs bij daglicht te zien is. 😯 Bovenstaande foto werd kort na de perihelium-passage gemaakt door Andrew Cooper op Hawaï, met een Canon 60D en een 85mm lens, op een moment dat de komeet nog erg dicht bij de zon stond, slechts 4° er vandaan. En vandaag, vers van de pers, wist Peter Sayers vanuit Devonport op Tasmanië deze foto te maken, waarbij je in de ochtendschemering de komeet met een lange staart ziet, aangegeven in de ovaal:

Credit: Peter Sayers

Bron: A Darker View + Spaceweather.com.

Vaticaan gebruikt astronomische techniek om manuscripten te digitaliseren

De leeszaal van de bibliotheek van het Vaticaan. Credit: Vatican Library

Waar de sterrenkunde al niet handig voor is. Het Vaticaan heeft besloten om voor het digitaliseren van haar beroemde bibliotheek, die soms eeuwenoude waardevolle manuscripten bevat, gebruik te maken van een door de ESA en NASA ontwikkelde techniek, genaamd FITS, het flexible image transport system. Dat systeem werd in de jaren zeventig ontwikkeld om op een betrouwbare en bruikbare manier gegevens van satellieten op te slaan. De techniek werd in eerste instantie voor de radiosterrenkunde bedacht, maar inmiddels worden alle gegevens van satellieten zoals Herschel, Integral, XMM-Newton en SOHO erin opgeslagen. Wat voor sterrenkundige opnames van sterrenstelsels, planeten en interstellaire nevels geldt kan natuurlijk ook gelden voor scans van boeken. Vandaar dat men de boeken van de in 1475 opgerichte Vaticaanse bibliotheek gaat scannen en opslaan in het FITS-formaat. Sommige van die boeken zijn wel 1800 jaar oud en door het scannen hoeven wetenschappers de originele boeken niet meer aan te raken, hetgeen beter voor hun bescherming is. FITS is zo ontworpen dat de software altijd leesbaar is en dat er geen conversie naar andere formaten hoeft plaats te vinden. Bron: ESA.

Sojoez TMA-03M capsule met boosters naar lanceerplaats gereden

Credit: ESA – S. Corvaja, 2011

Vandaag is bij een lokaal temperatuurtje van zo’n 24 graden onder nul de Sojoez TMA-03M capsule met z’n boosterraket via het spoor naar de lanceerplaats op Cosmodrome Baikonour in Kazachstan gereden. Met die capsule zullen woensdag a.s. commandant Oleg Kononenko en boordwerktuigkundigen Don Pettit en Andre Kuipers – deel uitmakend van ISS-expeditie 30 – naar het internationale ruimtestation ISS worden gebracht. Hier de indrukwekkende beelden van de ‘roll-out’ van de Sojoez én van de werkzaamheden vooraf, zoals de bevestiging van de ontsnappingsraket op de TMA-03M capsule.

Bron: ESA.

Aftellen tot de lancering van astronaut André Kuipers woensdag

De bemanning van ISS-expeditie 30, die woensdag a.s. wordt gelanceerd. Rechts André Kuipers. Credit: ESA/NASA/Roscosmos

Komende woensdag 21 december wordt ESA-astronaut André Kuipers samen met z’n collega’s Oleg Kononenko en Don Pettit gelanceerd naar het internationale ruimtestation ISS. Kuipers vertrekt om 14:16 uur Nederlandse tijd vanaf lanceerplatform LC-1 op Kosmodroom Bajkonoer in Kazachstan. Hij reist met de Sojoez TMA-03M capsule naar het ISS, voor de vijf maanden durende PromISSe missie, de vierde lange Europese missie naar het ISS. Eén van die andere missies was OasISS, waar de Belgische astronaut Frank de Winne in 2009 aan deel nam. Voor André Kuipers is het de tweede keer dat hij het ruimtestation bezoekt – de eerste keer was april 2004, toen hij meedeed met de 11-daagse Delta missie. Een van zijn taken bij PromISSe is het binnenhalen van Europa’s onbemande vrachtschip ATV-3 Edoardo Amaldi in maart 2012. Hij is hierbij prime operator. Kuipers is ook betrokken bij de aankoppeling van de Amerikaanse schepen Cygnus en Dragon, die beide voor het eerst een vlucht maken naar het ISS. De lancering van Kuipers woensdag en de koppeling met het ISS – vrijdag 23 december om 16.22 uur – worden live uitgezonden op ESA’s website: www.esa.int. Het is momenteel erg koud in  Kazachstan, zo’n -20 graden Celsius, maar daar hebben de Russen met hun lanceringen weinig moeite mee. Zodra de drie astronauten in het ISS aankomen voegen ze zich bij de drie reeds aanwezige astronauten Dan Burbank, Anton Shkaplerov en Anatoli Ivanishin, die 14 november werden gelanceerd. De zes astronauten vormen dan ISS-expeditie 30. Bron: ESA.

