Very Large Array schittert in TimeScapes video

Van Tom Lowe (@TimeScapes) heb ik vaker ’timelapse’ video’s laten zien, van die bewegende beelden die verkregen zijn door een camera om de paar seconden een foto te laten maken en die vervolgens achter elkaar te plakken. Hij heeft nou weer zo’n timelapse gemaakt, TimeScapes 4K genaamd, en in deze video komen we de beroemde radiotelescopen van de Very Large Array (VLA) in New Mexico tegen, welke we zo goed kennen van de film Contact (1997), waarin Jodie Foster met de VLA signalen uit de ruimte ontvangt, die afkomstig blijken te zijn van een buitenaardse beschaving. Afijn, luidsprekers aan, HD op aan en genieten maar!

TimeScapes 4K from Tom Lowe on Vimeo.

Bron: Bad Astronomy.

Rode reuzen hebben snel draaiende kernen

Doorsnede van een rode reus. Credit: Paul G. Beck, KU Leuven, België

Een internationaal team van sterrenkundigen, onder wie UvA-astronoom Saskia Hekker en de Nijmeegse sterrenkundige Conny Aerts, is erin geslaagd diep in een aantal oude sterren te kijken, en ontdekte dat de kernen van deze sterren minstens tien keer zo snel ronddraaien als hun oppervlak. Het resultaat verschijnt vandaag in Nature. Dat het oppervlak van deze oude sterren traag roteert – ongeveer één omwenteling per jaar – was al bekend, maar dat de kernen wel één keer per maand om hun as draaien, werd ontdekt dankzij buitengewoon precieze metingen met NASA’s Kepler ruimtetelescoop. Het team analyseerde de golven die zich door de ster voortplanten. Deze golven zorgen aan het oppervlak voor ritmische variaties in de helderheid van de ster. Via dit asteroseismologisch onderzoek kunnen de sterrenkundigen meer te weten komen over de omstandigheden diep binnenin de ster. Door zorgvuldig te kijken naar de diepte van de golven, konden de astronomen niet alleen bewijzen dat de kern ronddraait, maar ook dat de rotatiesnelheid spectaculair toeneemt in de richting van de ster-kern. De drie sterren die de onderzoekers hebben bestudeerd zijn zogeheten rode reuzen. Ze bevinden zich in een evolutiestadium dat onze zon over ongeveer 5 miljard jaar zal bereiken. Een goed begrip van wat zich binnenin zo’n rode reus afspeelt, leert astronomen iets over de evolutie ervan. “Inzicht in de manier waarop de kern en de atmosfeer van rode reuzen ronddraaien is belangrijk voor het bestuderen van verschillende processen in een ster, maar ook om te weten te komen hoe de rotatie van sterren zoals onze zon zal veranderen wanneer die verder evolueren”, zegt Saskia Hekker. “Het is de allereerste keer dat we observationeel hebben kunnen toetsen hoe oude sterren in hun binnenste ronddraaien, terwijl dat hun verdere levensloop bepaalt. Onze resultaten leren dat de veronderstellingen die daarover tot nu toe gemaakt werden aan herziening toe zijn, want de binnenste draaiing gaat sneller dan gedacht”, voegt Conny Aerts daaraan toe. De buitenste lagen van een rode reus zijn zover uitgezet dat de ster vijf keer groter is geworden dan hij oorspronkelijk was. Tegelijkertijd is hij zover afgekoeld, dat hij een roodachtige kleur heeft gekregen. Het binnenste heeft juist een tegenovergestelde evolutie ondergaan en heeft zich samengetrokken tot een hete kern met een buitengewoon hoge dichtheid. De exoplanetenjager Kepler kan minieme variaties in de helderheid van sterren detecteren en is daarmee ook een uitermate geschikt instrument om minieme golven te meten. Het effect van de onderzochte rotatie op de golven is zo klein, dat het pas werd ontdekt na twee jaar continue gegevensverzameling door Kepler. Hieronder een video van de simulaties van zo’n rode reus:

Bron: Nova + + Space.com.

Meteorenzwerm Geminiden wordt flink verstoord door de Maan

De radiant van de Geminiden ligt in het sterrenbeeld Tweelingen, bij de ster Castor. Credit: Hemel.waarnemen.com.

De meteorenzwerm van de Geminiden is actief tussen 7 en 17 december. Het maximum van deze actieve zwerm wordt dit jaar op woensdag 14 december verwacht, volgens de Sterrengids om ongeveer 19.00 uur en volgens Hemel.waarnemen rond 16.00 uur. Kies zelf maar uit welke je het beste uitkomt. 🙂 Bij ideale omstandigheden kan je tijdens dat maximum wel 120 meteoren – in de volksmond vallende sterren genoemd – per uur waarnemen, dat wil zeggen als er een donkere hemel is en de radiant recht boven je in het ‘zenit’ staat. Maar ideaal is het volgende week zeker niet, want de maan stoort flink. Op het moment van het maximum staat de radiant – het punt aan de hemel waar de Geminiden vandaan lijken te komen, vlakbij de ster Castor, α Geminorum – nog laag aan de hemel en zijn er weinig meteoren te zien. Maar als de radiant hoger komt hebben we last van de maan, die rond 21.00 uur opkomt en die voor ruim 80% verlicht is. Zwakke meteoren zal je daarom niet zien en we moeten het doen met de heldere exemplaren. Bij een heldere, onbewolkte hemel – best lastig in dit jaargetijde – kunnen we gemiddeld over een nacht tussen de 20 tot 30 meteoren per uur verwachten. Mmmmm, da’s toch een poging waard, nietwaar? De oorsprong van de zwerm is trouwens geen komeet, maar een planetoïde, 3200 Phaethon om precies te zijn. Bijna alle meteorenzwermen worden veroorzaakt door kometen, die met hun staart soms vlak langs de aarde zwiepen en daarbij de stofdeeltjes achterlaten, die jaarlijks de zwermen veroorzaken. 3200 Phaethon werd pas in 1983 ontdekt met de Infrared Astronomical Satellite (IRAS), waar Nederland ook nog aan gebouwd heeft. Op 14 december 2093 komt de planetoïde weer in de buurt, op een afstand van 0,0198 A.E. (da’s 7 keer de afstand aarde-maan). Dat zal een leuke meteorenstorm geven! Nog 82 jaar geduld mensen. Bron: Sterrengids 2011 + Hemel.waarnemen + Meteor Watch.

Astronomy Journal Club: Kepler-22b, hype of geen hype?

Impressie van de exoplaneet Kepler-22b. credit: NASA/Ames/JPL-Caltech

De ruimtetelescoop Kepler heeft vlakbij de ster Kepler-22, 600 lichtjaar van ons verwijderd, een exoplaneet ontdekt die zich in de bewoonbare zone van die ster bevindt. De ster is van spectraalklasse G, net als onze zon, en daarmee heeft ‘ie ook dezelfde eigenschappen als de zon. De exoplaneet – Kepler-22b genaamd – is 2,4 keer zo zwaar als de aarde en in 290 dagen draait ‘ie één maal om de ster. Voor Kepler is het de eerste exoplaneet die zich bevindt in de bewoonbare zone van een ster die op de zon lijkt, de zone waarbinnen de temperatuur zodanig is dat er zich vloeibaar water kan bevinden, welke onmisbaar is als er leven wil voorkomen. Kepler houdt ruim 150.000 sterren continue in de gaten in een gebied aan de hemel dat zich in de sterrenbeelden Zwaan en Lier bevindt. Zodra vanaf de aarde gezien een eventuele exoplaneet voor de ster langs schuift levert dat een klein dipje in de lichtsterkte op en dat wordt direct opgemerkt door Kepler. Met de exoplanetenjager Kepler hebben ze al ruim 1200 exoplaneten ontdekt, maar de bevestiging ervan moet nog plaatsvinden. Bij Kepler-22b is dat reeds gedaan, want o.a. met de Spitzer infrarood ruimtetelescoop kon de waarneming worden bevestigd. Bovenop die 1200 kandidaat-exoplaneten zullen binnenkort nog eens 1094 nieuwe kandidaat-exoplaneten volgen, de totale hoeveelheid met 89% doen toenemend. Daarmee heeft Kepler 2.326 kandidaat-exoplaneten ontdekt, ding dong! Tweeendertighonderdzesentwintig! Daarvan zijn er 207 aardachtig, 680 zijn van het type Super-aarde, 1.181 zijn Neptunus-achtig, 203 lijken op Jupiter en 55 tenslotte zijn de echte joekels, die groter zijn dan Jupiter. Hierboven een impressie van Kepler-22b, hieronder een vergelijking tussen de bewoonbare zone rondom Kepler-22 en die van de zon – beiden in groen aangegeven.

credit: NASA/Ames/JPL-Caltech

Bron: NASA.