Het maximum van de meteorenzwerm van de Ursiden komt er aan

De radiant van de Ursiden ligt in Kleine Beer. Credit: Hemel.waarnemen.com.

In de nacht van donderdag 22 op vrijdag 23 december a.s. vindt het maximum plaats van de jaarlijks terugkerende meteorenzwerm der Ursiden. Dat maximum wordt omstreeks 03.00 uur Nederlandse tijd verwacht en de ZHR – de maximale uurfrequentie onder ideale omstandigheden – is dan 10, d.w.z. je kunt dan tien Ursiden per uur verwachten. Twee dagen later is het Nieuwe Maan, dus die zal niet storen. De radiant van de Ursiden ligt vlakbij het pannetje van het sterrenbeeld Kleine Beer (Ursa Minoris), welke de hele nacht de zien is. De moederkomeet van deze meteorenzwerm is P8/Tuttle, welke in 2008 in de buurt van de aarde en de zon kwam, hetgeen in 2007 en 2008 leidde tot een hogere ZHR. Voor 2011 wordt geen verhoging verwacht, dus ga niet uit van kosmisch vuurwerk die nacht. Bron: IMO + Hemel.waarnemen + Sterrengids 2011.

Draaide Mercurius eerst de andere kant uit?

Het 1500 km grote Carolis-bekken, een grote inslagkrater op Mercurius. Een foto  – met aangedikte kleuren – die gemaakt is met de Amerikaanse Messenger sonde. Credit: NASA

De rotatie van de planeet Mercurius is sterk verbonden aan z’n omwenteling om de zon. Drie rotaties van Mercurius – die van alle acht planeten het dichtste bij de zon staat – duren bij elkaar 176 dagen en da’s net zo lang als twee omlopen rond de zon. Geen onbekend verschijnsel, want zo’n baanresonantie komt ook voor bij andere hemellichamen. Onze maan bijvoorbeeld draait in 27 dagen om z’n as, net zo lang als z’n omloop om de aarde. Da’s de reden dat we altijd tegen dezelfde kant van de maan aankijken. Die 3/2 resonantie van Mercurius werd in 1965 ontdekt na radarwaarnemingen met de Amerikaanse sonde Mariner 10. Sterrenkundigen vermoeden dat Mercurius ooit een ‘synchrone rotatie’ moet hebben gehad, net als de maan een 1/1 resonantie van rotatie en omwenteling. Z’n rotatie was toen ook een stuk sneller, maar door getijdewerking van de nabije zon werd die rotatie afgeremd. Nieuwe computerberekeningen van Mark Wieczorek en z’n collega’s (Institut de Physique du Globe de Paris) laten zien dat Mercurius eerst in een tegengestelde richting om z’n as moet hebben gedraaid, iets wat men een ‘retrograde rotatie’ noemt – ja ja, we buitelen vandaag weer over de leuke vaktermen. De rotatie en omwenteling waren toen in een 1/1 resonantie. Vervolgens werd deze koppeling door een serie inslagen van zware objecten verbroken en zou de richting van de rotatie omgedraaid zijn. En pas dáárna zou door de getijdewerking en baanveranderingen de 3/2 resonantie tot stand zijn gekomen. Wieczorek’s team heeft daarbij gekeken naar de aanwezige grote inslagkraters op Mercurius, die niet gelijk verdeeld zijn over de planeet. Ze komen vooral op één helft van Mercurius voor en ook zijn ze minder in de buurt van de evenaar aanwezig. Die verdeling past goed in het model dat Mercurius ooit een synchrone rotatie en omwenteling had. Bron: Astrobites + NRC-Handelsblad, 17 december 2011.