Vampierster geeft zijn geheimen prijs

Credit: ESO/PIONIER/IPAG

Astronomen hebben de beste opnamen ooit verkregen van een ster die het grootste deel van zijn materiaal aan een vampierachtige begeleider is kwijtgeraakt. Door het licht van vier telescopen van ESO’s Paranal-sterrenwacht te combineren, creëerden zij een 130 meter grote virtuele telescoop met een beeldscherpte die vijftig keer zo groot was als die van de Hubble-ruimtetelescoop van NASA en ESA. De nieuwe beelden laten zien dat de materie-overdracht van de ene ster naar de andere verrassend rustig verloopt. ‘We kunnen nu het licht van vier VLT-telescopen combineren en veel sneller superscherpe opnamen maken dan voorheen,’ zegt Nicolas Blind (IPAG, Grenoble, Frankrijk), die de hoofdauteur is van het artikel waarin de resultaten worden gepresenteerd. ‘Deze opnamen zijn zo scherp dat we niet alleen kunnen zien hoe de sterren om elkaar heen draaien, maar ook de afmetingen van de grootste van het tweetal kunnen meten.’ De astronomen keken naar de bijzondere dubbelster SS Leporis in het sterrenbeeld Haas, waarvan de sterren in 260 dagen om elkaar heen draaien. De afstand tussen beide sterren is maar een beetje groter dan de afstand tussen zon en aarde, waarbij de grootste en koelste van het tweetal zich tot ongeveer een kwart van deze afstand uitstrekt (zijn omvang komt ruwweg overeen met die van de omloopbaan van de planeet Mercurius). Door hun geringe onderlinge afstand, heeft de kleine, hete ster al ongeveer de halve massa van de grote ster opgeslokt. ‘We wisten dat dit een bijzondere dubbelster was, en dat er materiaal van de ene ster naar de andere stroomde,’ zegt mede-auteur Henri Boffin van ESO. ‘Wat we echter ontdekt hebben, is dat de manier waarop deze materie-overdracht waarschijnlijk heeft plaatsgevonden sterk verschilt van de eerdere modellen van dit proces. De ‘beet’ van de vampierster is heel teder, maar uiterst effectief.’ De nieuwe waarnemingen zijn scherp genoeg om te laten zien dat de reuzenster kleiner is dan tot nu toe werd aangenomen, waardoor het veel moeilijker te verklaren is hoe de rode reus zo veel materie aan zijn begeleider is kwijtgeraakt. De astronomen denken nu dat de materie niet zozeer van de ene ster naar de andere stroomt, maar als sterrenwind door de reuzenster wordt uitgestoten en vervolgens door zijn hetere begeleider wordt ingevangen. ‘Deze waarnemingen hebben aangetoond dat de Very Large Telescope Interferometer het vermogen heeft om momentopnamen te maken. Ze banen de weg voor tal van andere fascinerende waarnemingen van onderling wisselwerkende dubbelsterren,’ concludeert mede-auteur Jean-Philippe Berger. Bron: ESO.

Voyager 1 sonde ziet voor het eerst galactische waterstofstraling

Schets van de heliosfeer van de zon en de plek waar zowel de Voyager 1 als Voyager 2 zich bevinden. Credit: Science, NASA/JPL-California Institute of Technology.