Neem even de tijd voor Stephen Colbert en Neil deGrasse Tyson

Sterrenkundige Neil deGrasse Tyson – directeur van het Hayden planetarium in New York en publicist – is regelmatig te gast in The Colbert Report, het Amerikaanse TV-programma van Stephen Colbert. Die laatste is een bekende hier op de Astroblogs, want in 2009 is hier regelmatig geschreven over de loopband-trainer in het ISS, die naar hem genoemd is. Onlangs hadden de twee – Colbert en deGrasse Tyson – een ruim een uur durend gesprek voor studenten van de Kimberley Academy in Montclair, New Jersey. Een gesprek dat is opgenomen en dat ik je aan raad om te zien, omdat het een onderhoudende en leerzame mix is over zo’n beetje alles in het heelal, doorspekt met de nodige humor. Het begint al met de eerste vraag Colbert ‘uit z’n telefoon’ haalt: is het beter om te weten dan om niet te weten? Wowie, da’s erg diepzinnig! Benieuwd wat deGrasse Tyson antwoord? Kijk dan naar de video. Tip: de eerste zes minuten van de video kan je overslaan, dat zijn allemaal inleidende blabla-praatjes.

Bron: Bad Astronomy.

Wat komt er na de Large Hadron Collider?

Ontwerp van de Compact Linear Collider, CLIC. Credit: CLIC Collaboration

Deze week mocht de wereld uitgebreid getuige zijn van de presentaties in Genéve, waarin het Europese deeltjesinstituut CERN bekendmaakte dat met de Large Hadron Collider – ’s werelds grootste deeltjesversneller – aanwijzingen zijn gevonden voor het bestaan van een Higgs boson met een massa van ongeveer 125 GeV. Nee, bewijs er voor kon nog niet worden geleverd, maar dat dat zal wel ergens in 2012 het geval zijn, zo is op dit moment de redenering. OK, je zou denken dat de natuurkundigen op hun lauweren rusten en gewoon doorgaan met de protonenbotsingen in de LHC, om daarmee volgend jaar het ‘Nobelprijs-proof’ bewijs te leveren. Maar niets is minder waar, want natuurkundigen nemen geen genoegen met het grootste en duurste instrument (€ 3,1 miljard voor de LHC, exclusief detectoren) voor deeltjesonderzoek, ook al ondergaat de LHC volgens de planning in 2014 nog een upgrade, waardoor de botsingsenergie van 7 TeV omhoog gaat naar 14 TeV – mogelijk door het gebruik van een nieuwe generatie supergekoelde magneten [1]Er wordt zelfs gesproken over een extreme upgrade richting 33 TeV.. Ze denken al weer vooruit aan nieuwe instrumenten, die nóg meer kunnen dan de LHC. Per slot van rekening kan men met de LHC het Higgs boson ontdekken, maar dan weet je nog weinig details, behalve diens massa. Zijn er bijvoorbeeld meerdere varianten van het Higgs boson, heeft deze supersymmetrische eigenschappen, enzovoorts. Allemaal vragen waar een nieuwe generatie deeltjesversnellers antwoord op moet geven. Daarom liggen er op de tekentafels van de bouwers al twee opvolgers van de LHC:

  • de International Linear Collider (ILC): is de LHC een 27 km grote cirkel, de ILC daarentegen is een versneller die één rechte lange lijn is. Er wordt geen gebruik gemaakt van de protonen, de grootste stabiele deeltjes, maar van de veel lichtere electronen en muonen. Protonen produceren bij hun botsingen een grote hoeveelheid deeltjes, waar veel oninteressante deeltjes (ruis) bij zitten en waarvan de computers maar moeten ontdekken wat bruikbaar is en wat niet. De ILC produceert met z’n lichtere deeltjes veel schonere botsingen, die minder ruis opleveren. De botsingsenergie ligt tussen 500 GeV en 1 TeV – minder dan bij de LHC, maar veel effectiever.
  • de compact linear collider (CLIC), die vergelijkbaar is met de ILC, maar wiens botsingsenergie hoger ligt: tot 3 of zelfs tot 5 TeV. De bedoeling van CLIC is dat met een bundel electronen met hoge intensiteit, maar lager energie een tweede bundel van electronen wordt opgestuwd tot grote energie, resulterend in zeer schone botsingen.
Aan beide versnellers zijn uiteraard peperdure prijskaartjes verbonden – $ 6,75 miljard voor de ILC, de kosten van CLIC weet ik even niet, maar dat zal niet voor een grijpstuiver zijn.  Bron: viXra.

References[+]

References
1 Er wordt zelfs gesproken over een extreme upgrade richting 33 TeV.