Je zou wellicht kunnen denken dat de op 5 september 1977 vanaf Cape Canaveral Air Force Station in Florida gelanceerde sonde Voyager 1 van z’n welverdiende pensioen geniet en langzaam maar zeker het zonnestelsel uitdobbert. Nou vergeet het maar. Voyager 1 bevindt zich in de buitenste regionen van de heliosfeer van de zon, op een afstand van maar liefst 118,9 Astronomische Eenheid, 17,7 miljard km van ons vandaan. En daar ver van ons verwijderd zijn z’n stokoude instrumenten er in geslaagd om iets unieks waar te nemen, namelijk Lyman-alpha (Lyα) straling (golflengte 121,6 nm) van bronnen uit de Melkweg. Die straling ontstaat als een electron overspringt van de ‘grondtoestand’ van een waterstofatoom naar een hoger energieniveau. Lyα straling is al eerder waargenomen, maar dat was altijd afkomstig van zeer ver verwijderde sterrenstelsels, die zich in de reïonisatiefase van het vroege heelal bevinden. De straling in dergelijke stelsels houdt verband met het ontstaan van jonge sterren. Probleem met het waarnemen van ‘galactische waterstof’, d.w.z. afkomstig uit onze eigen Melkweg, is dat er een enorme stoorzender in de buurt staat: de zon. Die genereert óók Lyα straling en dat verhinderd het waarnemen van galactische Lyα straling. Alsof je de Melkweg wilt zien in hartje Amsterdam, zoiets. Maar de Voyager 1 heeft nu kennelijk het punt bereikt dat ‘ie zich ver genoeg van de stoorzender bevindt en dat resulteerde erin dat een team Franse, Russische en Amerikaanse sterrenkundigen onder leiding van Rosine Lallement (Observatoire de Paris) in de data van Voyager 1 voor het eerst galactische Lyα straling kon onderscheiden. Men denkt dat ook hier de straling komt van jonge, hete sterren. Bron: Physics World.

Sterrenkundigen vinden twee súper-superzware zwarte gaten

Impressie van een superzwaar zwart gat in de kern van een elliptisch sterrenstelsel. Credit: Gemini Observatory/AURA artwork by Lynette Cook.

Sterrenkundigen zijn er in geslaagd om in de kernen van de elliptische sterrenstelsels NGC 3842 (sterrenbeeld Leeuw) en NGC 4889 (sterrenbeeld Haar van Berenice) twee kolossale superzware zwarte gaten te ontdekken. De moloch in NGC 3842 is 9,7 miljard (!) keer zo zwaar als de zon en die in NGC 4889 is minstens net zo zwaar. De waarneemhorizon van beide zwarte gaten – de grens waarbinnen de ontsnappingssnelheid groter is dan de lichtsnelheid en daarmee ontsnappen niet meer mogelijk is, zelfs voor lichtdeeltjes – is 200 keer zo groot als de afstand aarde-zon en vijf keer zo groot als de afstand Pluto-zon. Hun aantrekkingskracht is tot op een fenominabele afstand van 4000 lichtjaar ‘voelbaar’. De zwarte gaten werden ontdekt door een team van sterrenkundigen van de Universiteit van Berkeley in Californië met behulp van de giga-telescopen van Gemini Noord en Keck II op Hawaï. Ze maten de snelheid van de sterren vlakbij de zwarte gaten en door het simpelweg toepassen van de wetten van Kepler en Newton kon men de massa van de zwarte gaten berekenen. In alle publicaties wordt gemeld dat met deze ontdekking het super-superzware zwarte gat in M87 van z’n troon valt. Deze is 6,6 miljard zonmassa’s zwaar en daarmee zouden de exemplaren in NGC 3842 en NGC 4889 nu de zwaarste zijn. Maar er huist is de ‘blazar’ OJ 287 een zwart gat dat met een geschatte massa van 18 miljard zonmassa nóg zwaarder is. Bij mijn weten zijn er nog geen berichten dat deze recordhouder onterecht is, dus voorlopig moeten de giganten in NGC 3842 en – 4889 het met de tweede plaats doen. Sterrenkundigen breken zich het hoofd om de link te verklaren tussen de massa van de zwarte gaten en de ontwikkeling van de hun omringende sterrenstelsels. Er leek een lineair verband te zijn tussen die twee – hoe zwaarder het sterrenstelsel, des te zwaarder het centrale zwart gat – met er worden te vaak uitzonderingen op deze regel ontdekt. Men denkt nu dat de zwarte gaten in de kern van de grootste sterrenstelsels anders groeien dan die in de kern van sterrenstelsels. Komende donderdag verschijnt er een artikel over in het vakblad Nature. Bron: Science Daily + NRC-Handelsblad, 6 december 2011.

Zware sterren worden als reuzen geboren

De Hoefijzernevel of Messier 17, waarin de reuzenster B275 zich bevindt. Credit: ESO

Amsterdamse astronomen hebben aangetoond dat zware sterren in wording veel groter zijn dan volwassen zware sterren. Zij bevestigen de theorie dat zware sterren aan het eind van hun vormingsproces nog verder samentrekken, totdat zij een stabiel evenwicht hebben bereikt. De bevindingen zijn gepubliceerd in Astronomy & Astrophysics. Al jarenlang wordt geprobeerd een duidelijk spectrum van zo’n jonge, zware ster op te nemen. Dat wordt ernstig bemoeilijkt door de ondoordringbare moederwolk van gas en stof rond de zich vormende ster. Met de nieuwe, zeer gevoelige spectrograaf X-shooter op ESO’s Very Large Telescope in Noord-Chili is dat nu voor het eerst gelukt. De astronomen verkregen het spectrum van de jonge ster B275 in de Omeganevel, een stervormingsgebied in het sterrenbeeld Boogschutter dat ook wel wordt aangeduid als Hoefijzernevel of Messier 17. Het spectrum laat zien dat de ster ongeveer drie maal zo groot is als een normale ster van 7 maal de massa van de zon. Dit komt goed overeen met recente stervormingsmodellen. Eerder in het vormingsproces zijn deze sterren omringd door een schijf waarin het gas ronddraait en langzaam op de ster-in-wording terecht komt. Dit gaat gepaard met de productie van sterke straalstromen, zoals eerder dit jaar gemeld door dezelfde onderzoeksgroep. Als de ster bijna ‘klaar’ is, verdwijnt de schijf en wordt het oppervlak van de ster zichtbaar. In deze laatste vormingsfase bevindt B275 zich. De ster is in de kern inmiddels zo heet geworden dat de fusie van waterstof van start gaat. De ster trekt verder samen, totdat de energieproductie in de kern de stralingsverliezen aan het oppervlak van de ster precies compenseert en een stabiel evenwicht is bereikt. Het X-shooter spectrum van deze jonge zware ster toont aan dat de oppervlaktetemperatuur een stuk lager is dan normaal voor een ster met deze lichtkracht (1600 zonslichtkrachten, de lichtkracht van een ster met zeven maal de massa van de zon). Deze discrepantie wordt opgelost als de ster een grotere afmeting heeft. Dat is precies wat de scherpe spectraallijnen aangeven: het spectrum van een reuzenster. Het spectrum werd opgenomen tijdens de testfase van X-shooter. Bron: Nova.

 

Da’s leuk, een Zooniverse adventkalender

De Zooniverse adventkalender. Credit: Zooniverse.

Ja ja mensen, die traditionele adventkalender kan in de papierbak. Vanaf 1 december hebben ze bij de Zooniverse een heuse adventkalender, die iedere dag een afbeelding laat zien van iets wat te maken heeft met één van de vele projecten van de Zooniverse – inmiddels al 11 stuks. OK toegegeven, we leven nu op dinsdag de 6e december, dus er zijn al vijf dagen verstreken. Op dag 2 zat Hanny’s Voorwerp achter het deurtje, product van één van die Zooniverse-projecten, de Galaxy Zoo, het Citizen Science project waar op dit moment 495.205 mensen aan deelnemen. Eh…. klik eens op de foto van Hanny’s Voorwerp en kijk waar je dan uitkomt. 😀 Zo, nog 19 deurtjes openen en het is Kerstmis. Bron: Zooniverse.

 

Zaterdag laatste plukje van totale maansverduistering te zien

Het verloop van de maansverduistering op 10 december 2011. Credit: Hemel.waarnemen.com.

Zaterdagmiddag 10 december 2011 vindt er een totale maansverduistering plaats. In Nederland en België kunnen we daarvan alleen het laatste gedeelte meemaken. Het maximum van de eclips vindt plaats op het moment dat de maan 7° onder de horizon staat en bovendien bij daglicht, om 15.32 uur. In onze streken is hierdoor alleen een gedeeltelijke eclips zichtbaar, vanaf ongeveer 16:30 uur als de zon ondergaat en de maan opkomt. Op dat moment is de fase van de totaliteit al voorbij, dus wij kunnen alleen de laatste, gedeeltelijke fase zien en dat nog eens bij een maan die laag aan de hemel staat. De grootte van de eclips is 1,11. Meer info over de eclips is te vinden op deze speciale pagina van Hemel.waarnemen.com. Bron: Sterrengids 2011 + Hemel.waarnemen.